Millwall FC is een Engelse voetbalclub gelegen in het district Bermondsey in de London Borough of Southwark, Londen en komt sinds het seizoen 2017/2018 uit in de Championship.
Millwall is in 1885 opgericht als de Millwall Rovers. De naam van de club is ontleend aan het district Millwall in het zuiden van het schiereiland Isle of Dogs, waar de club oorspronkelijk speelde. Vanaf 1910 verhuisde de club naar The Old Den in New Cross. De club werkt sinds 1993 zijn thuiswedstrijden af in The Den.
Het traditionele clubembleem is sinds 1936 een klimmende leeuw, wat verwijst naar de bijnaam van het team: The Lions. De traditionele uitrusting van Millwall bestaat uit donkerblauwe shirts, witte broeken en blauwe kousen.
Millwall was een van de stichtende leden van de Southern League in 1894. De club speelde daar 22 seizoenen in, tot 1920, en won de titel tweemaal – in 1895 en 1896. Sinds de toetreding tot de Football League in het seizoen 1920/21 is de club elf keer gepromoveerd (vijf keer als kampioen in 1928, 1938, 1962, 1988 en 2001) en negen keer gedegradeerd. Van de 99 seizoenen in de Football League bracht Millwall er 92 door in de tweede en derde divisie.
Millwall kende een succesperiode tussen 1988 en 1990, waarin ze hun hoogste eindklassering ooit behaalden met een tiende plaats in de Football League First Division in het seizoen 1988/89. Millwall bereikte in het seizoen 2003/04 de finale van de FA Cup en kwalificeerde zich daarmee voor het eerst in de clubgeschiedenis voor Europees voetbal. Daarnaast won de club tweemaal de League One play-off finale (in 2010 en 2017), de Football League Group Cup in 1983, en bereikte de finale van de Football League Trophy in 1999.
Millwall heeft een fanatiek aanhang met als bijnaam "The Lions" (ook wel "The Dockers"). De harde kern van Millwall FC bestaat uit "Bushwackers", "Millwall Youth", "Treatment" en "F-Troop". De supporters van Millwall worden vaak in verband gebracht met hooliganisme, en er zijn diverse films en documentaires gemaakt die hun beruchte reputatie in beeld brengen. De fans staan bekend om hun karakteristieke lied: "No one likes us, we don't care" (“Niemand mag ons, maar dat kan ons niets schelen”).
Millwall heeft een langdurige rivaliteit met Premier League-club West Ham United. De lokale derby tussen beide teams is sinds 1899 bijna 100 keer gespeeld. Millwall heeft ook een rivaliteit met Leeds United, en speelt de South London derby – soms ook de South East London derby genoemd – tegen lokale rivalen Crystal Palace en Charlton Athletic.
Geschiedenis
De beginjaren in Isle of Dogs links|miniatuur|Een plaquette herinnert nog aan de plaats waar de voetbalclub werd opgericht. Millwall "Rovers" werd in 1885 opgericht door Schotse havenwerkers van het bedrijf J.T. Morton te Isle of Dogs, Oost-Londen. De eerste clubsecretaris was de zeventienjarige Jasper Sexton. De eerste voorzitter was Iers international William Murray-Leslie, die toch nooit voor de club uitkwam.
De eerste wedstrijd van Millwall Rovers op 3 oktober 1885 was een uitwedstrijd tegen Fillebrook, dat speelde in Leytonstone. De uitslag werd 5-0 voor Fillebrook. Millwall's eerste thuiswedstrijd vond plaats op 24 oktober 1885 op Glengall Road tegen St Luke's FC, die met 2–1 gewonnen werd. De volgende elf wedstrijden werden eveneens gewonnen. In het eerste seizoen werd slechts drie keer verloren.
Al na één seizoen ging de club op zoek naar een nieuw onderkomen. Vanaf het seizoen 1886/87 ging Millwall spelen op Lord Nelsons Ground, een veld achter de Lord Nelsons pub in Isle of Dogs. De pub zelf werd het nieuwe hoofdkwartier van de leden en werd zelfs gebruikt als kleedkamer tijdens wedstrijden.
