Suske en Wiske is een Belgische stripreeks die werd bedacht door Willy Vandersteen, die in het begin ook alle verhalen geheel zelf uitwerkte en tekende. Later is de reeks voortgezet door achtereenvolgens Paul Geerts, Marc Verhaegen, het duo Luc Morjaeu (later vervangen door Wout Schoonis) en Peter Van Gucht van Studio Vandersteen. Het is een van de bekendste en populairste langlopende stripseries geworden in zowel Vlaanderen als Nederland. Een deel van de verhalen is daarnaast in vertaling in een aantal andere landen uitgebracht.
De serie loopt sinds 1945. De verhalen werden gedurende de eerste paar jaar aanvankelijk gepubliceerd in De Nieuwe Standaard (van 1945 tot 1947), later in De Standaard (vanaf 1947), alvorens als album te verschijnen. Nadien begon men ze ook in allerlei andere Vlaamse en Nederlandse kranten voor te publiceren. miniatuur|Muurschildering in Middelkerke De verhalen zijn altijd in de eerste plaats humoristisch van inslag geweest, met daarnaast een moraliserende ondertoon. Vooral in de beginjaren stond er vaak een actueel maatschappelijk thema centraal. Daarnaast is er voor veel verhalen sterk inspiratie gehaald uit vooral de Vlaamse en Nederlandse folklore, bekende sprookjes, volksverhalen en mythologie. Ook de geschiedenis staat heel vaak centraal; in veel verhalen is sprake van tijdreizen door de hoofdpersonages.
Vaste personages thumb|Stripmuur in Brussel, met daarop de hoofdpersonages (van onder naar boven) Jerom, Lambik, Sidonia, Suske en Wiske met Schanulleke – tezamen gedragen door Manneken Pis.
Hoofdpersonages Suske – Maakte zijn debuut in het tweede verhaal, Het eiland Amoras. Hij is een nazaat van Sus Antigoon, die eind 16e eeuw op het eiland Amoras een nieuwe stad stichtte. Zijn eigenlijke naam is François, Wiske noemt hem ook wel Franciscus (een verwijzing naar de voornaam van Willy Vandersteens vader). Oorspronkelijk woonde Suske zelf op Amoras, maar tante Sidonia adopteerde hem. Bij zijn introductie in de strip is hij nog een schaars geklede woesteling, die volledig uit zijn vel springt wanneer hij iemand "Seefhoek vooruit" hoort roepen. Bij latere herdrukken van Suskes debuutverhaal is dit veranderd in "Antigoon vooruit"; dit om een breder publiek aan te spreken dan de Antwerpse volksbuurt in het bijzonder. In vrijwel alle latere verhalen is hij daarentegen een doorsnee jongen zonder kleurrijk karakter. Hij is echter wel moedig, idealistisch, trouw, meestal intelligent en ook tamelijk sterk. Wiske – Een meisje dat aan het begin van de strip een jaar of acht is, later lijkt ze een paar jaar ouder. Ze is de jongere zus van Rikki. Ze woont in bij haar tante Sidonia, die ook de rol van haar opvoedster op zich heeft genomen. Wie Wiskes en Rikki's ouders zijn of wat daarmee is gebeurd, wordt nergens in de verhalen duidelijk. Ze is redelijk intelligent, maar vertoont ook een aantal minder positieve karaktertrekken: zo is ze vaak nieuwsgierig, jaloers, koppig, impulsief en soms ijdel. Wanneer de situatie ertoe noopt, kan ze deze gebreken echter ook weer opzijzetten en haar goede inborst tonen. Haar eigenlijke naam is Louise – vermoedelijk een verwijzing door Willy Vandersteen naar de actrice Louisa Ghijs – maar zo wordt ze slechts bij uitzondering genoemd. Helena Vandersteen, Willy Vandersteens oudste dochter, stond als kind model voor dit personage. Tante Sidonia – Wiskes tante. Ze is een lange en erg magere vrouw, die haar mannetje kan staan in noodsituaties. In veel verhalen vervult ze min of meer de bijrol van adoptiemoeder van zowel Suske als Wiske, maar met name in de oudste verhalen heeft ze zelf soms ook een heel actieve rol. Haar zwakke punt zijn vooral de zenuwinstortingen die ze geregeld krijgt. In de oorspronkelijke verhaalversies was haar naam nog Sidonie. Lambik – Werd in zijn debuutverhaal uit 1946, De sprietatoom, door professor Barabas ingehuurd als privédetective