Deventer (; Nedersaksisch: Dèv'nter of Daeventer, in het Deventers: Dèmpter) is een stad in de Nederlandse provincie Overijssel. De stad is de hoofdplaats van de gelijknamige gemeente en is gelegen aan de rivier de IJssel. Deventer maakte in de middeleeuwen deel uit van het Hanzeverbond, een belangrijk Noord-Duits handelsnetwerk.
Deventer is een van de oudste steden van Nederland.Stad in de betekenis van plaats waaraan stadsrechten zijn verleend (zie overzicht gebaseerd op het Repertorium van de stadsrechten in Nederland door dr. J.C.M. Cox) De plaats staat al in 9e-eeuwse bronnen van het bisdom Utrecht vermeld. In een oorkonde uit 877 wordt gesproken over zeven hoeven in Daventre portuD. Otten (2006), Lebuïnus, een gedreven missionaris, blz 53-57, Uitgeverij Verloren, (de haven Deventer). In 952 wordt Deventer in een schenkingsoorkonde van koning Otto I als stad vermeld.Vermelding van Deventer als stad (urbs) in een schenkingsoorkonde van koning Otto I aan het Mauritiusklooster in Maagdenburg, Online versie. Ook werd Deventer zeer vroeg een civitas genoemd, zie meer in: A.C.F. Koch (1992), Die Anfänge der Stadt Deventer in: Tussen Vlaanderen en Saksen: uit de verspreide geschiedkundige geschriften van A.C.F. Koch (1923-1990), Hilversum, blz. 37. Nadat de plaats in de loop der tijd steeds meer rechten en privileges had verworven, ontving ze in 1123 van keizer Hendrik V de beschikking over de gemeentelijke gronden. Dit wordt door historici beschouwd als het moment van verkrijgen van stadsrechten door de inwoners.Deventer op mijn.land De stad heeft het oudste stenen huis, het oudste wandelpark en met de Athenaeumbibliotheek ook de oudste wetenschappelijke bibliotheek van Nederland.
Op telde de stad Deventer inwoners en is daarmee veruit de grootste kern van de gemeente, die in totaal ruim 100.000 inwoners telt.
Naam Etymologie De naam Deventer wordt etymologisch op verschillende manieren verklaard. Allereerst wordt ze toegeschreven aan een in de 8e eeuw of eerder ontstane samenstelling van twee Oudsaksische vormen. De naam zou dan zijn ontstaan uit deve-treo, wat zoiets betekende als "aan een waterloop gelegen geboomte" of "dode boom". 'Deven' betekende in het Gotisch hetzelfde als gestorven, de Oudengelse of Oudsaksisch naam 'treo' betekende boom. (1866), Vijftal lezingen over de wording en ontwikkeling der stad en gemeente Deventer, pp. 5-9, Zutphen: W.J. Thieme&Cie, geraadpleegd van Google Books
Daarnaast wordt weleens verhaald dat Deventer zijn naam dankt aan het stadje Daventry in Engeland, waar de christelijke missionaris Lebuinus (Liafwin) vandaan zou zijn gekomen. Dit kan niet kloppen, want Daventry bestond toen nog niet. Het is echter denkbaar dat Deventer en Daventry dezelfde etymologische oorsprong hebben.Onze-Taalkalender, 25 juni 2018
In de 10e eeuw schreef de benedictijn Hucbald dat Deventer vernoemd was naar een monnik met de naam Davo, die met Lebuinus meereisde. Ook dit lijkt niet waarschijnlijk. De plaats Davo bestond elders al en in de eeuw oudere tekst die Hucbald als bron gebruikte, wordt niets over deze vernoeming gezegd.
Bijnamen Gezien de politiek overwegend linksgeoriënteerde bevolking werd Deventer in de 20e eeuw aangeduid als 'Moskou aan de IJssel'. Ook wordt Deventer aangeduid als 'Koekstad', vanwege de bekende Deventer koek. Lokale carnavalsvierders hebben het over 'Stokvissengat', naar de stokvis die er vroeger verhandeld werd.
