Indonesië, officieel de Republiek Indonesië (Indonesisch: Negara Kesatuan Republik Indonesia, afgekort als NKRI; of gewoon Republik Indonesia, afgekort als RI), ook plaatselijk bekend als Nusantara, is een land in Zuidoost-Azië en Oceanië, gelegen tussen de Indische en Grote Oceaan. Het bestaat uit meer dan 17.000 eilanden, waaronder Sumatra, Java, Sulawesi en delen van Borneo en Nieuw-Guinea. Indonesië is de grootste archipelstaat ter wereld en met 1.904.569 km² het 14e grootste land naar oppervlakte. Met meer dan 280 miljoen inwoners is Indonesië het vierde meest bevolkte land ter wereld en het land met de grootste moslimmeerderheid. Java, het dichtstbevolkte eiland ter wereld, is de thuisbasis van meer dan de helft van de Indonesische bevolking.

Indonesië functioneert als een presidentiële republiek met een gekozen wetgevende macht en bestaat uit 38 provincies, waarvan negen een speciale autonome status hebben. Jakarta, de grootste stad, kent het tevens het grootste bevolkte stedelijke gebied ter wereld. Indonesië deelt landgrenzen met Papoea-Nieuw-Guinea, Oost-Timor en het oostelijke deel van Maleisië, en heeft daarnaast maritieme grenzen met Singapore, het Maleisisch schiereiland, Vietnam, Thailand, de Filipijnen, Australië, Palau en India.

De Indonesische archipel was al sinds de zevende eeuw een belangrijk gebied voor de handel, toen het Sumatrese rijk Srivijaya en later het Javaanse rijk Majapahit commerciële betrekkingen onderhielden met entiteiten uit het Chinese vasteland en het Indisch subcontinent. Door de eeuwen heen namen lokale heersers buitenlandse invloeden op, wat leidde tot de bloei van hindoeïstische en boeddhistische koninkrijken. Soennitische handelaren en soefi-geleerden brachten later de islam naar de regio. Tijdens de tijd van de ontdekkingsreizen streden Europese mogendheden om het handelsmonopolie in de specerijeilanden van de Molukken. Na drieënhalve eeuw Nederlandse koloniale overheersing verkreeg Indonesië zijn onafhankelijkheid na de Tweede Wereldoorlog. Sindsdien heeft het land te maken gehad met uitdagingen zoals separatisme, corruptie en natuurrampen, naast democratisering en snelle economische groei.

De Indonesische eilanden laten een zeer gevarieerd beeld zien wat betreft etniciteit, taal en godsdienst. De Javanen zijn de grootste en politiek gezien dominantste etnische groepering. Als land heeft Indonesië een gemeenschappelijke identiteit verworven die vooral wordt gedefinieerd door de nationale taal, een moslimmeerderheid en een geschiedenis van kolonisatie en het verzet tegen die kolonisatie. Het Indonesische motto luidt Bhinneka Tunggal Ika (vrij vertaald; “Eenheid in diversiteit”). Echter, sektarisch geweld en separatisme steken regelmatig de kop op en hebben tot bloedige confrontaties geleid, die de economische en politieke stabiliteit ondermijnen.

Indonesië ligt in een geologisch actieve regio. Voor de kust van Sumatra via Java tot voorbij de Molukken loopt een subductiezone van de Soendabreuklijn waar de Australische plaat onder de Euraziatische plaat schuift. Dit veroorzaakt aardbevingen met tsunami's en vulkanisme. De Toba, de Tambora en de Krakatau behoren tot de grootste en gevaarlijkste vulkanen op Aarde. Wegens het vulkanisme is op de meeste eilanden de vruchtbaarheid van de bodem zeer hoog wat samen met de hoge temperaturen en overvloedige hoeveelheid neerslag een hoge landbouwopbrengst en een hoge bevolkingsdichtheid mogelijk maakt. Indonesië heeft grote natuurgebieden en 's werelds op een na grootste biodiversiteit. Het land is rijk aan natuurlijke rijkdommen, al blijft armoede een belangrijk kenmerk van het huidige Indonesië.

