thumb|Topografische kaart van de Brabantse Biesbosch, de Hollandse Biesbosch en de Sliedrechtse Biesbosch, per december 2015

Het Nederlandse Nationaal Park De Biesbosch is een zeer waterrijk natuur- en recreatiegebied. Kenmerkend zijn de zoetwatergetijden, kreken en wilgenvloedbossen. Het bestaat uit een aantal riviereilanden en zand- en slikplaten in de provincies Noord-Brabant en Zuid-Holland. Ze liggen tussen de rivieren Beneden-Merwede en Amer, en worden doorsneden door de kunstmatige rivier de Nieuwe Merwede. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door het Land van Heusden en Altena. Het kan worden onderverdeeld in de Brabantse Biesbosch en de Hollandse Biesbosch, waarbij de laatste weer bestaat uit de Sliedrechtse Biesbosch en de Dordtse Biesbosch.

In 1994 kreeg de streek de status van nationaal park, het heet sindsdien officieel Nationaal Park De Biesbosch en staat op de lijst van beschermde natuurgebieden. De Biesbosch wordt deels agrarisch gebruikt, is ingericht voor verschillende vormen van recreatie en biedt ook ruimte aan opslag van schoon oppervlaktewater in speciaal aangelegde spaarbekkens ten behoeve van de continuïteit van de drinkwatervoorziening.

Gebiedsdelen Het Nationaal Park De Biesbosch bestaat uit de volgende gebiedsdelen.

Sliedrechtse Biesbosch De Sliedrechtse Biesbosch is het meest noordelijk gelegen deel van de Biesbosch en wordt begrensd door de Beneden-Merwede in het noorden, de Nieuwe Merwede in het zuiden, het Wantij in het westen en de Boven Merwede in het oosten.

Door de afsluiting van het Haringvliet kwam er een einde aan de voorheen significante getijdenverschillen in de Biesbosch. Sindsdien is de Sliedrechtse Biesbosch het enige deel van de Biesbosch dat nog steeds een relatief groot getijdenverschil kent. Aan de oostkant van dit gebiedsdeel bevindt zich een van de laatste intacte systemen van rivierduinen in Nederland. Dit alles maakt de Sliedrechtse Biesbosch een uniek en belangrijk onderdeel van het Nationaal Park.

De Sliedrechtse Biesbosch is vernoemd naar het dorp Sliedrecht dat vroeger gelegen was binnen de latere Sliedrechtse Biesbosch. Toen bij de Sint-Elisabethsvloed de Biesbosch ontstond, verdronk en verdween dat dorp. Overigens hebben de overlevenden van deze ramp het dorp herbouwd aan de overkant van de Beneden Merwede: het huidige dorp Sliedrecht.

Hollandse Biesbosch De Hollandse Biesbosch is het meest westelijk gelegen deel van de Biesbosch en wordt gescheiden van de rest van het Nationaal Park door de Nieuwe Merwede in het oosten en de ingepolderde Dordtse Biesbosch in het noorden. De overige grenzen worden gevormd door de Dordtse Kil in het westen en het Hollandsch DiepHollandsch Diep rijkswaterstaat.nl in het zuiden. De Hollandse Biesbosch vormt het grootste restant van de (ooit veel grotere) Zuid-Hollandse Biesbosch. De huidige Hollandse Biesbosch kent de grootste rijkdom aan vogels van alle delen van het Nationaal Park.

Soms wordt de term Hollandse Biesbosch ook wel gebruikt om het gehele Zuid-Hollandse deel van de Biesbosch te omschrijven, dus inclusief de Dordtse Biesbosch en Sliedrechtse Biesbosch. Meestal wordt echter slechts het zuidwestelijke deel van de Zuid-Hollandse Biesbosch aangeduid als de Hollandse Biesbosch, en dan met name het deel tussen de Dordtse Kil en de polders van de Dordtse Biesbosch.

Brabantse Biesbosch (Zuidwaard) thumb|De drie spaarbekkens in de Biesbosch: Petrusplaat, Honderd en Dertig en De Gijster De Brabantse Biesbosch is de naam voor het deel van de Biesbosch ten oosten van de Nieuwe Merwede. Net als bij de Zuid-Hollandse Biesbosch zijn ook grote delen van de Brabantse Biesbosch ingepolderd en in agrarisch gebruik. Slechts het zuidelijke deel, de zogenaamde Zuidwaard, is als waardevol wetland behouden gebleven.

De Zuidwaard van de Brabantse Biesbosch vormt het grootste gebiedsdeel binnen het Nationaal Park en wordt gekenmerkt door uitgestrekte wilgenbossen, omgeven door brede kreken. Veel van deze wilgenbossen hebben sinds het verdwijnen van het getij de Zuidwaard veroverd en zijn oorspronkelijk verwilderde grienden (wilgenakkers).

