De Nederlandse Wet op de omzetbelasting 1968 (kortweg Wet OB 1968) uit 28 juni 1968 regelt de omzetbelasting volgens het stelsel van heffing over de toegevoegde waarde (btw), die in 1969 is ingevoerd, en het eerdere cumulatieve cascadestelsel verving. De wet was een implementatie van de zogenaamde eerste en tweede btw-richtlijnen van de Europese Gemeenschap.

Nederlandse wetgeving in relatie tot EU-richtlijnen De introductie van het Nederlandse btw-stelsel per 1 januari 1969 is gebaseerd op de Eerste en Tweede btw-richtlijn van de EU en is later verder geharmoniseerd. Met name de Zesde btw-richtlijn, die per 1 januari 2007 is vervangen door de btw-richtlijn () die in Nederland met ingang van 1 januari 1979 heeft geleid tot belangrijke aanpassingen van de Wet, neemt een belangrijke positie in.

Werking omzetbelasting Omzetbelasting (of btw) wordt geheven over de toegevoegde waarde. De producenten en leveranciers verhogen de prijs van een product of dienst met het bedrag van de btw. Achteraf moeten zij dit btw-bedrag aan de staat voldoen. Het lijkt alsof de ondernemer de omzetbelasting betaalt, maar in werkelijkheid wordt de btw doorberekend aan de consument (ook wel eindverbruiker genoemd). Een omzetbelasting werkt proportioneel als er maar één tarief is, doordat iedereen dan hetzelfde percentage over al zijn aankopen betaalt. Nederland kent drie btw-percentages, te weten 21%, 9% en 0%. Hiernaast kent Nederland nog prestaties die voor de omzetbelasting vrijgesteld zijn en activiteiten die voor de omzetbelasting niet als prestaties gezien worden (bijvoorbeeld dividend).

Omzetbelasting vanwege levering van goederen of verrichten van diensten Omzetbelasting wordt onder andere geheven van de (niet vrijgestelde) ondernemer die goederen levert of diensten verricht in Nederland. Verricht een ondernemer een dergelijke prestatie buiten Nederland dan is deze hierover geen Nederlandse omzetbelasting verschuldigd.

Al wordt de bij de belastingplichtige de omzetbelasting geheven, het drukt in de meeste gevallen niet op hem, maar op de consument (of eindverbruiker). Deze betaalt uiteindelijk de volledige prijs inclusief btw van het product of dienst.

Indien en voor zover de afnemer van die prestatie kan aantonen dat hijzelf een belastingplichtig ondernemer is en de aan hem geleverde prestaties worden gebruikt binnen zijn onderneming, kan hij de betaalde belasting als voorbelasting terugkrijgen van de fiscus.

Meestal is de verhuur van een onroerende zaak vrijgesteld van btw.Btw bij verhuur van een onroerende zaak

Omzetbelasting vanwege aankopen in andere EU-landen Daarnaast is een ondernemer die in een ander EU-land goederen koopt Nederlandse omzetbelasting verschuldigd. In dit geval wordt dus geen buitenlandse btw door de leverancier in rekening gebracht. Er is in dit geval sprake van een intracommunautaire levering. De ondernemer die de goederen koopt dient deze btw bij zijn maandelijkse aangifte omzetbelasting op te geven. Ook in dit geval heeft de ondernemer recht op voorbelasting. Deze dient hij gelijktijdig bij de intracommunautaire verwerving op de aangifte aan te geven. Dit betekent dat er effectief geen btw wordt afgedragen.

Omzetbelasting vanwege invoer Ook bij invoer wordt omzetbelasting geheven. Hiervan is sprake indien goederen van buiten de EU worden vervoerd. In tegenstelling tot de levering van goederen, het verrichten van diensten en het aankopen uit andere EU-landen wordt bij invoer ook geheven van niet-ondernemers (particulieren).

De belasting wordt geheven door de douane bij invoer. Bij invoer dient gelijk te worden betaald. Voor ondernemers die veel invoeren is dit nogal bezwaarlijk. Voor deze groep is een verleggingsregeling mogelijk. Dit houdt in dat zij dat wat zij invoeren op aangifte mogen vermelden.