Geschiedenis
Op het huidige grondgebied van de gemeente Deventer zijn restanten gevonden uit de Romeinse tijd. In het stadsdeel Colmschate lag in de Romeinse tijd een Germaanse nederzetting. Tijdens opgravingen zijn Romeinse munten uit de 3e en 4e eeuw gevonden, evenals een beeldje van de Romeinse godin Victoria.
thumb|links|200px|De Proosdij uit 1130 is het oudste stenen woonhuis van Nederland. Vanaf de 8e eeuw is de plek waar Deventer nu ligt vrijwel continu bewoond. De IJssel speelde een belangrijke rol voor jagers, vissers, boeren en veehouders, die zich vestigden op de oever. Waarschijnlijk is de stad gesticht door de later heilig verklaarde Angelsaksische missionaris Lebuinus (Liafwin), die in 768 de IJssel overstak, en een houten kerkje stichtte op de plek waar nu de naar hem genoemde Grote of Lebuinuskerk staat. Deventer bleef een religieus centrum binnen het bisdom Utrecht en ontwikkelde zich tot de hoofdplaats van het Oversticht.
Tussen 1000 en 1500 werd Deventer een bloeiende handelsplaats, die deel uitmaakte van het Hanzeverbond. Met name in de 11e en 12e eeuw vormde het samen met Tiel een zeer belangrijke handelsplaats. Deventer was ook een havenstad. Grote schepen konden aan de kade aanleggen. De Schipbeek mondde vroeger uit aan de zuidkant van het centrum en vormde een natuurlijke haven. In deze periode werd de verdedigingswal tegen Vikingaanvallen, waar de stad al in 882 mee begonnen was, uitgebreid met stadsmuren, torens en poorten. Er waren vijf grote en een groot aantal kleinere stadspoorten.
Deventer was een belangrijk centrum voor religieuze hervorming, met name doordat het de geboorteplaats is van Geert Grote, grondlegger van de beweging van de Moderne Devotie die van grote invloed was op Thomas a Kempis en later op Desiderius Erasmus. De destijds wijd en zijd bekende Latijnse School van Deventer, waar zij alle drie les hebben gehad, speelde hierin een belangrijke rol en kende haar glorietijd van 1483 tot 1498 onder het rectoraat van Alexander Hegius, de belangrijkste leerling van Rudolf Agricola. Tot ongeveer 1500 was de stad het belangrijkste humanistische boekdrukcentrum van Noord-Europa.
thumb|250px|Het stratenpatroon van Deventer op deze kaart uit 1652 is vandaag de dag nog ongewijzigd. Al vanaf de Middeleeuwen strekte het bestuur van Deventer zich niet alleen uit tot de grenzen van de stad zelf, maar ook tot een ruim gebied buiten de vesting. In deze zogenoemde wigbold, plattelandsgebied bestaande uit weiden en tuinderijen, gold het stadsrecht.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Deventer in 1591 na een tien dagen durend beleg veroverd door Staatse troepen onder bevel van prins Maurits. Het bestuur van de stad kwam toen in handen van protestanten. Na deze reformatie werd de band tussen de Latijnse School en de katholieke kerk verbroken. Daarnaast werd met behulp van een erfenis het Athenaeum Illustre opgericht dat vervolgstudiemogelijkheden bood aan leerlingen van de Latijnse School.
Gedurende de middeleeuwen waren Deventer, Zwolle en Kampen uitgegroeid tot de hoofdsteden van Overijssel, die elkaar beconcurreerden maar ook genoodzaakt waren tot samenwerking. Vanaf 1317 was er al sprake van een bondgenootschap. Na de Tachtigjarige Oorlog werd Overijssel een gewest van de Republiek der Verenigde Nederlanden met een eigen bestuur. De Gedeputeerde Staten van Overijssel vergaderden beurtelings in elk van de drie steden. In 1632 werd hiervoor in Deventer het Landshuis gebouwd, dat werd gebruikt totdat in de Franse Tijd Zwolle als hoofdstad van het Departement van den Ouden IJssel werd aangewezen en nadien ook de enige hoofdstad van Overijssel werd.
thumb|links|200px|De voormalige Binnen-Vispoort in de 19e eeuw. In 1783 werd in Deventer een vrijkorps opgericht met radicaal-liberale ideeën: het volk moest meer invloed krijgen op het bestuur. In 1795 brak de Franse tijd aan, waarmee in heel Nederland de beginselen van vrijheid, gelijkheid en broederschap werden ingevoerd. Op 4 mei 1809 bracht koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan Deventer. Deventer werd in 1851 een gemeente in de zin van de gemeentewet uit 1848. Na de invoering van de vestingwet (1874) werden de Nederlands steden ontheven van hun plicht om hun vestingwerken te onderhouden en mocht ook het tot die tijd direct buiten de oude vesting vrij te houden schootsveld bebouwd worden. De eerste wijken die hier eind 19e eeuw ontstonden waren de Molenbelt en de Ossenweerd. De eerste industrie werd gevestigd aan de zuidoostkant van de oude vesting, langs de spoorlijn en de oude haven, en wat later ook aan de noordwestzijde langs de IJssel.
