thumb|Standbeeld te Lier van de hand van Jan Alfons Keustermans uit 1986 Pallieter is een streekroman van de Vlaamse schrijver en dichter Felix Timmermans, gepubliceerd in 1916. De roman is vernoemd naar zijn hoofdpersonage Pallieter, een levensgenieter die leeft onder het motto ‘pluk de dag’. Het boek vertelt het verhaal van de levenslustige Pallieter die met zijn huishoudster Charlot in het idyllische Lier woont. Dag in dag uit begeeft hij zich in de Netevallei waar hij zorgeloos geniet van het paradijselijke landschap.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland werd Pallieter gigantisch populair. Dat de roman zo succesvol werd onthaald, had deels te maken met het feit dat het boek in volle oorlogsperiode uitkwam. In deze omstandigheden werd een roman vol levensvreugde en genot met open armen onthaald. In de loop van de jaren 20 begon Timmermans’ succes bij de meer verfijnde literaire kringen af te nemen.Absillis 2016, p.272 Pallieter werd in 1920 ook door de katholieke kerk verboden omdat Timmermans erin zou spotten met het katholieke geloof. Vandaag wordt Pallieter vooral als ‘bravige heimatliteratuur’ bestempeld, waarbij de verheerlijking van de eigen bodem centraal staat. In deze context wordt de roman vaak gelinkt aan het Vlaams-nationalisme.Absillis 2016, p.222-223

Paratekst

Titelverklaring De roman Pallieter ontleent zijn titel aan de naam van het hoofdpersonage. Pallieter is een Lierenaar die eerst de naam "Palloeter" kreeg. Dat betekent bedrieger of luierik.Durnez 2000, p.170 Waarschijnlijk is de naam "Pallieter" voortgekomen uit het woord "palloeter": "In het Antwerps Idioticon van Cornelissen-Vervliet staat paloeter "bedrieger", "luiaard" en paloeteren "bedriegen", maar geen pal(l)ieter. Vermoedelijk heeft Timmermans de term "pallieter" dus zelf verzonnen.Roelandts 1970, p.90 Het hoofdpersonage zelf gaf toe dat Pallieter een naam zonder betekenis is: "Ik moet U verdrieten, maar pallieter is een verzonnen naam. Dat is een naam zonder betekenis, zonder overlevering, zonder geschiedenis, zonder occultisme (...) Het is zelfs geen naam, niets dan iets Pallieterachtig, en wat is dat? Noem dus uw zoontje Hendrik of Jan, en dat hij heerlijk moge groeien."

Opdracht

Timmermans droeg Pallieter op aan zijn vrouw Marieke. Zij heeft een belangrijke invloed gehad op het hoofdpersonage en zonder haar zou Pallieter niet de figuur zijn die hij vandaag de dag is. Niet onbelangrijk is dat Marieke eerst Marleentje heette in de roman.Janssens 1989, p.1

thumb|left|De coverafbeelding die Timmermans voor de eerste druk van Pallieter maakte. Cover

Op de cover van de eerste druk uit 1916 zien we twee Bijbelse mannen die terugkomen uit Kanaän. Deze twee verkenners dragen een enorme druiventros op hun schouder. De afbeelding op de cover werd door Timmermans zelf gemaakt en verwijst grotendeels naar "Het Belofte Land", het café waar de schrijver tijdens zijn wandelingen door Lier voorbij liep. Volgens de schrijver was Lier het Beloofde Land. Timmermans noemde de stad het middelpunt van de wereld.

Illustraties De illustraties in Pallieter zijn allemaal van de hand van de auteur. De tekeningen doen ons denken aan volksverhalen en vertellen ons meer over de Vlaamse feesten. Wat opvalt is dat Felix Timmermans noch in dit boek noch in andere (grafische) werken een figuur heeft getekend die Pallieter moet voorstellen: “Het lijkt alsof hij die mythische idee niet met een lichamelijke gestalte wilde aankleden”.Janssens 1989, p.2

Personages thumb|upright=0.75|Tekening van Peterus de ooievaar bij het hoofdstuk 'De hof, en de brief van Charlot'.

