Stadskanaal (Gronings: Knoal) is een woonplaats in de gemeente Stadskanaal in de Nederlandse provincie Groningen. Anno heeft het inwoners en behoort daarmee tot de grootste plaatsen in de provincie. Samen met het over de provinciegrens gelegen Nieuw-Buinen, vormt het een dubbelkern met net geen 24.000 inwoners. De plaats is ontstaan als veenkolonie en uitgegroeid tot een regionaal centrum dat de derde winkelstad van de provincie is met 75.142 m2 winkelvloeroppervlak.

Geografie Stadskanaal vormt een van de centra van de Kanaalstreek; het dorpenlint (en in bredere zin ook de omgeving daarvan) dat zich uitstrekt vanaf Stadskanaal via Musselkanaal en Ter Apelkanaal tot aan Barnflair aan de Duitse grens. Een belangrijk deel van de bebouwing van Stadskanaal ligt als een bijna 10 kilometer lang lintdorp langs het gelijknamige kanaal. Dit lintdorp loopt langs het Stadskanaal vanaf de gemeente Veendam naar de gemeente Westerwolde (bij Musselkanaal) over een lengte van 16 kilometer. Aan weerszijden liggen woonwijken, maar de meeste bebouwing bevindt zich aan noordzijde van het kanaal.

Stadskanaal viel tot 1969 deels onder de gemeente Wildervank (Nieuw-Stadskanaal) en deels onder de gemeente Onstwedde. De vroegere scheiding lag bij de Gele Klap over de Krommewijk tussen de Handelsstraat en de Poststraat.

Woonwijken thumb|Bevolking van de plaats Stadskanaal. Grafiek gebaseerd op gegevens van het CBS thumb|Museumspoorlijn STAR Stadskanaal thumb|Europalaan in het centrum van Stadskanaal thumb|Praktijkschool en hoogbouw centrum Stadskanaal thumb|Theater Geert Teis Stadskanaal thumb|Smokey bioscoop in het centrum van Stadskanaal thumb|Refaja ziekenhuis Stadskanaal thumb|Beneluxplein Stadskanaal

Stadskanaal-Noord Dit is het noordelijkste gedeelte van Stadskanaal en viel tot 1969 onder de gemeente Wildervank. De meeste woningen hier liggen aan het kanaal. Vlak bij deze wijk ligt ook het Refaja Ziekenhuis. Parkwijk Dit is een wijk die geheel aan de westzijde van Stadskanaal ligt. De woningen zijn heel verschillend. Er zijn rijtjeswoningen, maar ook vrijstaande huizen. Verder bevindt zich in deze wijk ook een groot park, het Julianapark. De wijk ligt tegenover het centrum, aan de andere kant van het Stadskanaal. Tevens bevat de wijk een verzorgings- en bejaardenhuis en diverse scholen, waaronder een middelbare school. Centrum In het centrum van Stadskanaal zijn er ook woongelegenheden. Dit zijn meestal appartementen of woningen boven winkels. Waterland Dit is de nieuwste wijk van Stadskanaal. Hier staan veel luxe huizen, variërend van twee-onder-een-kap tot vrijstaande villa. Deze wijk ligt niet ver van het ziekenhuis en ook niet ver van het centrum. Maarswold Deze wijk ligt aan de rand van het centrum. Hier staan veel rijtjeswoningen, twee-onder-een-kapwoningen en bungalows. Deze wijk ligt tussen het centrum en Maarsveld in. Maarsstee Deze wijk is opgezet in het midden van de jaren 50 tijdens de bouw van een Philipsfabriek, ook in Stadskanaal. In de straten, die genoemd zijn naar provincies, landen en continenten, staan veel rijtjeswoningen en kleine flats. Deze wijk ligt tussen het centrum en het Pagedal in en zeer dicht bij Busstation Stadskanaal, waardoor het goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. De wijk heeft ook een klein eigen winkelcentrum. Aan de Vlaanderenlaan bevindt zich het uitvaartcentrum "Maarsstee". De wijk is in de periode vanaf 2007 geheel gerenoveerd. Maarsveld Dit is een heel gemengde wijk. Er staan twee grote flats en heel veel rijtjeswoningen en twee-onder-een-kapwoningen. Tevens bevindt zich in deze wijk een straat met huizen die vooral voor gehandicapten zijn bedoeld. In deze huizen is een benedenslaapkamer en genoeg ruimte voor rolstoelers. Recreatiegebied Pagedal In deze "recreatiewijk" is een groot overdekt sportcentrum met een zwembad, tennisbanen enz. Ook is er een grote zwemplas en een grote bos-weilandencombinatie waar gelopen en gefietst kan worden. Verderop zijn er nog een manege en een hertenkamp aanwezig. De Hagen Dit is een wijk waar twee-onder-een-kapwoningen en rijtjeswoningen staan. Het is een wijk die tussen het centrum en de Vogelwijk in ligt. Vogelwijk Dit is een kindvriendelijke wijk naast het Pagedal, met veel twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen. In het "Horsten" gedeelte zijn er meer vrijstaande woningen, terwijl er in het "Hofjes" gedeelte meer twee-onder-een-kapwoningen zijn. Het is een wijk met redelijk veel natuur. De Borgen Deze wijk bestaat vrijwel alleen uit vrijstaande woningen. De wijk, aan de oostzijde van Stadskanaal, grenst aan het Pagedal. Er is redelijk veel natuur in deze wijk. Bedrijventerrein Dideldom en Bedrijventerrein Gedempte Vleddermond Dit zijn de twee grote industrieterreinen van Stadskanaal met een totale oppervlakte van 120 hectare, waarvan 55 hectare op Dideldom. Er is wel woongelegenheid, maar er zijn meestal toch grote bedrijven en doe-het-zelfzaken gevestigd.

