De Ommegang van Dendermonde (bekender onder Ros Beiaardommegang) is een aloude ommegang die plaatsvindt in Dendermonde. Tijdens de Ros Beiaardommegang wordt het reusachtige houten paard, het Ros Beiaardpaard, van stal gehaald en in een parade met praalwagens, figuranten, ruiters en de Gildereuzen door de straten van Dendermonde gedragen.

Aanvankelijk vond deze ommegang enkel plaats bij belangrijke gebeurtenissen en herdenkingen, maar sinds 1990 wordt die tienjaarlijks georganiseerd; het is telkens een waar volksfeest en het afscheid van het paard valt altijd zwaar, laatst op 29 mei 2022. Toen had de de ommegang weer plaats, twee jaar vertraagd door de coronacrisis. De volgende ommegang wordt verwacht in 2030.

De Dendermondse traditie van het Ros Beiaard en de drie gildereuzen is erkend als UNESCO Meesterwerk van het Oraal en Immaterieel Cultureel Erfgoed. Dit tienjaarlijks evenement lokte voor de editie van 2022 ca. 80.000 - 86.000 mensen. In normale omstandigheden (zoals in 2010) wordt gemikt op ruim 100.000 bezoekers.

Geschiedenis De ommegang ontstond in de dertiende eeuw of mogelijk al eerder. In het derde kwart van de vijftiende eeuw had de Ommegang een religieus karakter en bevatte het naast christelijke ook profane motieven, reuzen en mythische dieren zoals het Ros Beiaard, een draak en een olifant. De vijftiende-eeuwse ommegang had plaats ter ere van de wijding van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, op de dag van de onthoofding van Johannes de Doper (29 augustus). Na 1450 gaan de gilden en later de rederijkerskamers religieuze en profane tableaux vivants toevoegen in de stoet. In 1466 is er sprake van rieten paarden. De processie heeft in de zestiende eeuw zwaar te lijden onder de godsdienstoorlogen en verliest een deel van zijn profane elementen. Tijdens het ancien régime werd de processie elk jaar samen met de kermis gehouden.

Negentiende eeuw In de negentiende eeuw ging de Ommegang meerdere malen uit. De eerste keer in 1807 werd het Ros bereden door Pieter-Emmanuel, Pieter-Frans, Pieter-Jan en Bernard-Jozef Blomme. Men wilde met de ommegang de 40e geboortedag van Napoleon I (op 15 augustus) en de zesde van het Concordaat (op 15 juli) herdenken. Een jaar later, in 1808 werd de ontvangst van Emmanuel Bruno Quaetfaslem gevierd naar aanleiding van de eerste prijs bouwkunde aan de Gentse Academie.

In 1823 en 1826 ging de stoet tweemaal uit voor de ontvangst Willem I, Koning der Nederlanden. De opening van de spoorweg Dendermonde-Mechelen door Koning Leopold I in 1837 had eveneens aanleiding tot een ommegang.

In 1850 waren Edmond, Désiré, Henri en Lodewijk Spanoghe de berijders van het ros. Hun ouders baatten in de Torenstraat de bakkerij "De Vier Koppen" uit. Met de ommegang werd het vijftigjarig bestaan van het Gerechtsgebouw van Dendermonde en van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Dendermonde gevierd. Ook werd geschiedschrijver David Lindanus herdacht. De ommegang werd bijgewoond door prins Leopold. miniatuur|Ros Beiaardommegang (1888) voor het stadhuis Naar aanleiding van de inhuldiging van het standbeeld van Pater De Smet in 1878 waren de ridders: Isidoor, Omer, Petrus en Frans Willems. Meteen werd ook de inwijding van het nieuwe sas aan de monding van de Dender gevierd. Toen Polydore De Keyser, Lord Mayor (burgemeester) van Londen, een bezoek bracht aan zijn geboortestad Dendermonde in 1888 waren de Vier Heemskinderen Henri, Lodewijk, Gustaaf en Alfons Pieters. En tot slot in 1899 werd het Ros Beiaard bereden door Pieter, Adhemar, Lucinthe en Leo Dieltjens. Men zette deze ommegang op poten naar aanleiding van de voltooiing van de Scheldekaden en de opening van de nieuwe Dendermondebrug over de Schelde.

