De Ommegang van Mechelen (ook wel Mechelse Ommegang genoemd) is een aloude ommegang die om de 25 jaar plaatsvindt in Mechelen. Ze volgt de Hanswijkcavalcade.
Sinds 2008 staat de ommegang en zijn reuzen (samen met de Ommegangsreuzen en draken van Dendermonde, Ath, Brussel en Mons) op de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid van UNESCO, als onderdeel van "Reuzen- en Drakenoptochten". De Ommegang, of een selectie uit zijn elementen, begeleidt soms ook andere stoeten in de stad of daarbuiten.
Geschiedenis Het ontstaan van de Mechelse Ommegang wordt in verband gebracht met de legende rond de figuur van de Heilige Rumoldus of Sint-Rombout, de patroonheilige van de stad Mechelen. In 1303 ging in Mechelen de jaarlijkse Peisprocessie uit, een processie om vrede (peis) af te smeken bij de Heilige Rombout tijdens de belegering van de stad, door hertog Jan II van Brabant. De gunstige afloop van dit conflict bracht de Mechelaars tot het besluit om de processie elk jaar opnieuw te laten uitgaan. De Peisprocessie bleef tot in de zestiende eeuw een jaarlijkse traditie. De Ommegang, verbonden met de Peisprocessie, ging enkel uit bij speciale gelegenheden, zoals jubelvieringen van de Heilige Rombout, van Onze-Lieve-Vrouw van Hanswijk (vanaf 1738), Blijde Intredes en inhuldigingen.
Vader Reus werd voor het eerst vermeld in de stadsrekeningen in 1481 als de "reese". Van dan af werd er regelmatig uit de stadskas geput om de reus te onderhouden. Hij had in 1525 de eer om samen met het Mechelse Ros Beiaard (1415), te paraderen voor landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, die haar residentie had in de stad (in het huidige Gerechtshof in de Keizerstraat). De reuzenfamilie werd over de jaren heen uitgebreid met een reuzin (1549), drie kinderen (1618) en een grootvader (1599-1600).
In 1501 werden acht kemels gemaakt, gedragen door ‘onzichtbare’ personen. Sinds het einde van de achttiende eeuw blijven er van de acht kemels nog maar twee over. In 1576 spreken de stadsrekeningen van het Kermisschip, nu gekend als het Schip van Oorlog of het Schip van ’s lands welvaren. De nu nog bestaande driemaster zou uit 1647 stammen. In 1609-’10 zorgde Jacop van Rooy, een mandenmaker, voor zes personages op het Rad van Avonturen. In 1614-’15 kwam er een nieuwe figuur bij. Uiteindelijk komen acht allegorische figuren op het rad voor. In 1648 werden ‘diversche peerdekens van teenen of wissen (=riet)’ gemaakt voor de Ommegang. Er zijn nog een achttal paardjes over.
De Reuze-Opsignoor was tot 2013 de laatste aanwinst in de reuzenfamilie. Deze reus werd in 1976 ter gelegenheid van het 25-jarig ambtsjubileum van Koning Boudewijn gemaakt in opdracht van het Provinciebestuur van Antwerpen. Achteraf werd de reus plechtig aan de stad Mechelen overgedragen.
De Ommegang volgt steeds de eens om de 25 jaar gehouden Cavalcade (in de Mechelse volksmond uitgesproken als calvacade) (ontstaan uit de jaarlijkse Hanswijkprocessie). In 2000 had een extra Ommegang plaats ter gelegenheid van het Karel V-jaar (naar aanleiding van de 500ste verjaardag van zijn geboorte). De Mechelse Ommegang is toen in zijn totaliteit uitgegaan, vergezeld van een aantal nieuwe reuzen. De Mechelse wijken en dorpen hadden toen elk hun eigen reus gemaakt.
De Mechelse Ommegang en zijn (historische) reuzen zijn sinds 2008 vermeld op de Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid van UNESCO, en dit als onderdeel van "Reuzen- en Drakenoptochten".