Etymologie De naam Indonesië is afgeleid van het Latijnse woord “Ιndus” dat Ιndia betekent en het Griekse woord voor eiland, νῆσος “nẽsos”. De naam dateert uit de 18e eeuw, dus nog van voor de onafhankelijkheid van Indonesië. In 1850 stelde de Engelse etnoloog George Earl de term Indunesians (Indonesiër) voor als naam voor de bewoners van de Indische archipel. In dezelfde publicatie gebruikte zijn student, James Richardson Logan de term Indonesia (Indonesië) als synoniem voor de Indische archipel.; Deze term werd echter niet door Nederlandse academici uit Nederlands-Indië geaccepteerd. Zij gaven de voorkeur aan het gebruik van de namen Maleische Archipel, Nederlandsch Oost Indië, of kortweg Indie, de Oost en soms zelfs Insulinde. Vanaf 1900 werd het gebruik van de naam Indonesië gebruikelijker in academische kringen buiten Nederland en Indonesische nationalistische groeperingen namen de naam over in hun politieke geschriften.

Het woord Indonesië betekent letterlijk ‘Indische eilandengroep’. Het is als aardrijkskundige term dan ook verwant aan Melanesië, Micronesië en Polynesië. Pas in de twintigste eeuw is Indonesië een staatkundig begrip geworden. Spreekt men van Indonesië met betrekking tot het vroegere verleden, dan hanteert men een aardrijkskundig begrip waarvan de begrenzing niet hoeft samen te vallen met die van de hedendaagse Indonesische staat. Men zou er de hele archipel onder kunnen verstaan die tussen het vasteland van Azië en Australië gelegen is, van de Filipijnen in het noorden tot Timor in het zuiden en van Sumatra in het westen tot en met Nieuw-Guinea (Irian) in het oosten. Maar om historische redenen is het gebruikelijk de Filipijnen en de oostelijke helft van Nieuw-Guinea niet tot Indonesië te rekenen.Herman Burgers

De vroegste vermelding van de naam Indonesië in een Nederlandse krant stamt van 21 maart 1885.Koloniaal bezit. Algemeen Handelsblad, 21 maart 1885 De naam Indonesië werd verder populair gemaakt door de Duitse professor Adolf Bastian die een bestseller schreef genaamd Indonesien oder die Inseln des Malayischen Archipels, 1884-1894. De eerste Indonesische wetenschapper die de naam Indonesië hanteerde was Ki Hajar Dewantara, toen hij in 1913 in Nederland een persbureau opende genaamd Indonesisch Pers-bureau.

Geschiedenis

thumb|links|Een schip afgebeeld op de Borobudur, circa 800 na Christus. Mogelijk maakten dergelijke schepen al in de eerste eeuw na Christus handelsreizen tot aan Afrika. Fossiele resten van Homo erectus, ook bekend als de Javamens, bewijzen dat de Indonesische archipel al bewoond werd zo’n 2.000.000 tot 600.000 jaar geleden.cited in ; cited in ; cited in Austronesiërs die tegenwoordig het grootste gedeelte van de bevolking vormen migreerden vanaf Taiwan in zuidoostelijke richting. Ze bereikten Indonesië ongeveer 2000 voor Christus en verdreven daarbij de inheemse Melanesische bevolking richting het oosten. De ideale omstandigheden voor landbouw en de ontwikkeling van natte rijstbouw rond 800 v.Chr. zorgden ervoor dat dorpen, steden en kleine koninkrijken konden floreren rond de eerste eeuw v.Chr.. De zeestraten die in Indonesië zeer gunstig gelegen zijn, stimuleerden zowel de handel tussen de eilanden als de internationale handel. De handelsroutes met bijvoorbeeld de Indiase koninkrijken en China ontstonden reeds enkele eeuwen v.Chr.. Deze handel heeft sindsdien de geschiedenis van Indonesië sterk bepaald.

Vanaf de 7e eeuw floreerde het zeevarende koninkrijk Shrivijaya als gevolg van de handel en de invloed van het hindoeïsme en boeddhisme dat hiermee geïmporteerd werden. Tussen de achtste en de 10e eeuw gingen de hoogontwikkelde landbouwbeschavingen van de boeddhistische Shailendra en hindoeïstische Mataram ten onder in de binnenlanden van Java. Ze lieten schitterende religieuze bouwwerken achter zoals de Borobudur gebouwd door de Shailendra's en de Prambanan van de Matarams. Het hindoeïstische Majapahit koninkrijk ontstond op oostelijk Java in de late 13e eeuw en onder Gajah Mada reikte zijn invloed over het grootste gedeelte van Indonesië. Deze periode wordt ook wel de gouden eeuw van Indonesië genoemd.

