thumb|Landingsvaartuigen in Wilhelmshaven Unternehmen Seelöwe (Nederlands: "Operatie Zeeleeuw") was een Duits plan voor een invasie in het Verenigd Koninkrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de snelle Duitse overwinning in het westen in mei en juni 1940, de Slag om Frankrijk, werden er plannen gesmeed om ook Groot-Brittannië binnen te vallen. Het plan werd nimmer uitgevoerd, mede door de verloren Slag om Engeland.
De strategie Hitler besluit een landing in Engeland voor te bereiden Na de Duitse overwinning op Frankrijk in juni 1940 dacht Adolf Hitler dat de Britten om vrede zouden vragen. Het scheen hem toe dat hun positie hopeloos was. Met Frankrijk was een wapenstilstand gesloten op in zijn ogen milde voorwaarden. Het Franse grondgebied werd slechts ten dele bezet zodat er een autoritaire vazalstaat Vichy-Frankrijk overbleef die officieel neutraal was en de koloniën bestuurde. Langs diplomatieke weg liet men aan de Britten doorschemeren dat er een nog veel gunstiger regeling mogelijk was. Inderdaad had een deel van het Britse kabinet, met name minister van buitenlandse zaken Lord Halifax, al eind mei door bemiddeling van het toen nog neutrale Italië tot vrede willen komen, maar de nieuwe Britse premier Winston Churchill had dit initiatief gesaboteerd. Hij begreep dat men zich door het aangaan van onderhandelingen op een hellend vlak zou begeven. Hitler zou een sterke democratische Britse staat nooit kunnen vertrouwen en dus steeds verdergaande eisen stellen. Men zou de controle over sleutelposities als Gibraltar, Malta en Suez gaan verliezen en beperkingen opgelegd krijgen ten aanzien van leger, luchtmacht en vloot terwijl Duitsland snel en ongelimiteerd in sterkte zou toenemen. Een nieuwe Britse regering zou de Duitsers goed gezind moeten zijn en blijven. Dat zou slechts gegarandeerd kunnen worden door een inperking van de normale democratische besluitvorming. Het onvermijdelijke resultaat van dit proces zou een Britse fascistische staat zijn, onderworpen aan Duitsland.
Toen het in Londen stil bleef, bood Hitler zelf op 19 juli op het eind van een twee uur lange redevoering in de Reichstag te Berlijn, toen gehouden in de Krolloper, vrede aan, zonder in details te treden. Hij zei dat hij geen enkele reden zag de oorlog voort te zetten maar dat het voortduren daarvan zou leiden tot de ondergang van een van beide imperia — en dat zou niet het Duitse zijn. De Britse regering reageerde hier niet op terwijl de pers het aanbod afschilderde als een brutale poging door intimidatie het Britse volk tot een schandelijke overgave te bewegen.
Hitler was verbaasd en geërgerd door deze reactie maar hij had er na een maand wachten al rekening mee gehouden. Op 16 juli had hij de Weisung Nr. 16 über die Vorbereitung einer Landungsoperation gegen England laten uitgaan, dus het bevel tot een voorbereiding van een invasie over zee van Groot-Brittannië. De tekst daarvan was kort en meer aarzelend dan de gebruikelijke inhoud van zulke Führer-Weisungen. Het begon aldus: Da England, trotz seiner militärisch aussichtslosen Lage, noch keine Anzeichen einer Verständigungsbereitschaft zu erkennen gibt, habe ich mich entschlossen, eine Landungsoperation gegen England vorzubereiten und, wenn nötig, durchzuführen. Zweck dieser Operation ist es, das englische Mutterland als Basis für die Fortführung des Krieges gegen Deutschland auszuschalten, und wenn es erforderlich werden sollte, in vollem Umfang zu besetzen ("Aangezien Engeland, ondanks zijn militair uitzichtsloze situatie, nog geen tekenen toont van een bereidheid om tot een overeenkomst te komen, heb ik besloten, een landingsoperatie tegen Engeland voor te bereiden en, indien nodig, uit te voeren. Het doel van deze operatie is om het Engelse moederland als basis voor de voortzetting van de oorlog tegen Duitsland uit te schakelen, en wanneer het vereist mocht zijn, in volle omvang te bezetten").
