miniatuur|Salvator Rosa - Saul en de heks van Endor (1668) thumb|De heks veroorzaakt een heftige storm door haar potten met toverdrank in de zee te legen. Een schip wordt verwoest in de storm. Een man houdt de magische staf met een paardenkop vast. De magie veroorzaakt een donkere maan. Olaus Magnus, Historia de gentibus septentrionalibus, 1555 Hekserij betreft in het algemeen het uitoefenen of aanroepen van vermeende bovennatuurlijke krachten om mensen of gebeurtenissen te beïnvloeden. In het Westen legt het volksgeloof de nadruk op het kwaadaardig handelen van de heks.Encyclopaedia Britannica: 'Witchcraft'. Gearchiveerd op 21 juli 2023. Moderne hekserij, waarbij mensen zichzelf "heks" noemen, breekt radicaal met dit stereotiepe beeld en benadrukt positieve aspecten als eenheid met de natuur en de gelijkwaardigheid van man en vrouw.
Hekserij is echter een controversiële term en de geschiedenis ervan is complex. Afhankelijk van de context en de culturele omgeving waarin dit woord wordt gebruikt, kan het verschillende ideeën aanduiden. Elke samenleving heeft immers zijn eigen opvattingen over traditie, geloof, religie, rituelen, relatie tot het hiernamaals en tot de dood. Met name in het christendom werd hekserij vaak in verband gebracht met het geloof in een kwaadaardige geest, vooral tijdens de moderne tijd, toen er in Europa een obsessie met hekserij uitbrak, wat leidde tot talloze processen en executies van heksen. In andere, niet-westerse samenlevingen zijn heksen in tegenstelling hiermee tovenaars of sjamanen die een belangrijke sociale rol kunnen vervullen.
Achtergrond thumb|Manier om degenen te verbranden die door de Portugese Inquisitie werden veroordeeld, deze gravure toont het Praça do Comércio van Lissabon (destijds het Paleisplein genoemd) vóór de aardbeving van 1755 In de oudheid vonden geen grootschalige vervolgingen van heksen plaats.Behringer, hoofdstuk 'Chronology': 1427-36: First massive witch-hunts in Europe (Savoy, Dauphiné, Valais) Tovenarij dan wel hekserij werd door zowel mannen als door vrouwen beoefend, was geen verboden wetenschap, maar maakte deel uit van de artes incertae. Als de tovenaar m/v zijn magische kracht aanwendde voor een goed doel, dan sprak men van 'beneficium' (weldaad). In deze toepassing begaf de tovenaar zich vaak op het terrein van wat nu alternatieve geneeskunde wordt genoemd. Maar de toverkracht kon ook gebruikt worden voor maleficium (misdaad), en dat kon leiden tot vervolging en executie van degene die daarvan verdacht werd, basis was dan dus niet de hekserij, maar de misdaad. Religieuze vervolging van vermeende heksen nam pas een aanvang in de 14e eeuw. Heksen werden nu niet alleen meer vervolgd vanwege schadelijke tovenarij (maleficium), maar vooral omdat ze die kwaadaardige handelingen dankzij een verbond met Satan en zijn demonen zouden doen. Wie tovenarij wilde studeren als occulte wetenschap kon daarvoor terecht op het Iberisch Schiereiland, met name in Toledo. Het onderwerp oefende een grote aantrekkingskracht uit. Geert Grote (1340-1384) bezat een kist vol 'toverboeken', die hij van zijn Rooms-Katholieke biechtvader moest laten verbranden om vergeving van zijn zonden te krijgen. Met de oprichting van de Dominicanen in 1216 kreeg de Kerk van Rome een kloosterorde waarvan de leden de wereld introkken om de leer van de kerk te zuiveren van rituelen en gedachten die niet binnen de leer en de regels van de Rooms-Katholieke Kerk pasten. Na verloop van tijd gingen de Dominicanen ook op heksen jagen, omdat die op grond van kerkelijk recht ervan verdacht werden dat zij hun occulte kracht dankten aan een pact met Satan. Tovenaars en heksen waren bondgenoten geworden in het duivelse kwaad dat de christelijke geloofsgemeenschap van de rechte weg trachtte af te brengen, en daarom moesten zij opgespoord, berecht en veroordeeld worden. De kerk had daarvoor een speciale organisatie ingericht, de Inquisitie die alles