Ronald Hans Anton Plasterk (Den Haag, 12 april 1957) is een Nederlands wetenschapper, ondernemer, columnist en voormalig politicus.
Namens de Partij van de Arbeid was hij van 22 februari 2007 tot 23 februari 2010 minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Balkenende IV, vervolgens lid van de Tweede Kamer, en van 5 november 2012 tot 26 oktober 2017 minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in het kabinet-Rutte II.
Plasterk is gepromoveerde bioloog, gespecialiseerd in moleculaire genetica. Hij verrichtte op dat gebied wetenschappelijk onderzoek en verzorgde universitair onderwijs. Van 1997 tot 2003 was hij hoogleraar Moleculaire genetica aan de Universiteit van Amsterdam, van 2000 tot 2007 hoogleraar Ontwikkelingsgenetica aan de Universiteit Utrecht en sinds oktober 2018 hoogleraar Novel strategies for success to therapeutics aan de Universiteit van Amsterdam. Voor zijn wetenschappelijk werk ontving hij in 1999 de Spinozaprijs. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek noemde hem in dat jaar een van de meest briljante onderzoekers op het gebied van de moleculaire biologie.
In december 2018 richtte Plasterk met twee partners de besloten vennootschap Frame Therapeutics op dat in juni 2022 verkocht werd aan de farmaceutische onderneming CureVac. Plasterk is sinds 1993 columnist bij verschillende tijdschriften en kranten, vanaf 2020 bij dagblad De Telegraaf.
Opleiding en wetenschappelijke loopbaan Plasterk groeide op in de buurt De Venen die onder de stadswijk Bouwlust en Vrederust in Den Haag Zuidwest valt, en destijds een nieuwbouwgebied was. Na het afronden van het gymnasium aan het Sint-Janscollege in Den Haag ging hij in 1975 biologie studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden waarin hij in 1981 zijn doctoraalexamen cum laude behaalde. Plasterk was lid van de gemengde studentenvereniging L.V.V.S. Augustinus. Tevens studeerde hij vanaf 1980 economie aan de Universiteit van Amsterdam, waarvan hij in 1981 de propedeuse afrondde. Plasterk werkte van 1981 tot en met 1984 als promovendus aan het biomedisch instituut van de Rijksuniversiteit Leiden, waar hij in 1984 promoveerde op het proefschrift Inversion of the G segment of bacteriophage Mu: analysis of a genetic switch, waarin hij genetisch onderzoek deed naar platwormen. Promotor was de Leidse hoogleraar Pieter van de Putte die met zijn wetenschappelijk werk aan de wieg stond van de Recombinant DNA technologie.
Na zijn promotie verwierf Plasterk een plaats als postdoc bij het California Institute of Technology in Pasadena. Hier deed hij onderzoek naar DNA-transpositie in de parasiet Borrelia hermsii. Vervolgens kreeg hij een onderzoeksplaats bij het MRC Laboratory of Molecular Biology (MLB) in Cambridge, Verenigd Koninkrijk, dat bekend staat voor het bereiken van revolutionaire onderzoeksresultaten op het vakgebied. Hier deed hij onderzoek naar de Caenorhabditis elegans, een als modelorganisme gebruikte nematode. Hij werkte onder andere samen met de Britse latere Nobelprijswinnaar John Edward Sulston.
Terug in Nederland werkte Plasterk van 1987 tot 2000 bij de Onderzoekschool Oncologie Amsterdam van het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Hij begon als groepsleider en groeide door naar directeur van het onderzoekscentrum. Als sectiehoofd Moleculaire biologie voerde hij met een team jarenlang verder onderzoek uit naar het genoom van het aaltje Caenorhabditis elegans en werden alle 19.099 genen in kaart gebracht. Het organisme staat model voor genregulatie in meercelligen en is daarom van belang voor de gehele genetische en ontwikkelingsbiologie. Van 1993 tot en met 2003 was Plasterk bijzonder hoogleraar in de moleculaire microbiologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar in de moleculaire genetica aan de Universiteit van Amsterdam. In deze periode schuwde Plasterk het niet om als wetenschapper collega's publiekelijk te bekritiseren in zijn column. Zo uitte hij zich als lid van de Commissie Biotechnologie fel tegen bio-ethische wetenschappers, onder wie Henk Verhoog en Heleen Dupuis. Verhoog besloot zelfs vanwege de publieke kritiek uit de commissie te stappen. Later verklaarde hij hierover: "Ik werd door hem voortdurend belachelijk gemaakt. Hij respecteerde mij niet, niet als ethicus en niet als antroposoof. En dat terwijl hij er vrijwel niets van afweet; hij vindt dat de slager op de hoek net zoveel van ethiek weet als een ethicus." Plasterk maakte er geen geheim van dat hij ethiek geen serieus wetenschappelijk vakgebied vond.