thumb|De tarwemeelfabriek van Noury & van der Lande Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Deventer verschillende malen door de geallieerden gebombardeerd, met honderden burgerslachtoffers als gevolg. Van de circa 11.000 woningen bleven er slechts 2500 onbeschadigd.Henk Slechte, Geschiedenis van Deventer, deel II blz. 751, Walburgpers, Zutphen.] Met name het gebied rond de strategisch belangrijke bruggen werd door bommen getroffen; ook het historisch stadscentrum liep daarbij grote schade op. Veel schade veroorzaakten ook neerstortende Duitse V1-vliegende bommen. Deze werden ten oosten van de stad afgeschoten, waren bestemd voor Engeland, maar verlieten soms defect hun baan. In 1942 telde Deventer bijna 500 Joden van wie de meesten in het Noordenbergkwartier woonden.Joods monument synagoge Deventer naar stadhuis, Nieuw Israëlietisch Weekblad, 25 juli 1986 Een groot aantal van hen werd gedeporteerd en keerde niet terug. Vlak voor het moment van de daadwerkelijke bevrijding op 10 april 1945 vond in de stad het Twentol-drama plaats, waarbij zeven verzetsstrijders om het leven kwamen. Na de Tweede Wereldoorlog werd hard gewerkt aan de wederopbouw. Naast de bruggen voor het weg- en spoorvervoer werd een sluis aangelegd, de Prins Bernhardsluis, om zo de binnenvaart te bevorderen. Sinds 1951 verbindt deze de IJssel met het basiskanaal.
Vanwege de politieke verhoudingen werd Deventer in de 20e eeuw door sommigen 'Moskou aan de IJssel' genoemd. De bevolking bestond tot in de jaren zeventig voor een groot deel uit arbeiders die werkzaam waren in de grote textiel-, metaal-, en andere fabrieken.
Eind jaren vijftig had de bebouwing de grenzen van de gemeente bereikt. In 1960 werd voor verdere uitbreiding daarvan het deel van de gemeente Diepenveen geannexeerd dat nu de wijken Keizerslanden, Borgele en de Platvoet, alle drie gerealiseerd in de jaren zestig, beslaat; alles bij elkaar grofweg het gebied tot aan (bewesten) de Zandwetering.
Nadat eind jaren zestig een plan om de stad uit te breiden over de IJssel, het zogeheten Dubbelstadplan, niet haalbaar werd geacht, richtte Deventer zijn blik weer naar het oosten: in 1974 werd wederom een deel van Diepenveen geannexeerd. Op 1 januari 1999 werd de gemeente Diepenveen opgeheven en bij Deventer gevoegd. Op 1 januari 2005 gebeurde hetzelfde met de gemeente Bathmen.
Geografie Stadsparken Worpplantsoen Het buitendijks aan de IJssel gelegen Worpplantsoen is een van de oudste stadswandelparken van Nederland. Het gebied aan de westkant van de rivier was al in 1578 langs paden en wegen beplant met bomen. In de 17e eeuw ontstonden er steeds meer hoven (tuinen), compleet met tuinhuisjes. In 1699 werd voor het eerst melding gemaakt van een plantage (park) aan de IJsseloever. Ook waren hier herbergen en uitspanningen gevestigd. Nadat de Fransen het park en de bebouwing in 1813 hadden verwijderd, werd een nieuw park aangelegd. In het tuinengebied wat verder van de rivier verrees geleidelijk aan een woonwijk met de naam De Hoven. In het park staat een muziekkoepel. In de zomer vinden er optredens en evenementen plaats en wordt er gepicknickt en gebarbecued.
Rijsterborgherpark thumb|Het Rijsterborgherpark Het Rijsterborgherpark staat in Deventer algemeen bekend als het Oude Plantsoen. Het is gelegen aan de voormalige buitengracht tussen spoorbaan en binnenstad. De aanleg vond plaats nadat in de 19e eeuw de Deventer vestingwerken waren ontmanteld, maar daarvoor was er al sprake van een wandeling (een wandelpad) ter plaatse. Het park werd rond 1880 ontworpen door de bekende landschapsarchitect Leonard Springer. Tussen het groen staan op een aantal plaatsen kunstwerken, een Vogeleiland met allerhande pluimvee, een paviljoen en een muziekkoepel. Het Rijsterborgherpark is een rijksmonument.
Nieuwe Plantsoen thumb|Het Nieuwe Plantsoen gezien vanaf de watertoren