De aanbidding van het Lam Gods is een religieus veelluik van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck, voltooid omstreeks 1432. Het werk, een hoogtepunt van de Vlaamse Primitieven, is op eikenhout geschilderd in opdracht van de Gentse burger-koopman Joos Vijd als altaarstuk voor de Vijdkapel in de Sint-Baafskathedraal van Gent. Op één gestolen paneel na, de Rechtvaardige rechters, is het schilderij intact te bewonderen in dat kerkgebouw.

Algemeen Datering De opdrachtgever voor het altaarstuk was de koopman en politicus Joos Vijd, die toen voorschepen van de stad Gent was. Het was ontworpen voor de Vijdkapel, in de huidige Sint-Baafskathedraal. Destijds waren Vijd en zijn echtgenote daarvan begunstigers, en stond de kerk bekend als de Sint-Janskerk. Het stuk werd officieel op 6 mei 1432 geïnstalleerd om samen te vallen met een officiële ceremonie voor Filips de Goede. Dankzij het kwatrijn is het altaarstuk zeer goed te dateren: "Hubert van Eyck, de grootste schilder ooit, begon dit werk; zijn broer Jan, die tweede in de schilderkunst was, voltooide deze zware taak op vraag van Joos Vijd. Deze vertrouwt dit werk aan uw goede zorgen toe op 6 mei 1432. Bewonder wat zij tot stand hebben gebracht."https://www.knack.be/nieuws/wetenschap/het-lam-gods-bevat-een-morele-code-die-je-moet-leren-zien/#:~:text=Wanneer%20men%20alle%20rode%20letters,Het%20gesloten%20Lam%20Gods. De ontcijfering hiervan is mogelijk door het chronogram uit te rekenen, dat het vierde vers schrijft.https://www.google.be/books/edition/Verhandelingen_van_de_Koninklijke_Vlaams/veMNAQAAMAAJ?hl=nl&gbpv=1&bsq=lam+gods+chronogram&dq=lam+gods+chronogram&printsec=frontcover Hubert nam de opdracht aan en was waarschijnlijk verantwoordelijk voor het algehele ontwerp, maar overleed in 1426. Waarschijnlijk werd het werk voornamelijk tussen 1430 en 1432 uitgevoerd en afgemaakt door zijn jongere en bekendere broer Jan van Eyck. Ondanks pogingen om afzonderlijke gedeelten aan een van beide broers toe te schrijven, is geen overtuigende scheiding tot stand gebracht.

Opbouw Het altaarstuk bestaat uit twaalf panelen, waarvan er acht met scharnieren gesloten kunnen worden. Elke vleugel is aan beide zijden beschilderd, zodat er twee verschillende voorstellingen zijn naargelang de panelen open of dicht zijn. De vleugels waren alleen op zon- en feestdagen open en vaak met een kleed bedekt. In 1934 werden twee panelen gestolen - een van de bekendste kunstroven van België - waarvan er één, voorstellende De Rechtvaardige Rechters, uiterst linksonder gesitueerd, nooit werd teruggevonden. Sinds 1986 wordt het veelluik bewaard in een streng beveiligde glazen kooi in de Villakapel of Doopkapel van de kathedraal met alarmsysteem, gewapende kapeldeur en continue camerabewaking. Later werd het eerst om veiligheidsredenen verplaatst naar de hoofdkapel van de kathedraal. In 2021 werd het verplaatst naar de van glasramen voorziene Sacramentskapel. In 2010 onderging het veelluik een grondig wetenschappelijk onderzoek ter voorbereiding op ingrijpende restauratiewerkzaamheden, die in 2012 aanvingen. De eerste twee fasen werden afgerond in 2020. De derde en laatste fase startte in 2023 en zal tot 2026 duren.Tien jaar na start: laatste fase van restauratie "Lam gods" kan beginnen en zal in 2026 afgerond moeten zijn (website VRT). Gearchiveerd op 5 februari 2023.

Beschrijving en iconografie Beschrijving van het geopende altaarstuk 500px|right Het retabel dat nu in geopende toestand, streng beveiligd in de doopkapel opgesteld staat, werd vroeger slechts op de bijzondere feestdagen van de kerk geopend; zoals Kerstmis, Pasen en Allerheiligen. Het grootste deel van het jaar kwamen de schenkers Joos Vijd en Lysbette Borluut, aan de achterzijde bewust in beeld.