Pallieter: de hoofdpersoon van het boek. Hij woont met zijn dienstmeid Charlot in een boerderij in de Netevallei en geniet daar van het leven en de natuur.Bel 2015, p.619 Hij heeft geen familie, gaat niet naar de kerk en heeft lak aan de regels van de samenleving.Absillis 2016, p.237-238 Hij is ‘de vrije man, de ongebondene (...) die alle levensmanifestaties ondergaat in ‘n roes van verrukking of in vertederende ontroering (...)’.Rutten 1928, p.89 Aan het eind van het boek vervult hij zijn wens om de wijde wereld in te trekken. Charlot: de dienstmeid van Pallieter. Ze woont bij Pallieter in huis en verzorgt het huishouden. Pallieter bespot haar vaak om haar traditionele manier van geloven. Ze gaat naar de kerk en loopt mee in processies. Op het eind van het boek besluit ze met Pallieter en Marieke mee te gaan op reis. Marieke: de vrouw van Pallieter. Ze is het petekind van Charlot. Ze ontmoet Pallieter als ze met Charlots familie mee komt voor de kermis. De twee worden al snel verliefd. Marieke en Pallieter trouwen en krijgen een drieling, twee jongens en een meisje. Pastoor: vriend van Pallieter. De pastoor en Pallieter kunnen het goed met elkaar vinden en drinken af en toe samen. De pastoor probeert Pallieter te overtuigen om niet de wijde wereld in te trekken, maar tevergeefs. Fransoo: ‘Pallieters evenbeeld’ en beste vriend. Hij is landschapsschilder en woont in de molen van zijn vader. Beyaard de merrie, Lucifer de bok, Loebas de hond, Thybaert de kat, Peterus de ooievaar: de dieren die bij Pallieter in zijn huis de Reynaert wonen.

Synopsis Pallieter is een verhaal met weinig dramatische spanning. De jonge levensgenieter Pallieter woont samen met zijn huishoudster Charlot op een boerderij in Lier. Ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis nodigt Pallieter Charlots familie uit voor een groot feest. Tijdens dit uitbundige eetfestijn ontmoet Pallieter Marieke, het petekind van Charlot. Pallieter wordt verliefd op haar en niet veel later verloven ze zich. Op 21 september trouwt Pallieter met Marieke. Hun huwelijksnacht beleven ze op een bootje op de Nete. Na hun bruiloft ontdekt Pallieter dat de Nete zal worden rechtgetrokken. Pallieter besluit dat hij niet in Lier wil blijven wonen. Negen maanden later bevalt Marieke van een drieling, en het jonge gezin trekt samen met hun huishoudster Charlot de wijde wereld in.

Structuur Het boek bestaat uit 28 hoofdstukken en telt ongeveer 262 pagina's. Het boek beschrijft ongeveer 13 of 14 maanden uit het leven van Pallieter in chronologische volgorde. Pallieter heeft geen echt plot, maar wordt gestructureerd door de loop van de seizoenen. Het boek krijgt ook structuur door verschillende feesten en belangrijke momenten op de liturgische kalender.Janssens 1989, p.3

Het boek kan grofweg als volgt worden ingedeeld:

H1 t/m H9: Lente H10 t/m H17: Zomer H18 t/m H19: Herfst H20 t/m H23: Winter H24 t/m H28: Lente

Het 'verhaal' wordt verteld in de onvoltooid verleden tijd door ''een min of meer auctoriële vertelinstantie''. De lezer beleeft alles door de ogen van Pallieter, en ziet en voelt zo alles wat Pallieter ook ziet en voelt.

Setting

Lier thumb|Het landschap rond de Nete in Lier vormt het decor voor de roman. Voor de situering van zijn Pallieter ging Timmermans uit van zijn eigen 'heimat': het Neteland rond Lier. De auteur geeft die geografische ruimte echter niet weer zoals ze in werkelijkheid is, maar mythologiseert ze. Zo ging een Duitse vrouw na het lezen van de roman in Lier op zoek naar "blauwe bosschen", maar keerde teleurgesteld van haar zoektocht terug.Timmermans 1916, p.6Janssens 1989, p.4 De ruimte waarin Pallieter vertoeft is onproblematisch en eenzijdig, van lijden is er geen sprake.Rutten 1928, p.81Rutten & Weisgerber 1988, p.445 Daarnaast hoeft Pallieter niet te werken in deze nieuwe Tuin van Eden, want het land bevredigt al zijn behoeften.Absillis 2016, p.245 Het is bijgevolg de ideale plek om naar hartenlust te genieten van al het moois dat de natuur en het leven te bieden hebben.Rutten 1928, p.84-85