Geschiedenis Aanleg van het kanaal en de eerste bewoners De aanleg van het kanaal en de bouw van de plaats werden voorafgegaan door een geheim besluit van de stad Groningen in 1762, waarin overeen werd gekomen om vanaf de Groninger stadslanden in het geheim ook de Drentse gronden te gaan vervenen. Daartoe moest een kanalenstelsel naar het zuidoosten worden gegraven om vandaar uit ook het veen uit de Drentse gebieden te kunnen afvoeren. De traditionele 'stichtingsdatum' van de plaats is 11 februari 1765, toen de burgemeester en de raad van de stad Groningen het besluit namen om het Oosterdiep bij Wildervank te verlengen tot aan Bareveld en van daaruit parallel aan de Semslinie 335 meter ten noordoosten daarvan een nieuw kanaal te graven naar het zuidoosten om de veenkoloniën van het zuidoosten van de provincie Stad en Lande en het oosten van het Landschap Drenthe te kunnen vervenen. Dit werd het Stadskanaal, dat letterlijk "kanaal van de Stad (Groningen)" betekent. Het kanaal werd door een honderdtal Groningse en Duitse arbeiders met de hand gegraven onder leiding van verveners als Jan Uniken en de families Van der Tuuk, Bosscher, Spier en Oosterwijk. Het Stadskanaal kreeg een dubbel kanalenstelsel met een hoofddiep en een achterdiep. Het achterdiep kreeg de naam Boerendiep,Het Boerendiep lag op de plek van de wegen Noorderdiep, Esdoornstraat, Boerhaavestraat, Berkenstraat, Bevrijderslaan, Verlengde Boerendiep, Boerendiep, Continentenlaan, Stadshart, Navolaan en Veenstraat om aan het eind daarvan uit te monden in het Musselkanaal. dat vanaf 1783 werd gegraven. De eigenlijke stichting van de plaats vond echter pas plaats in 1787 toen de eerste veenplaatsen werden uitgegeven en de eerste twaalf houten huizen van Stadskanaal verrezen ten noorden van de Pekelderweg (de huidige Scheepswerfstraat) op de hoek met de Pekelderstraat. Aan overzijde van het Pekelderdiep staat sinds 2002 aan een onverhard weggetje (bereikbaar vanaf de weg Noorderdiep) achter de huizen het kunstwerk '1787' van Jorgen Leijenaar ter nagedachtenis aan deze eerste bewoners. Kort daarop verrees nog een 13e woning, waarschijnlijk voor de stadsopzichter. De eerste huizen verrezen bewust aan noordzijde van het kanaal omdat de stad Groningen alleen Groningers en geen Drenten als bewoners wilde. Deze houding zorgde ervoor dat er tot op heden veel minder huizen aan zuidzijde van het kanaal staan. Vervolgens werd de eerste houten sluis (het Springersverlaat) aangebracht in het kanaal. In 1789 was het het hoofddiep gevorderd tot de Buinerstreng (de huidige Buinerweg). In eerste instantie waren de huizen van de plaats verdeeld over de gemeenten Wildervank, Onstwedde en Pekela. In 1802 werd de eerste 'Stadskanaalster' geregistreerd (een dopeling). In 1810 waren er volgens een schoolopziener echter al 66 schoolkinderen, waarvoor in 1816 een school werd gebouwd. De bewoners van deze afgelegen veenkolonie waren zeer arm: De schoolopziener schreef "Deze veenkolonie [...] bestaat tot nog toe meest uit geringe bewoners van hutten en kleine huisjes bij het nieuwe veen gebouwd; onbeschaafdheid heerscht hier nog in eene groote maat." De eerste bewoners werden ook wel beschouwd als anarchisten die bij onenigheid over het loon in staking gingen of zelfs het veen in brand staken. Het vormde een van de plekken waar mensen woonden die liever onder de radar bleven. In de buurt zwierven dieven rond die onder andere schapen stalen. Ook werd er veel gesmokkeld in dit afgelegen gebied.