Per februari 2000 maakte Plasterk een overstap naar de ontwikkelingsbiologie en verhuisde met zijn zeventien-koppig onderzoeksgroep naar het Laboratorium van het Hubrecht Instituut, een onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Daar kreeg hij de functie van directeur, tegelijkertijd werd hij benoemd als hoogleraar in de ontwikkelingsgenetica bij de Universiteit Utrecht. Met de door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) toegekende Spinoza-premie, een geldbedrag van drie miljoen gulden, richtte Plasterk en de zijnen zich nu vooral op de vraag hoe C. elegans haar 19.099 genen gebruikt om de omgeving te beleven en prikkels van buitenaf in gedrag te vertalen.
Tevens was Plasterk in 2004 lid van de adviesraad van het Nederlandse Tijdschrift tegen de Kwakzalverij.(zie jaargang 115 hier) Sinds september 2018 is hij aangesteld als hoogleraar "Novel strategies for access to therapeutics" aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam.Nieuwsbericht Universiteit van Amsterdam: Ronald Plasterk, hoogleraar Novel strategies for access to therapeutics - website UvA, 6 september 2018
Plasterk is sinds 2001 lid van de KNAW (sinds 2007 "in ruste", dat wil zeggen niet actief lid). Verder was hij lid van de Gezondheidsraad, lid van de raad van bestuur van de Wellcome Trust en lid van de Commissie Biotechnologie bij Dieren (CBD). Tevens is hij lid van het Innovatieplatform.
In 2020 is een wetenschappelijk artikel uit 2007 van Nederlandse en Zwitserse wetenschappers, waaronder Plasterk, in het toonaangevende tijdschrift Science na ampel beraad teruggetrokken wegens een indicatie dat afbeeldingen mogelijk gemanipuleerd konden zijn, ontdekt door wetenschappelijk beeldfraude-detective Elisabeth Bik. Het Hubrecht Instituut startte een onderzoek naar het handelen van de auteurs.
Politieke loopbaan Gemeenteraadslid Van 11 oktober 1982 tot 1 september 1984 was Plasterk gemeenteraadslid in Leiden voor de Partij van de Arbeid. In 2005 en 2006 was hij een van de adviseurs van de Nationale Conventie. In 2006 was hij lid van de programmacommissie van die partij ten behoeve van de landelijke verkiezingen. In die hoedanigheid schreef hij mee aan het verkiezingsprogramma van de PvdA. Ook was hij lid van de commissie Bètacanon.
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Van 22 februari 2007 tot 23 februari 2010 was Plasterk de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in het kabinet-Balkenende IV. Speerpunten van zijn wetenschappelijke beleid waren: Internationalisering van het universitaire onderwijs: hij zet het beleid van zijn voorgangers (sinds Jo Ritzen) voort door universiteiten te stimuleren om colleges in het Engels te geven; Vergroting van de concurrentie onder wetenschappers, bijvoorbeeld door geld dat voorheen via de universiteiten verdeeld werd nu via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) te verdelen. Dat laatste zou ertoe leiden dat wetenschappers veel meer moeite moeten doen om hun projecten gefinancierd te krijgen (of de kwaliteit van het wetenschappelijke onderzoek erdoor verhoogd werd, kon pas later worden beoordeeld); Een duidelijker onderscheid aanbrengen tussen de universitaire bachelor- en masteropleiding; dat zou ertoe moeten leiden dat studenten mobieler worden, bijvoorbeeld door hun studie na de bachelorfase elders in binnen- of buitenland te vervolgen.