De laatste Ommegang had plaats in 2013, de 12e editie. De eerste voorbereidingen werden meer dan 5 jaar voor de editie gelegd. Michael De Cock, directeur van Theater ’t Arsenaal, was de regisseur van deze Ommegang, voor de kostuums zorgden Myriam Van Gucht en Valentine Kempynck. Toen werden twee nieuwe kinderen met allochtone roots aan de reuzenfamilie toegevoegd: Amir en Noa. Hun hoofden en handen zijn gecreëerd door Geneviève Hardy, Senior Lector Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, terwijl hun skeletten zijn gemaakt door manden- en reuzenmaakster Lieve Lieckens. Burgemeester Bart Somers en kinderburgemeester Salma Abraray schreven ze op 8 juni 2013 in in het Mechelse bevolkingsregister en overhandigden hun identiteitskaarten. De nieuwe reuzenkinderen benadrukken de multiculturele samenleving van Mechelen. Deze nieuwe reuzen vallen niet onder de reglementering van immaterieel erfgoed Vlaanderen of Unesco. Verder werden oude en verdwenen elementen, zoals de Eenhoorn, de Walvis en de Draak nieuw leven ingeblazen en in een modern kleedje gestopt door figurentheatermaker Paul Contryn, de creatieve duizendpoot van Figurentheater De Maan.
De Erfgoedcel Mechelen schreef het dossier voor de opname van de Mechelse Ommegang en Ommegangsreuzen op de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed (afgekort ICE). De Reuzen zelf maken deel uit van de Mechelse collectie van Museum Hof van Busleyden. Samen trokken we aan de kar bij het sensibiliseren en ‘verzelfstandigen’ van een gemeenschap van Mechelse Reuzendragers die sinds het uitgaan van de Ommegang in 2013 actief die traditie wilden verderzetten. De opstart van de feitelijke reuzendragersvereniging ReuzenMechelen dateert pas van 2017.
De volgende Ommegang wordt verwacht in 2038.
Samenstelling
De samenstelling van de Ommegang is in de loop der tijden meermaals veranderd. Hier de samenstelling van de laatste Ommegang in 2013. De reuzenfamilie draaien op de klanken van het Reuzenlied in 't rond en andersom. De familie bestaat uit vader de Reus, moeder de Reuzin, de kinderen Janneke, Mieke en klein Claeske, en grootvader de Oude of de Grote Reus (Goliath). Verder is er het Ros Beiaard (Beyaert) (in de Mechelse volksmond uitgesproken als 't Veergebreuderspjeid, paard bereden door vier broers), het Rad van Avonturen (of Rad van Fortuin), de wagen 't Schip van Oorlog (Schip van 's Lands Welvaren), de Kemeltjes, de Paardjes (veeleer burleske folklore) en natuurlijk Opsinjoorke (de stadsmascotte, een replica wordt in de stoeten gebruikt).
Oorspronkelijk werden al de reuzenfiguren, behalve grootvader reus, gedragen. Vandaag kunnen enkel nog de drie kinderen gedragen worden. Vader en moeder reus staan op wieltjes en worden gerold. Goliath, gezeten op een wagen, draait slechts het hoofd - in 2013 lukte dat maar half, hij wordt een dagje ouder. Hij werd de ‘oude’ reus genoemd omdat hij de Ommegang niet te voet kon afleggen en op een wagen zittend werd voortgetrokken. Grootvader reus is een soldaat met helm en borstharnas, zwaard en knots in de hand en sandalen aan de voeten. Volgens sommigen stelde hij de oude Goliath voor, anderen zien in hem een reminiscentie aan de Romeinse keizer Maximinus Thrax of aan de Romeinse oorlogsgod Mars. Het Rad van Avonturen symboliseerde de wisselvalligheden van het menselijk leven of de standen in de maatschappij met zijn acht allegorische figuren. Deze figuren vormen vier begrippenparen: Rijkdom en Armoede, Wijsheid en Dwaasheid, Edeldom en Boertigheid, Blijdschap en Droefheid. Het rad bestaat uit een groot wiel of rad, dat voortgetrokken wordt en rust op een schuine spil zodat de velg steeds aan één zijde de grond raakt waardoor het ronddraait. Op het wiel staan de verschillende standen van de maatschappij uitgebeeld die rond Vrouwe Fortuna draaien: de op- en neergang van het geluk. De figuren stellen volgende beroepen of standen voor: een advocaat, een rijke dame, een bedelaar, een boerin, een nar, een kwezel, een jager (of soldaat?) en een bedelaarster.
Het Mechelse schip heeft een aantal betekenisverschuivingen ondergaan doorheen de tijd. In 1576 spraken de stadsrekeningen van het Kermisschip. Het schippersambacht stond in voor de onkosten van het onderhoud en zij beschouwden het als hun eigendom. Na de ontbinding van de ambachten nam het stadsbestuur de kosten op zich, maar het voorrecht om als matrozen te fungeren op het Schip kwam nog steeds toe aan de kinderen van een schippersfamilie. In 1583 kreeg het Schip de naam Schip van oerloghe ('t Schip van Oorlog). Later (en nu nog steeds) werd het Schip ook nog het Schip van ’s lands welvaren genoemd.
