Aborigines (vaak ook Aboriginals genoemdAlgemeene Nederlandsche encyclopedie voor den beschaafden stand, pagina 180, Uitgeverij Sijthoff, 1865) zijn de eerste menselijke bewoners van het Australische continent en hun afstammelingen. Het woord Aborigines stamt van het Latijnse ab origine hetgeen vanaf de oorsprong betekent, dus de oorspronkelijke bewoners in Australië.
Geschiedenis miniatuur Australië maakte oorspronkelijk deel uit van Sahoel (de zgn. Australische Plaat), en vormde één geheel met Nieuw-Guinea. Volgens de meest recente archeologische vondsten bevolkten de voorouders van de Aborigines en de Papoea's dit continent vanuit Afrika via de Soendaplaat omstreeks 58.000 jaar geleden.Denisoviërs leefden 20.000 jaar geleden nog in Azië, NRC, 15 apr. 2021, pag. 16 Op dat moment in de ijstijd lag de zeespiegel veel lager dan nu (ca. 150 meter), waardoor het grootste deel van de zee tussen Zuidoost-Azië en Australië drooglag. Enkele zeestraten kwamen niet droog te liggen, waardoor het waarschijnlijk is dat ze met gebruik van vaartuigen Australië hebben bereikt.
Onderzoeken in 2020/2021 van DNA van moderne Papoea's en Aborigines tonen aan dat er zelfs contacten geweest zijn met de Denisovamens, een nu uitgestorven menssoort. Deze contacten moeten hebben plaatsgevonden op minimaal twee momenten: 46.000 jaar geleden en 25.000-21.000 jaar geleden.
Genetica Genetische studies tonen dat een bevolkingsgolf die zich tijdens het initieel laatpaleolithicum van het Hoogland van Iran terugtrok, de regio Azië-Pacific bevolkte via een verspreidingsroute naar het zuiden. Er wordt aangenomen dat deze golf zich heeft uitgebreid naar Zuid- en Zuidoost-Azië en vervolgens snel divergeerde in de voorouders van oude voorouderlijke Zuid-Indiërs, Andamanezen, Oost-Aziaten en Australaziërs, waaronder Aborigines en Papoea's. Deze populaties staan gezamenlijk bekend als oude Oost-Euraziaten. Aborigines zijn genetisch het nauwst verwant aan andere Oceaniërs, zoals Papoea's en Melanesiërs, die kunnen worden beschreven als een diep vertakte Oost-Aziatische afstammingslijn.
Hoewel de algemeen aanvaarde datum voor de diversificatie van moderne mensen na de migratie uit Afrika op 60.000 tot 50.000 BP wordt gesteld, zijn er aanwijzingen dat de Aborigines mogelijk voorouders hebben van een eerdere menselijke diaspora (xOoA) die 75.000 tot 62.000 BP ontstond. Deze eerdere groep zou mogelijk zo'n 2% van de voorouders van moderne Aborigines hebben bijgedragen.
Mallick et al. (2016) en Mark Lipson et al. (2017) vonden dat de splitsing tussen Oost-Euraziaten en West-Euraziaten minstens 45.000 BP plaatsvond, waarbij de inheemse Australiërs zich binnen de Oost-Euraziatische clade nestelden. Aborigines kunnen samen met Papoea's een zusterclade vormen van een enkele Aziatische clade op het vasteland, bestaande uit de oude voorouderlijke Zuid-Indiërs, Andamanezen en Oost-Aziaten, met uitsluiting van West-Euraziaten, of alternatief genesteld zijn binnen de Oost-Euraziatische cluster zonder een sterke interne cladale structuur tegenover Aziatische afstammingslijnen op het vasteland.
Genetische gegevens over inheemse bevolkingsgroepen van Borneo en Maleisië lieten zien dat ze nauwer verwant waren aan andere Aziatische groepen op het vasteland dan aan groepen uit Papoea-Nieuw-Guinea en Australië. Dit wijst erop dat de bevolkingsgroepen in Australië lange tijd geïsoleerd waren van de rest van Zuidoost-Azië. Ze bleven onaangetast door migraties en bevolkingsuitbreidingen in dat gebied, wat verklaard kan worden door de Wallacelijn.
