Kazerne Dossin is een voormalige Belgische legerkazerne in Mechelen. De kazerne werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter gebruikt als doorgangskamp (SS-Sammellager Mecheln) om Joden en Roma te transporteren naar de concentratiekampen Auschwitz-Birkenau, Buchenwald en (vrouwenkamp) Ravensbrück. Momenteel is de site geïntegreerd in het Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten.
Vanuit dit kamp werden 25.484 Joden en 352 Roma gedeporteerd. Minder dan vijf procent (1.252) keerde terug. Aanvankelijk werden de Joden er verzameld via een tewerkstellingsbevel. Later ging men over op een agressieve aanpak: in Antwerpen en Brussel werden razzia’s gehouden. In de zomer van 1942 werden de meesten gedeporteerd. In honderd dagen verzamelden toen Duitsers en Duits-gewillige Belgische politiemannen 16.873 Joden en Roma van wie er 385 overleefden.
Oprichting thumb|Hof van Habsburg (Stadsarchief Mechelen)
De Dossin-geschiedenis gaat verder terug dan WO II. Het complex werd in 1756 gebouwd in opdracht van Maria Theresia van Oostenrijk. De stad bouwde de kazerne. Het gebouw diende als infanteriekazerne voor 2400 soldaten. Later werd het pand gebruikt voor niet-infanteristen en als opslagruimte. In 1936 kreeg het gebouw de naam Kazerne Dossin, voluit Kazerne Dossin de Saint-Georges, genoemd naar luitenant-generaal Baron Émile Dossin de Saint-Georges.
Doorgangskamp Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog capituleerde België. Generaal Alexander von Falkenhausen werd aangeduid als militair bevelhebber van België en Noord-Frankrijk. De Sicherheitspolizei-Sicherheitsdienst (Sipo-SD) opende een kamp in het Fort van Breendonk. Kurt Asche, referent Judenangelegenheiten bij de Sicherheitspolizei, was verantwoordelijk voor de Jodenvervolging in de streek.
thumb|Binnenplaats van Kazerne Dossin (1942) thumb|De expositie
Tussen oktober 1940 en juni 1942 werd een reeks van Joodse verordeningen uitgevaardigd. Het werd Joden verboden ’s avonds hun huizen te verlaten, Joodse kinderen werden uitgesloten uit scholen en ze werden verplicht de Jodenster te dragen. Daarnaast mochten Joodse ambtenaren, leraren en magistraten hun ambt niet meer uitvoeren en werden Joodse ondernemingen overgedragen aan niet-Joden.
Op 11 juni 1942 gaf Adolf Eichmann het bevel tot hun deportatie. Eggert Reeder, rechterhand van Von Falkenhausen en bevoegd voor de militaire administratie in België, keurde de vrijstelling van deportatie voor Belgische Joden goed. Dit deed hij om de rust te verzekeren. Het betrof een klein deel Joden in België. Negentig procent van hen was geen Belg. Tot de opening van Kazerne Dossin hield men de Joden in het Fort van Breendonk gevangen.
Eind juli 1942 werd Kazerne Dossin als verzamel- en doorgangskamp ingericht. De kazerne was ideaal gelegen: centraal tussen Brussel en Antwerpen, de twee steden waar de Joden woonden. Een goederenspoorweg naast de Dossinkazerne leidde de gevangenen ongezien naar de wagons. Het kamp stond onder de leiding van SS-Sturmbannführer Philipp Schmitt, ook verantwoordelijk voor het Fort van Breendonk. In 1943 nam SS-Sturmscharführer Hans Johannes Gerhard Frank de functie over met een gematigde aanpak. Een aantal Joden werd via het doorgangskamp Drancy in Frankrijk gedeporteerd.
Bij hun aankomst in de Dossinkazerne werden Joden en Roma geregistreerd en werden hun namen op de deportatielijsten geschreven. Hun goederen werden geconfisqueerd door het Duitse leger. Tijdens hun verblijf liepen de Joden het risico op mishandeling en vernederingen. Anderzijds lag een zwaar repressief regime niet voor de hand, omdat de indruk moest worden hooggehouden dat het verblijf zou uitlopen op verplichte tewerkstelling in het buitenland. Ook moesten opstanden worden vermeden. Onder Hans Johannes Gerhard Frank werd het regime daarom wat versoepeld. De werkdruk werd verlaagd en de slaapruimtes werden verwarmd. Intussen verbleven de gedetineerden ook steeds langer in de kazerne, omdat het alsmaar moeilijker werd om een konvooi met 1000 man te vullen.