In de tekst klonk de hoop door dat alleen al de concrete dreiging van zo'n invasie de Britten eieren voor hun geld zou laten kiezen. De instructie gaf weinig concrete aanwijzingen waaruit zo'n operatie nu precies zou moeten bestaan en dat weerspiegelde het feit dat een echte planning nog maar pas op gang was gekomen en dat er weinig overeenstemming was tussen de krijgsmachtonderdelen over uitvoerbaarheid en omvang van een dergelijk project.
Eerste planning Hitler begon pas aanvalsoperaties tegen het Verenigd Koninkrijk voor te bereiden na het Verdrag van München, eind september 1938. Meestal wordt dat als een groot diplomatiek succes voor Duitsland voorgesteld maar daar dacht de Führer persoonlijk heel anders over. Hij voelde zich vernederd en was razend dat het VK gewaagd had tussenbeide te komen in zijn onderwerping van Tsjecho-Slowakije. Onmiddellijk werd een groot deel van de wapenindustrie omgeschakeld naar de massaproductie van de Junkers Ju 88, een snelle bommenwerper met het bereik om doelen in Engeland te bedreigen. In het geval van een oorlog wilde men Nederland bezetten als een uitvalsbasis voor zulke aanvallen.
Een eerste vermelding van een mogelijke landing duikt op in augustus 1939, in de staven van het Oberkommando der Wehrmacht (OKW), het opperbevel van de gezamenlijke strijdkrachten. Gezien de dreiging van een oorlog houdt men rekening met grote operaties die zouden kunnen resulteren in een Duitse beheersing van het continent. Aangestipt wordt dat het dan nodig zou kunnen zijn om een invasie van Engeland uit te voeren om de oorlog te beëindigen. Na het begin van de oorlog, besloot het OKW op 14 november 1939 bij het uitvoeren van Fall Gelb ook het zuiden van Nederland te bezetten. De Kriegsmarine beval op 15 november te onderzoeken in hoeverre een beheersing van Zeeland mogelijkheden bood voor landingsoperaties in Engeland. De Studie Rot door kapitein Hans-Jürgen Reinicke concludeerde op 1 december dat zo'n aanval geen kans op succes had tenzij de Britse luchtmacht en marine van tevoren waren uitgeschakeld, in welk geval landingen vermoedelijk overbodig waren. Het Oberkommando des Heeres (OKH), het opperbevel van de landmacht, liet overste Carl-Heinrich von Stülpnagel en majoor Helmuth Stieff op 13 december een plan opstellen voor een landing met honderdduizend man in drie of vier divisies op de Engelse oostkust, in East Anglia, Nordwest geheten, en legde dit ter beoordeling voor aan de luchtmacht en marine. Die krijgsmachtonderdelen waren op 30 december uitgesproken negatief in hun oordeel. De marine zou een invasiemacht niet veilig over de Noordzee kunnen escorteren en de Luftwaffe zou slechts tot een beperkte luchtondersteuning in staat zijn.
In april 1940 voerden de Duitsers Operatie Weserübung uit, de invasie van Denemarken en Noorwegen. Op zich leek deze actie veel goeds te beloven voor een toekomstige landing in Engeland, zoals sommige verontruste Britse parlementsleden al opviel. Voor de neus van de Britten had men over grote afstand gewaagde luchtlandingen en zeelandingen uitgevoerd, de bruggenhoofden effectief ondersteund, het luchtoverwicht verworven, de Britse marine en luchtmacht zware verliezen toegebracht en een Brits expeditielegertje weer verdreven. Tot het eind van de oorlog zou men de bezettingstroepen in Noorwegen over zee weten te bevoorraden. Met de gevreesde Britse beheersing van de Noordzee viel het dus wel mee. Daartegenover stond dat de operatie voor de Kriegsmarine op een catastrofe was uitgelopen. Meer dan de helft van alle grotere Duitse oppervlakteschepen was uitgeschakeld. Drie kruisers, tien torpedobootjagers en acht onderzeeërs hadden Noren en Britten tot zinken gebracht.
