Marcus Opellius Macrinus (Caesarea in Mauretania, ca. 164 - Archelaïs, het huidige Aksaray, juni/juli 218) was Romeins keizer van 11 april 217 tot 8 juni 218. Zijn keizersnaam was Marcus Opellius Severus Macrinus.

Macrinus, een Noord-Afrikaan van Fenicische en Berberse afkomst, was de eerste keizer die bij de start van zijn bewind geen deel uitmaakte van de Romeinse Senaat. Hij begon zijn carrière in Rome onder keizer Septimius Severus (193-211). Onder diens zoon en opvolger, Caracalla (211-217) werd hij in 212 tot een van de twee pretoriaanse prefecten benoemd. In 216-217 begeleidde hij de keizer op diens campagne tegen de Parthen. Toen hij geloofde bij Caracalla in ongenade te zijn gevallen, en hij daarom voor zijn leven vreesde, smeedde hij een moordcomplot dat op 8 april 217 succesvol ten uitvoer werd gebracht. Na enige dagen aarzeling verhief het leger hem tot opvolger van de vermoorde keizer.

Op 8 juni 218 werd hij door acties van Caracalla's familie in Syrië verslagen en later gedood door troepen die trouw waren aan zijn opvolger Elagabalus.

Afkomst en carrière Macrinus werd geboren in 164., 79 (78), 40. Om precies te zijn: volgens Cassius Dio was Macrinus bij zijn dood op 3-5 maanden na 54 jaar oud. Hij was afkomstig uit Caesarea, de hoofdstad van de Romeinse provincie Mauretania Caesariensis, de huidige Algerijnse stad Cherchell. Macrinus maakte deel uit van de ridderstand. Misschien hoorden zijn onbekende ouders daar al toe; het kan echter ook zijn dat hij zich deze rang in de loop van zijn leven zelf verwierf.

Pas in de geschiedschrijving uit de late oudheid zijn details overgeleverd over zijn vermeende opkomst uit arme omstandigheden, maar deze zijn niet geloofwaardig. Er is hier sprake van laster, bedoeld om hem in diskrediet te brengen en als onwaardig parvenu af te schilderen. De contemporaine historicus Cassius Dio deelt alleen mee dat Macrinus van Fenicische en BerberseVolgens Cassius Dio in zijn Geschiedenis van Rome had Macrinus een gat in zijn oor, zoals Berbers in die tijd gewoon waren te doen (boek 79, zie hier) afkomst was., 79 (78), 11, 1. Daarmee werd bedoeld dat zijn voorouders geen aanzienlijke posities hadden bekleed. Aangezien Macrinus in zijn jeugd echter de benodigde opleiding moet hebben genoten die hij voor zijn latere carrière benodigde, kan het niet anders of zijn familie moet over genoeg middelen hebben beschikt om hem een goede opleiding tot jurist te laten volgen.

In Rome startte Macrinus een carrière als advocaat. Hij kwam in contact met de machtige, uit Libië afkomstige pretoriaanse prefect Plautianus. Deze stelde hem aan als beheerder van zijn grote vermogen. Toen Plautianus in 205 ten val kwam en op bevel van de zoon van de keizer Caracalla om het leven werd gebracht, geraakte ook Macrinus in groot gevaar. De stadsprefect Lucius Fabius Cilo stond echter voor hem in en redde hem zijn leven., 79 (78),11,2-3.

Hij begon nu aan een ridderlijke loopbaan. Eerst was hij advocatus fisci (raadsman van de Fiscus),Historia Augusta, Macrinus 4, 4; 4, 6. vervolgens benoemde keizer Septimius Severus hem tot prefect vehiculorum per Flaminiam. Dit gaf hem het toezicht op het wagenverkeer op de Via Flaminia. 79 (78), 11, 3. Ten slotte benoemde keizer Caracalla hem in het jaar 212 tot de hoge positie van een van de twee pretoriaanse prefecten van de pretoriaanse garde. Hij bereikte de top van de ridderlijke carrièreladder en had nu een van de machtigste posities in het keizerrijk. In de jaren 216-217 vergezelde hij Caracalla op diens campagne tegen de Parthen.