In een onderzoek uit 2001 werden bloedmonsters verzameld van enkele Warlpiri-mensen in het Noordelijk Territorium om hun genetische samenstelling te bestuderen. De studie concludeerde dat de Warlpiri afstammen van oude Aziaten, waarvan het DNA nog steeds enigszins aanwezig is in Zuidoost-Aziatische groepen, zij het sterk verminderd. Het Warlpiri-DNA mist bepaalde informatie die in moderne Aziatische genomen wordt aangetroffen, en bevat informatie die niet in andere genomen wordt aangetroffen. Dit versterkt het idee van isolatie van de oude Aborigines.
Genetische gegevens die in 2011 werden verzameld door Morten Rasmussen et al., die een DNA-monster namen van een haarlok van een Aboriginal uit het begin van de 20e eeuw, lieten zien dat de Aboriginal-voorouders waarschijnlijk via Zuid-Azië en Maritiem Zuidoost-Azië naar Australië migreerden, waar ze bleven. Als gevolg hiervan hebben de Aboriginal-volkeren buiten Afrika continu hetzelfde gebied langer bewoond dan welke andere menselijke populatie dan ook. Deze bevindingen suggereren dat moderne Aborigines de directe afstammelingen zijn van de oostelijke golf, die Afrika tot 75.000 BP verliet. Deze bevinding is compatibel met eerdere archeologische vondsten van menselijke resten in de buurt van Lake Mungo die dateren van ongeveer 40.000 BP. De Rasmussen-studie vond ook bewijs dat Aboriginal-volkeren enkele genen dragen die geassocieerd worden met de Denisovamens van Azië. De studie suggereert dat er een toename is in het delen van allelen tussen het genoom van de Denisovamens en de Aborigines, vergeleken met andere Euraziaten of Afrikanen. De Denisovamensen droegen DNA bij aan Aborigines en aan de huidige Nieuw-Guineeërs en een inheemse stam op de Filipijnen die bekend staat als Mamanwa.
Een onderzoek uit 2016 aan de Universiteit van Cambridge suggereert dat deze volkeren ongeveer 50.000 BP Sahoel bereikten. De zeespiegel steeg en isoleerden Australië ongeveer 10.000 BP, maar Aborigines en Papoea's gingen genetisch eerder van elkaar af, ongeveer 37.000 BP. Het onderzoek vond ook bewijs voor een onbekende groep hominini, verwant aan de Denisovamensen, met wie de Aboriginal en Papoea-voorouders zich moeten hebben vermengd, waardoor er een spoor van ongeveer 4% in het genoom van de meeste Aborigines achterbleef.
Carlhoff et al. (2021) analyseerden een Holoceen jager-verzamelaarsmonster (Leang Panninge-grot) uit Zuid-Sulawesi, dat een hoge mate van genetische drift deelde met Aborigines en Papoea's. Dit suggereert dat deze populatie zich afsplitste van de gemeenschappelijke voorouder van Aborigines en Papoea's. Het monster vertoont ook genetische affiniteit met Oost-Aziaten en de Andamanezen in Zuid-Azië. De auteurs merken op dat dit jager-verzamelaarsmonster kan worden gemodelleerd met ~50% Aboriginal/Papoea-gerelateerde afkomst en ~50% Oost-Aziatische of Andamanese Onge-afkomst, wat de diepe kloof tussen Leang Panninge en Aboriginal/Papoea's benadrukt.
Uit twee genetische studies van Larena et al. uit 2021 bleek dat de Filippijnse Negrito-volkeren zich hadden afgesplitst van de gemeenschappelijke voorouder van de Aborigines en de Papoea's voordat de laatste twee zich van elkaar hadden afgesplitst, maar nadat hun gemeenschappelijke voorouder zich had afgesplitst van de voorouder van de Oost-Aziatische volkeren.
Uniparenteel DNA De meest voorkomende Y-chromosoom-haplogroepen onder Aborigines zijn C1b2, gevolgd door haplogroepen S en M. Deze laatste haplogroepen komen ook zeer vaak voor onder Papoea's.
