De personenbelasting is in België de inkomstenbelasting die geheven wordt op het wereldwijde jaarinkomen van particulieren (gezinnen). De personenbelasting geldt enkel voor inwoners. Voor niet-inwoners geldt een vergelijkbare belasting van niet-inwoners. Voor bedrijven en verenigingen is er de vennootschapsbelasting of de rechtspersonenbelasting. De inkomsten van de belasting worden verdeeld over de federale overheid, de gewesten (met inbegrip van de provinciën) en de gemeenten (via opcentiemen). De regering-De-Croo heeft een verschuiving van belasting voorgesteld; van belasting op arbeid naar kapitaal en consumptie.

Het verschil tussen wat werkgevers betalen en wat werknemers uiteindelijk uitbetaald krijgen, is nergens in de geïndustrialiseerde wereld groter dan in België. Dat blijkt uit het nieuwste Taxing Wages-rapport van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de fiscale druk op arbeid in 2024 in kaart brengt.

Algemene principes Wereldwijd Rijksinwoners worden belast op het inkomen ongeacht hun oorsprong, het zogenaamde wereldinkomen. Wie in België woont, en aandelen van bijvoorbeeld IBM (een Amerikaanse onderneming) heeft en een woning in Frankrijk die hij verhuurt, wordt volgens dit principe in België belast op de som van het Belgisch loon, het Amerikaans roerend inkomen en het Frans onroerend inkomen.

Ook Amerika kan belastingen heffen op het dividend dat de Amerikaans onderneming uitkeert en Frankrijk kan belastingen heffen op het Franse onroerend inkomen. Er kan dus een dubbele belasting ontstaan op buitenlandse inkomsten. Daarom sluiten landen internationale verdragen af die bepalen wie er recht heeft om het inkomen te belasten. Dergelijke verdragen ter vermijding van dubbele belasting of om te vermijden dat geen van beide landen belastingen heft, noemt men dubbelbelastingverdragen. In het voorbeeld gaat het om het dubbelbelastingverdrag tussen België en de Verenigde Staten van Amerika om te weten welke van de twee staten belasting mag heffen op het dividend, en het verdrag tussen België en Frankrijk om te weten wie het onroerend inkomen mag belasten.

Globalisatie Onder globalisatie verstaat men dat alle inkomsten die een rijksinwoner geniet, worden samengevoegd en dus geglobaliseerd. Heeft iemand bijvoorbeeld inkomsten uit arbeid samen met ziektevergoedingen en werkloosheidsuitkeringen en een tweede woning en bovendien ook nog een onderhoudsuitkering, dan wordt zijn belastbaar inkomen bepaald door de som van al deze inkomsten.

Hierop bestaat een belangrijke uitzondering: de roerende inkomsten (intresten, dividenden, ...) worden afzonderlijk belast tegen een eigen tarief. Ze maken geen deel uit van het geglobaliseerde inkomen. Sommige diverse inkomsten worden afzonderlijk belast zoals bepaalde meerwaarden op onroerende goederen. Voor nog andere inkomsten gelden specifieke vrijstellingen of verminderingen.

Persoonlijk +MaximumhuwelijksquotiëntJaar(inkomsten)Maximum-bedrag2024€ 13 0502023€ 12 5502022€ 11 4502021€ 11 1702020€ 11 0902019€ 10 9402018€ 10 7202017€ 10 4902016€ 10 2902015€ 10 2302014€ 10 2002013€ 10 0902012€ 9 8102011€ 9 4702009-2010€ 9 2802008€ 8 8802007€ 8 7202006€ 8 5602005€ 8 3302004€ 8 160

Als men gehuwd is, of wettelijk samenwoont, gebeurt de aangifte en de afrekening gemeenschappelijk. Er wordt dus maar een enkel formulier ingevuld en door beide partners ondertekenend. Hiervoor wordt voor iedere rubriek een dubbele kolom voorzien. De oudste partner vult de linker kolom in. Elke partner wordt afzonderlijk belast op de eigen inkomsten. Als algemene regel worden de inkomsten van partners dus niet samengevoegd. Bepaalde inkomsten worden ofwel verdeeld, ofwel (gedeeltelijk) overgeheveld. Het is pas helemaal op het einde dat de verschuldigde bedragen, of tegoeden, worden samengevoegd. Er wordt dus maar een enkele (gemeenschappelijke) aanslag gevestigd.

Afhankelijk van het huwelijkscontract worden roerende inkomsten en onroerende inkomsten mogelijks verdeeld onder de partners (gemeenschappelijke aanwinsten).