Aangiftebelasting Omzetbelasting is een aangiftebelasting. Dit houdt in dat de belastingplichtige (meestal ondernemer) bij het doen van aangifte gelijk een aanslag oplegt. Dit in tegenstelling tot aanslagbelastingen (onder andere inkomstenbelasting). Daar wordt de aanslag door de inspecteur van de Belastingdienst opgelegd. De aangifte en de betaling dient uiterlijk één maand na het verstrijken belastingtijdvak bij de Belastingdienst binnen zijn.

Het doen van aangifte kan digitaal. Dit loopt via een beveiligd gedeelte (met HTTPS). Hiervoor moet een gebruikersnaam worden aangevraagd. Het kan maximaal acht werkdagen duren voor men een gebruikersnaam krijgt. Eerst wordt via de post een gebruikersnaam gestuurd en enkele dagen later een wachtwoord. DigiD werkt hier (nog) niet.

Gegevens moeten worden ingevuld over: Prestaties binnenland Levering diensten met hoog tarief, met laag tarief, met overige tarieven, privégebruik en 0-tarief Verleggingsregelingen binnenland (betaalde btw) Prestaties naar/in het buitenland (naar landen buiten de EU, naar landen binnen de EU, installatie/afstandsverkopen). Hiervoor moet een extra opgave Opgaaf intracommunautaire prestaties gedaan worden Prestaties vanuit het buitenland (vanuit landen buiten de EU, vanuit landen binnen de EU) Voorbelasting en kleine ondernemers (voorbelasting, vermindering volgens de kleineondernemersregeling, schatting vorige aangiften, schatting deze aangifte).

Eventueel te betalen belasting dient binnen de gestelde termijn overgemaakt te worden.

Belastingplichtige Bij de omzetbelasting staat de belastingplichtige centraal. De wet op de omzetbelasting hanteert in artikel 7 van de wet de fictie dat een belastingplichtige ondernemer is.

De wet definieert het zijn van ondernemer als eenieder die een bedrijf uitoefent. Waarbij toegevoegd is dat onder een bedrijf ook verstaan wordt: een beroep; de exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen.

In lid 6 van dit artikel is bepaald dat degene die anders dan ondernemer, een nieuw vervoermiddel levert die wordt verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat, voor die levering als ondernemer wordt aangemerkt. Dit houdt in dat in deze gevallen een particulier ook belastingplichtig kan zijn voor de omzetbelasting.

Belastbaar feit Belastbare feiten zijn: leveringen van goederen en diensten onder bezwarende titel. Dit betekent dat de levering of dienst die gratis (om niet) wordt verricht geen belastbaar feit is; verwervingen uit andere EU-landen (intracommunautaire verwervingen) van goederen onder bezwarende titel: hier dient sprake te zijn van een ondernemer die goederen uit een ander EU-land verwerft. Behalve ondernemers kan het hier ook gaan om rechtspersonen die geen ondernemer zijn; verwervingen van vervoermiddelen onder bezwarende titel uit een ander EU-land (intracommunautaire verwervingen): in dit geval is het niet van belang of de verwerver ondernemer, particulier of een rechtspersoon is. Zodra een vervoermiddel uit een ander EU-land wordt verworven is deze belastingplichtige voor de omzetbelasting. invoer van goederen: ook hier is het niet van belang wie invoert. Bij invoer is de invoerder belastingplichtige.

Wat levering van goederen zijn is in de wet in de artikelen 3 en 3a geregeld. Diensten zijn alle prestaties die geen levering van goederen zijn in de zin van artikel 3 van de wet. Dit is in artikel 4 lid 1 van de wet geregeld.

Plaats van levering Om te bepalen waar een levering belast is, is het van belang om te weten waar de plaats van levering is. Alleen indien de plaats van levering zich in Nederland bevindt is deze daar belast.