Twintigste eeuw Het Ros ging deze eeuw zeven keer uit. In 1914 viel de eer te beurt aan Jan, Leo, Pieter en Edward De Bruyn. Zij waren de kleinzonen van oud-burgemeester en oud-minister Leo De Bruyn-Schellekens. Toen trok het Ros Beiaard door de centrumstraten naar aanleiding van de aanstelling van burgemeester Leo Bruynincx. In 1930 vierde men het eeuwfeest van de Belgische onafhankelijkheid en werd het Ros bereden door Henri, Jean, Pierre en Albert Van Damme. En in 1952 viel de keuze op Jozef, Rafaël, Pieter en Jan Bombay. Het stadhuis van Dendermonde aan de Grote Markt van Dendermonde bestond 500 jaar en dat was voldoende reden om het Ros Beiaard van stal te halen.

In het kader van de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958 klommen de gebroeders Emiel, Albert, Jozef en Luc Leybaert op de rug van het Ros Beiaard. In 1975 zaten de gebroeders Dirk, Wim, Boudewijn en Kris De Jonghe op de brede rug van het Ros Beiaard. Voor de Ros Beiaardommegang van 1975 werd een tekening ontworpen door Michel Dambruyne van een steigerend Ros Beiaard met overwegend gebruik van de wit-rode stadskleuren en het stadhuis. De gebroeders Veldeman (Gert, Stijn, Stefaan en Toon) waren de Heemskinderen van de ommegang van 27 mei 1990. Men besloot om de Ros Beiaard-ommegang voortaan om de tien jaar te houden. De affichelogo en bijhorende promotiemateriaal werd opnieuw ontworpen door Michel Dambruyne en voorzien van steigerend Ros Beiaard voor de Belforttoren met een nieuwe variatie op de affiche 1975. De stoet bestond uit twee grote delen met 13 en 15 taferelen, respectievelijk rond de thema's: "De Dendermondse geschiedenis" en "De legende van het Ros Beiaard".

Tot slot bij de eeuwwisseling in 2000 voldeden de gebroeders Roy, Nick, Ken en Dean Coppieters aan de scherpe criteria. Na de ommegang werden ze opgenomen in de gilden en verheven tot ereburgers van Dendermonde omwille van de zware fysieke inspanning. De ommegang werd in 2000 extra bemoeilijkt doordat het die dag erg koud was en er een bijtende wind stond.

Voor de affiche van Ros Beiaard 2000 ging de computerontwerper Stefan Muysers aan de slag met het afgeleide Ros Beiaardlogo met steigerend paard en daarop gezeten de Vier Heemskinderen met hun wimpels van de kunstenaar Michel Dambruyne, een ontwerp van het jaar voordien. De affiche werd ook voorzien van zijn initialen MD.

21e eeuw De stoet ging deze eeuw al twee keer uit. De volgende ommegang is voor het jaar 2030 gepland. In 2010 werd de ommegang op zondag 30 mei gehouden. De gebroeders Michiel, Dieter, Niels en Maarten Van Damme mochten dan plaatsnemen op het paard. Op 6 november 2019 werden de gebroeders Maarten, Wout, Stan en Lander Cassiman geselecteerd als de Heemskinderen voor de ommegang van 24 mei 2020. Deze ommegang werd vanwege de coronacrisis tweemaal uitgesteld en vond uiteindelijk, twee jaar later, plaats op zondag 29 mei 2022. De verkozen broers behielden hun benoeming. (pagina niet meer beschikbaar)

Thema De Ros Beiaardommegang heeft telkens een bepaald thema.

In 1952 stonden de lokale legende van de Helleput en die van Lohengrin centraal in de ommegang. Voor de Wereldtentoonstelling van 1958 werkte regisseur Frans Van Immerseel een groots spektakel uit rond de legende van de Vier Heemskinderen en het Ros Beiaard, een thema dat hij in 1975 hernam in een nog uitgebreidere en spectaculairdere ommegang met duizenden figuranten. In 1990 en 2000 koos regisseur Franki Hervent voor een verhalende aanpak rond de stadsgeschiedenis en de Ros Beiaardlegende, met een stoet die traditioneel werd afgesloten door de vaste ommegangselementen.

Bij de editie van 2022 was dat "De gouden eeuw van de Bourgondiërs".

Samenstelling De hoofdrol is weggelegd voor het Ros Beiaard zelf dat gedragen wordt door de Gilde der Vrije Pijnders. Naast het paard loopt de nar Kalleke Step. Hij houdt de teugels van het Ros Beiaard vast om hem op het einde van de stoet door de stad te leiden. Hij maakt hierbij geregeld of een radslag of een tuimeling en bij het steigeren van het Ros Beiaard gaat hij met zijn benen in de hoogte in handstand op zijn handen staan.