De bovenste panelen tonen van links naar rechts: Adam; daarboven het offer van Kaïn en Abel Zingende engelen Maria God op de troon Johannes de Doper Musicerende engelen Eva; daarboven de moord van Kaïn op Abel

Panelen 3,4 en 5 samen vormen de deësis.

De onderste panelen tonen aan weerszijden figuren die op weg zijn naar de aanbidding van het Lam: thumb|Detail van het landschap, paneel De kluizenaars, rechtsonder

de Rechtvaardige Rechters de Ridders van Christus de aanbidding van het Lam de kluizenaars de pelgrims op bedevaart

Lange tijd werd gedacht dat de vrucht (de "verboden vrucht" uit Genesis 3:6) in de hand van Eva een appel was. Dit werd reeds naar voren gebracht door Lucas Cranach in 1526, terwijl Michelangelo in 1512 dacht dat het een vijg was. In 2011 toonden de wiskundige Dirk Huylebrouck en de Hongaarse kunsthistorica Beatrix MecsiDe verboden citrusvrucht, De Standaard, 26 mei 2011 aan dat het een bijna uitgestorven citrusvrucht of etrog betreft, namelijk Citrus × limon 'Pomum Adami' (synoniem: Citrus lumia var. pomum adami, dus Adamsappel).

Het is niet met zekerheid te zeggen wie de goddelijke Heer is: God de Vader of Christus zetelend als rechter. Tot de 20e eeuw werd de eerste interpretatie aangehouden. Belangrijke argumenten daarvoor zijn de aanwezigheid van scepter en schoeisel, de afwezigheid van verwondingen en het feit dat het retabel zo - samen met de duif en het Lam - de Drievuldigheid afbeeldt. Voor de tweede interpretatie pleiten onder andere de pelikanen en andere Christussymbolen op de troon en de wijzende vinger van Johannes de Doper naar de goddelijke Heer.Peter Schmidt (2005). Het Lam Gods. Davidsfonds/Leuven, blz. 88-94, Ook staat op het gewaad 'Koning der Koningen en Heer der Heren' als inscriptie geborduurd, benamingen voor Christus.

Op het onderste middenpaneel zijn cirkelgewijs personen gegroepeerd die het Lam aanbidden; zoals de belijders, de heilige vrouwen en de kerkvaders. Zij zijn met precisie geschilderd, maar perspectivisch niet correct aangezien ze bij bosjes lijken te zweven op de grasvlakte. In dit paneel past men niet het precieze Italiaanse lijnperspectief toe, maar het atmosferisch perspectief, waarbij ruimtesuggestie ontstaat door de kleur, vorm en textuur dichter bij de horizon gelijkmatig te vervagen.

Er loopt een denkbeeldige verticale as door de panelen die God de Vader, de Heilige Geest (een duif in een halfrond aureool), het geofferd en bloedend Lam (God de Zoon) achtereenvolgens snijdt, als symbool van de Drievuldigheid. De onderste rij panelen worden horizontaal verbonden door een hoge horizonlijn waardoor alle afbeeldingen in vogelperspectief staan. Deze doordachte compositie verleent het werk een inwendige dynamiek en zorgt voor een binding van de delen.

Beschrijving van het gesloten altaarstuk 250px|right De onderste panelen tonen: De schenker Joos Vijd Johannes de Doper, als standbeeld in grisailletechniek Johannes de Evangelist/Apostel, idem De vrouw van de schenker, Lysbette Borluut

Daarboven, verdeeld over vier panelen, de Annunciatie met aan de linkerkant de aartsengel Gabriël en aan de rechterkant de Heilige Maagd.

Bovenaan: De profeet Zacharia De Sibille van Erythrae De Sibille van Cumae De profeet Micha. thumb|left|100px|Johannes de Doper

Johannes de Doper Johannes de Doper is te herkennen aan het lam dat hij vasthoudt. Als volwassene is hij gewoonlijk uitgemergeld en haveloos afgebeeld, gekleed in dierenhuiden, met een leren gordel. Op het altaarstuk is hij inderdaad afgebeeld met lang haar en een woeste baard, hij is blootsvoets en onder zijn mantel is nog een stuk dierenhuid te zien. Hij heeft een vermoeide uitdrukking op zijn gezicht en in zijn armen houdt hij een lam, wat duidt op zijn woorden "zie het Lam van God" waarmee hij naar Jezus wijst.