De plaats waar een levering wordt verricht is in de meeste gevallen de plek waar goed zich bevindt op het tijdstip van levering. Daar zijn een aantal uitzonderingen op: Als het goed in verband met de levering wordt verzonden of vervoerd (tenzij deze tijdelijk wordt wordt gebruikt in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer ten behoeve van een door de ondernemer verrichte dienst) is de plaats van levering daar waar de verzending of het vervoer aanvangt. in geval van een levering van goederen aan boord van een schip, vliegtuig of trein en tijdens het gedeelte van een binnen de Unie verricht passagiersvervoer, de plaats van vertrek van het vervoer van passagiers.

Indien door een leverancier of in dienst opdracht goederen worden ingevoerd is de plaats van levering daar waar de goederen worden ingevoerd indien de plaats van vertrek van de verzending of het vervoer van de goederen in een derde-land (een niet EU-land) ligt.

Op deze bepalingen zijn in de wet vele uitzonderingen gemaakt in de artikelen 5a en 5b van de wet.

Plaats van dienst Net als bij een levering is het van belang te weten waar de plaats van dienst zich bevindt. Alleen als dat in Nederland is, is deze in Nederland belast.

De hoofdregel is dat de plaats van dienst is: indien de dienst wordt verricht voor een ondernemer is de plaats van dienst daar waar die ondernemer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of in het geval van een vaste inrichting daar waar de vaste inrichting van deze onderneming zich bevindt; indien de dienst wordt verricht voor andere dan ondernemers dan is de plaats van dienst de woonplaats of de gebruikelijke verblijfplaats van de dienstverlener.

De wet noemt vervolgens allerlei uitzonderingen op deze hoofdregel. Zo bepaalt de wet dat de plaats van dienst bij personenvervoer daar is waar het vervoer zich bevindt. Indien het vervoer zich in meerdere lidstaten of derde-landen bevindt is de plaats van dienst dan ook in meerdere lidstaten of derde-landen. Andere uitzonderingen zijn onder andere voor diensten voor onroerend goed, restaurant- en cateringdiensten, kortdurende verhuur van een vervoermiddel en culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke activiteiten.

Tarieven Binnen de omzetbelasting bestaan verschillende tarieven. Thans worden in Nederland de volgende tarieven gehanteerd: een algemeen tarief van 21%, een verlaagd tarief van 9% en een nul-tarief. In de uitvoeringssfeer wordt een door de staatssecretaris goedgekeurd tarief van 13% gehanteerd voor sportkantines ('kantine-regeling') Maximum omzet fondsenwervende activiteiten: Overschrijding maximumbedrag bij sportverenigingenOmzetbelasting, fondswerving en kantines.

Vrijgestelde prestaties Over het leveren van bepaalde goederen, zoals in Nederland medicijnen op doktersrecept door een apotheek, en het verrichten van bepaalde diensten, zoals het geven van onderwijs, het verlenen van medische hulp en de meeste diensten, die een bank verleent, wordt geen omzetbelasting geheven. Deze leveringen en diensten zijn vrijgesteld. Anders dan bij iedere andere belasting heeft een vrijstelling in de OB wel een nadelig effect. Aan de ene kant rekent de ondernemer geen belasting over de prestatie, maar aan de andere kant kan de ondernemer de op de prestatie drukkende voorbelasting ook niet terugvragen. Er wordt wel eens gezegd: 'de vrijgestelde ondernemer is belast, de belaste ondernemer is vrijgesteld'. De hierop betrekking hebbende voorbelasting, zoals de btw die over kantoor-, telefoon- en accountantskosten in rekening is gebracht, kan dan niet verrekend worden. Deze btw behoort dan dus gewoon tot de bedrijfskosten.

Het nultarief (0%) Op goederen die vanuit Nederland naar een andere EU-lidstaat worden vervoerd drukt geen omzetbelasting. Hierop is het zogenaamde nultarief van toepassing. De ondernemer zal dan wel het btw-nummer van de klant moeten opvragen en periodiek een lijst overleggen aan de Belastingdienst (de zogenaamde 'listing'). Voorwaarde is dat er bij aankomst van de verzending of het vervoer belasting wordt afgedragen ter zake van de intracommunautaire verwerving van de goederen. Bijzonder aan het nultarief is dat de ondernemer wel zijn recht behoudt op aftrek van de voorbelasting. Dit in tegenstelling tot de vrijgestelde ondernemer.