Rond 1800 ontstond onenigheid tussen de Groningers en Drenten over wie de kosten zou moeten betalen voor de aansluiting van de Drentse veengebieden op het Stadskanaal. De Drenten legden monden aan naar het kanaal, maar de stad liet deze weer dichtgooien. Ook werd de verdere aanleg van het kanaal eerst stopgezet. Na een bezoek van koning Willem I in 1814 werd overeengekomen dat de Drenten mee moesten meebetalen en werd de aanleg weer voortgezet. In 1815 was het kanaal gevorderd tot de plek van de latere watertoren van Stadskanaal. Het kanaal zorgde voor een enorme groei van de plaats. Tussen 1818 en 1849 nam de bevolking met 600 procent toe, waardoor er een lintdorp van vooral boerderijen en woonhuizen ontstond aan beide zijden van het hoofddiep en aan noordzijde van het Boerendiep. De 8 schutsluizen in het kanaal (waarvan 3 in Stadskanaal) zorgden voor veel oponthoud bij de turfschepen, die vaak lang moesten wachten. Op deze plekken verrezen veel winkels zoals bakkers, kruideniers, slagers en 'lapjeslui' waar de schippers inkopen konden doen. In 1830 verrees de eerste (hervormde) kerk, gevolgd door een (afgescheiden) kerk in 1835, een katholieke kerk in Zandberg in 1843 en een doopsgezinde vermaning in 1851. Ook uit die tijd dateert de Familiebegraafplaats Uniken van de eerder genoemde verveender Jan Uniken. Tegenover de Dalweg verrees tussen het Springersverlaat en de weg naar Gasselterboerveenschemond het gehucht Bonnermond (de enige mond op Gronings grondgebied), dat later opgenomen werd in de kern van Stadskanaal.

Industrie en spoorverbindingen In 1856 bereikte het kanaal Ter Apel. Door het verder verlengen van het kanaal tot Munnekemoer bij de Duitse grens in 1865 nam het verkeer over het kanaal toe. Ook verplaatste het centrum zich hierdoor van haar oorspronkelijke locatie ten oosten van de Pekelderstraat verder naar het zuidoosten, om in de jaren 1930 uit te komen in het gebied tussen de Drouwenermond en de Buinermond. De arme dalgronden die achterbleven na de vervening werden lange tijd niet bemest omdat de arme bewoners geen geld hadden om de dure stadsdrek te kopen. Met de introductie van de kunstmest en de opkomst van de aardappel vanaf ongeveer 1850 werden de gronden echter door externe kolonisten opgekocht en met name vanaf het Boerendiep tot ontwikkeling gebracht. Zij lieten hier ook een aantal oldambtster boerderijen bouwen. De aardappel leidde vanaf het tweede deel van de 18e eeuw tot de bouw van enkele moutstokerijen langs het kanaal (van Johannes van der Tuuk en Smit & Bosscher), waarbij het afval van de aardappels gevoederd werd aan ossen die in een aangrenzende stal werden vetgemest voor export naar Engeland. Vanwege de kleine schaal van de landerijen verrezen er vooralsnog geen strokartonfabrieken. De moutstokerijen konden uiteindelijk echter niet op tegen de goedkopere en kwalitatief betere moutwijn uit Schiedam en sloten daarop hun deuren. In 1861 kreeg Stadskanaal een spoorverbinding met Veendam door de aanleg van een paardentramlijn door de Eerste Groninger Tramway-Maatschappij. In 1866 werd op de plek van de voormalige moutstokerij van Smit & Bosscher aardappelmeelfabriek "Stadskanaal" opgericht door Willem Albert Scholten. In 1871 waren er verder vijf scheepswerven en een groot aantal smederijen bij Stadskanaal. In 1910 was het aantal scheepswerven tussen Bareveld en de IJzeren Klap bij Musselkanaal gestegen tot 16. Hier werden zowel turfschepen, kust- als zeeschepen gebouwd.