Huwelijksquotiënt Wanneer een van de partners geen beroepsinkomen heeft, ofwel een beperkt inkomen heeft, wordt automatisch 30% van het gemeenschappelijk inkomen met een maximum van €11 450 (inkomsten 2022) fictief overgeheveld naar de andere partner. Dit is het principe van het huwelijksquotiënt. Dit is ook van toepassing als beide partners beroepsinkomsten hebben maar waarbij het inkomen van de partner met het laagste beroepsinkomen lager is dan 30% van het gezamenlijk beroepsinkomen. Hierdoor moeten sommige koppels minder belastingen betalen omdat dit fictieve inkomen vaak in de laagste belastingschijf valt en het inkomen van de partner met het hoogste inkomen fictief vermindert en dus gedeeltelijk weggenomen wordt uit de hogere schijven. Het principe van het huwelijksquotiënt staat ter discussie en zal mogelijks geleidelijk wegvallen of aangepast worden bij de hervorming van de fiscaliteit.

Jaarinkomen In België is het fiscaal jaar gelijk aan het kalenderjaar. Alle inkomsten die in het vorige kalenderjaar worden verdiend, worden aan de belasting onderworpen. De goedgekeurde kosten die in datzelfde jaar werden gedaan kunnen in mindering worden gebracht van de inkomsten. Het inkomen van een bepaald belastbaar tijdperk wordt in principe "aangeslagen" in het jaar dat erop volgt. Het inkomstenjaar 2019 is dus gelijk aan het aanslagjaar 2020. Het aanslagjaar bepaalt de toepasselijke wetgeving. Bepaalde achterstallen kunnen om technische redenen worden verrekend in het volgende belastingjaar. Personen (en kinderen) ten laste worden bepaald op 1 januari van het aanslagjaar.

Indexatie Al de bedragen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen die in de titel Personenbelasting staan, worden in principe jaarlijks geïndexeerd. Dit geldt zowel voor de belastingschijven, voor de forfaitaire beroepskosten als voor de uitgaven die recht geven op een belastingvermindering. In het verleden heeft de regering bepaalde reglementen toch retroactief toegepast, ten nadele van de belastingbetaler (zie pensioensparen en langetermijnsparen).

Belastbare inkomsten +Maximum forfaitaire beroepskostenJaar(inkomsten)Maximum-bedragInkomens-grens2025€ 5 9302024€ 5 7502023€ 5 5202022€ 5 0402021€ 4 9202020€ 4 8802019€ 4 8102018€ 4 720€ 35 7332017€ 4 320€ 35 1132016€ 4 240€ 34 5892015€ 4 090€ 58 3412014€ 3 950€ 64 5872013€ 3 900€ 63 6342012€ 3 7902011€ 3 670€ 60 0592009-2010€ 3 590€ 58 6852008€ 3 380€ 56 7682007€ 3 3202006€ 3 230€ 55 5262005€ 3 110€ 54 6362004€ 3 050€ 53 609 Het Wetboek van de Inkomstenbelastingen omschrijft vier categorieën van inkomsten: inkomsten uit onroerende goederen, inkomsten uit roerende goederen, beroepsinkomsten en diverse inkomsten. Hetgeen belast wordt zijn de netto inkomsten, na afhouding van de bijdragen voor de sociale zekerheid en de werkelijke, hetzij de forfaitaire kosten (zie tabel). Tegemoetkomingen zoals kinderbijslag, studiebeurzen of bouwpremies worden niet als inkomen beschouwd. Sommige inkomsten worden geheel of gedeeltelijk vrijgesteld van belastingen (b.v. dividenden). Erfenissen vallen onder de erfbelasting. De geografische oorsprong van het inkomen is niet relevant; de rijksinwoners worden immers belast op hun wereldwijd inkomen.

Rijksinwoners Volgens het Wetboek van Inkomstenbelastingen zijn aan de personenbelasting onderworpen de rijksinwoners, de natuurlijke personen die in België hun woonplaats of de zetel van hun fortuin hebben.Art. 2, §1, °1, a) W.I.B. 92. T.a.v. de woonplaats moet men rekening houden met de werkelijke woonplaats. Het feit dat men in het Rijksregister van de natuurlijke personen is ingeschreven, levert een vermoeden op dat men een rijksinwoner is.Art. 2, §1, °1, d), tweede lid in fine W.I.B. 92. Dit vermoeden kan worden weerlegd zowel door de fiscale administratie als door de belastingplichtige.

De nationaliteit van de personen die aan de Belgische personenbelasting onderworpen zijn, speelt dus geen rol. Bepaalde belastingvoordelen of taxaties zijn wel afhankelijk van het gewest waar een persoon woont.