in handen nam. Werd door de Rooms-Katholieke rechter vastgesteld dat iemand een "heks" was, moest deze als ketter verbrand worden, bij wijze van voorproefje van wat hen in de Hel te wachten stond. thumb|Hooggerechtshof op de Galgenberg van Eichstätt, 1627 Deze 'heksenwaan' wordt voor het eerst beschreven in het boek Malleus Maleficarum (Speyer, 1487), van de Rooms-Katholieke monnik en Dominicaan Heinrich Kramer, een man die niet vrij was van obsessies en vooroordelen, en in zijn eigen tijd omstreden was.Zie bijvoorbeeld O'Leary, J. (2013), 'Where there are many women there are many witches: The Social and Intellectual Understanding of Femininity in the Malleus Maleficarum (1486)'. Gearchiveerd op 8 februari 2023. Zijn boek vond aanvankelijk dan ook weinig instemming in gestudeerde, kerkelijke kringen. Maar de godsdiensttwisten die West-Europa vanaf het begin van de zestiende eeuw teisterden, schiepen een klimaat van religieus fanatisme, waarin de angst voor heksen groteske vormen aannam en vele vrouwen zonder recht of reden, maar op basis van door foltering verkregen 'bekentenissen' een gruwelijke dood moesten ondergaan. Anders dan men denkt of wil denken, vond deze waanzin plaats ná de middeleeuwen en bereikte zij haar toppunt gedurende de late zestiende en vroege zeventiende eeuw.E. Britannica, Witchcraft: First, the witch hunts did not occur in the Middle Ages but in what historians call the “early modern” period (the late 14th to the early 18th century), the era of the Renaissance, the Reformation, and the Scientific Revolution.
Europa verkeerde in de zestiende en zeventiende eeuw in een heksenwaan. Het continent kende tijden van oorlog, economische teloorgang en hongersnoden. Een zondebok zoeken kwam dan van pas: de duivel in de vorm van heksen werd aangewezen als de veroorzaker van alle kwaad en leed. Vaak werden mensen geviseerd die eigenzinnig waren of zich niet hielden aan de heersende normen. Toen de Rooms-Katholieke Kerk in de Zuidelijke Nederlanden het gezag had hersteld was heksenjacht een wapen om hun macht te bevestigen.
Terminologie Het woord heks is etymologisch ontleend aan het Middelhoogduitse hecse.Etymologiebank.nl De Middelnederlandse cognaat, hagetisse, wordt nog gebruikt in het West-Vlaams (Brugge hakketesse).
In het Nederlands werden tot in de zestiende eeuw tovererse,tovererse, MNW kol en kwade vrouw meer gebruikt dan het woord heks.Grote Winkler Prins online: "Heks (geschiedenis)" In het Latijn sprak men meestal over een 'incantatrix'incantatrix, Latdict. Gearchiveerd op 8 juli 2023. of een malefica, maar ook andere benamingen zoals venefica, lamia en strix werden gebruikt. Wat verder in deze tekst wordt ingegaan op het onderscheid dat sommige antropologen maken tussen tovenaar en heks, een typologie die echter niet door iedere wetenschapper wordt onderschreven.
De begrippen heks en hekserij thumb|La Bruja, Salvator Rosa thumb|Heksen karnen boter, Adam Zegadło, etnografisch museum in Warschau Vrijwel alle culturen en religies kennen de begrippen 'heks' en 'hekserij'. De omschrijving ervan loopt echter nogal uiteen; ook onder historici en antropologen bestaat er geen algemeen aanvaarde definitie. Globaal werden in het Westen twee opvattingen over wat een heks is onderscheidenGrote Winkler Prins Online: de oudste opvatting maakt deel uit van het volksgeloof, waarbij door het ongeletterde volk allerlei ongelukken en tegenslagen werden toegeschreven aan iemand uit de dorpsgemeenschap die als een buitenbeentje werd beschouwd en niet meer in die samenleving paste. Daaraan is het stereotiepe beeld van de heks als oude, zonderlinge vrouw toe te schrijven. Ook gebrekkigen, ouderen en mensen met een afwijkend karakter liepen het risico als heks te worden gestigmatiseerd. het tweede concept is veel recenter en werd door geletterden in de vijftiende eeuw ontwikkeld. Hierin stond afvalligheid van God en de verering van de duivel centraal.
