De regenboogrussula (Russula cyanoxantha) is een paddenstoel uit de familie Russulaceae. De soort vormt mycorrhiza met loof- en naaldbomen en wordt in Nederland vooral gemeld bij beuk en eik, zelden bij andere bomen. Hij komt voor in lanen en bossen op zowel zure als kalkhoudende zand- en leemgronden. Vooral in de herfst en soms ook al in de zomer is de soort te vinden.

De paddenstoel heeft een broze structuur doordat deze is opgebouwd uit draadvormige hyfen en groepjes ronde cellen.

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed is 5 tot 15 cm breed en heeft grijze, violette en lila tinten, alhoewel de hoed dikwijls ook groene tinten bevat. Naarmate het vruchtlichaam veroudert, verbleekt de hoed, waarbij okerkleurige vlekken ontstaan. De hoedrand is vaak paars gekleurd. De radiale vezels lopen van het midden naar de rand. Het oppervlak is kaal, langdurig vettig en glanzend bij vochtig weer. Bij oudere exemplaren kan de rand enigszins gestreept zijn. De hoedhuid is tot een derde afneembaar.

Lamellen De lamellen zijn wit. Ze staan dicht op elkaar en zijn relatief dun. In tegenstelling tot die van de meeste russula's zijn ze vrij zacht en buigzaam en breken ze niet gemakkelijk bij aanraking of wrijven. Ze zijn vaak gevorkt en hebben verschillende lengtes. Ze zijn aan de steel aangehecht tot iets aflopend.

Steel De grote, stevige steel is wit, in zeldzame gevallen paars of roodachtig. Hij is cilindrisch en gedrongen en is tussen de 5 en 10 cm lang en 1,5 tot 2,5 cm dik. De steel kan naar de basis iets versmallen. Bij jonge exemplaren is hij vol en stevig en met het ouder worden vaak sponsachtig of holkamerig. Met ijzersulfaat (FeSO4) is de reactie op de steel negatief tot zwak groenig; een groenige verkleuring kan pas na enige tijd optreden.

Geur en smaak De paddenstoel heeft geen opvallende geur en smaakt mild.

Sporenprint De sporenprint is wit (Ia volgens Romagnesi).

Microscopische kenmerken De sporen zijn 7 tot 9 µm lang en 6 tot 7 µm breed. Ze bevatten amyloïde wratten, die voor microscopisch onderzoek zichtbaar worden met Melzers reagens. De basidia zijn clavaat en 45 tot 55 µm lang en 9 tot 10 µm breed en dragen vier sterigma's.

De cheilocystidia op de lamelrand zijn spoelvormig tot cilindrisch, 30-55 µm lang en 4-6 µm breed. Ze hebben soms een klein aanhangsel aan de bovenkant. De pleurocystidia op het lameloppervlak zijn 27 tot 85 µm lang en 3 tot 6 µm breed. Alle cystidia zijn vrij talrijk en kleuren vaag grijszwart met sulfobenzaldehyde en enigszins blauw met sulfovanilline.

De cuticula bevat cilindrische, gedeeltelijk septate en vertakte haarachtige hyfencellen (haren) van 2 tot 5 µm breed. Daartussen worden 2 tot 3,5 µm brede pileocystidia afgewisseld, die in sulfobenzaldehyde vaag grijszwart kleuren.

Toepassingen De regenboogrussula is eetbaar en heeft een milde smaak.

Foto's

Zie ook Berijpte russula

Externe link SoortenBank.nl beschrijving en afbeeldingen

Categorie:Russula Categorie:Schimmelsoort Categorie:Eetbare paddenstoel