De vroege leemhoed (Agrocybe praecox), ook wel geringde vroegeling genoemd, is een paddenstoel uit de familie Agrocybaceae. Het is een terrestrische saprotroof die leeft van dood plantaardig materiaal. De soort groeit onder meer in parken, plantsoenen, tuinen, graslanden en op plaatsen met houtresten. In Nederland is de soort algemeen.Agrocybe praecox - Vroege leemhoed, NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen. De vruchtlichamen verschijnen vooral in het voorjaar en de vroege zomer.
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van ongeveer 20 tot 80 mm. Hij is aanvankelijk halfbolvormig tot gewelfd en spreidt later uit, soms met een lage umbo. Het oppervlak is glad en hygrofaan en kan bij droogte verbleken. De kleur varieert van geelbruin en okerbruin tot bleek crèmeachtig. Aan de rand kunnen bij jonge exemplaren resten van het velum aanwezig zijn.
Lamellen De lamellen staan dicht opeen. Ze zijn aanvankelijk bleek en worden bij het rijpen van de sporen grijsbruin tot bruin.
Steel De steel is ongeveer 5–7 cm lang en 5–7 mm dik, min of meer cilindrisch en vaak enigszins verdikt aan de basis. Aan de steelbasis zijn dikwijls opvallende witte myceliumstrengen (rhizomorfen) aanwezig.
Manchet De steel draagt gewoonlijk een dunne, vliezige, witachtige ring. Deze kan bij oudere vruchtlichamen gedeeltelijk verdwijnen.
Vlees Het vlees is witachtig en kan in de steel bruinig verkleuren. De geur is variabel en wordt onder meer als melig of komkommerachtig beschreven. De smaak kan enigszins melig en soms licht bitter zijn.
Sporenprint De sporenprint is bruin.
Microscopische kenmerken De sporen zijn glad, ellipsoïd tot eivormig, geelbruin en relatief dikwandig. Ze hebben een duidelijke apicale kiempore en meten ongeveer 7–11,5 × 5–8 µm. Niveiro, N. & Albertó, E. (2020). Revision of the genera Agrocybe and Cyclocybe (Strophariaceae, Agaricales, Basidiomycota) in Argentina. Rodriguésia 71. De basidia meten ongeveer 21–27 × 6–8 µm en zijn meestal viersporig, maar twee- en driesporige basidia kunnen eveneens voorkomen.
De pleurocystidia meten ongeveer 33–65 × 15–24 µm en zijn onder meer spoelvormig, lageniform, blaasvormig of gesnaveld. De cheilocystidia zijn ongeveer 27–45 × 10–20 µm groot en lijken in vorm op de pleurocystidia. De cystidia zijn dunwandig en hyalien. De pileipellis is hymeniform en bestaat uit blaasvormige tot knotsvormige cellen. In de hyfen komen gespen voor.
Agrocybe praecox behoort tot een groep nauw verwante vormen die in de literatuur wel het Agrocybe praecox-complex wordt genoemd. Onderzoek heeft aangetoond dat binnen dit complex verschillende biologisch onderscheiden taxa voorkomen die morfologisch moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Flynn, T. & Miller, O.K. (1990). Biosystematics of Agrocybe molesta and sibling species allied to Agrocybe praecox in North America and Europe. Mycological Research 94(8): 1103–1110.
Ecologie De vroege leemhoed is een bodembewonende saprotroof. Hij groeit op voedselrijke grond en op of tussen dood plantaardig materiaal en wordt onder meer aangetroffen in parken, plantsoenen, tuinen, graslanden en andere door de mens beïnvloede plaatsen. Ook kan hij voorkomen op plaatsen waar houtsnippers of ander houtachtig materiaal aanwezig zijn.
Verspreiding De vroege leemhoed heeft een ruime verspreiding en is onder meer bekend uit Europa, Azië en Noord- en Zuid-Amerika. In Nederland is de soort algemeen en staat hij op de Nederlandse Rode Lijst in de categorie 'thans niet bedreigd'.
Foto's
Zie ook Barstende leemhoed
Externe links SoortenBank.nl – beschrijving en afbeeldingen
Categorie:Agrocybaceae Categorie:Schimmelsoort