De gedeporteerden werden in 28 transporten naar Auschwitz gebracht. Sommige transporten, de Coseltransporten, maakten een tussenstop 80 km voor Auschwitz. Op 19 april 1943 werd transport XX door het Belgische verzet te Boortmeerbeek tegengehouden. Hierbij konden 232 gevangenen ontsnappen, waarvan er 119 nooit meer opgepakt werden. Dit was tevens het eerste transport waarbij Joden werden vervoerd in volgestouwde goederenwagons. De gevangenen, waaronder vrouwen en kleine kinderen, moesten een aantal dagen rechtop blijven staan.
Bij de grote transporten uit 1942 werd ongeveer 65% van de gedeporteerden na aankomst onmiddellijk vergast. De anderen werden als dwangarbeiders tewerkgesteld. Door gebrek aan voedsel en hygiëne stierf ook een groot deel van hen. Vanaf 1944 werden procentueel gezien minder Joden uit België onmiddellijk vergast. Velen van hen kwamen wel om tijdens de zogenaamde dodenmarsen in 1945. Het laatste transport vertrok op 31 juli 1944. Op 4 september 1944 kwamen de laatste 520 gevangenen in de Dossin-kazerne vrij, één dag nadat de bewakers het kamp waren ontvlucht.
Konvooien Het overzicht van de deportatietreinen vanuit Mechelen naar Auschwitz-Birkenau is als volgt:Laurence Schram, De raciale deportatie van België naar Auschwitz vanuit Mechelen, 2006
KonvooiDatumMannenJongensVrouwenMeisjesTotaalOverlevenden in 1945Konvooi I4 augustus 194254528402239987Konvooi II11 augustus 194246025488269993Konvooi III15 augustus 1942380485225010005Konvooi IV18 augustus 19423391334151129990Konvooi V25 augustus 1942398884298199627Konvooi VI29 augustus 19423556053154100035Konvooi VII1 september 1942282163401154100015Konvooi VIII10 september 194239010940497100034Konvooi IX12 september 194240891401100100030Konvooi X15 september 194240613241397104817Konvooi XI26 september 1942562231713236174231Konvooi XII10 oktober 194231013542313199928Konvooi XIII10 oktober 1942230892589867526Konvooi XIV24 oktober 194232511143812199515Konvooi XV24 oktober 194231430933947626Konvooi XVI31 oktober 194268616932782249Konvooi XVII31 oktober 1942628451703287537Konvooi XVIII15 januari 1943361104416659464Konvooi XIX15 januari 194324149270526128Konvooi XX19 april 19435061126551251398153Konvooi XXI31 juli 194367210370671155242Konvooi XXIIA20 september 1943292392633763231Konvooi XXIIB20 september 1943304733536379319Konvooi XXIII15 januari 1944308332932365499Konvooi Z215 januari 194485911017435115Konvooi XXIV4 april 19443022927519625146Konvooi XXV19 mei 19442362023021507134Konvooi XXVI31 juli 19442801525216563186 Totaalaugustus 1942 – juli 194410.6062.20110.3952.04525.2571.222
Na de oorlog
Vanaf 4 september 1944, het einde van de Tweede Wereldoorlog in Mechelen, werd de Dossin-kazerne een interneringskamp van de Belgische repressie. 200 tot 300 verdachten werden eerst op de binnenkoer van het stadhuis samengebracht en nadien met vrachtwagens vervoerd naar de Dossin-kazerne (en de kazerne luitenant-generaal baron Michel, eveneens te Mechelen). Vanaf 16 september 1944 (tot juni 1947) stond de Dossin-kazerne officieel onder controle van het Ministerie van Justitie.
Op 25 november 1949 werd SS-kampcommandant Philipp Schmitt ter dood veroordeeld, en in 1950 geëxecuteerd.
In 1948 kreeg het gebouw als school voor de administratie van de Krijgsmacht zijn oorspronkelijke functie terug. In 1973 echter verhuisde dit militaire instituut, waarna Kazerne Dossin in verval raakte. In de jaren 1980 werd het complex daarom in appartementen opgedeeld en in 1989 nam ook het stadsarchief zijn intrek in het gebouw. Op vraag van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België - Dochters en zonen van de deportatie (VJWB) en het Centraal Israëlitisch Consistorie van België (CICB) werd daarbij ook ruimte vrijgemaakt voor een museum over de periode waarin de kazerne als verzamelkamp dienstdeed. Het Joods Museum van Deportatie en Verzet werd officieel geopend in 1995 met steun van de Stad Mechelen en de provincie Antwerpen. Naast een museum werd ook een documentatiecentrum uitgebouwd. Dit documentatiecentrum wil op een consistente wijze de documentatie over Joodse gedeporteerden verzamelen, inventariseren, bewaren en ontsluiten. Het documentatiecentrum beschikt zelf over zo'n drieduizend bundels bestaande uit in beslag genomen documenten van Joodse gedeporteerden. Het betreft brieven, identiteitskaarten en werkvergunningen van 4400 mensen die naar de vernietigingskampen zijn gestuurd via Mechelen. Het museum vertelt het verhaal van de Jodenvervolging in België en de functie van Kazerne Dossin daarbinnen. Ook zijn er appartementen gevestigd met als syndicus AB Vastgoedbeheer. Het geheel werd in 2011 herdoopt tot Kazerne Dossin, Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten, op initiatief van Vlaams minister-president Patrick Dewael.
Literatuur Steinberg, Maxime (1999). "Malines, antichambre de la mort". Un pays occupé et ses juifs Belgique entre France et Pays-Bas. Gerpinnes: Quorum, . Geraadpleegd op 1 Augustus 2011. Schram, Laurence (2006). "De cijfers van de deportatie uit Mechelen naar Auschwitz. Perspectieven en denkpistes". De Belgische tentoonstelling in Auschwitz. Het boek – L'exposition belge à Auschwitz. Le Livre. Het Joods Museum voor Deportatie en Verzet, . Geraadpleegd op 1 Augustus 2011. Schram, Laurence: "Dossin, wachtkamer van de dood." Lannoo, 2018, Steinberg, Maxime (1979). Extermination, sauvetage et résistance des juifs de Belgique. Brussel: Comité d'hommage des Juifs de Belgique à leurs héros et sauveurs. Steinberg, Maxime; Ward, Adriaens; Schram, Laurence; Ramet, Patricia; Hautermann, Eric; Marquenie, Ilse (2009). Mecheln-Auschwitz, 1942–1944 – The destruction of the Jews and Gypsies from Belgium. Vol. I-IV. Brussel: VUBPress, . Steinberg, Maxime (1981). Dossier Brussel-Auschwitz, De SS-politie en de uitroeiing van de Joden, gevolgd door gerechtelijke documenten van de rechtszaak Ehlers, Canaris en Asche bij het Assisenhof te Kiel, 1980. Brussel: Steuncomité bij de burgerlijke partij proces tegen SS-Officieren Ehlers, Asche, Canris voor wegvoering der joden van België. Steinberg, Maxime; Schram, Laurence (2008). Transport XX : Malines-Auschwitz. Brussel: Éditions du Musée juif de la déportation et de la Resistance, . Steinberg, Maxime (2004). La persécution des Juifs en Belgique (1940–1945). Bruxelles: Complexe, . Geraadpleegd op 3 Augustus 2011. Van Doorslaer, Rudi (2007). La Belgique docile : les autorités belges et la persécution des Juifs en Belgique. Brussel: Luc Pire, . Baes, Ruben. "‘La Belgique docile’. Les autorités belges et la persécution des Juifs [The obedient Belgium – The Belgian authorities and the persecution of the Jews]". Centre for Historical Research and Documentation on War And Contemporary Society (CEGES-SOMA). Geraadpleegd op 2 Augustus 2011. Tammy Bottner (2017). Among the Reeds. The true story of how a family survived the Holocaust. Oegstgeest: Amsterdam Publishers, .
Zie ook Holocaust in België Kazerne Dossin - Memoriaal, museum en documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten Jelle Hartstra, België herinnert: museum Kazerne Dossin en de Tweede Wereldoorlog, MA Thesis, Cultuurgeschiedenis van Modern Europa, Universiteit Utrecht, juli 2019. Canon van Vlaanderen
Externe link
Categorie:Naziconcentratiekamp in België Categorie:Plaats in de Tweede Wereldoorlog in België Categorie:Museum in Mechelen Categorie:Geschiedenis van Mechelen Dossin Categorie:Beschermd monument in Vlaanderen Categorie:Tweede Wereldoorlog-monument Categorie:Holocaust in België Categorie:Militair bouwwerk in Antwerpen (provincie) Categorie:Museum over de Tweede Wereldoorlog Categorie:Onroerend erfgoed in Mechelen Categorie:Canon van Vlaanderen