thumb|Studentendoop in Leuven (2005) thumb|Ontgroening van nieuwe leerlingen van de Middelbare Technische School in Haarlem (1937) Een ontgroening (in Nederland) of studentendoop (in Vlaanderen) is een overgangsritueel dat deel uitmaakt van de folklore binnen bepaalde studentenverenigingen. Het is een beproeving die potentiële nieuwe leden van een studentenvereniging, in Vlaanderen schachten genaamd, tijdens hun verplichte introductietijd moeten doorstaan voordat ze officieel als lid worden ingewijd.
Na de ontgroening of doop volgt een rituele inwijding als "comillito" (Vlaanderen) of volwaardig lid. Dit ritueel wordt in Nederland inauguratie genoemd, in Vlaanderen spreekt men van banjer of ontgroening.
Ontgroeningen variëren sterk naargelang van vereniging tot vereniging en van onderwijsinstelling tot onderwijsinstelling. Niet alle Nederlandse en Vlaamse studentenverenigingen kennen een ontgroening.
Niet zelden bevat het zowel ludieke als mentaal en/of fysiek uitdagende beproevingen. Dit maakt dat er ook enige controverse hangt rond het ritueel. In de publieke opinie wordt het ritueel vaak geassocieerd met vernedering, geweld, overmatig drankgebruik en machtsmisbruik, en er is een breed maatschappelijk debat ontstaan met voor- en tegenstanders. Hoewel niet alle ontgroeningen even hard zijn en studenten het niet altijd als een negatieve ervaring beschouwen, komen ze met regelmaat in opspraak, vooral na ernstige ongelukken of gevallen van grensoverschrijdend gedrag.
Ook buiten België en Nederland komt ontgroening voor onder studentenverenigingen, bijvoorbeeld bij de Amerikaanse fraternities en sororities. Sommige landen, zoals Frankrijk, verbieden een ontgroening of bizutage.
Oorsprong Rituelen om aspirant-leden stevig op de proef te stellen komen al voor sinds het ontstaan van kloosters. Johannes Cassianus (ca. 365 - 435) beschrijft in zijn boek Institutiones (ca. 415) de volgende praktijken: "vernedering en onderwerping (..), op de knieën werpen voor alle broeders die voorbijgaan, stelselmatig worden afgewezen en misprezen, overladen worden met beledigingen en verwijten (..), overal toestemming voor moeten vragen, zelfs voor de stoelgang (..), nooit de uitvoerbaarheid van opdrachten ter discussie mogen stellen, zelfs niet van onuitvoerbare opdrachten".Johannes Cassianus, Institutiones, ca. 415, in vertaling: Instellingen, vertaald door Ida van Brabant, Abdij Bethlehem, Bonheiden (België), pp 63-69
Het begrip doop kent haar oorsprong in de Bijbel, en is het sacrament tot inwijding tot het christendom. Later is dit woord ook in andere contexten populair geworden, vooral in de betekenis als overgangsritueel. Inwijdingen als deze komen voor in verschillende culturen en groepen over heel de wereld doorheen de menselijke geschiedenis. Doorgaans hebben ze een hoge symbolische waarde waarbij de buitenstaander de oude maatschappelijke of sociale status achter zich laat, zich moet bewijzen door beproevingen en uiteindelijk wordt "wedergeboren" in een nieuwe maatschappelijke status als deel van de gemeenschap.
