Altenburg is een stad in de Duitse deelstaat Thüringen. Het is de Kreisstadt van de Landkreis Altenburger Land. De stad telde op de peildatum van de meest recente statistiek inwoners.

De stad is bekend als de bakermat van het vermoedelijk tussen 1810 en 1818 uitgevonden kaartspel skaat.

Gemeentekernen

De gemeente Altenburg bestaat uit de volgende plaatsen: de kernstad Altenburg met Rasephas, Drescha, Kauerndorf, Poschwitz, Zschernitzsch en Steinwitz Ehrenberg met Lehnitzsch, Modelwitz, Stünzhain, Greipzig, Mockzig, Zschaiga, Prisselberg, Paditz en Zschechwitz. Ehrenberg heeft als enige stadsdeel buiten de Kernstadt (iets) meer dan 1.000 inwoners. Kosma met Altendorf en Kürbitz. Zetzscha met Oberzetzscha, Unterzetzscha, Rautenberg en Knau.

Geografie en infrastructuur

De stad Altenburg ligt in een vruchtbaar en heuvelachtig gebied, het Pleißenland. De bodems bestaan uit verschillende, meer dan 250 miljoen jaar oude lagen, waaronder porfierachtige gesteenten en Zechstein. Daarbovenop ligt een tot 10 meter dikke leem- en lösslaag. Ten oosten van Altenburg loopt het riviertje de Pleiße, niet ver van zijn zijbeek de Gerstenbach, waar de door de stad lopende beek Blaue Flut weer in uitmondt.

De dichtstbijzijnde grote stad is Leipzig, hemelsbreed bijna 40, maar over de weg circa 48 kilometer ten noorden van Altenburg. Op 32 kilometer ten west-zuidwesten van Altenburg ligt Gera, op 38 kilometer ten zuidoosten van Altenburg ligt Chemnitz, en op 36 kilometer ten zuiden van Altenburg ligt Zwickau. Naburige gemeentes In het noorden: Meuselwitz, Treben en Gerstenberg In het oosten: Windischleuba In het zuiden en zuidoosten: Nobitz In het zuidwesten: Schmölln In het westen: Göhren en Lödla In het noordwesten: Rositz. Verkeer In de gemeente kruisen de Bundesstraße 93 , de Bundesstraße 7 en de Bundesstraße 180 elkaar. Deze hoofdwegen lopen over een rondweg oostelijk om de stad heen. Op circa 18 kilometer ten zuiden van de stad ligt aan de B93 tussen Schmölln en Crimmitschau afrit 61 van de Autobahn A 4. Vliegveld Leipzig-AltenburgNiet te verwarren met de internationale Leipziger luchthaven, zie Luchthaven Leipzig/Halle. ligt, reeds sinds 1913, in de gemeente Nobitz, 5 kilometer ten oost-zuidoosten van Altenburg en 42 km ten zuidoosten van Leipzig. Het veld heeft IATA-code AOC. De geografische coördinaten van het veld luiden: ♁50° 58′ 55″ noorderbreedte, 12° 30′ 23″ oosterlengte. Het veld ligt op een hoogte van 195 m (640 feet) boven de zeespiegel. De start-en-landingsbaan is geasfalteerd en 2.435 meter lang. Hier waren tot 2013 vluchten van Ryanair naar Londen Stansted mogelijk. Deze lijnvluchten bleken niet lonend. Op het vliegveld is daarna een vliegtuigmuseum, genaamd: Flugwelt Altenburg-Nobitz, in gebruik genomen. Er vinden geen lijnvluchten meer plaats. Grote, soms historische, vliegtuigen starten en landen er nog incidenteel, maar die vliegbewegingen staan met het luchtvaartmuseum in verband. Station Altenburg ligt aan de in 1842 geopende Spoorlijn Leipzig - Hof, op 38,5 km van Leipzig Bayerischer Bahnhof en op 42 kilometer ten zuiden van Leipzig Hauptbahnhof. Deze spoorlijn is lijn S5 en S5x van de S-Bahn Mitteldeutschland. Het station staat ten noorden van het kasteel en het stadscentrum van Altenburg.

Economie Altenburg was in de periode van circa 1820 tot 1990 een niet onbelangrijke industriestad.

Tegenwoordig is, vooral vanwege de culturele bezienswaardigheden, het toerisme van toenemende betekenis voor de economie van de stad.

Verder is er enige bescheiden voedingsmiddelen- en drankenindustrie, en voorts nijverheid, die als midden- en kleinbedrijf kan worden beschouwd. Daartoe behoort ook de fabriek van speelkaarten ASS Altenburger, tot 2002 een dochteronderneming van het Ravensburger-concern, en sindsdien van Cartamundi te Turnhout in België.

De omgeving van Altenburg is zeer vruchtbaar. De landbouw is daarom voor de economie van de gemeente niet onbelangrijk. Altenburg was vanaf de 15e eeuw een van de weinige plaatsen in Duitsland, waar de kostbare specerij saffraan werd gekweekt. Vanaf 2016 zijn bij Altenburg initiatieven ontplooid, om dit gewas op kleine schaal opnieuw te gaan verbouwen. De opwarming van de Aarde maakt dit haalbaar.

Geschiedenis Zie voor de geschiedenis in de periode van de middeleeuwen ook onder Pleißenland. Schema van de landen, waartoe de stad heeft behoord

Heilige Roomse Rijk, 976-1329 Markgraafschap Meißen, 1329–1423 Keurvorstendom Saksen (1423-1485) Keurvorstendom Saksen (1485-1547) Hertogdom Saksen (1547-1572), 1547-1572 Hertogdom Saksen-Weimar, 1572–1603 Hertogdom Saksen-Altenburg (1603-1672), 1603–1672 Hertogdom Saksen-Gotha, 1672–1681 Hertogdom Saksen-Gotha-Altenburg, 1681–1826 Hertogdom Saksen-Altenburg (1826-1918), 1826–1871; vanaf 1871 deel van: Duitse Keizerrijk, 1871-1918 Republiek van Weimar, 1918–1933 Nazi-Duitsland, 1933–1945 SBZ, 1945–1949 DDR, 1949–1990 Duitsland, 1990–heden

Tot en met de 16e eeuw In de prehistorie leefden in dit vruchtbare gebied Kelten, en na het begin van de jaartelling Hermunduren, een Germaanse stam. In de 6e eeuw was dit gebied Frankisch, en in de 7e eeuw Sorbisch. Dezen spraken een Slavische taal, wat uit een aantal plaats- en waternamen in de streek nog valt af te leiden.

De stad, van oorsprong een grensvesting tegen de Sorben, werd in 976 voor het eerst vermeld door keizer Otto II en groeide later uit tot een verblijfplaats van de Hohenstaufen. De locatie was gunstig: een plek aan een handelsroute vanuit het huidige Nedersaksen naar Halle, Leipzig en Praag, aan de voet van een rotspunt, waarop de burcht stond. Vanaf 1147 bestond het Burggraafschap Altenburg, waarvan de burggravenDezen voerden een roos in hun schild; deze roos is nog terug te vinden in het stadswapen van Altenburg. de keizerlijke palts beheerden. Keizer Frederik Barbarossa heeft in de 12e eeuw meermalen enige tijd in Altenburg verbleven.

In 1253 werd het stadsrecht van Altenburg bevestigd door Hendrik III van MeißenEn in 1356 nogmaals door Frederik III van Meißen.; reeds in het midden van de 12e eeuw was Altenburg een, aanvankelijk uit twee kernen bestaande, stad. Albrecht II van Meißen, markgraaf van Meißen verwierf in 1261 de macht over het Pleißenland. De leeuw uit het wapen van het Markgraafschap Meißen is tot op heden aanwezig in het Altenburger stadswapen. De eerste markgraaf uit het Huis Wettin was vanaf 1291 (in het Pleißenland vanaf 1308) Frederik I van Meißen. In de 13e eeuw werden de stadsmuren om Altenburg gebouwd, en in de stad verrezen kloosters.

In 1430 werd de stad tijdens de Hussietenoorlogen door de Hussieten veroverd. Het kasteel konden zij niet innemen, daarom staken zij de stad maar in brand; Altenburg brandde bijna geheel tot de grond toe af. In 1445 vond de Deling van Altenburg plaats, een verdeling van Saksen tussen de beide heren uit het Huis Wettin, Frederik II van Saksen en Willem III van Saksen. Deze verdeling leidde tot problemen, en uiteindelijk tot de zogenaamde Saksische Burgeroorlog (1446-1451). In 1485 kwam het tot de Saksische Erfverdeling, waarbij Altenburg in het Ernestijnse Keurvorstendom Saksen geraakte. Omstreeks 1500 was Altenburg een door nijverheid gekenmerkte stad met circa 3.000 inwoners.

In 1528 wist een vriend van Maarten Luther, Georg Spalatin, zonder al te veel problemen de Reformatie in Altenburg door te zetten. Sindsdien is de meerderheid van de christenen, en van de kerkgebouwen, te Altenburg evangelisch-luthers.