Verheffing tot keizer De omstandigheden die tot de dood van Caracalla en de verheffing tot keizer van Macrinus hebben geleid, worden door Cassius Dio in detail beschreven. De belangrijkste punten uit Cassius Dio's verslag worden door hedendaagse onderzoekers geaccepteerd en worden in moderne beschrijvingen van de gebeurtenissen algemeen overgenomen.zie bijvoorbeeld : Geschichte der römischen Kaiserzeit, 6e druk, München 2009, blz. 625-626.; : Aufstände und Protestaktionen im Imperium Romanum, Bonn 1990, blz. 66-67; : Caracalla. in: (red.): Die römischen Kaiser. 55 historische Portraits von Caesar bis Iustinian, 4e druk, München 2010, blz. 185-191, hier: 191.

Macrinus bevond zich in het voorjaar van 217 in een acute noodsituatie: in profetieën was hem de keizerlijke waardigheid voorspeld. Dit was ook echter ook Caracalla ter ore gekomen; ook was een schriftelijk verslag over deze waarzegging naar de keizer onderweg. Ulpius Julianus, een vertrouweling van Macrinus, die deze later tot pretoriaanse prefect benoemde, waarschuwde Macrinus voor het dreigende levensgevaar. 79 (78),4, 1-5, 2. De verspreiding van deze profetie was waarschijnlijk onderdeel van een tegen de pretoriaanse prefecten gerichte intrige. In de nu ontstane situatie moest Macrinus wel een existentiële bedreiging zien, dit omdat Caracalla alles wat zijn bewind leek te bedreigen bloedserieus nam. Om zijn arrestatie en executie te voorkomen, zag Macrinus geen andere keus dan om een moordcomplot tegen Caracalla te smeden. Hij bediende zich daarbij van een groep van drie ontevreden soldaten.Twijfels over de rol van Macrinus als organisator van de samenzwering zijn ongegrond. zie Frank Kolb: Literarische Beziehungen zwischen Cassius Dio, Herodian und der Historia Augusta, Bonn 1972, blz. 133 Anm. 647. Op 8 april 217 werd de moord in Mesopotamië uitgevoerd.

Aangezien Caracalla geen kinderen had, stierf met hem de lijn van de stichter van de dynastie Septimius Severus uit. Dit betekende het voorlopige einde van de Severische dynastie. Het voor de oorlog tegen de Parthen verzamelde leger was trouw aan die dynastie, maar moest nu noodgedwongen een opvolger voor Caracalla kiezen. Blijkbaar slaagde Macrinus er in zijn betrokkenheid bij de moord te verhullen. Aanvankelijk vond hij echter weinig steun. De soldaten zagen veel meer in Marcus Oclatinius Adventus, zijn collega pretoriaans perfect. Deze was echter al op gevorderde leeftijd en kon nauwelijks nog zien. Ook het feit dat Adventus analfabeet was, werd niet als storend gezien. Van beslissend belang was dat Adventus zich vanuit het perspectief van het leger op militair gebied had bewezen, dit terwijl Macrinus op geen enkele militaire prestatie kon bogen. 4, 12, 1-2. Het was pas nadat Adventus met een verwijzing naar zijn leeftijd de keizerlijke waardigheid had geweigerd, dat de soldaten zich na dagenlange twijfel lieten overhalen om Macrinus op 11 april tot keizer te verheffen. Deze was, zoals het hoorde, bang om zijn ambitie te tonen, en nam zijn verheffing met schijnbare tegenzin aan. 79 (78), 11, 4-6; 79 (78), 14, 1-2 Met zijn keizerlijke naam Marcus Opellius Severus Macrinus knoopte hij demonstratief bij de Severische traditie aan.. L'idéologie impériale de Macrin. in: 'Revue des Etudes Anciennes' 98, 1996, blz. 187-195, hier: 189-191.

Verhouding met de Senaat

Macrinus was de eerste keizer in de Romeinse geschiedenis, die op het moment van zijn verheffing tot keizer niet tot de senatoriale stand behoorde. Hij maakte deel uit van de ridderlijke stand., 79 (78) 14, 4. Hoewel Caracalla hem in het begin van het jaar 217 zowel de ornamenta consularia (rangonderscheidingstekens van een consul) als de titel vir clarissimus ("hooggespecteerde man"), die eigenlijk alleen bestemd was voor leden van de senatoriale stand, had verleend, was daaraan toch geen opname in de Senaat verbonden.: Macrino, Napoli 1983, blz 12'. Dergelijke onderscheidingen konden weliswaar gezien worden als verhoging van rang, maar betekenden niet, dat de geëerde voortaan een zetel in de Senaat kon innemen en daadwerkelijk gelijkgesteld werd aan een consul, dus een senator werd. Dat het bezit van de ornamenta consularia niet gelijkstond aan een afgesloten, werkelijke uitoefening van het ambt van consul, bevestigde Macrinus zelf door het consulaat, dat hij in het jaar 218 als keizer op zich nam, als zijn eerste te beschouwen. 79 (78), 13, 1-2. Staatsrechtelijk betekende zijn verheffing tot keizer een belangrijk precedent; het lidmaatschap van de senaat was nu niet langer een noodzakelijke voorwaarde voor het verkrijgen van de keizerlijke waardigheid.

