thumb|Het Stadhuis van Delft gezien vanaf de Markt

Delft is een stad en gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, gelegen aan de Schie, tussen Den Haag en Rotterdam. Op telde de gemeente Delft inwoners.Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Regionale Kerncijfers Nederland. Gearchiveerd op 13 juli 2018. Delft is de hoofdplaats van het hoogheemraadschap Delfland. De gemeente maakt deel uit van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.

Delft is een van de oudste steden van Nederland, die al in 1246 stadsrechten kreeg van graaf Willem II van Holland. Ondanks een grote stadsbrand in 1536 was Delft tegen het einde van de zestiende eeuw een van de belangrijkste steden van de Republiek. Binnen de geschiedenis van Nederland is Delft vooral bekend doordat Willem van Oranje er vanaf 1572 heeft geresideerd en er in 1584 werd vermoord. De Oranjes worden sindsdien traditioneel in Delft bijgezet. De bijnaam van Delft is de Prinsenstad. De patroonheilige van de stad is Hippolytus van Rome.Op 13 augustus 1396 kreeg Delft de toestemming van graaf Albrecht van Beieren om de wal om Delft weer op te richten. De datum 13 augustus is Sint Hyppolytusdag. Overigens was 13 augustus ook de herdenkingsdag van andere heiligen.

Delft is een belangrijke toeristische trekpleister dankzij de historische binnenstad met vele grachten. Delft ontwikkelde zich in de 19e eeuw tot industriestad en profileert zich tegenwoordig, met de aanwezigheid van een Technische Universiteit en de onderzoeksinstituten TNO en Deltares, vooral als Delft Kennisstad met als slagzin Creating History. Het wetenschappelijk onderwijs in Delft onderscheidt zich door het ingenieurswezen, innovatie, bouwkunde en civiele techniek. Wetenschappers als Antoni van Leeuwenhoek en Martinus Beijerinck waren werkzaam in Delft, waardoor de stad een rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de microbiologie.

Geschiedenis

Delft is ontstaan aan een gegraven waterloop, de 'Delf', een gegraven verlenging van de Schie, en heet daar ook naar; delven betekent graven. Op de verhoogde plaats waar deze 'Delf' de kreekwal van het dichtgeslibde riviertje de Gantel kruiste, was, vermoedelijk sinds de 11e eeuw, een grafelijke vroonhof gevestigd. Delft was mede hierdoor een belangrijk marktcentrum, wat nog te zien is aan de omvang van het centrale marktplein.

Vanaf 1246 thumb|De stadsbrand van 1536 verwoestte een groot deel van de stad. Graaf Willem II van Holland verleende Delft op 15 april 1246 stadsrecht. Handel en nijverheid kwamen er tot grote bloei. In 1389 werd de Delfshavensche Schie naar de Maas gegraven, aan de monding hiervan kwam de zeehaven Delfshaven.

Delft was tot de 17e eeuw een van de grote steden van het graafschap (later provincie) Holland. In 1400 had de stad bijvoorbeeld 6.500 inwoners en was zo de derde stad in grootte, na Dordrecht (8.000) en Haarlem (7.000). In 1560 was Amsterdam met 28.000 inwoners uitgegroeid tot de grootste stad, gevolgd door Delft, Leiden en Haarlem, die elk ongeveer 14.000 inwoners hadden.

In 1536 werd een groot deel van Delft in de as gelegd door de grote stadsbrand van Delft.

Prins Willem van Oranje resideerde korte tijd in Delft, in het voormalige Sint-Agathaklooster, dat sindsdien Prinsenhof wordt genoemd. Hij werd er op 10 juli 1584 vermoord door Balthasar Gerards.

Op het gebied van de drukkunst nam de stad een vooraanstaande plaats in. In de stad vestigden zich diverse Italiaanse plateelbakkers die een nieuwe stijl introduceerden. Ook de tapijtindustrie kwam met François Spierincx tot grote bloei. In de 17e eeuw beleefde Delft door de aanwezigheid van een Kamer van de VOC en door de fabricage van Delfts blauw een nieuwe bloeitijd.

In 1654 werd een groot deel van de stad verwoest door de Delftse donderslag - de ontploffing van een opslagplaats voor buskruit op de plaats waar zich sindsdien de Paardenmarkt bevindt. Op de 'afstand van een kanonskogel', veilig buiten de stad, werd een nieuw Kruithuis gebouwd, door architect Pieter Post.