en is sindsdien altijd een van de vaste hoofdpersonages gebleven. Hij zorgt door zijn vaak grote onhandigheid en enorme onnozelheid meestal voor de grappigste momenten in de verhalen. Vandersteen gaf hem in de allereerste schetsen (1944/1945) de naam Pukkel. Zijn huidige naam is afgeleid van het lambiekbier. In Nederland heette hij aanvankelijk Lambiek.De prachtige personages: Lambik, Suske en Wiske Shop Het is niet helemaal duidelijk waar Vandersteen zijn inspiratie voor dit personage vandaan haalde; de Franse acteur Fernand Charpin heeft mogelijk mede model gestaan. Jerom – Een ongelofelijk sterke man die de andere hoofdpersonen in moeilijke situaties dankzij zijn kracht steeds uit de problemen helpt. Hij komt oorspronkelijk uit de prehistorie, maar zat ingevroren totdat hij in de 17de eeuw door de Franse hertog Le Handru werd ontdooid. In zijn debuutverhaal uit 1953, De dolle musketiers, is hij een van de vijanden van Suske, Wiske, Lambik en Sidonia. Na tot het goede te zijn bekeerd, wordt hij met de teletijdmachine meegenomen naar de 20e eeuw. In Nederland heette hij aanvankelijk Jeroen of Jeroentje. Professor Barabas – Een geleerde wiens merkwaardige uitvindingen in veel verhalen een belangrijke rol spelen. Zijn beroemdste en meest gebruikte uitvinding is de teletijdmachine. Hij is geniaal, maar ook, haast stereotiep, makkelijk verstrooid, en soms zeer idealistisch tot op het naïeve af. Schanulleke – Een lappenpopje waar Wiske zielsveel van houdt. Aanvankelijk heette ze in België Schalulleke en in Nederland Schabolleke. Haar huidige naam kreeg ze in De schone slaper. In de meeste verhalen is ze slechts een rekwisiet, of heeft ze hooguit een sleutelrol als (lijdend) voorwerp. In sommige verhalen komt ze echter tot leven en gedraagt zich dan als een werkelijk personage.
Vaak terugkerende nevenpersonages Arthur – Een broer van Lambik die in de Afrikaanse jungle woont. Hij kan vliegen dankzij het blijvende effect van het sap van een bijzondere plant genaamd Selderum Aeroplanis. Arthur verscheen voor het eerst in De vliegende aap. Krimson – De in de serie vaakst terugkerende en waarschijnlijk bekendste slechterik, die dan ook wel als de hoofdvijand van de hoofdpersonen wordt bestempeld. Desalniettemin maakte dit personage pas relatief laat zijn opwachting, in Het rijmende paard. Zijn ultieme doel is het verkrijgen van de wereldheerschappij. Krimsons vaste butler is Achiel. Daarnaast heeft hij nog allerlei andere helpers die vaak per verhaal verschillen. Jef Blaaskop – Een van de vaste bewoners van Amoras. Hij treedt voor het eerst op in Het eiland Amoras als een machtsbeluste schurk. In De stalen bloempot is hij bekeerd tot de goede kant en helpt dan Suske, Wiske en Lambik. Savantas - Een kwaadaardige geleerde die zijn opwachting maakte in De sprietatoom, en daarna vanaf Amoris van Amoras weer in enkele verhalen opduikt. Theofiel Boemerang – Een erg zakelijk ingestelde buurman van Lambik die iedereen allerlei dingen probeert aan te smeren. Hij verscheen voor het eerst in De Texasrakkers. Later ontpopt hij zich tot een meesteroplichter en maakt er een criminele carrière mee. Hij is getrouwd met Celestien. Tobias – Een hond die Suske en Wiske geregeld bijstaat. Hij verscheen voor het eerst in Het hondenparadijs. Hij is getrouwd met Dolly, met wie hij diverse puppy's ter wereld bracht. Sus Antigoon – Over-over-over-overgrootvader van Suske en tevens de ontdekker en stichter van de beschaving op Amoras. Hij verscheen voor het eerst in Het eiland Amoras. Snoeffel & Gaffel – Twee schurken die niet terugdeinzen voor omkoperij. Ze verschenen voor het eerst in De gouden cirkel. De Van Zwollems – Annemarie van Zwollem en haar geesteszieke vader verschenen voor het eerst in Het sprekende testament. De Zwarte Madam – Een blonde heks die spreekt met een Frans accent. Ze verscheen voor het eerst in De zwarte madam.