Het laatste punt wilde hij bereiken door het invoeren van een zogenaamde harde knip tussen bachelor en master: om aan een master te beginnen moet de bachelorfase volledig zijn afgerond. Zijn plan stuitte op weerstand bij studentenorganisaties, die daartegen twee petities in het leven riepen.geenhardeknip.nlzegneetegendehardeknip.nl De organisatoren van de eerste petitie, voornamelijk lidbonden van de LSVb, organiseerden in december 2008 acties tegen de harde knip.
In oktober 2007 kwam in het nieuws dat Plasterk onder andere overwoog om de basisbeurs voor studenten af te schaffen om verhogingen van lerarensalarissen te kunnen financieren. Dit leidde tot protesten van studenten en de partijen SP, GroenLinks, CDA en ChristenUnie.
In dezelfde periode gaf schrijver Jeroen Brouwers, met bijval uit de culturele wereld, te kennen dat hij het prijzengeld van de hem toegekende Prijs der Nederlandse Letteren, beledigend laag vond en niet in overeenstemming met het statuur van de bekroning (oeuvreprijs voor een auteur die zijn/haar leven aan de literatuur heeft gewijd). De voor de prijs verantwoordelijke Nederlandse Taalunie liet weten dat een verhoging dan wel indexering van het prijzengeld wellicht niet onredelijk was, maar op dat moment reglementair uitgesloten. De Vlaamse minister Bert Anciaux zou volgens Brouwers later het gezichtspunt naar buiten hebben gebracht dat een aanpassing wel mogelijk was geweest, maar dat een 'onbuigzame houding' van minister Plasterk het standpunt van de Taalunie bepaald zou hebben. De weigerachtigheid van Plasterk, tegen de opvatting van de Belgische minister voor Cultuur en de adviesraden in, om het prijzengeld te verhogen gaf de doorslag bij Brouwers beslissing de prijs te weigeren. Het prijzengeld is in 2008, binnen de regeerperiode met Plasterk, ruim verdubbeld van 16.000 euro tot 40.000 euro. Aan Brouwers is de verhoogde prijs niet toegekend. Brouwers wijdde aan de kwestie het polemisch geschrift Sisyphus' bakens.Uitgever: Atlas Contact; , ook verschenen in Jeroen Brouwers, Hamerstukken, Alle polemieken en korzeligheden, Uitgeverij Atlas Amsterdam/Antwerpen, 2010,
Vanwege de afwezigheid van de premier en de vicepremiers was Plasterk in juli 2008 waarnemend premier van Nederland.
thumb|Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Ronald Plasterk (links, met hoed) als deelnemer aan de Canal Parade van 2008 Op 2 augustus 2008 voer Plasterk als minister mee op een schuit in de Canal Parade, de OC&Gay boot, onderdeel van de Amsterdamse Gay Pride. Samen met andere aanwezige bewindslieden, onder wie de minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders, wilde hij daarmee een statement maken vóór de acceptatie van homo's.Plasterk vaart mee met Gay Pride, de Volkskrant, 5 maart 2008 De SGP protesteerde tegen de aanwezigheid van regeringsvertegenwoordigers. Bas van der Vlies, fractieleider van de SGP, noemde het idee 'van de ratten besnuffeld'.SGP woest om Plasterk-boot bij Gay Pride, Elsevier, 5 maart 2008 (dode link)
In het najaar van 2008 kwamen er luide protesten uit de kunstwereld tegen Plasterks voortzetting van het door het kabinet-Kok II gestarte ingrijpende bezuinigingsbeleid in de kunstensector, er werd over een "kaalslag" gesproken.Protestpetitie Hoed waar ben je mee bezig tegen de bezuinigingen op de kunsten, petities.nl (niet meer beschikbaar)Harmen Bockma, Rijk geeft relatief minder aan kunst, de Volkskrant, 30 augustus 2008
Als minister maakte Plasterk op 2 december 2008 bekend dat hij digitale schoolboeken wilde gaan invoeren.Plasterk wil digitale schoolboeken, NOS, 12 december 2008 Voor dit doel was Wikiwijs in het leven geroepen.