Ook in de Zuidwaard zijn een aantal polders aanwezig geweest. Drie daarvan zijn eind jaren 1960 veranderd in spaarbekkens: Petrusplaat, Honderd en Dertig en De Gijster. Ze bevatten buffervoorraden oppervlaktewater dat ten behoeve van de drinkwatervoorziening uit de Maas wordt gewonnen. De overige landbouwpolders zijn inmiddels teruggegeven aan de natuur: Turfzakken, Kwestieus, Lepelaar, Plomp en de Moordplaat. Het doel hiervan is, naast natuurontwikkeling, het uitbreiden van de waterbergingscapaciteit van de Biesbosch.

Brabantse Biesbosch (Noordwaard) thumb|Het water is weer terug in de Nieuwe Noordwaard van de Brabantse Biesbosch. Links is op de achtergrond de Nieuwe Merwede te zien De Noordwaard is een gedeelte van de Brabantse Biesbosch dat lange tijd in agrarisch gebruik is geweest. In het begin van de 20ste eeuw bestond de Noordwaard uit een lappendeken van eilandpolders met getijdengeulen ertussen. In het kader van de ruilverkaveling is in de 1960 van de Noordwaard een grote polder gemaakt. In de 21ste eeuw is dit weer ongedaan gemaakt. Vanwege de dreigende rivierdijkdoorbraken in 1993 en 1995 is in het kader van Ruimte voor de rivier besloten het gebied de oude functie van boezem en overloopgebied terug te geven. De eilandpolders kwamen terug, afgewisseld met kreken en aangevuld met nieuw doorstroomgebied. Bij hoge waterstanden in de Merwede kan het water gemakkelijk de Noordwaard binnenstromen, wat een flinke waterstanddaling in de Merwede zal opleveren. Bij hoge nood kunnen alle polders in de Noordwaard toegevoegd worden aan het doorstroomgebied. Vandaar dat alle huizen en boerderijen er op terpen staan. Bij het ontpolderen van de Noordwaard heeft men getracht het krekenpatroon van rond 1905 te reconstrueren. Nadat de ontpoldering in 2015 werd afgerond, is de zogenaamde Nieuwe Noordwaard toegevoegd aan het Nationaal Park.

Overige Naast bovenstaande gebieden bestaat de Biesbosch ook uit twee gebiedsdelen die niet tot het Nationaal Park behoren. Dit zijn de polders van de Dordtse Biesbosch en de polders van de Oostwaard van de Brabantse Biesbosch. Beide delen zijn vooral in agrarisch gebruik. Een deel van Polder de Biesbosch is in 2016 omgevormd tot natuur- en recreatiegebied: de Nieuwe Dordtse Biesbosch. Doordat het groene plangebied naast Dordrecht ligt, moet deze plek meer ruimte voor recreatie en natuur bieden aan de stadsbewoners. Het noordelijk deel van het bosgebied De Elzen maakt onderdeel uit van de Nieuwe Dordtse Biesbosch en zal worden vernat. Door de vernatting en vegetatieontwikkeling zullen er in de hele Nieuwe Dordtse Biesbosch diverse plas-drassituaties ontstaan, waarvan reigerachtigen en rietvogels zullen profiteren.

Geschiedenis Oorsprong

thumb|400px|Kaart van het beneden-rivierengebied in 1300, dus na de grote omdijkingen van de 13de eeuw, maar voor de Sint-ElisabethsvloedIn het oorspronkelijke zoetwatergetijdengebied ontstonden rond het jaar 1000 kleine woongemeenschappen op de hoge ruggen (oeverwallen en donken) tussen de plaatselijke grote rivieren, de Merwede en de Maas, die destijds ongeveer langs Dordrecht naar zee stroomden. In het begin van de dertiende eeuw werden al delen van het gebied ontgonnen door bedijking, onder leiding van de toenmalige graaf van Holland.