Tussen de Markt en de Rote Spitzen staat een voormalig kasteel, de Freihof Frauenfels. Een belangrijk bestuursambtenaar, Melchior von Ossa liet het tussen 1542 en 1551 bouwen. Frauenfels is bij de gemeente voor uiteenlopende doeleinden in gebruik. Het gebouw kan ook voor bruiloften en partijen worden afgehuurd.

17e- 18e eeuw De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) zorgde in en om Altenburg, zoals in zo vele andere Duitse plaatsen, voor grote ellende door krijgshandelingen, plunderingen, brandstichtingen en pestepidemieën. Van de circa 5.000 inwoners, die de stad in 1618 telde, was na de Vrede van Münster in 1648 minder dan 10% overgebleven.

Van 1603 tot 1672 en van 1826 tot 1920 was het de hoofdstad van het Hertogdom Saksen-Altenburg.

In 1705 werd het Magdalenenstift, ten zuidoosten van het kasteel, in gebruik genomen. Het was oorspronkelijk een school met internaat voor adellijke, evangelisch-lutherse meisjes. De instelling werd in 1938 door de nazi's verboden en opgeheven. De gebouwen huisvesten tegenwoordig enige evangelisch-lutherse welzijnsorganisaties.

1800 tot heden Altenburg was in de periode van circa 1820 tot 1990 een niet onbelangrijke industriestad; in de eerste helft van de 19e eeuw werden de oude stadspoorten en -muren grotendeels gesloopt; de stad groeide uit tot buiten de oude kern. In 1842 verkreeg Altenburg aansluiting op het spoorwegnet. Er werden onder andere textielproducten, zoals hoge hoeden gemaakt, en verschillende merken naaimachines. In de tweede helft van de 19e eeuw was er tijdelijk ook chemische en metaalindustrie in Altenburg gevestigd.

In de tijd van de Republiek van Weimar (1919-1933) was Altenburg een bolwerk van linkse politieke stromingen. In 1933, toen Adolf Hitler de macht greep, ging dit in Altenburg met onlusten gepaard, waarna vele communisten werden afgevoerd naar en gedood in concentratiekampen. Ongeveer honderd Joden uit Altenburg werden in de nazi-tijd slachtoffer van de Holocaust. Berucht was het bedrijf HASAG, dat in vredestijd vooral lampen, maar in oorlogstijd, gebruik makende van slavenarbeid door krijgsgevangenen en "bewoners" van concentratiekampen , wapens en munitie produceerde, waaronder in de Tweede Wereldoorlog het antitankwapen Panzerfaust. In Altenburg bevonden zich Außenlager van Kamp Buchenwald. Van 1937 tot aan de bevrijding van het concentratiekamp op 14 april 1945 was HASAG te Altenburg-Rasephas gevestigd. In het voorjaar van 1945 leed de stad schade en verlies van ten minste 13 mensenlevens door geallieerde luchtbombardementen (o.a. op de stationsbuurt).

In Altenburg was tot 2013 de firma Gumpert actief. Dit was een bedrijf, dat zich richtte op het maken van speciale sportauto's. Het was gevestigd in de markante gebouwen van de vroegere naaimachinefabriek. Dit industrieel erfgoed is tegenwoordig een wooncomplex voor ouderen.

Van 1949 tot 1990 lag Altenburg, dat toen een industriestad was met arbeiderswoningen in tussen 1970 en 1985 gebouwde Plattenbau-flats, in de DDR. In 1949 - 1953 was er sprake van enig actief verzet tegen het communistische regime; circa 5 jongeren uit de stad werden door de Sovjets en de DDR-autoriteiten ter dood gebracht. Het aantal inwoners van Altenburg schommelde in de jaren-1980 tussen 50.000 en 55.000. Na de Duitse hereniging van 1990 gingen bijna alle grote fabrieken in Altenburg dicht; ze waren naar Westerse maatstaven niet meer rendabel. Veel inwoners verlieten de stad, niet alleen naar economisch sterkere gebieden in West-Duitsland, maar ook naar grote steden, zoals Leipzig. Ook de vergrijzing veroorzaakte een daling van het bevolkingscijfer, die anno 2025 nog steeds voortduurt.

In oktober 2011 veroorzaakte de afbraak van een aantal 18e- en 19e-eeuwse historische panden aan de Klostergasse verontwaardigde reacties van monumentenzorgers in geheel Duitsland. De sloop gebeurde in opdracht van de eigenaresse, een woningbouwvereniging.

Bezienswaardigheden Schloss Altenburg is een kasteel in Altenburg. Het was ooit de residentie van de hertog van Saksen-Altenburg. Het kasteel herbergt een speelkaartenmuseum en het Lindenau Museum.