Ontgroeningspraktijken De methoden van ontgroening lopen van onschuldige plagerijen tot strafbare feiten. Behalve tussen geoorloofde en ongeoorloofde praktijken kan men ook onderscheid maken tussen ontgroening op grond van gelijkheid en ontgroening op grond van ongelijkheid. Wanneer op grond van gelijkheid wordt ontgroend heeft de activiteit meer het karakter van een kennismaking. De nieuwe leden wordt iets uitgelegd, ze kunnen vragen stellen, en worden als gelijken bejegend. Bij ontgroening op grond van ongelijkheid is dit anders en dienen de nieuwe leden te luisteren of opdrachten te doen, waarbij verbale druk wordt uitgeoefend. De constante verbale en mentale druk die op de nieuwe leden wordt uitgeoefend kan voor sommigen een reden zijn na verloop van tijd te stoppen met de ontgroening. Het feit dat een bepaalde activiteit op de lijst voorkomt wil niet zeggen dat het algemene praktijk is. Zoemen: De nieuwe leden moeten de vingers in hun eigen of andermans oren stoppen en zoemgeluiden maken. Het is een populaire manier om de nieuwe leden tijdelijk bezig te houden. Liedje zingen: De nieuwe leden moeten een lied zingen of leren. De nieuwe leden krijgen een liederenbundel en het is de bedoeling dat ze een aantal liederen uit hun hoofd leren zingen. Er wordt dan ook zeer veel gezongen op de ontgroening. Het jaarlied: Soms kiezen de ouderejaars een jaarlied, soms moeten de nieuwe leden zelf jaarliederen bedenken en wordt de beste gekozen. Uiteraard moet dit jaarlied flink geoefend worden. Soms moet men het lied voor de ouderejaars zingen, die hier zelf met hun eigen jaarliederen doorheen trachten te schreeuwen. Bij bepaalde verenigingsgelegenheden (bijvoorbeeld het gala, de bestuurswisseling, alumnidagen, feesten en uiteraard de inauguratie en jaarcluberkenning, zingen alle jaren om de beurt hun lied (eventuele alumni inbegrepen). Drank halen (en betalen) voor de ouderejaars. Schoonmaken: De nieuwe leden moeten bepaalde ruimtes schoonmaken, soms met tandenborstels. Corvee: De nieuwe leden krijgen corveedienst. Soms wordt strafcorvee uitgedeeld voor bijvoorbeeld te laat komen of het herkenningsteken niet dragen. Overhoring: De nieuwe leden moeten studiemateriaal over bijvoorbeeld hun vereniging bestuderen en worden later overhoord. Aangezien het grootste plezier er vaak in steekt de nieuwe leden te "straffen" voor foute antwoorden, zijn de vragen vaak overdreven gedetailleerd, komen ze niet in de stof voor, of is de studietijd belachelijk kort. Verstoring van het tijdsgevoel: De nieuwe leden mogen geen horloges of mobiele telefoons meenemen zodat hun tijdsgevoel verstoord raakt. Dit werkt met name goed als het grootste deel van de ontgroening binnenshuis plaatsvindt. Het effect wordt versterkt als de nieuwe leden hierbij worden opgesloten in een volledig afgesloten kamer zonder ramen of als alle ramen in het huis worden dichtgeplakt. Dan kunnen de nieuwe leden hierbij ook niet naar buiten kijken en raken ze echt hun volledige oriëntatie kwijt. Opdrachten uitvoeren: De nieuwe leden moeten opdrachten uitvoeren. Soms moeten ze helpen met bijvoorbeeld het opzetten van een feesttent, schoonmaken van verenigingshuizen of de ouderejaars bedienen. Soms bestaan de opdrachten uit spelletjes die het groepsgevoel moeten versterken, zoals samen iets bouwen of maken. Soms zijn de opdrachten ook zinloos, bijvoorbeeld 100 meter hinkelen of doen alsof je een kikker bent. Evenals corvee leent het laten uitvoeren van opdrachten (zinvol of zinloos) zich uitstekend voor het "straffen" van nieuwe leden. Bagagecontrole: Op het ontgroeningskamp of voorafgaand hieraan wordt bagage gecontroleerd op "verboden spullen", zoals alcohol (niet toegestaan), rookwaar (op ontgroeningen geldt voor nieuwe leden een rookverbod), make-up en aftershave ("het gaat om je inhoud, of het gebrek daaraan"), horloges ("nieuwe leden zijn toch niet bij de tijd", of "gezelligheid kent geen tijd"), telefoons ("wie zou jou nou willen bellen?", of "wie zou je willen bellen, al je (toekomstige) vrienden zijn al hier"), boeken ("denk je dat je tijd hebt om te lezen?") en andere zaken. Uiteraard is "bezit van verboden waren" ook een reden om nieuwe leden te "straffen". Spelletjes met eten: Men kan hierbij denken aan voedselgevechten, de nieuwe leden insmeren met voedsel, de nieuwe leden op een rare manier laten eten (bijvoorbeeld met vastgebonden handen) of ze uit bijvoorbeeld een hondenbak of frisbee