Hoewel islamitische handelaren al sinds het begin van het islamitische tijdperk Indonesië bezochten, dateren de eerste aanwijzingen voor een islamitische populatie pas uit de 13e eeuw, toen een groot gedeelte van het eiland Sumatra zich tot de islam bekeerd had. Geleidelijk namen steeds grotere gedeelten van Indonesië de islam over als geloof en tegen het eind van de 16e eeuw was het zowel in Java als Sumatra de dominante religie. De islam overlapte en mixte met de reeds bestaande culturele en religieuze tradities, die van hun kant ook weer de vorm van de islam bepaalden, vooral op Java. Gedurende de 16e t/m de 18e eeuw bestond Indonesië uit een bonte verzameling zelfstandige koninkrijken, islamitische sultanaten en zelfstandige eilanden. In de loop van de 17e en 18e eeuw werd de Nederlandse greep op het eilandenrijk geleidelijk steeds sterker. De 19e eeuw zag de incorporatie van Indonesië in het Nederlandse koninkrijk, en na het neerslaan van verschillende opstanden (zoals de Atjehoorlog) was 'Indië' tegen 1910 volledig een kolonie van Nederland geworden.

Nederlands bewind thumb|De nootmuskaatplant is een inheemse plant op de Indonesische Banda eilanden. Ooit was dit een van 's werelds meest kostbare handelswaren. De eerste Europeanen arriveerden in 1512. Portugese handelaren, onder leiding van Francisco Serrão, probeerden de herkomst van de specerijen nootmuskaat, kruidnagel en peper te vinden en deze voor de internationale handel te beheersen.

Al snel volgden Nederlandse en Britse handelaren. In 1602 richtten de Nederlanders de Verenigde Oost-Indische Compagnie op, ook wel VOC genoemd, en vormden zij de belangrijkste Europese macht in de regio. Na het faillissement van de VOC in 1798 kregen de Nederlandse belangen in het huidige Indonesië vanaf 1816 de officiële naam Nederlands-Indië mee en werden ze een kolonie.

Tijdens het grootste gedeelte van de koloniale periode had Nederland slechts een lage mate van autoriteit in de gehele archipel. In de 20e eeuw waren Nederlandse troepen vaak bezig met het neerslaan van opstanden op Java. Pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw kreeg de Nederlandse dominantie de omvang tot wat heden ten dage de grenzen zijn van Indonesië. Nederland richtte scholen op waar de inheemse bevolking, gescheiden van de Nederlands-Indische bevolking, onderwijs kreeg. Ook gingen sommige inheemsen in Nederland naar onderwijsinstellingen. Door tijdelijk in Nederland te wonen, kwamen ze in contact met politieke ideeën uit Europa, zoals liberalisme en socialisme. Eens terug in hun eigen land, stonden ze veel kritischer tegenover de koloniale uitbuiting.

Nederland onderdrukte inheemsen met nationalistische ideeën onder meer door het inrichten van een concentratiekamp in Nieuw-Guinea, Boven-Digoel (vanaf 1926). Nederland ontwikkelde de landbouw sterk, onder meer door een gespecialiseerde opleiding voor tropische landbouw in Deventer, en wist naast de traditionele zeer winstgevende gewassen als peper en foelie ook veel te verdienen aan andere landbouwproducten, zoals rubber en suiker. Indonesië werd een rijstexporteur van betekenis. Nederland ontwikkelde ook de oliewinning (Koninklijke Olie) en mijnbouw, waardoor Indonesië de vierde olieproducent ter wereld werd. De bevolking groeide van 1900 tot 1940 van 43 tot 70 miljoen mensen, oftewel met bijna 65 procent.

Japanse bezetting De Japanse invasie in 1942 verliep snel en de geallieerden verloren hier in twee weken tijd 24 schepen met ruim 3500 man, dat is meer dan de Amerikanen in Pearl Harbor. De daaropvolgende bezetting van Nederlands-Indië maakte tijdelijk een eind aan het Nederlandse bewind en stimuleerde de tot dan toe onderdrukte Indonesische onafhankelijkheidsbeweging. Tijdens de Japanse bezetting werden vele Nederlanders - bijna 40% - onder mensonterende omstandigheden opgesloten in jappenkampen en de Indonesiërs werden gedwongen als dwangarbeiders (Romoesja's) om mee te helpen met de Japanners. Dit viel echter in het niet bij de overige gevolgen van het beheer van de Japanners voor de Indonesische bevolking; de Japanners stichtten een terreurbewind met vele duizenden executies, niet zelden door onthoofding.