thumb|Nero door Jan Maillard, te Middelkerke De avonturen van Nero & Co is een stripreeks van de Vlaamse stripauteur Marc Sleen, die van 1951 tot 2002 praktisch onafgebroken in Vlaamse kranten verscheen. Het hoofdpersonage Nero speelde echter al een centrale rol in de strip sinds 1947, toen de reeks nog De avonturen van Detective Van Zwam heette.

Geschiedenis Bij het begin van de reeks was de centrale figuur Detective Van Zwam (een naam die door collega-journalist Gaston Durnez was bedacht). Nero was een bewoner van een krankzinnigengesticht die Van Zwam ontmoet in het eerste verhaal. Zijn echte naam zou Schoonpaard zijn, maar hij waant zich de Romeinse keizer Nero, loopt rond in een tunica en heeft een restantje van een lauwerkrans (een paar blaadjes peterselie) achter zijn oren.Interview met Marc Sleen Nero stelt zichzelf in Het geheim van Matsuoka (uit De avonturen van Nero, Van Zwam en Co) op de laatste bladzijde van de strip aan detective Van Zwam voor met "Heiremans is mijn naam". De figuur van Nero neemt later de centrale rol over en na negen verhalen wordt de reeks herdoopt van De avonturen van detective Van Zwam in De avonturen van Nero en zijn hoed. Na twee verhalen in die naam krijgt de strip zijn huidige naam: De avonturen van Nero en Co. De reeks liep aanvankelijk in de krant De Nieuwe Gids en vanaf 1950 in Het Volk.

In 1965 zorgde de overstap van Sleen naar de krantengroep De Standaard/Het Nieuwsblad voor een grote rel tussen beide concurrerende katholieke dagbladuitgevers. Het eerste Nero-verhaal in De Standaard, De Geschiedenis van Sleenovia, werd bij uitzondering niet getekend door Marc Sleen maar door "Wirel", waarachter Willy Vandersteen en Karel Verschuere schuilgingen. Gaston Durnez zorgde voor het verhaaltje. Overigens zou veel later, in 1995, Het Volk op zijn beurt overgenomen worden door de groep van De Standaard.

In 1991 werd er in Turnhout een standbeeld onthuld van de zoon van Nero, Adhemar. In deze stad is de stripprijs de Bronzen Adhemar naar hetzelfde personage genoemd. In 1994 kreeg Nero zelf een standbeeld, namelijk in Hoeilaart voor het oude tramstation. Het is ook daar dat Nero woont in de laatste albums, Hoeilaart is ook de woonplaats van Marc Sleen. Ondertussen kreeg Nero net als tal van andere stripfiguren ook al een standbeeld op de dijk in Middelkerke. De piraat Abraham Tuizentfloot kreeg een standbeeld in Wuustwezel, en Meneer Pheip in Moerbeke, het dorp waar hij in de strip oud-burgemeester van is.

Vanaf het verhaal Barbarijse Vijgen (1992) nam Dirk Stallaert het tekenwerk voor Nero over van Sleen, die wel verantwoordelijk bleef voor de scenario's. Eind 2002 ten slotte besloot de tachtigjarige Sleen met Nero te stoppen. Zilveren tranen was het laatste Nero-album. In dit verhaal smeden alle klassieke antagonisten uit de Nero-verhalen (Geeraard de Duivel, Matsuoka, Ricardo, Ratsjenko, Hela de Heks ...) een grote samenzwering om Nero uit de weg te ruimen.

Na de dood van Marc Sleen in 2016 werd Sleenovia in 2017 als volwaardig album uitgegeven. Eveneens in 2017 verschijnt een hommagealbum van Kim Duchateau, getiteld De zeven vloeken.

Op 1 januari 2025 gaf de Stichting Marc Sleen, lang voor het einde van de wettelijke termijn, de auteursrechten op de Nero-stripfiguren vrij.

Personages Nero Personages Nero Madam Nero Professor Adhemar Meneer Pheip Madam Pheip Jan Spier Clo-Clo Pheip Petoetje Petatje Detective van Zwam Abraham Tuizentfloot Kapitein Oliepul Jef Pedal Bompanero Ricardo Albums van Nero Nero: Het hoofdpersonage in de reeks. Hij is een kale (afgezien van twee voelsprietachtige haren op zijn hoofd), gezette man van middelbare leeftijd die zijn brood verdient als "dagbladverschijnsel". Nero is een levensgenieter en leest het liefst van al zijn krant vanuit zijn luie zetel. Zijn karakter heeft vele menselijke gebreken, zoals ijdelheid, egoïsme en opvliegendheid maar toch zet hij zich in om zijn vrienden en mensen in nood te helpen. In de latere strips woont hij in het voormalig tramstation van Hoeilaart. Madam Nero: Haar echte naam is Bea. Houdt van theekransjes met Madam Pheip, hoedjes kopen en roddelen. Ze verstopt zich dan onder bergen kussens, om dan de laatste nieuwtjes te verkondigen over de telefoon. Adhemar: Nero's vijfjarige zoon. Een uitvinder en geniaal wonderkind die vele uitvindingen bedacht heeft en doctoreert aan diverse universiteiten. Detective van Zwam: de oorspronkelijke held van de reeks. Briljant detective, kan een complete misdaad inclusief de levensloop van dader en slachtoffer reconstrueren aan de hand van een sigarettenpeukje. Verplaatst zich in een snelle Porsche (dezelfde auto waarmee de tekenaar Marc Sleen in het echte leven rondreed) en heeft steeds een vergrootglas bij de hand. Pas in verhaal 209, De erfenis van Milaflotta, komen we zijn voornaam, Theodoor, te weten. Madam Pheip: Dominante en kordate dame die voortdurend pijp rookt en gehuwd is met Meneer Pheip. Haar (geadopteerde) kinderen zijn Petoetje en Petatje en hun eigen zoon heet Clo-Clo, voor wie ze altijd in de bres springt. Pas in het 202e verhaal Windkracht 2000 wordt haar voornaam onthuld: Katrien. Meneer Pheip: zijn echte naam is Philemon, al wordt hij in het album De daverende pitteleer Antoine genoemd door zijn oude schoolvriend Moto-Moto. Hij is een rijke, met een walrussnor uitgeruste, niet erg snuggere (oud-)burgemeester van Moerbeke-Waas (eigenlijk een karikatuur van Jean Mariën, de tijdelijke vervanger van de Moerbeekse burgemeester Maurice August Lippens) die voortdurend Nederlands spreekt met een Frans accent, Franse leenwoorden en verschillende taalfouten. Hij ligt zwaar onder de plak van zijn vrouw, Madam Pheip, die hem zelfs dwong om háár achternaam over te nemen. Petoetje: Een zwart jongetje dat oorspronkelijk van het tropisch eiland Moea-Papoea kwam, maar door de familie Pheip werd geadopteerd. Hij is een zeer intelligente jongen. Petatje: officiële naam: Pethalia, geadopteerde dochter van meneer en madam Pheip (zie album De Ring van Petatje). Clo-Clo Pheip: De eigen zoon van Meneer en Madam Pheip, die net als zijn vader een grote walrussnor heeft. Net als Adhemar is hij een kind van vijf jaar, maar hij gedraagt zich meer als een typisch kind van die leeftijd. Hij is kinderlijk, naïef, eigenwijs, arrogant en rotverwend. Als hij zijn zin niet krijgt, huilt hij oorverdovend. Jan Spier: supersterke frietkotuitbater en laatste afstammeling van Jan Breydel. Oscar Abraham Tuizentfloot: minuscule, maffe, opvliegende piraat, getooid met een piratenhoed-met-doodskop en steeds vervaarlijk zwaaiend met een versleten kromzwaard, waarmee hij iedereen voortdurend wil aanvallen. Zijn uitspraken zijn doorspekt met zijn stopwoord "aha!". Kapitein Oliepul: immer lichtelijk aangeschoten kapitein van de sleepboot His Majesty Pull waarmee hij de zeven wereldzeeën bevaart en Nero en Co. dikwijls uit hachelijke situaties op zee weet te redden. Rookt vaak een omgekeerde pijp. Oliepul heeft van Sleen twee verschillende voornamen gekregen: Willem-Joris (in De Kolokieten) en Honoree (in De Gulfstreum). Agent 794, "Gaston pour les dames", een dikbuikige en onbekwame Brusselse agent die erg laat in de reeks werd geïntroduceerd, namelijk toen Dirk Stallaert het tekenwerk al had overgenomen: Het Achtste Wereldwonder. In De dood van Bompa zegt Gaston dat hij getrouwd is, maar in een later album woont hij alleen. Daar vernemen we ook zijn achternaam: Fluitjes. Ricardo, een meedogenloze maffia-crimineel uit Malta, die er altijd op uit is om zich op Nero te wreken. Jef Pedal (ofwel: Jef met de Hamer) en zijn vrouw Isabelle (die voor het eerst verschijnt in Het B-Gevaar): komen enkel in de vroege verhalen voor. Nadien verscheen hij slechts zelden nog in beeld, vaak in cameo's. Bompanero: komt pas laat op de proppen, vanaf Bompanero in 1997. Hij is een krasse grijsaard die zich overal laat vergezellen door knappe jongedames. Treedt slechts in drie verhalen op. De champetter: Ziet er hetzelfde uit als de champetter uit De Lustige Kapoentjes, is vrij corpulent en heeft een zwarte snor. Hoewel hij, voornamelijk in de eerste reeks veel voorkomt, speelt hij slechts een bijrol en heeft slechts zelden een grotere rol, meestal gewoon een cameo. Het paard van Sinterklaas: in de dagen voorafgaand aan 6 december dook traditiegetrouw het "paard" van Sinterklaas in de Nero-verhalen op, dat zowel figuurlijk (koppig) als letterlijk verdacht veel op een zwarte ezel lijkt. Het eigenwijze dier heeft vaak ruzie met Nero en kijkt ook op hem neer. Geeraard de Duivel: een demon die eerst Nero's magische hoed en later zijn ziel probeert te pakken te krijgen. Hij woont in het Gentse Geerard de Duivelsteen. Matsuoka: Een Japanse meestercrimineel die Nero in zijn eerste drie verhalen dwarszit en vijftig jaar later, vanaf De Drie Wrekers (1993), weer regelmatiger in de reeks opduikt. Zijn naam verwijst mogelijk naar de Japanse minister Yosuke Matsuoka; zelf wordt hij soms als Japans omschreven, dan weer als Chinees. Overzicht verhalen Oude reeks (de klassieke verhalen) Hieronder een lijst van personages die op zijn minst in twee verhalen meespeelden. Sommige personages speelden één verhaal een grotere rol en maakten in latere verhalen een kort optreden. In het geval van Piet Fluwijn en Bolleke gaat het enkel om cameo's.