Aangezien Caracalla door vele senatoren werd gehaat, werd zijn dood in de Senaat met voldoening ter kennisgeving aangenomen. Onder deze omstandigheden kon zijn opvolger, die immers niet uit Caracalla's dynastie afkomstig was, in senatoriale kringen vanaf het begin af aan op een zekere welwillendheid rekenen, ook al was hij vanuit senatoriaal perspectief niet gekwalificeerd om de keizerlijke waardigheid te dragen. De senatoren stelden met voldoening vast dat de nieuwe heerser zich intensief inzette om hun steun te verkrijgen. Hij bekende zich bijvoorbeeld tot het principe om geen ter dood veroordelingen tegen senatoren uit te spreken. 79 (78) 12, 2. Cassius Dio, die als senator en consul vanuit senatoriaal perspectief oordeelde, bracht deze gematigd, welwillende houding in zijn geschiedkundig werk tot uitdruk. Hij spaarde echter ook geen kritiek op maatregelen van Macrinus, die hij verkeerd vond of waarvan hij van mening was dat deze de traditionele voorrechten van de senatoren schonden.

In principe heerste in senatoriale kringen de opvatting dat Macrinus vanwege zijn nederige, ridderlijke afkomst, niet naar de keizerlijke macht had mogen grijpen. Volgens Cassius Dio's overtuiging zou het zijn plicht zijn geweest, zijn eigen ambities opzij te zetten en zijn gezag als pretoriaanse prefect te gebruiken, om voor een keizersverheffing van een senator te zorgen 79 (78), 15, 3. 79 (78), 41, 2-4. Er bestond echter bereidheid om van deze als usurpatie geziene aanmatiging, weg te kijken, zolang de nieuwe heerser zich maar, zich bewust zijnde van zijn nederige afkomst, bescheiden gedroeg, en aan de verwachtingen van de senatoriale elite voldeed., 79 (78), 15, 4. Het werd hem echter zeer kwalijk genomen dat zijn regering daar in de praktijk weinig rekening mee hield.Een overzichtwerk biedt : 'Macrinus'. in: Dizionario di epigrafico Antichità fictie, jaargang 5, deel 6-7, Rome 1991, blz 169-198, hier: 182-183.

Een behoorlijke blunder beging Macrinus vanuit senatoriaal perspectief bijna onmiddellijk na de start van zijn bewind. In de brief, waarin hij de Senaat formeel op de hoogte stelde van zijn verheffing tot keizer, voerde hij de al de keizerlijke titulatuur. Hij had de bevestiging van zijn ambtsaanvaarding door de Senaat niet afgewacht. Hoewel deze bevestiging in de praktijk bijna een formaliteit was, werd dit gedrag als een minachting van een voorrecht van de Senaat gezien., 79 (78), 16, 2-4. Als blunder werd ook gezien, dat hij optrad tegen personen, die hij ervan verdacht, zijn heerschappij vanwege zijn afkomst als onwettig te beschouwen, dit in plaats van zich om de welwillendheid van deze oppositionelen te verzekeren., 79 (78), 15, 3-4.

Er ontstond ook felle kritiek op zijn personeelsbeleid. Daartoe hoorde de benoeming van parvenu's tot provinciale gouverneurs, hoewel deze vanuit het standpunt van de critici niet over de nodige kwalificaties beschikten. Bijzonder aanstootgevend was de benoeming van Adventus, de man die Macrinus door zijn afwijzing van zijn verheffing tot keizer aan de macht had geholpen tot stadsprefect. Dat Macrinus dit zeer belangrijke senatoriale ambt in de hoofdstad aan een ongeschoolde man met een krijgshaftig verleden toevertrouwde, een man, die tevens niet was opgenomen in de Senaat, werd door de senatoren als een serieuze provocatie gezien. 79 (78), 13-15. Al snel bewees Adventus zich als zodanig incompetent dat Macrinus werd gedwongen om hem terug te roepen; Zijn opvolger werd de historicus Marius Maximus.