David Beck (Delft, 25 mei 1621 - Den Haag, 19 december 1656) was een Nederlandse portretschilder, die voornamelijk in het buitenland werkte. Hij werd de hofschilder van Christina I van Zweden. Weinig kunstenaars zijn op een soortgelijke manier ondersteund door een koninklijk huis. Zijn naam is tegenwoordig nauwelijks bekend en een groot deel van zijn oeuvre is verloren gegaan.

Biografie Beck, de zoon van Heijndrick François Beck, een Franse schoolmeester in Delft en Rotterdam,Poelmans, W.J.L., 'Hendrik en david Beck' (gearchiveerd op 1 februari 2017). Zie ook doopboek Delft kreeg de naam van zijn oom, die getuige was bij zijn doop op 30 mei.Van deze oom is een uitgebreid dagboek bekend dat hij bijhield in het jaar 1624. David leerde schilderen in het atelier van Michiel Jansz. van Mierevelt. Nadat zijn moeder was gestorven in 1640 vertrok hij naar Londen en werkte als assistent van Sir Anthony van Dyck, die evenwel kort daarop stierf.

Beck gaf in 1641 les aan Ruprecht van de Palts. Koning Karel I van Engeland vroeg Beck zijn zonen, waaronder de toekomstige koning Karel II en zijn broers Jacobus en Hendrik, les te geven. Na het uitbreken van de Engelse Burgeroorlog verliet Beck Engeland en kwam toen in dienst van koning Lodewijk XIII van Frankrijk.

Hij was korte tijd werkzaam voor het Deense hof, totdat Christina van Zweden hem in 1647 benoemde als hofschilder en kamerheer. Beck portretteerde diverse Zweedse veldheren en politici, zoals Lennart Torstenson, Axel Oxenstierna en Louis de Geer. Namens haar bezocht hij Duitsland en Italië (1653), waar hij portretten schilderde van lokale machthebbers. In ruil daarvoor gaf hij hen een portret van de koningin.

Beck zou in 1653 meereizen naar Antwerpen, Brussel en Rome. In Rome was hij lid van de Bentvueghels onder de naam Gulden Scepter. Hij bracht zijn geld, de sieraden die hij van Christina had gekregen, en diverse schilderijen onder bij zijn vader, waaronder werken van Titiaan, Antonio da Correggio, Van Dyck en een zelfportret van Hans Holbein de Jonge. Terwijl Christina in 1656 in Parijs verbleef, reisde Beck tegen haar zin naar Nederland, waar hij zich in Den Haag vestigde. Daar is hij op 35-jarige leeftijd plotseling overleden, nadat hij zijn testament had laten opmaken. Volgens Houbraken zou hij vergiftigd zijn, een lezing die in latere biografische literatuur werd overgenomen. Het stoffelijk overschot werd overgebracht naar Rotterdam, waar Beck op 22 december werd begraven in de Schotse Zeemanskerk.

Categorie:Portretschilder Categorie:Nederlands kunstverzamelaar Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw