Een metro (ook wel ondergrondse of stadsspoorweg) is een vorm van openbaar spoorwegvervoer binnen stedelijk gebied.Systemwissen Städtische Schienenbahnen, geraadpleegd op 2023-07-10. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Een metro maakt gebruik van een conflictvrije baan, zodat er geen interactie mogelijk is met ander verkeer.Uitweg uit de spraakverwarring – Definitie en begrippenkader Light Rail, 2010, pagina 6, geraadpleegd op 2026-07-10.2023 Public Transportation Fact Book, APTA, geraadpleegd op 2025-17-01, "Heavy rail systems are often referred to as “subways” or “metros” and do not interact with traffic." Dat betekent dat de lijn geheel is aangelegd in een tunnel ("ondergrondse" of "moltrein") of op een viaduct en zodoende alleen ongelijkvloerse kruisingen kent.Private Sector Participation in Light Rail–Light Metro Transit, initiatiief van https://ppp.worldbank.org pagina XVII, geraadpleegd op 2023-08-17. Gearchiveerd op 17 augustus 2023.

De metro kenmerkt zich door een hoge rijfrequentie en een grote reizigerscapaciteit en houdt zowel wat betreft snelheid als stationsafstand en gewicht van het rollend materieel het midden tussen trein en tram. Metronetwerken komen op elk continent voor; in China zijn de meeste in bedrijf.

Terminologie Etymologie miniatuur|links|Kaart uit 1908 van de metro van Parijs. De eerste ondergrondse spoorlijn in Londen kreeg de naam Metropolitan Railway ("grootstedelijke spoorweg"), naar de maatschappij die de lijn bouwde. De andere lijnen, alle gebouwd door particuliere bedrijven, kregen andere namen. Het hele Londense systeem is in handen van een enkel bedrijf, Transport for London, daarbinnen is Metropolitan Line de oudste lijn van het systeem.

De Londense Metropolitan werd nagevolgd in Parijs, waar de stadsspoorweg Chemin de Fer Métropolitain werd genoemd, kortweg métro.METRO - (ONDERGRONDSE SPOORBAAN), geraadpleegd op 2023-08-03. Gearchiveerd op 3 augustus 2023. Zo ontwikkelde de term zich van eigennaam tot de benaming van het vervoermiddel; eerst als 'stadsspoorweg' en later als 'ondergrondse in een grote stad'.

Wereldwijd De benaming metro, in tegenstelling tot het Frans meestal zonder accent op de e en met de klemtoon op de eerste lettergreep, is internationaal bekend, maar er zijn andere benamingen, per taal en soms per stad verschillend. Zo spreekt men in New York over de subway (maar in de Amerikaanse hoofdstad Washington weer van metro), in de Duitstalige landen van U-Bahn (Unabhängige Bahn) en in Japan "chikatetsu" (地下鉄, letterlijk vertaald "metaal onder de grond"). In Nederland werd aanvankelijk van "stadsspoorweg" gesproken, maar dat begrip wordt vaak alleen nog in wetteksten gebruikt. Het Afrikaans heeft een eigen benaming voor metro ontwikkeld: moltrein, hoewel Zuid-Afrika en Namibië zelf geen ondergrondse hebben.

Hoewel het woord metro zijn oorsprong in Londen vindt, zullen de Londenaren dat woord zelf nooit gebruiken, afgezien van Metropolitan Line voor een van de spoorlijnen van het netwerk. De officiële Londense benaming van het hele netwerk is Underground en in de volksmond zegt men the Tube. (Enigszins technisch onderlegde Britten gebruiken het woord tube liever alleen voor de dieperliggende lijnen met een geboorde tunnel met ronde doorsnede.Tube-lines is een term die vaak gebruikt wordt in vaktijdschriften en spoorhobbybladen. De metrotreinen geschikt voor tube-trajecten verschillen ook uiterlijk van vorm en binnenruimte met de bredere "subsurface"-treinen. Zelfs de vloerhoogte is aanmerkelijk lager. Zelfs voor de leek is er een duidelijk verschil. De Metropolitan Line en de District Line hebben ondiep liggende, gegraven rechthoekige tunnels en mogen eigenlijk geen tubes heten.)

Geschiedenis De eerste metro ter wereld reed in Londen; de lijn werd op 10 januari 1863 geopend. Deze ondergrondse spoorlijn, in het Verenigd Koninkrijk Underground genoemd, werd getrokken door een stoomlocomotief. Op het Europese vasteland opende in 1875 in Constantinopel (het huidige Istanboel) toen de hoofdstad van het Ottomaanse Rijk. De Tünel, geopend als kabelspoorweg, was de tweede ondergrondse metro ter wereld.

De overstap naar elektriciteit werd pas gemaakt in 1890 in London, een grote verbetering omdat de stoom en het roet van de stoomlocomotief de stations en de reizigers bevuilden. Deze City & South London Railway was de eerste ondergrondse elektrische metro ter wereld.

Daarna volgde in 1896 de metro van Boedapest en eveneens in 1896 de metro van Glasgow. In 1900 ontstond de metro van Parijs. De eerste metro van China werd in 1969 geopend in de hoofdstad Peking.

Kenmerken De belangrijkste kenmerken van metro-systemen zijn:Metro, geraadpleegd op 2022-12-27. Gearchiveerd op 27 december 2022.What is a metro? A subway? An underground?, geraadpleegd op 2022-12-27. Gearchiveerd op 4 januari 2023. Het gericht zijn op stedelijk gebied, Het rijden met elektrisch materieel, Het hebben van een eigen en kruisingsvrije baan, Het rijden met een hoge tot zeer hoge frequentie.

Wielen Technisch zijn er twee soorten metro's: metro's op spoorrails en metro's op luchtbanden. De metro op gewone rails is de bekendste en oudste vorm. De bandenmetro's zijn echter in opkomst, vooral in steden in Frankrijk zoals Parijs, Rijsel, Lyon en Marseille, maar ook steden op het Amerikaanse continent.

miniatuur|rechtop=0.9|links|Stroomafnemer van de Chicago 'L' Voeding De eerste Londense metro reed met een stoomlocomotief. De speciale stoomlocomotieven waren wel voorzien van koud water waarmee de stoom gecondenseerd kon worden. Daarnaast waren er vrij veel plaatsen in open lucht waar volop gestookt kon worden. Tegenwoordig rijden alle metro's op elektriciteit, veelal 750V gelijkspanning. In Italië, Spanje en Azië worden metro's veelal gevoed door een bovenleiding. Om bouwkosten bij tunnelbouw te besparen wordt meestal in plaats van bovenleiding gebruikgemaakt van een derde rail. Meestal wordt het systeem toegepast waar een sleepstuk aan de onderkant langs gaat. Bij oudere systemen wordt de stroom ook weleens afgenomen aan de zijkant of bovenkant van de derde rail. Bij de Londense metro is er ook een speciale vierde rail voor de retourstroom die normaliter door de rails gaat. De metro van Glasgow was oorspronkelijk getrokken door een kabel.

Gehandicapten Een metro heeft bijna altijd een vrijwel gelijkvloerse instap. Of een metro te gebruiken is door rolstoelgebruikers, hangt dan ook vooral af van de vraag of het perron met een lift bereikbaar is. Volgens de moderne inzichten moet het perron altijd met een rolstoel bereikbaar zijn, maar dat is lang niet overal het geval. Op sommige -meestal zeer diep gelegen- stations is het gebruikelijk dat alle reizigers de lift gebruiken, maar vaak moeten de reizigers daarna en daarvoor nog een paar trappen op of af.

Dienstregeling Een metro voert in veel steden een zeer frequente dienst uit, bijvoorbeeld een trein per 5 minuten, maar elke 80 seconden komt ook voor.https://nieuwsblad.be/cnt/gko2o7dem. Een dienstregeling is er wel, maar wordt door de meeste reizigers niet gebruikt. Zij gaan op een willekeurig moment naar het station, want er komt doorgaans een metro binnen enkele minuten. Over het algemeen wordt de dienstregeling buiten de spits meer geraadpleegd, daar de treinen dan minder frequent gaan.

Speciale metro's miniatuur|Wuppertaler zweefbaan

Monorail Hoewel de eerste monorails al midden 19e eeuw gebouwd werden, liet de toepassing voor stedelijk openbaar vervoer tot de jaren 1960 wachten, met name Japan was een van de pionierende landen. De Wuppertaler Schwebebahn, een monorail in Wuppertal vormt hierop een zeer vroege uitzondering. Deze staat niet op de rail maar hangt eraan, de baan slingert boven de weg of de rivier de Wupper. Hierdoor kent de Schwebebahn geen gelijkvloerse kruisingen en mag het systeem een metro genoemd worden. In de 21e eeuw zijn er onder meer monorail-metrolijnen aangelegd in diverse steden in China, maar ook in Bangkok en São Paulo.