In het werk van Timmermans maakt de mens inherent deel uit van de natuur.Rutten 1928, p.46 In Pallieter draagt de gelijknamige hoofdfiguur zijn emoties en menselijke trekken over op de ruimte zodat alles, inclusief het levenloze, een levend karakter krijgt.Rutten 1928, p.177 Dit gebeurt voornamelijk door het gebruik van personificaties zoals "de reuk der witte en purpere kruidnagelen, van voor het venster, wandelde over de tafel heên" en "het rood [van de zon] jubelde de wolken in en rolde over de wereld".Timmermans 1916, p.7Timmermans 1916, p.39 Verder voelt Pallieter zich erg verbonden met de hem omringende natuur. Hij beschouwt het Netedal als zijn thuis: "‘Dat is man beste kamer! Ma salon! De loecht is ma plafon, de zon man horloge, het gers is man tapijt, de regen man gordijnen", omarmt liefdevol zijn "Bruur Boem" en spreekt over "Vader zon" en "Moeder aarde".Rutten 1928, p.90Timmermans 1916, p.87Timmermans 1916, p.227Timmermans 1916, p.67

Het is vanuit zijn verbondenheid met de natuur dat Pallieter zijn godsdienst beleeft. In tegenstelling tot zijn huishoudster Charlot zoekt hij de aanwezigheid van God niet in de kerk of in processies, maar vindt hij die in de vrije natuur.Rutten 1928, p.85Absillis 2016, p.238 Zijn natuurbeleving zorgt bij Pallieter voor mystieke ervaringen, zoals wanneer hij voordat hij naar Marieke vertrekt overweldigd wordt door de schoonheid van de bloemen in zijn tuin: Rond het molenheuveltje prikten de gouden zonnewielen tranen in de oogen, en uit een dikken band van bloeiende geraniums spoot het fonteintje, stralend als een zweerd, zijn peerlenpluim uiteen. Daar als een gekleurd vuurwerk het Japaneesch gers, ginder franker dan appelsienen, de kelken van het lisch, en dan! als om niet te gelooven en nooit meer te vergeten, alles overheerschend en overweldigend, de uitbundige roode en oranje mastouchen in kegelranken tegen den witten muur en rond de dikke vruchtenboomen! Amé! 't waren als vlammen, die opkronkelden en opsloegen uit den grond! Och, 't was overal de geestdriftige openbersting van het schoonste leven. 't Was als niet voor menschen. En die reuken die een mensch zijn ziel vergrootten!Timmermans 1916, p.133Een pagina verder zegt hij dan: "Wa veur nen uil kan er nog nor nen hemel verlangen als hem zoo iet zie!"Timmermans 1916, p.134 Pallieter is dus een lofzang op de natuur waarin het leven hier en nu een feest is dat met veel uitbundigheid wordt gevierd.Rutten 1928, p.91

Stilte Toch is Pallieter niet louter uitbundigheid en drukte. Het boek bestaat enerzijds uit momenten van onstuimigheid, feest, zingen uit volle borst en eten en drinken tot je erbij neervalt en anderzijds uit momenten van rust, verinnerlijking en stilte. Die ogenblikken van kalmte onderbreken de razende stroom van overweldigende levensvreugde en zorgen voor vertragingen in het vertelritme. Meestal vindt Pallieter de stilte 's avonds of 's nachts.Janssens 1989, p.5 Volgens Rutten (1928) zijn net dat de essentiële momenten van het verhaal: "Al brandt de dag nog zo fel op Brabants heuvelen, al rijst de morgen steeds edeler en ijler van achter de oosterkim, Pallieter is het boek van de avond en der nachten".Rutten 1928, p.93 Janssens (1989) stelt daarentegen dat de momenten van innerlijke rust net zo belangrijk zijn als de drukke en vrolijke delen van het verhaal, maar dat het boek vaak ten onrechte enkel met die laatste vereenzelvigd wordt.

Geen traditionele streekroman De roman wordt dus meestal gezien als een extatische verheerlijking van de eigen bodem, typisch voor het genre van de streekroman. Aan dat genre kleeft vaak een traditioneel etiket, dat maar weinig "literaire glans" heeft.Absillis 2016, p.236 Pallieter wordt door de literaire kritiek voornamelijk gezien als een idealisering van het premoderne, landelijke Vlaanderen die de lezer een ontsnapping uit de werkelijkheid biedt.Absillis 2016, p.235-236 In het Neteland van Pallieter is nog geen sprake van de problemen die gepaard gaan met de modernisering en leeft iedereen in vrede samen. De aankondiging van de komst van die modernisering aan het einde van het verhaal wordt dan ook beschouwd als een verstoring van de paradijselijke rust.