Meerdere kunstschilders waren in de stad actief, zoals Leonard Bramer, Carel Fabritius, Pieter de Hoogh, Gerard Houckgeest, Emanuel de Witte, Jan Steen, en Johannes Vermeer. Reinier de Graaf en Antoni van Leeuwenhoek kregen internationale aandacht voor hun wetenschappelijk onderzoek.

Vanaf 1672 Vanaf het Nederlandse rampjaar 1672 ging de Delftse economie achteruit. De stad werd overvleugeld door de beide buursteden Den Haag (als bestuurscentrum) en Rotterdam (als havenstad). In Delft bestonden rond 1670 een dertigtal fabrieken, die gedurende korter of langere tijd het plateelbakkersbedrijf hebben uitgeoefend. In 1794 waren er nog tien actief. In de 19e eeuw was er nog maar één plateelbakkerij over: De Porceleyne Fles; dit bedrijf kon als enige blijven bestaan omdat het naast aardewerk ook bakstenen ging produceren.

In 1850 telde de toenmalige gemeente Delft, met een oppervlakte van 5,3 km², 18.642 inwoners.

19e en 20e eeuw Met de slechting van de stadsmuren in de 19e eeuw en de opening van station Delft voor de trein in 1847 werd Delft weer een aantrekkelijke plek voor nieuwe industrieën zoals de Gist- en Spiritusfabriek (later Gist-Brocades, nu onderdeel van DSM), Calvé en Delft Instruments. De oprichting van de Koninklijke Academie (tegenwoordig: Technische Universiteit Delft) in 1842 en het onderzoeksinstituut TNO in 1932, zorgden ervoor dat Delft ook een centrum van techniek en wetenschap werd.

In 1866 kwam vanuit Den Haag de eerste interlokale paardentram van Nederland Delft binnenrijden over de Oude Delft. Het zou uiteindelijk de laatste oude interlokale tramlijn in Nederland blijken te zijn die nog steeds bestaat, zij het in moderne vorm. In 1887 werd dit een stoomtramlijn. Ook deze reed over de Oude Delft, tot bij de Rotterdammer poort (die er al niet meer was). In 1923 werd dit de elektrische tramlijn I-1, maar die mocht niet over de Oude Delft. Voorlopig werd het Kalverbos het eindpunt. In 1929 was de weg om de stad gereed en kon de tram via de Phoenixstraat doorrijden tot de Rotterdammer poort. In 1965 werd lijn I-1 vernummerd in 37, en in 1966 werd het lijn 1.Railatlas tramlijnen Den Haag en omstreken vanaf 1864, J. Blok & D.v.d. Spek, uitgeverij de Alk, 2009.

In 1912 bereikte een andere stoomtram Delft van een andere kant, de WSM ging rijden vanuit het Westland (Den Haag – Loosduinen – Naaldwijk – Schipluiden – Delft; tot 1938 ook Maassluis – Delft).

Deze trams reden langs de Westlandse weg en op de Spoorsingel, tot aan de Sint Olofslaan. Later verviel het straatspoor. In 1932 eindigde het reizigersvervoer. De goederentreinen werden vanaf de jaren vijftig getrokken door diesellocomotieven. In 1970 sloot het laatste deel van deze lijn. In 2009 verdween de aansluiting op de NS-sporen pas, bij de Industriestraat.Rook waait over het Westland, H.v. Lith, uitgeverij Kimabo, 2012. Sinds 2014 wordt gewerkt aan het doortrekken van tramlijn 19 vanaf het centrale treinstation naar de TU-campus.Na twintig jaar nog steeds geen tram over de campus TU Delft, www.delftopzondag.nl, 29 juni 2024, geraadpleegd 2 feb. 2025

thumb|Zuidwest van het centrum voor WO2

Op 1 januari 1921 werden de aangrenzende gemeenten Vrijenban en Hof van Delft opgeheven en voor een groot deel aan Delft toegevoegd. Hierdoor werd het grondgebied van Delft aanzienlijk uitgebreid.

thumb|Polygoonjournaal uit 1923. Korte beelden van het oude Delft. Zonder geluid. thumb|Luchtfoto Luchtmacht, 25 april 1928.

Na de Tweede Wereldoorlog thumb|Polygoonjournaal uit 1946. Delft viert zijn 700-jarig bestaan. De straten en gebouwen zijn versierd.

Het eerste deel in Delft waar na de Tweede Wereldoorlog is gebouwd is het gebied tussen het kanaal, de Schie door Delft en de grote weg van Den Haag naar Rotterdam.