Lichte metro Een lichte metro is een OV-systeem dat net als een metro via rails personen kan vervoeren. Door verschillende organisaties worden ze niet tot de metro gerekend omdat ze een kleinere (dus lichtere) capaciteit hebben. Een lichte metro heeft (gelijk aan lightrail) kleinere voertuigen, maar kruist (gelijk aan een metro) geen ander verkeer. Bekende voorbeelden zijn onder meer de VAL-metro in de regio Rijsel/Lille en de DLR in Londen. Ook de Dorfbahn Serfaus, hoewel dat eigenlijk een minimetro is, is in Europa uniek doordat de treinen zweven op luchtkussens.

Metrosystemen Benelux In de Benelux zijn er drie steden met een metronetwerk:

Naam Land Plaats Startjaar Netwerklengte Passagiers (per week) Amsterdamse metro Amsterdam 1977 52,2 km 2.380.000Meer mensen met metro dan met tram door Noord/Zuidlijn, www.nrc.nl; 26 september 2018. Gearchiveerd op 27 november 2023. Brusselse metro Brussel 1976 38 km 3.180.000 Rotterdamse metro Rotterdam 1968 101 km (excl. RandstadRail) 1.850.000Jaaroverzicht en kerncijfers 2018, RET. Gearchiveerd op 11 juni 2024.

De metro heeft relatief laat zijn intrede in de Lage Landen gedaan. Dat kwam vooral door de geringere omvang van de steden, het bestaan van een uitgebreid tramnetwerk en de vrij goede bereikbaarheid, waardoor er lange tijd geen noodzaak was voor een duur en ingrijpend vervoermiddel als de metro. Pas door de snelle groei van de steden in de twintigste eeuw en de spectaculaire opkomst van de auto vanaf de jaren 50, waardoor de bereikbaarheid snel verslechterde, ontstond de behoefte aan een snel en betrouwbaar stadsvervoermiddel voor de wat grotere afstanden: de metro.

Semimetro of lightrail Desondanks bleef het aanleggen van een metronetwerk op veel plaatsen een te kostbare aangelegenheid. Daarom werden in een aantal steden ongelijkvloerse trambanen aangelegd, in België meestal premetro genoemd. Deze zijn te vinden in:

Naam Land Plaats Startjaar Netwerklengte Antwerpse premetro Antwerpen 1975 11,5 km* Brusselse premetro Brussel 1969/1972 12 km* Métro Léger de Charleroi Charleroi 1976 35,3 km Haagse semimetro Den Haag 1976 3 km* RandstadRail Den Haag / Zoetermeer 2006 60 km * Lengte van het deel in tunnels en op viaducten

Verdere plannen voor andere steden werden niet ontwikkeld vanwege de enorme kosten en overlast voor omwonenden die de bouw met zich meebrengen. De term semimetro werd door de gemeente Den Haag al in 1975 verboden en dus door ambtenaren niet meer gebruikt.

Sneltram In Utrecht werd in plaats van een spoorlijn gekozen voor een sneltram: de Utrechtse sneltram, al zijn er plannen om een uitbreiding (Merwedelijn) aan te leggen als Metrolijn. Het 9,8&nbsp:km lange deel van lijn 51 door Amstelveen was tot 2019 een typisch voorbeeld van een sneltramtraject. Ook delen van het Rotterdamse metronetwerk (Lijn A, B en E) zijn uitgevoerd als sneltram.

Hybride Het RandstadRail-netwerk tussen Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer is deels ook te beschouwen als een sneltram of interurban, voor de delen met spoorwegovergangen. Daarnaast is het deel vanaf de tramtunnel in Den Haag naar Zoetermeer vergelijkbaar met een metrotraject, omdat de sporen zijn gescheiden van al het overige verkeer dankzij tunnels en viaducten. Wettelijk gezien vallen de trajecten vanaf Station Laan van Nieuw Oost Indië in Den Haag naar Zoetermeer en Rotterdam en ook de 'Krakeling' in Zoetermeer onder lokaal spoor. RandstadRail sluit in Den Haag via de Netkous aan op het Haagse tramnetwerk en in Rotterdam via het Statenwegtracé op de Rotterdamse metro.

Andere landen Zie de Lijst van metrosteden

Veiligheid Nederlandse regelgeving In Nederland diende de uitvoerder van een metrodienst zich te houden aan het Metroreglement uit 1981. Dit is gebaseerd op de bepalingen over stadsspoorwegen in de Locaalspoor- en Tramwegwet uit 1900. Deze is per 1 december 2015 afgeschaft.

Spoorongevallen