Geschiedenis Beginjaren (1944-1949) thumb|De voormalige woning van Willy Vandersteen in Kalmthout|200x200px In de jaren 90 van de 20e eeuw is er een proefcover van Vandersteens eigen hand uit 1944 teruggevonden, voor een strip die De avonturen van Rikki en Pukki had moeten gaan heten (met als subtitel Rikki Speurder). Op deze cover is Wiske al te zien naast Rikki, al heeft ze hier nog niet haar huidige naam. Voor de uitgebeelde scène lijkt Vandersteen overduidelijk inspiratie te hebben geput uit De Zwarte Rotsen, een Kuifje-verhaal uit 1938 van Hergé. Deze laatste strip was in die tijd al zeer populair. Wellicht had Vandersteen oorspronkelijk het idee om zijn eigen strip veel meer op De avonturen van Kuifje te laten lijken, inclusief de kenmerkende "klare lijn". Uiteindelijk zou Suske en Wiske echter veel meer een kinderstrip worden met overwegend fantasy- en sprookjeselementen.
Vandersteen maakte in de winter van 1944-45 de eerste schetsen voor een verhaal genaamd Rikki en Wiske (later hernoemd tot De avonturen van Rikki en Wiske). Hij legde deze schetsen voor aan twee directieleden van de Standaard Boekhandel, die een deel van het verhaal doorstuurden naar de redactie van De Nieuwe Standaard. Daarop besloten uitgever Tony Herbert en Marc Sleen na enkele maanden overleg om Vandersteens verhaal te publiceren.Hooydonck, 1994, p. 40-41 Op 30 maart 1945 verscheen de allereerste aflevering van De avonturen van Rikki en Wiske in De Nieuwe Standaard. Er waren op dat moment drie hoofdpersonages: Sidonie, haar nichtje Wiske, en Wiskes oudere broer Rikki. Dit verhaal kwam een jaar later uit als het allereerste album in de toenmalige Vlaamse ongekleurde reeks. De verkoop liep in eerste instantie nog niet storm; na twee jaar waren er nog maar 7000 exemplaren verkocht.Hooydonck, 1995, p. 116 In 1975 is het uiteindelijk ook verschenen in de Vierkleurenreeks, nu onder de titel Rikki en Wiske in Chocowakije.
Op 19 december 1945 ging in De Nieuwe Standaard het tweede verhaal van start, onder de titel Op het eiland Amoras (later gewijzigd in Het eiland Amoras). Dit verhaal verscheen in januari 1947 als album nummer 1 in de Vlaamse ongekleurde reeks, omdat het vorige verhaal hier nummer 0 had gekregen.Suske en Wiske Overzichtscatalogus, p.5 Het werd, in tegenstelling tot het vorige, wel meteen goed verkocht. In dit verhaal kwamen ten eerste Wiske en haar tante Sidonie terug. Verder was dit het eerste verhaal met een rol voor Suske, een jongen van ongeveer Wiskes eigen leeftijd met wie ze hier kennismaakt. Suske zou voortaan Rikki geheel vervangen als het andere hoofdpersonage. Professor Barabas, die later een zeer vaak terugkerend bijpersonage zou worden, maakte in dit verhaal ook nog zijn opwachting, ter vervanging van ingenieur Wargaren uit het eerste verhaal. Vandersteen verklaarde later over Rikki dat dit geen volwaardige tegenspeler van de veel jongere Wiske was. Nog een andere belangrijke reden om Rikki te schrappen was dat het personage te veel op Kuifje leek.29. Willy Vandersteen Groot striptekenaar op degrootstebelg.canvas.be, geraadpleegd op 29-03-2010 Lambik, die hierna ook een van de hoofdpersonages zou worden, trad voor het eerst op in het derde verhaal De sprietatoom (1946). Jerom maakte zijn debuut ten slotte zes jaar later.
Al snel daarna begon men de strip ook in Nederland uit te brengen. Vanaf 8 maart 1946 verschenen de stripverhalen hier, aanvankelijk nog alleen als feuilleton in de krant De Stem.Suske en Wiske en Dagblad De Stem: niemand vermoedde welke impact de strip 75 jaar later nog zou hebben, Bndestem.nl Aanvankelijk werden de albums in Nederland uitgegeven in de Nederlandse ongekleurde reeks. Het taalgebruik was hier aangepast en ontdaan van alle typisch Vlaamse elementen, zodat het de Nederlandse lezers meer zou aanspreken. Iets later gingen de Vlaamse en Nederlandse tweekleurenreeks van start, totdat deze in 1967 uiteindelijk beide opgingen in de Vierkleurenreeks.