In de jaren na 1960 werd Delft fors uitgebreid, vooral in zuidelijke richting. Daar verrezen achtereenvolgens de hoogbouwwijken Poptahof en Voorhof en de iets minder ambitieus opgezette Buitenhof. Vanaf de jaren 80 werd, nog zuidelijker, de wijk Tanthof ontwikkeld. Tanthof-Oost heeft een onoverzichtelijk stratenplan. Tanthof-West heeft nog wel dezelfde inrichting als Tanthof-Oost, maar er staan meer grote eengezinswoningen. Ter verbetering van het openbaar vervoer werd tramlijn 1 in 1994 naar Tanthof verlengd.

Door de ontwikkeling van Voorhof en Tanthof schoof de woonfunctie van Delft meer van de historische binnenstad aan de ene zijde van de spoorlijn naar de andere zijde van deze spoorlijn. Het aldaar gevestigde winkelcentrum In de Hoven is daarin een belangrijke factor.

Het hoger onderwijs is meer en meer geconcentreerd rondom de TU-campus, zo zijn er vestigingen van Hogeschool InHolland en de Haagse Hogeschool naast de TU-campus gebouwd. Op 13 mei 2008 brandde de gehele hoogbouw van de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft binnen 12 uur af. Elders op de campus werd later onderdak gevonden voor deze faculteit.

Met de vaststelling van het bestemmingsplan Technopolis is in het zuidoosten van Delft in 2005 gestart met de ontwikkeling van het TU Delft Science Park, waar zich kennisinstituten, startups en internationale bedrijven vestigen.

In 2009 begon de bouw van Harnaschpolder nadat in 2004 een deel van de polder door de gemeente Midden-Delfland was overgedragen aan Delft. In Harnaschpolder worden in totaal ongeveer 1.300 woningen gerealiseerd.

Circa 2009 begon men met de bouw van de spoortunnel door Delft. Deze is aangelegd ter vervanging van het spoorviaduct dat net ten westen van de binnenstad liep. Het tweesporig viaduct werd beschouwd als een flessenhals voor het spoorverkeer, veroorzaakte lawaaioverlast en was een scheiding tussen de binnenstad en het woongebied ten westen ervan. De spoortunnel kreeg ondergronds een station en een fietsenstalling. Bovengronds werd een kantoorgebouw met winkelfunctie gebouwd dat gedeeltelijk dienst doet als stadskantoor. De nieuwe spoortunnel met het ondergrondse station werden op 28 februari 2015 in gebruik genomen, waarna het spoorviaduct werd afgebroken. In 2017 werd het stadskantoor officieel in gebruik genomen. De totale investeringskosten voor het stadskantoor waren € 82,3 miljoen.Het ene gemeentehuis is het andere niet Binnenlandsbestuur, 22 oktober 2010

Mede door gebiedsontwikkelingsprojecten van de gemeente ontstonden in 2014 grote financiële tekorten in de gemeentebegroting.Delft krijgt financiële gaten niet meer gedicht, www.binnenlandsbestuur.nl Delft vroeg financiële hulp van de provincie Zuid-Holland en het Rijk.Spoorzone Delft brengt stad aan de afgrond, www.volkskrant.nl. Gearchiveerd op 21 september 2017. De realisatie van het project heeft de gemeente Delft een verlies van tientallen miljoenen euro opgeleverd.Delftenaren wonen in 2016 in duurste grote gemeente, 22 dec. 2015, www.ad.nl In reactie op de grote verliezen heeft het gemeentebestuur bezuinigingen doorgevoerd en de lokale belastingen verder verhoogd. Delft was in 2016 onder de grotere gemeentes de gemeente met de hoogste woonlasten van Nederland.Jaarboek Delft. Gearchiveerd op 24 september 2015. In 2016 kwam een eind aan de financiële problemen en kondigde de gemeente aan de lasten weer te verlagen.Delft heeft weer geld: ozb omlaag en meer onderhoud in de stad, www.delftsepost.nl

Ontwikkelingen vanaf 2018 Vervolgens werd begonnen aan de verdere herinrichting van de spoorzone aan de westgrens van de binnenstad. Dit gebied werd bekend onder de naam Nieuw Delft.Nieuw Delft projecten

In 2020 werd een nieuwe Sint Sebastiaansbrug geopend. De oorspronkelijke brug was door schade in de fundering verzwakt en was niet geschikt voor de beoogde tramlijn 19 die eroverheen zou gaan.Ontwerp Sebastiaansbrug klaar, bouw start begin 2018, 15 febr. 2017, www.delftsepost.nl

Wapen en vlag van Delft thumb|Kaart van Delft in 1652 door Blaeu