Waarschijnlijk zijn de acht kamelen of kemels en overblijfsel van de Drie Koningen en hun gezelschap die in de Peisprocessie de ‘Aanbidding der Wijzen uit het Oosten’ voorstelden. De kemels zelf worden bereden door een cupido die tijdens de Ommegang pijlen afschiet. Vanaf het ogenblik dat de cupidootjes de plaats van de koning innamen, verloren de kemels elke relatie met de Drie Koningen. Het liefdesthema van de Ommegang kreeg met de cupido’s een onverholen erotische connotatie. De kemels worden vergezeld van dansers.
De paardjes zijn wellicht verwant met de chevaux fous die in Frankrijk tijdens het carnaval door de straten dansten. Ook zij hebben een uitgesproken erotische geladenheid. De dragers van de paardjes staan er niet volledig onder, zoals de dragers van de kemels, maar staan er zo in dat hun bovenlichaam en benen zichtbaar zijn. Ze zitten tot aan hun heupen in het vlechtwerk en geven dus de indruk dat ze de paardjes berijden.
Verder is er de Reuze-Opsignoor, die tot 2013 de laatste aanwinst in de reuzenfamilie was. Deze pop is 3,60 meter hoog. En sinds 2013 lopen twee nieuwe kinderen met allochtone roots mee: Amir en Noa. Geneviève Hardy gaf hen hun namen: Amir, wat ‘prins’ betekent, en Noa, simpelweg omdat ze het een mooie naam vond. Amir stelt een jongen van zes jaar voor, terwijl Noa een negenjarig meisje is. Noa heeft Afrikaanse roots en is van gemengd ras, en ook Amir heeft een donkerdere huidskleur.
Verder werden er toen ook drie verdwenen onderdelen van de ommegang opnieuw in een moderne versie gecreëerd: de Eenhoorn, de Walvis en de Draak.
Overgang tussen Cavalcade en Ommegang In 1875 vierde Mechelen de 1100ste verjaardag van het martelaarschap van Sint-Rumoldus. Om dit jubileum luister bij te zetten, werd een historische stoet ingericht, in navolging van de Ommegangen. Hiervoor werden nieuwe praalwagens ontworpen door Willem Geets, directeur van de Academie voor Schone Kunsten te Mechelen. Een aantal van deze wagens vormen sindsdien de overgang tussen de Hanswijkcavalcade en de Ommegang.
Een overzicht van de wagens die vandaag nog bestaan: De praalwagen van De Peoene of de Sint-Jansgilde, de oudste en belangrijkste Mechelse rederijkerskamer. De wagen in Renaissancestijl bevat het jaar 1561. De slede van de Peoene herinnert aan dezelfde optocht van 1561. In de slede zitten drie ‘maagden’, die respectievelijk de Peoene-gilde, de stad Mechelen en Retorica uitbeelden. De praalwagen van de Lisbloem. De Lisblomme speelde haar rol in de Mechelse toneelwereld in de schaduw van de Peoene. De wagen van 1875 is in Renaissancestijl en vervoert ‘zes maagden’. Vooraan zit de Zot. De wagen ‘van de landbouw’ valt enigszins uit de toon door zijn religieuze oorsprong. Hij werd in 1875 gemaakt om de prediking van de Heilige Rumoldus voor te stellen. Later sprak men van de wagen ‘van de landbouw’ en de wagen ‘van 1798’, waarschijnlijk omdat hij ooit gebruikt werd bij een boerenkrijgherdenking.
Reuzenlied
Naast het klassieke Reuzenlied met refrein: Kere weer-om, Reuzeke, Reuzeke, kere weer-om, Reuzegom, bestaat er ook een "Mechels lied op de vier Heemskinderen". De tekst van dit lied komt uit het jubileumboek van de Mechelse Ommegang, editie 1825.
Wat voor vijand durft ons naken Vier gebroeders op een peerd Ieder moet het vechten staken Als wij spelen met ons zweerd Wij en achten geene slagen Geene scheuten in den strijd Want ons harnas kan 't al dragen Daar een ander zich voor mijdt
Wij en zijn van honderd mannen wel gewapend, niet bevreesd Als wij maar den toom ontspannen Dan weert zich ons peerd het meest Het kan loopen het kan springen Het kan vliegen door het zand Geenen mensch en kan het dwingen Want 't heeft altijd d'overhand
Sa, Ros Beyaard, toont uw krachten En spaart uwe beenen niet Toont dat ieder hem moet wachten Die uw sterke schoften ziet