De ommegang bevat naast een aantal taferelen die eigen zijn aan het thema van die specifieke editie, ook een reeks elementen en groepen die (bijna) elke keer opnieuw een plaats krijgen binnen het gebeuren. Dit zijn: miniatuur|De gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath. Wagens en groepen die de geschiedenis van Dendermonde voorstellen alsook de spotnamen van de Dendermondenaren zoals kopvleesfretters, polydoorkes en flauzemakers. Wagens en groepen die de sage van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen uitbeelden. Het Rad van Avonture, ook wel rad van fortuin genoemd, is een traditioneel motief in Vlaamse ommegangen en verwijst naar het thema van Fortuna. In de Dendermondse ommegangen is het met zekerheid aanwezig sinds de zeventiende eeuw. Het rad toont traditioneel acht figuren die verschillende maatschappelijke standen en het wisselende lot van de mens symboliseren, met een aankleding die doorheen de tijd varieerde. In 2015 werd een nieuwe versie gerealiseerd, voor het eerst uitgebeeld door levende standbeelden in plaats van poppen. Het Peird zonder Steirt, ook wel ’t Klein Peerd genoemd, verscheen voor het eerst in de Dendermondse ommegang van 1754 en gaat mogelijk terug op de huppelpaardjes die al sinds de 15e eeuw bekend zijn. Het dier wordt traditioneel bereden door een Cupido-figuur die pijlen in het publiek afschiet. Laatst gezien in 1975. De Kemel: Rond 1540 verschenen dierfiguren zoals een eenhoorn, olifant en kemels in de Dendermondse ommegangen, waarbij enkel de kemel als blijvend element behouden bleef, vermoedelijk met een verwijzing naar de Drie Koningen. Doorheen de tijd kreeg de kemel uiteenlopende berijders die inspeelden op religieuze, historische of exotische thema’s. Voor het laats gespot in 1975. 't Schipke is een traditionele praalwagen in de ommegangen met een geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen en een sterk wisselende symboliek. Doorheen de eeuwen werd het schip onder meer voorgesteld als reliekschip, mythologisch vaartuig en oorlogsschip, waarbij verschillende uitvoeringen elkaar opvolgden. Het huidige schip dateert van 1930 en is een eikenhouten sloep die werd omgebouwd tot een zeventiende-eeuws oorlogsschip. In recente ommegangen verwijst ’t Schipke naar de maritieme geschiedenis van Dendermonde en wordt het traditioneel bemand door jonge matrozen. De Walvis: De Dendermondse walvis heeft een oorsprong die teruggaat tot de vangst van een jonge beloega in de Schelde in 1711. Die gebeurtenis werd datzelfde jaar uitgebeeld met de echte walvis in de ommegang, later gevolgd door praalwagens die meegingen in onder meer de Ros Beiaardommegangen tot 1952. In 1958 werd een nieuwe walviswagen ontworpen door Jos De Decker, die na meerdere restauraties tot 2015 in Katuit bleef verschijnen. Voor Katuit 2016 werd een volledig nieuwe, technisch en artistiek vernieuwende walvispraalwagen gerealiseerd. De hellewagen De Zwaan: De vroegste vermelding van de Zwaan in de Dendermondse ommegang dateert van 1754. De eerste versie werd vergezeld door de Meesters Schavotspringers en bereden door een Cupido. In 1807 was de Zwaan nog te zien in de ommegang, maar daarna verscheen ze pas opnieuw in 1914 maar dan in de context van het verhaal van Lohengrin. Na 1914 was de Zwaan nog eenmaal te zien in de ommegang, namelijk in die van 1952. De apotheose bestaat uit: miniatuur|VendeliersDe vendeliers of vaandrigs zijn de personen die met vlaggen of vaandels zwaaien en/of deze in de lucht gooien (en weer opvangen). De knaptanden zijn (jonge) mannen gehuld in een pak dat lijkt op een wolf. De muil bevindt zich boven het mensenhoofd. De drager kijkt door een opening onder de kop. Met een mechanisme kan de muil snel open en dicht worden getrokken, wat een knappen van de tanden veroorzaakt. De gildereuzen Indiaan, Mars en Goliath De buskruitschutters, gerekruteerd uit de Dendermondse brandweer, gaan tijdens de stoet het Ros Beiaard vooraf en eens op de Grote Markt nemen zij posities in voor een symbolisch vuurgevecht waarbij ze proberen te verhinderen dat het Ros Beiaard de markt verlaat. Na meerdere confrontaties breekt het Ros Beiaard uiteindelijk door onder luid applaus.