Johannes de Doper was een patroonheilige van Gent en van de kerk waarvoor het Lam Gods was bestemd, de huidige Sint-Baafskathedraal.

thumb|left|100px|Johannes de Evangelist

Johannes de Evangelist/Apostel Johannes de Evangelist/Apostel is te herkennen aan de miskelk met slangen die hij vasthoudt. Hij wordt in de beeldende kunst op twee manieren afgebeeld; als apostel is hij jong, als evangelist is hij daarentegen een grijsaard met baard. Op het altaarstuk is hij jong en vrouwelijk, met halflang, loshangend en krullend haar en zonder baard. De miskelk verwijst naar de legende waarin de priester van de tempel van Diana van Efeze Johannes te drinken gaf uit een vergiftigde beker om diens geloof op de proef te stellen. Het vergif schaadde Johannes echter niet. De miskelk staat symbool voor het christelijk geloof en de slang voor Satan.

De profeet Zacharia Zacharia was de elfde van de twaalf kleine profeten. Zacharia is volgens de in zijn profetieën genoemde data opgetreden van het tweede tot het vierde jaar van de Perzische koning Darius I, kort na het einde van de Babylonische Ballingschap (circa 520 v.Chr.). Zijn optreden valt samen met de eerste pogingen tot nationaal en godsdienstig herstel die door de landvoogd Zorobabel en de hogepriester Jesua werden ondernomen. De profeet richtte zich tegen het gebrek aan Godsvertrouwen en de zelfzucht van het volk: bekering is voorwaarde voor verder herstel. Bij de beschrijving van dit herstel ziet de schrijver in profetisch perspectief tegelijkertijd het geluk van Gods volk in de messiaanse tijd en het volledig herstel op het einde der tijden, wanneer Israël zich zal bekeren.

Op het altaarstuk is hij afgebeeld terwijl hij in een boek bladert. Op de banderol boven hem staat in het Latijn: 'Exulta satis filia Sion iubila filia Hierusalem ecce rex tuus veniet'. Dit komt uit Zacharia 9:9 en betekent: 'Juich van vreugde, dochter van Sion, Jubel, dochter van Jeruzalem, Zie, uw Koning komt naar u toe'. Dit verwijst naar de geboorte van Christus.

De profeet Micha De profeet Micha, afkomstig uit Morésjet in Juda, was een tijdgenoot van de profeet Jesaja en oefende evenals deze tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. in Juda zijn profetische zending uit. Micha's prediking is vooral tegen de zedelijke verwildering gericht, tegen de onrechtvaardigheid en harteloosheid, tegen de afpersing en omkoopbaarheid van leiders, priesters en profeten. De profeet waarschuwt dat Jeruzalem, als het zich niet bekeert, hetzelfde lot zal ondergaan als Samaria (bij de val in het jaar 722). De ondergang en ballingschap van Jeruzalem staan in het middelpunt van zijn prediking, maar deze bedreiging is verbonden met de voorzegging van het herstel: het heil zal komen van de grote Zoon van David, die in Bethlehem zal worden geboren.

Micha is op het altaarstuk afgebeeld met naast hem een dicht boek en boven hem een banderol met daarop de woorden: 'Ex te mihi egredietur qui sit dominator in Israhel'. Dit komt uit Micha 5:1 of 5:2 en betekent: 'Uit u (namelijk uit Bethlehem) zal Mij Een ontspruiten, die over Israël zal heersen'. Dit verwijst naar de geboorte van Christus.

thumb|left|100px|Sibille van Erythrae

Sibillen In de oudheid was sibille de benaming voor een vrouw die, bezield door de godheid, met name Apollo, in extase profeteerde. In de beeldende kunst worden de sibillen vaak in cycli afgebeeld als tegenhangers van de profeten. In de beeldende kunst wordt de sibille van Erythrae (een plaats in Griekenland) vaak gebruikt als symbool voor Azië, en die van Cumae (bij het huidige Napels) voor Europa. Volgens laatmiddeleeuwse opvatting heeft iedere sibille een voorval uit Christus' leven beschreven en voorgezegd en deze uitspraken komen tot uiting in de attributen die ze bij zich hebben. De sibillen die afgebeeld zijn op het altaarstuk, hebben echter geen attributen. Ze hebben beiden wel een banderol waarop een profetische uitspraak in het Latijn staat die waarschijnlijk verwijst naar Christus' geboorte.

Christelijke symboliek