Het Europese beeld van wat een heks is werd in de loop der tijden sterk beïnvloed door mythen, sagen, sprookjes, volksgeloof en door de heksenvervolgingen in de zestiende en zeventiende eeuw (de vroegmoderne tijd). Tot in de veertiende eeuw liep het westerse begrip van hekserij vrijwel gelijk met wat daar elders in de wereld onder werd verstaan.Encyclopaedia Britannica Ultimate Reference Suite 2010, Witchcraft Binnen het christendom werd hekserij mettertijd meer en meer in verband gebracht met aanbidding van de duivel,Deze omschrijving is – hoofdzakelijk – gebaseerd op art. 'heks [mythologie]', in Grote Winkler Prins XI (1991), negende geh. nieuwe druk, Elsevier, Amsterdam/Antwerpen, p.183. terwijl het buiten Europa slechts verbonden bleef met het beoefenen van tovenarij of magie met de bedoeling gebeurtenissen te beïnvloeden. In de negentiende eeuw ontstond er een romantisch heksbeeld, dat leidde tot de oprichting van neopaganistische groepen zoals wicca (zie ook Hedendaagse hekserij).
Door deze evoluerende opvattingen is de precieze definitie van ‘heks’ nog steeds onderwerp van debat. Antropologen zijn geneigd de definitie van Evans-Pritchard te volgen en de ‘tovenaar’ van de ‘heks’ te onderscheiden. Evans stelde1937‘Witchcraft, Oracles and Magic Among the Azande’, Oxford University Press. 1976 dat een heks in de Afrikaanse gemeenschappen die hij bestudeerde, in tegenstelling tot een tovenaar, geen andere middelen gebruikt, maar de kracht uit zichzelf genereert."a witch performs no rite, utters no spell, and possesses no medicines. An act of witchcraft is a psychic act" Met andere woorden: een daad van hekserij is een psychische daad.Dit beeld wordt tijdens de heksenvervolgingen van de reformatie en contrareformatie bijgesteld doordat een heks nu verondersteld werd haar krachten van de duivel te ontvangen (de contracttheorie) Anderen, zoals Alan Macfarlane,Alan Macfarlane: ‘Definitions of Witchcraft’, in ‘Withcraft in Tudor ans Stuart England’, Routledge, 1970 vinden het onderscheid tussen tovenaar en heks dan niet universeel genoeg en op alle gemeenschappen toepasbaar.
Een theorie die tot omstreeks 1960 opgang maakte, vooral door het werk van Margaret Murray, was die van een heksencultus. Deze theorie stelde dat er vroeger werkelijk heksen bestonden die zich organiseerden in covens en sabbats hielden. Als gevolg van het succes van Murrays werk ontstonden neopaganistische bewegingen. Deze geloofden dat heksen vóór de kerkelijke vervolging gewoon wijze vrouwen waren die net zoals binnen Germaanse, Keltische of andere voorchristelijke culturen met hun 'heidense' sjamanen, priesters en priesteressen fungeerden als genezer, psycholoog, vroedvrouw, medium en magiër. De veronderstelde magie van heksen zou volgens deze theorieZie daarvoor het artikel Heksencultus-hypothese hoofdzakelijk terug te voeren zijn op een zeer uitgebreide kennis van kruiden. De heksencultushypothese krijgt weinig ondersteuning uit de academische wereld, maar er zijn uitzonderingen zoals de Italiaan Carlo Ginzburg met zijn onderzoek naar de Benandanti en hun vruchtbaarheidscultus op het Noord-Italiaanse platteland in de 16e en 17e eeuw.Carlo Ginzburg: The Night Battles: Witchcraft and Agrarian Cults in the Sixteenth and Seventeenth Centuries, 1983 Sommige onderzoekers zoals historicus Brian P. Levack nemen de 'zelfverklaarde heksen' van de nieuwe paganistische bewegingen zelfs niet op in de definitie van wat met 'heks' bedoeld wordt. Hij sluit om dezelfde reden ook goedaardige 'witte heksen' uit van de definitie omdat van beiden beweerd wordt dat zij hun krachten voor religieuze en/of goede doeleinden willen inzetten.
Kenmerken Ondanks het feit dat er geen consensus bestaat over de definitie van hekserij, merken antropologen en andere onderzoekers op dat heksen in verschillende culturen vaak vrij gelijklopend worden beschreven: 'heksen' leven geïsoleerd van de gemeenschap, zij worden als afgunstig of kwaadaardig beschreven, zij erven het vermogen tot het doen van kwaad van een andere heks, het gaat om zowel vrouwen als mannen,