De nummers in deze lijst zijn de zogenaamde verhaalnummers, toegekend volgens hun chronologische publicatie in de krant. Ze verschillen van de albumnummers uit de eerste reeks, uitgegeven door Het Volk (1953-1966), en evenzeer van de heruitgave daarvan in de tweede reeks (1974-1987). Het 36ste verhaal bijvoorbeeld (De Zoon van Nero) verscheen als album 32 in die eerste reeks en als album 1 in de tweede reeks. Omdat die albumnummers daarenboven slechts gedrukt zijn op de voorkant van enkele herdrukken bleef de nummering van Nero-albums lange tijd zeer onduidelijk. Een heruitgave vanaf 1998 door de Standaard Uitgeverij in de reeks "De Klassieke avonturen van Nero" biedt - naast het internet - wel houvast: die albums zijn wel gepubliceerd in de volgorde van de verhalen en dragen dus een eengemaakt nummer op de rug van elk album.

Personage Verhalen (1-53) Nero 1-53 Madam Pheip 9-53 Petoetje 10-53 Petatje 17-53 Madam Nero 4-6, 11-16, 19, 21, 25-27, 29, 31, 33-53 Detective Van Zwam 1-12, 15, 18, 21-22, 25, 29-30, 32, 34-36, 38-41, 43-44, 46-48, 51, 53 Meneer Pheip 11-12, 14, 20-22, 25, 27-32, 34-40, 42-43, 45-53 Champetter 1-2, 4, 6, 8-9, 11, 14, 15, 17, 21, 24, 26-30, 34, 38-42, 44, 46, 49, 51 Jan Spier 6-13, 25, 34, 38-39, 49, 51, 53 Adhemar 36, 38, 41-49, 51-53 Jef Pedal 1-9, 14, 32, 34, 38, 51 Abraham Tuizentfloot 28-29, 33, 37-39, 44, 47, 49-51, 53 Kapitein Oliepul 21, 25, 28, 33, 38, 41, 46-47, 49, 51, 53 Ezel van St.-Niklaas 7, 19, 21, 24, 27, 30, 33, 36, 39, 42 Isabelle 2-7, 14 Bolleke 6, 14, 34, 38, 49, 51 Piet Fluwijn 14, 34, 38, 49, 51 Zwarte Piet 7, 21, 33, 36, 42 Beo 14, 15, 20-21 J.P. Stanislas Oroscop 47, 51, 53 Amedeus Moderato 33, 34, 51 Koning Antihoop 20, 21, 51 Ricardo 27, 29, 50 Sinterklaas 7, 21, 24 Matsuoka 1-3 Neptunus 3, 17 Minoetje 8, 12 Pierke Pedal 4-5Tito3-4Kapitein Swijn37, 41Alfredo27, 29

Stijl