Aanloop tot Weisung Nr 16 Het voor de Duitsers zelf nog tamelijk onverwachte succes van Fall Gelb schiep al eind mei 1940 de noodzaak tot het opstellen van concrete plannen voor de voortzetting van de oorlog tegen Engeland — en ook een gunstiger uitgangspositie voor het verloop daarvan. Op 21 mei onthulde grootadmiraal Erich Raeder het bestaan van de eerdere planning in een onderhoud met Hitler, die er echter geen belangstelling voor toonde. Op 27 mei kwam de marine met een nieuwe studie waarin het toekomstige bezit van de Franse kanaalhavens meegenomen was. Op 31 mei begon men alle civiele scheepsruimte te vorderen. Op 20 juni had Raeder opnieuw een onderhoud met de Führer die een relaas over de voorwaarden voor een landing zonder enthousiasme aanhoorde maar veel aandacht besteedde aan twee in feite onuitvoerbare projecten: Operatie Ikarus, de invasie van IJsland, en het Madagaskarplan, de door de Kriegsmarine te escorteren deportatie van de Europese Joden naar deze Franse kolonie. Na afloop zei Hitler tegen zijn persoonlijke marineattaché: "Hoe kunnen we zo'n soort operatie uitvoeren? Het schijnt mij totaal onmogelijk toe. De verliezen zullen zwaar zijn en er is geen garantie op succes".
Begin juni begon ook de landmacht concrete plannen te maken. Dat was echter niet op initiatief van Hitler die nog op 15 juni 1940 opdracht gaf het leger door demobilisatie te reduceren van 167 tot 120 divisies met als uitgangspunt dat marine en luchtmacht alleen de oorlog tegen het VK zouden voortzetten. Op 17 juni besloot het OKW als zodanig nog van planning af te zien, zolang de Führer geen duidelijk besluit daartoe genomen had. Intussen begon ook de Luftwaffe, die hoe dan ook een luchtoorlog met het VK zou voeren, de vooruitzichten daarvoor aan te geven. Men verwachtte binnen twee tot vier weken de Royal Airforce verslagen te hebben. Op 30 juni stelde het OKW een lijst op van zes verschillende opties: diplomatie; blokkade; terreurbombardementen; invasie; aanvallen op Gibraltar, Malta en Suez; of passief consolideren. Op 2 juli 1940 gaf Hitler toestemming om een mogelijke invasie voor te bereiden en besloot het OKW een plan te maken voor een landing met vijfentwintig tot veertig divisies. Op 13 juli hadden chef generale staf Franz Halder en landmachtcommandant Walther von Brauchitsch hierover een bijeenkomst met Hitler. Die gaf zijn fiat aan het plan, tegen zijn gewoonte in zonder belangstelling te tonen voor details of wijzigingen voor te stellen. Het resultaat van die bespreking lag ten grondslag aan Weisung Nr 16. Een plan van de marine voor een landing op korte termijn op een smal front, nu de Britse verdediging nog zwak was, Studie England opgesteld door Konteradmiral Helmuth Fricke, werd niet aan Hitler voorgelegd.
Het plan voor een breed front thumb|upright=1.7|Het "Breed Front"-plan voor Unternehmen Seelöwe. Het "Smal Front" lag tussen kaap Beachy Head en Dover Op 16 juli 1940 gaf Hitler een zeer algemene opzet aan voor een invasie waarvoor men een maand later, dus midden augustus, klaar moest zijn. Het moest een verrassende overtocht worden in breiter Front, tussen Ramsgate en een positie ten westen van Wight. Nader moest onderzocht worden of men in een voorbereidende aanval Wight en Cornwall moest bezetten, waarbij er niet op ingegaan werd wat dit voor gevolgen zou hebben voor het verrassingseffect. Dat het plan van de landmacht afkomstig was, bleek duidelijk uit de ondersteunende rol die aan de luchtmacht en marine toebedeeld was. Er is vaak op gewezen dat het leger kennelijk de invasie als een buitenmodel rivierovergang zag, een term die chef-staf operaties OKW, Alfred Jodl, op 12 juli inderdaad in een memorandum gebruikte. Letterlijk werd in Weisung Nr 16 gesteld: wobei Teilen der Luftwaffe die Rolle der Artillerie, Teilen der Kriegsmarine die Rolle der Pioniere zufallen wird. De bekende noties van de luchtmacht als "vliegende artillerie" en van de marine als genie, zouden onvermijdelijk veel ergernis bij die wapens opwekken.