Door aanleg van de ringdijk werden allerlei geulen en kreken afgesloten. Ook bestaande riviertjes werden afgedamd, zoals de Dubbel (Dubbeldam, in 1273), de Werken (Werkendam, in 1230), de Alm (in 1275) en de toenmalige Maas (het Damblok, in 1273). Het Maaswater werd voortaan via Andel en Woudrichem naar de Merwede geleid. Hierdoor ontstond de Groote of Hollandsche Waard, een gebied van 30.000 hectare bouw- en weiland. Hoe het landschap er destijds uitzag is niet precies bekend, maar elzenbroekbossen, blauwgraslanden en grienden zullen een belangrijk aandeel gehad hebben. Biesbosch-vogels. Kosmos, Amsterdam, 1979. p. 13-36

Aan het eind van de veertiende eeuw waren er regelmatig dijkdoorbraken. Dit werd veroorzaakt door slecht dijkonderhoud in tijden van politieke onrust (Hoekse en Kabeljauwse twisten), maar ook door onoordeelkundig graafwerk, turfsteken en moernering (zoutwinning uit turf). De Biesbosch in: Aan de monding van Maas en Schelde - Natuurgebieden in Zuidwest-Nederland. Staatsbosbeheer, Middelburg, 1999. p. 144-165 Hoe het allemaal zo gekomen is in: De Biesbosch - Het karakter na de 'grote verandering'. Kosmos, Amsterdam, 1980. p. 6-15 Naast menselijke activiteiten was ook de voortgaande zeespiegelstijging een oorzaak van dergelijke calamiteiten.

Zoutwinning In toenemende mate was echter het moerneren de belangrijkste oorzaak voor dijkverzwakkingen. In de Middeleeuwen was veenexploitatie namelijk van groot economisch belang. Als voedsel wordt ingezouten blijft het langer houdbaar. Het zoute veen bevond zich echter onder een laagje zeeklei dat eerst moest worden afgegraven. Het afgraven van dat sediment en het afsteken van de onderliggende veenlaag (de ‘darink’) werd ook wel darinkdelven genoemd. Het afgestoken materiaal werd vervolgens gedroogd en tot as verbrand en daarna vervoerden de darinkdelvers de ‘sel’, zoals de tot as verbrande turf werd genoemd, naar zoutketen waar het in grote kuipen met zeewater werd vermengd en tot zuiver pekel verwerkt. Het moerneren vond plaats in het buitendijkse gebied. Door deze activiteiten klonk het veen in en de zee kreeg gemakkelijker vat op de gebieden waar het veen was afgegraven. Naarmate de ontginning vorderde namen de problemen met het water toe.

Sint-Elisabethsvloed

thumb|Sint-Elisabethsvloed, geschilderd 70 jaren na de ramp In de nacht van 18 op 19 november 1421 vond bij het plaatsje Broec (ter hoogte van Strijen) een doorbraak plaats in de westelijke zeedijk van de toenmalige Grote Waard en overstroomde het gebied met zout water, een gebeurtenis die de Sint Elisabethsvloed wordt genoemd. Een jaar later brak de dijk bij Sleeuwijk onder druk van de hoge rivierstanden en stroomde veel rivierwater het gebied in. In de loop der jaren ontstond een ondiepe binnenzee met open water dat in stromen en geulen heen en weer trok met het getij. Zo ontstond het zoete en zilte getijdengebied van de Biesbosch. Een hardnekkig misverstand wil dat de Biesbosch door deze stormvloed in één nacht is ontstaan. Bij deze vloed in de nacht van 19 op 20 november braken weliswaar de dijken van de toenmalige Groote of Hollandsche Waard, maar het duurde nog enige tientallen jaren voor het gehele gebied onder water stond en de Biesbosch met zijn kreken en riet gevormd werd. Hierbij had, zoals gezegd, ook het rivierwater een belangrijke invloed.

Het aantal slachtoffers is in de loop van de tijd door mythevorming opgelopen tot wel 100.000. Schattingen geven aan dat in werkelijkheid ongeveer tweeduizend mensen de dood vonden. Volgens de overlevering overstroomden bij de Sint-Elisabethsvloed 72 parochies, hoewel in werkelijkheid naar schatting zo'n dertig dorpen door de vloed zijn verwoest. Een paar van die verdronken dorpen zijn gedeeltelijk teruggevonden, zoals Houweningen (1983), Erkentrude (1990) en Wolbrands (2006). In het ondiepe gedeelte van de overstroomde Groote Waard werden nieuwe dijken opgeworpen en zijn veel dorpen weer hersteld. Vooral na 1465 werd flink werk gemaakt van herbedijkingen, naar aanleiding van het Principale Handvest van Filips de Goede. Ook is recent duidelijk geworden dat enkele "verdwenen" dorpen helemaal niet verwoest zijn, maar simpelweg zijn verlaten omdat het niet rendabel werd geacht om de boel weer te herstellen.

thumb|Het Bergsche Veld door Pieter Stuiter in 1560 getekend. In het wit wordt bij benadering de loop van de Romeins-Middeleeuwse Maas aangegeven. In het noordoosten is het begin van de latere Biesbosch zichtbaar: een zich uitbreidende rivierdelta