te laten eten. Soms worden nieuwe leden ook gedwongen om onsmakelijke dingen te eten, zoals levende meelwormen, insecten, extreem pittige pepers en zelfs urine of braaksel. In België krijgen nieuwkomers ´schachtenpap´ te eten, die altijd uit zeer onsmakelijke ingrediënten bestaat. miniatuur|Kaalscheren, september 1961 Kaalscheren: Dit was vanouds een verplicht nummer. Verstandige nieuwelingen zorgden ervoor dat ze voor het begin van de groentijd al kaal waren. In Nederland gebeurt kaalscheren thans vrijwel niet meer. Cadeau: De nieuwe leden moeten een (ludiek) cadeau voor het bestuur kopen. Kleding: Veel verenigingen laten hun nieuwe leden T-shirts dragen, al dan niet bedrukt met hun naam en het thema van de ontgroening, om ze zo te onderscheiden van de ouderejaars. Vaak is het voor nieuwe leden tijdens de ontgroening verboden deze kleding zichtbaar te dragen buiten het terrein waarop de ontgroening plaatsvindt. Soms moeten nieuwe leden zich gedeeltelijk ontkleden, of worden ze vernederd door ze bijvoorbeeld een luier of kledingstuk van de andere sekse te laten dragen. Hygiëne en wassen: De nieuwe leden krijgen geen of minder gelegenheid zich te wassen. Na extreem onsmakelijke activiteiten wordt er soms een uitzondering gemaakt of worden ze onder een tuin- of brandslang gezet. Toiletbezoek is alleen toegestaan op bepaalde tijden. Oriëntatietesten en droppings: De nieuwe leden worden 's nachts op een onbekende plaats achtergelaten en moeten vervolgens hun weg terug vinden. "Tijgeren", "robben", en andere activiteiten waarbij men door de modder of over de vloer moet kruipen. Slaapgebrek: De nieuwe leden krijgen minder of zelfs vrijwel geen slaap, zodat hun oriëntatie verstoord raakt. Sinds 1998 is het de bedoeling dat de nieuwe leden een gegarandeerd aantal slaapuren per nacht krijgen, op grond van aangescherpte regels van de Landelijke Kamer van Verenigingen, al worden die regels niet altijd nageleefd."De zwarte kant van de ontgroening", Algemeen Dagblad, 5 september 2007 Verstoring van het eetpatroon: De nieuwe leden krijgen op afwijkende tijden te eten. Toneelstukje opvoeren: De nieuwe leden moeten voor de ouderejaars een geïmproviseerd toneelstukje opvoeren. Uiteraard wordt dit altijd als "zeer slecht" beoordeeld.Weer ontgroeningsrel, Algemeen Dagblad, 12 september 2008 Uitleg over de vereniging. Een of meerdere ouderejaars spreken de nieuwe leden toe over de diverse structuren binnen de vereniging, zoals huizen, disputen, commissies, jaarclubs, de verschillende activiteiten, etc. Hier vindt ontgroening vaker plaats op voet van gelijkheid. Verenigingsintroductie: De nieuwe leden lopen bij huizen, disputen, jaarclubs en commissies langs om zo een beeld van de vereniging te vormen. Ook hier vindt ontgroening vaker plaats op voet van gelijkheid. Gelden inzamelen: De nieuwe leden zamelen geld in voor de vereniging of voor een goed doel, bijvoorbeeld door te collecteren of heitje-voor-een-karweitje. Psychische druk: De nieuwe leden worden door ouderejaars afgesnauwd en toegeschreeuwd. Het is nooit goed genoeg, nooit luid genoeg, nooit snel genoeg. En vaak wordt geschreeuwd dat "het nog nooit is voorgekomen dat een jaar zich zo slecht inzette". Rookverbod: Op de meeste ontgroeningen mag in het geheel niet gerookt worden. Herkenningsteken: De nieuwe leden moeten een herkenningsteken dragen. Meestal is dit een wit "nieuwe ledenshirt", maar soms gaat men verder door bijvoorbeeld met een stift leuzen op hun gezicht of lichaam te schrijven. Het herkenningsteken kan ook een om de nek gedragen tas of een pet zijn. In een dergelijke tas zitten vaak ook materialen zoals een liederenbundel en een boekje over de geschiedenis, de structuur en de mores van de vereniging. miniatuur|Buitendag, september 1946 Drankspelletjes: De nieuwe leden worden aangezet tot het drinken van alcoholische drank, meestal bier maar soms ook sterkedrank. Sinds 1998 is alcoholgebruik door de nieuwe leden bij de meeste verenigingsontgroeningen in Nederland niet meer toegestaan. Bij commissie- en dispuutsontgroeningen komen ze wel nog vaak voor. Sinds het invoeren van een alcoholverbod bij verenigingsontgroeningen worden drankspelletjes soms vervangen door waterspelletjes, waarbij (grote hoeveelheden) water wordt gedronken in plaats van sterkedrank. In mei 2005 raakte een jongen echter in coma door waterintoxicatie, wat een reden was om ook kritischer naar waterspelletjes te kijken.