Aanpassingen aan de omgeving Aborigines bezitten erfelijke vaardigheden om zich op verschillende manieren aan te passen aan een breed scala aan omgevingstemperaturen. Een onderzoek uit 1958, dat de koudeadaptatie van de in de woestijn levende Pitjantjatjara vergeleek met een groep Europeanen, toonde aan dat de koudeadaptatie van de Aboriginal-groep verschilde van die van de blanke mensen, en dat ze beter konden slapen tijdens een koude woestijnnacht. Een onderzoek uit 2014 van de Universiteit van Cambridge vond dat een gunstige mutatie in twee genen die thyroxine reguleren, een hormoon dat betrokken is bij het reguleren van de stofwisseling, helpt bij het reguleren van de lichaamstemperatuur als reactie op koorts. Het effect hiervan is dat de woestijnbewoners een hogere lichaamstemperatuur kunnen hebben zonder de activiteit van het hele lichaam te versnellen, wat vooral schadelijk kan zijn bij kinderziekten. Dit helpt mensen te beschermen tegen de bijwerkingen van infecties.
Traditionele levenswijze
thumb|Aborigine met boemerang, 1920 De eerste inwoners van Australië waren jager-verzamelaars. Zij leefden in groepen van een veertigtal mensen die elk hun eigen gebied hadden. In de binnenlanden, waar minder voedsel was, bestonden de stammen uit niet meer dan twintig personen. De groepen hadden onderling contact. Eens in het jaar troffen de Aborigines in wat later New South Wales zou gaan heten elkaar in de tijd dat de motten uitvlogen. Deze werden gevangen en als delicatesse gegeten. De Aborigines gebruikten deze periode niet alleen om te feesten, maar ook om ceremonies uit te voeren, rituele gevechten te houden en huwelijken te sluiten. Deze Aborigines werden wel 'mottenjagers' genoemd.
De Aborigines kenden geen pijl-en-boog, ze gebruikten de boemerang en de zogenaamde woomera, een hulpstuk bij het speerwerpen, als wapen. Landbouw was onbekend. Toch oefenden ze een niet geringe invloed uit op de hen omringende natuur door op gezette tijden bepaalde gebieden van de bush op een beheerste manier te laten afbranden. Hierdoor kregen nieuwe generaties planten de kans te groeien.
Aboriginestammen in het noordwesten van Australië hadden enig contact met de bewoners van eilanden die nu tot Indonesië behoren. Via de Straat Torres waren er stapsgewijs contacten tussen Australië en Nieuw-Guinea. De Aborigines hebben weinig of geen technieken en gewoonten overgenomen van andere volkeren. Zij gingen niet over tot het cultiveren van gewassen. De mannen waren van oudsher de jagers. De vrouwen verzamelden bessen en andere eetbare plantaardige materialen. Deze vrouwen gaven de kennis van planten door aan hun dochters. De mannen bereidden van oudsher het eten.
Veel wijst er op dat bepaalde aspecten van de huidige maatschappij en cultuur in Australië teruggaan tot een leefwijze van 45.000 tot 60.000 jaar geleden, aspecten die overal in de wereld verloren gingen of vervangen werden. Toen de eerste kolonisten eind 18e eeuw aankwamen, leefden er tussen de 315.000 en de 750.000 mensen in Australië. In 2006 werd het aantal inheemsen door het Australian Bureau of Statistics geschat op 517.200, 2,5% van de totale bevolking van Australië. Niet alleen door ziekte verminderde hun aantal, maar ook door het vrijwel straffeloze moorden door Britse kolonisten.
Huidige levenswijze De laatste decennia is het aantal Aborigines weer gestegen, maar weinig daarvan leven nog in de traditionele levenssfeer. Velen wonen in de steden, de overigen in afgelegen woonplaatsen of in aan hen teruggegeven natuurgebieden. Sinds men hier uranium gevonden heeft, dreigt ontginning niet alleen het natuurgebied te vernietigen maar ook de eeuwenoude cultuur.
In de moderne Australische samenleving nemen de Aborigines een marginale positie in. De gemiddelde gezondheid en economische welstand laat nog steeds veel te wensen over. De levensverwachting is dan ook ongeveer 10 jaar lager dan die van de gemiddelde Australiër.
Erkenning Lange tijd werden de Aborigines door de blanke bevolking beschouwd als het toppunt van achterlijkheid. Tegenwoordig heeft men een minder beperkte kijk op wat de waarde van een cultuur uitmaakt en is er veel meer waardering gekomen voor, bijvoorbeeld, de kunst en de mythologie. Ook staat de Australische overheid het toe om, in gebieden waar veel Aborigines wonen, naast de blanke wet ook de Aborigine wet toe te passen. Dit betekent concreet dat Aboriginedaders kunnen worden vervolgd volgens de eigen normen en waarden. Deze zijn vaak strenger dan de blanke wet.
Landrechten