In november 1886 werd de East End Football Association opgericht en ontstond er een Senior Cup Competition. Millwall behaalde in het eerste seizoen direct de finale tegen de London Caledonians die werd gespeeld op de Leyton Cricket Ground. De wedstrijd eindigde in gelijkspel (2-2), waarop beide ploegen de beker elk zes maanden in hun prijzenkast mochten zetten. In de twee hieropvolgende seizoenen won Millwall de Senior Cup opnieuw, beide keren ongedeeld. links|miniatuur|Illustratie van The Athletic Grounds, de derde thuisbasis van Millwall. Na enkele jaren gespeeld te hebben op de Lord Nelsons Ground, kreeg Millwall vanaf 1890 opnieuw een nieuwe thuisbasis, The Athletic Grounds. Dit was hun eerste speciaal gebouwde stadion, met een tribune voor 600 zitplaatsen en een totale capaciteit van tussen de 10.000 en 15.000 toeschouwers. De club liet de naam Rovers vallen en nam de naam Millwall Athletic aan, passend bij hun nieuwe terrein. Het stadion lag aan East Ferry Road, tegenover het Millwall Docks Station.
Millwall Athletic werd een van de stichtende leden van de Southern League, die de club in de eerste twee seizoenen meteen won (in 1894/95 en 1895/96). In deze periode kreeg de club een uitnodiging om toe te treden tot de Second Division van de Football League, maar het bestuur wees die kans af, deels vanwege de hoge reiskosten, maar ook uit loyaliteit aan de Southern League.
In 1901 werd de club gedwongen te verhuizen naar een nieuw stadion, omdat de Millwall Dock Company het huidige terrein wilde gebruiken als houtopslagplaats. De laatste wedstrijd op de Athletic Grounds werd op 27 april 1901 gespeeld: een 4–0 overwinning op Bristol City.
Millwall verhuisde aan het begin van het seizoen 1901/02 naar een plek die bekend werd als North Greenwich. De eerste wedstrijd op North Greenwich vond plaats op 21 september 1901 tegen Portsmouth (Millwall verloor met 3–2). De wedstrijd werd bijgewoond door 6.000 toeschouwers.
Millwall Athletic bereikte de halve finales van de FA Cup in 1900 en 1903, en werd kampioen van de Western Football League in 1908 en 1909. Op 10 oktober 1910 speelde Millwall zijn laatste wedstrijd op North Greenwich, en tevens de laatste wedstrijd in Oost Londen, tegen Woolwich Arsenal in de London Challenge Cup. Millwall won de wedstrijd met 1–0 voor een publiek van 3000 toeschouwers. gecentreerd|miniatuur|800x800px|Foto van de wedstrijd Millwall - Preston North End op 21 februari 1903 in de tweede ronde van de FA Cup.
The Den miniatuur|Foto uit 1988 van The Old Den, waar Millwall van 1910 tot 1993 speelde. Omdat in Isle of Dogs weinig mogelijkheden was tot uitbreiding, verhuisde Milwall in 1910 naar de zuidoever van de Theems. Daar bouwde de club haar bekendste stadion The Den in New Cross (tegenwoordig bekend als The Old Den). De eerste wedstrijd werd gespeeld op zaterdag 22 oktober 1910 tegen Brighton & Hove Albion, de toenmalige kampioen van de Southern League. Millwall verloor die wedstrijd met 0–1.
Het was in The Den dat de beroemde “Millwall Roar” ontstond. In die tijd was het gebruikelijk dat supporters ook goed spel van de tegenstander toejuichten, maar de Millwall-fans deden dat anders: zij moedigen uitsluitend hun eigen team aan, met een aanhoudend en krachtig gejuich van begin tot eind. Hierdoor kreeg The Den al snel de reputatie van een van de meest gevreesde stadions van Engeland, waar geen enkel team graag kwam spelen vanwege het intens luidruchtige thuispubliek.
Op 13 maart 1911 kreeg The Den bovendien de eer om een officiële interland te organiseren tussen Engeland en Wales, die Engeland met 3–0 won.
Football League links|miniatuur|Foto van de wedstrijd tegen West Ham United, gespeeld op Upton Park op 15 februari 1930 in de vijfde ronde van de FA Cup. Vanaf 1920 schrapte Millwall ook het woord “Athletic” uit de clubnaam. In datzelfde jaar werd de club uitgenodigd om deel te nemen aan de Football League voor het seizoen 1920/21, samen met 22 andere clubs. Dit gebeurde door de oprichting van de nieuwe Third Division. Omdat bijna alle clubs overstapten verloor de Southern League haar status.
Millwall speelde zijn eerste Football League-wedstrijd op 28 augustus 1920 in The Den en won met 2–0 van Bristol Rovers.
In het seizoen 1925/26 vestigde Millwall een record van 11 opeenvolgende wedstrijden zonder tegendoelpunt, een Football League-record dat ze delen met York City en Reading. De club kreeg een reputatie van cup fighter, met onder meer een 3–1 overwinning op de regerend landskampioen Huddersfield Town in de derde ronde van de FA Cup 1926/27.
In 1927/28 won Millwall de titel in de Third Division South en scoorde 87 doelpunten in thuiswedstrijden, een Engels record dat nog steeds geldt. In 1934 daalde Millwall weer af naar de Third Division South, maar in het seizoen 1937/38 werd het kampioenschap behaald en opnieuw promotie afgedwongen naar de Second Division.
In de jaren 1930 en 1940 trokken wedstrijden tegen clubs als Sunderland en Derby County meer dan 48.000 toeschouwers. Tijdens de FA Cup van 1937 bereikte Millwall voor de derde keer de halve finale, en de vijfde ronde tegen Derby leverde een recordopkomst van 48.762 toeschouwers op. In 1939 was de club, ondanks dat het in de Second Division speelde, de 11e club van Engeland wat betreft supportersschare. Millwall was toen ook een van de rijkste clubs van het land, met plannen om The Den te moderniseren en het aantrekken van internationale spelers. Vleugelaanvaller Reg Smith, die 11 jaar aan de club verbonden was, speelde zelfs twee interlands voor Engeland en scoorde twee keer in 1938.
De Tweede Wereldoorlog miniatuur|Chelsea vs. Millwall 1945 Aan het eind van de jaren 1930 streed Millwall voor promotie naar de First Division, maar dat streven kwam abrupt tot stilstand toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, slechts één week na de start van het seizoen 1939/40. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren voetbalactiviteiten van de Football League en de FA Cup opgeschort.
Op 19 april 1943 liep The Den zware bombeschadigingen op, en een week later werd een hele tribune verwoest door een brand die veroorzaakt was door een weggegooide sigaret. Millwall kreeg hulp van naburige clubs - Charlton Athletic, Crystal Palace en West Ham United - die hun stadions aanboden om wedstrijden te spelen. Op 24 februari 1944 keerde Millwall terug naar The Den, dat toen volledig zonder zitplaatsen was. De heropbouw werd grotendeels uitgevoerd door vrijwilligers van de club. Millwall moest tot in 1948 wachten tot het een zittribune kon herplaatsen.
Op 7 april 1945 speelde Millwall in de finale van de Football League War Cup South op Wembley tegen Chelsea, maar omdat dit een officieuze oorlogscompetitie was, staat deze wedstrijd nergens officieel vastgelegd in de geschiedenisboeken. Er waren ongeveer 90.000 supporters aanwezig, het grootste publiek waar Millwall ooit voor speelde. Millwall verloor deze wedstrijd met 2-0, ondanks haar favorietenstatus.
Na de oorlog Het verlies van zoveel jonge mannen tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het voor veel clubs moeilijk om hun vroegere niveau te behouden. Dit gold in het bijzonder voor Millwall, dat zwaarder leek te worden getroffen dan de meeste andere clubs.
In de jaren direct na de oorlog kende Millwall wisselend succes. De club degradeerde in 1948 naar de Third Division South en moest in 1950 zelfs herverkiezing tot de competitie aanvragen, na een plaats in de onderste twee. Vervolgens ging het weer beter: Millwall eindigde vijfde, daarna vierde en werd in het seizoen 1952/53 zelfs tweede in de Third Division South. Omdat echter alleen de kampioen promoveerde, bleef de club op dit niveau steken, ondanks hoge toeschouwersaantallen van 20.000 gemiddeld.
Een hoogtepuntje was er op 5 oktober 1953, toen Millwall tegen Manchester United mocht spelen, in een vriendschappelijke wedstrijd ter introductie van de lichtmasten in The Den. Millwall speelde voor 25.000 supporters en versloeg The Red Devils met 2-1.