Voor gehuwden wordt de woonplaatsbelasting (gemeentelijke opcentiemen) bepaald door de plaats waar het gezin is gevestigd.Art. 2, §1, °1, d), derde lid W.I.B. 92. Wettelijk samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwden, en een wettelijk samenwonende met een echtgenoot.Art. 2, §1, °2, tweede lid W.I.B. 92. Er wordt geen onderscheid gemaakt in gender. Indien het gezin zijn feitelijke woonplaats in België heeft, wordt de betrokkene geacht zijn woonplaats ook in België te hebben. Dit betreft een onweerlegbaar vermoeden.

In oktober 2024 schafte de UK het non-dom gunstregime op buitenlandse inkomsten af, waardoor inwoners van de UK (onafhankelijk van nationaliteit) naar andere landen (o.a. België) verhuisden.

Belastingschalen +Belastingschalen (inkomsten 2017) Van Tot Tarief Marginalebelasting Cumulatievebelasting€ 0€ 7 2700 %€ 0€ 0 € 7 270 € 11 070 25 % € 950 € 950 € 11 070 € 12 720 30 %€ 495 € 1 445 € 12 720 € 21 190 40 % € 3 388 € 4 833 € 21 190 € 38 830 45 % € 7 938 € 12 771 € 38 830 hoger 50 % pro rata > € 12 771

+Belastingschalen (inkomsten 2020) Van Tot Tarief Marginalebelasting Cumulatievebelasting€ 0€ 8 9900 %€ 0€ 0 € 8 990 € 13 440 25 % € 1 112 € 1 112 € 13 440 € 23 720 40 % € 4 112 € 5 224 € 23 720 € 41 060 45 % € 7 803 € 13 027 € 41 060 hoger 50 % pro rata > € 13 027

+Grensbedragen inkomensschijvenTarief(volgens jaar van inkomsten)2026202520242023202220212020201920180 %€ 11 180€ 10 910€ 10 570€ 10 160€ 9 270€ 9 050€ 8 990€ 8 860€ 7 43025 %€ 16 720€ 16 320€ 15 820€ 15 200€ 13 44040 %€ 29 510€ 28 800€ 27 920€ 26 830€ 23 72045 %€ 51 070€ 49 840€ 48 320€ 46 440€ 41 06050 %> € 51 070> € 49 840> € 48 320> € 46 440> € 41 060

De tarieven van de personenbelasting klimmen op van 25% tot 50% (zogeheten "progressieve" tarieven). De belastingschalen zijn zo opgesteld dat ze via de inkomstenbelasting aan sociale herverdeling proberen te doen: rijken betalen evenredig meer belasting dan armen.

In 1963 werd het belastingsysteem vereenvoudigd waardoor de hoogste schijf op 50% kwam. In de jaren 1965-1970 werden de belastingen en het aantal belastingschijven verhoogd. De schijf van 50% werd eerst verhoogd naar 55% en in 1978 zelfs tot 67,5%. Nadien werden het aantal schijven verminderd. In 1988 werden het aantal belastingschalen verminderd van 13 naar 7. Voor de inkomsten 1989 werden de schalen van 61,90%, 67,80% en 70,30% door de regering-Martens VIII vervangen door 55% waardoor het aantal schalen verder werd gereduceerd tot 6. Als voorbereiding van de Maastrichtnorm werd het tarief van de hoogste schijf in 1993 licht verhoogd. De Regering-Verhofstadt (welke, wanneer?) bracht het tarief opnieuw naar 50%.

Vanaf de inkomsten van 2018 (zie nieuwe tabel) werd de belastingschaal van 30% afgeschaft en de grensbedragen werden opgetrokken waardoor de lagere inkomens minder belasting betalen. Er is nog altijd een belastingvrije som; tot dat grensbedrag wordt geen belasting betaald. Dit bedrag wordt verhoogd volgens het aantal kinderen ten laste. De belastingvrije som wordt eigenlijk verrekend als een (fictieve) belastingvermindering i.p.v. van die (eenvoudig) te beschouwen als een echte belastingschaal aan een tarief van 0%.

Verminderingen en aftrekposten +Forfaitaire schalen voor beroepskosten(inkomsten 2015)Inkomen lager danPercent€ 5 76029,35 %€ 11 38010,50 %€ 19 3908,00 %boven € 19 3903,00 %

+Forfaitaire schalen voor beroepskosten(inkomsten 2017)Inkomen lager danPercent€ 8 62030 %€ 20 36011 %boven € 20 3603 % In België bestaan heel veel belastingverminderingen, vrijstellingen en aftrekposten. Daarom is het ook dat er zoveel fiscale codes bestaan op het aangifteformulier. Slechts een beperkt aantal wordt op de meeste aangiften ingevuld en de meerderheid van de codes wordt maar door een beperkt aantal belastingplichtigen gebruikt.

Het beroepsinkomen wordt onmiddellijk verminderd met: