Ufologie betreft het onderzoek van ufomeldingen en de mogelijke verklaringen die hieraan kunnen worden gegeven. In de loop der jaren werden door regeringen en onafhankelijke wetenschappers uit verschillende landen onderzoek naar het fenomeen opgestart. De bekendste studie was waarschijnlijk Project Blue Book, een onderzoek dat de United States Air Force voerde van 1947 tot 1969. De meeste wetenschappers staan sceptisch tegenover dit onderzoek en stellen dat bij gebrek aan bewijs en toetsbare theorie ufologie een pseudowetenschap is.
Geschiedenis Project Blue Book In 1948 begon U.S. Air Force met het onderhouden van een bestand van ufomeldingen dat ze de naam Project Blue Book gaven.Encyclopædia Britannica 15th Edition: 'Unidentified flying object'. Project Blue Book had twee doelen: vaststellen of ufo's al dan niet een gevaar betekenden voor de Verenigde Staten het wetenschappelijk bestuderen van ufo-gerelateerde data. In de loop van zijn bestaan verzamelde Project Blue Book duizenden verslagen over ufo's. Dit project liep van 1952 tot het werd stopgezet in 1969. Het werd voorafgegaan door Project Sign (1947–1948) en Project Grudge (1948–1952).
Een reeks radarmeldingen en visuele waarnemingen in de buurt van de National Airport in Washington D.C. in juli 1952 leidde de Amerikaanse regering ertoe een panel van wetenschappers aan te stellen onder leiding van H.P. Robertson - een fysicus van het Californië Institute of Technology (Pasadena). Hij kreeg daarbij de medewerking van een ploeg ingenieurs, meteorologen, fysici en een astronoom. Dit panel stond onder toezicht van de CIA en het rapport dat ze samenstelden was oorspronkelijk geklasseerd als 'Top secret'. Uit het later vrijgegeven rapport blijkt dat 90 procent van de ufowaarnemingen (meer dan 12.000) gemakkelijk konden worden geïdentificeerd met astronomische en meteorologische fenomenen zoals heldere planeten, meteoren, poollicht en wolken of met vliegtuigen, vogels, ballonnen, zoeklichten, hete gassen en andere verschijnselen.
In een eindrapport stelde Project Blue Book dat ufowaarnemingen werden gegenereerd als gevolg van: Een milde vorm van massahysterie. Personen die opzettelijk hoaxen fabriceren om in de belangstelling te komen. Psychopathologische personen. Verkeerde identificatie van de verschillende conventionele objecten.
Deze officiële conclusies werden direct tegengesproken door het in opdracht van de USAF samengestelde Blue Book Special Report # 14. Psychologische factoren en hoaxen vormden daarin in feite minder dan 10% van alle gevallen, en 22% van alle waarnemingen – met name de beter gedocumenteerde gevallen – bleven onopgelost.
In april 2003 heeft de USAF publiek verklaard dat er geen directe plannen meer bestaan voor nieuwe ufo studieprogramma's in officiële opdracht van de regering.
Methodologie Peter Andrew Sturrock,Auteur van 'The UFO Enigma: A New Review of the Physical Evidence', Aspect, 1999. een Brit emeritus professor van toegepaste natuurwetenschappen aan de Universiteit van Stanford, stelt voor dat studie van ufo's - zoals de meeste wetenschappelijke inspanningen - opgedeeld zou moeten worden in minimaal de volgende activiteiten: veldonderzoeken die leiden tot documentatie van elke casus en de meting of verzameling van fysiek bewijs; laboratoriumanalyse van het fysieke bewijs; de systematische verzameling van gegevens (descriptief en fysiek) om te zoeken naar patronen die op significante feiten wijzen; de analyse van de verzameling van gegevens (descriptief en fysiek) om te zoeken naar patronen die op significante feiten wijzen; de ontwikkeling van theorieën en de evaluatie van die theorieën op basis van de feiten.
Ufo-classificatie Sommige onderzoekers bevelen aan dat de observaties worden ingedeeld naar de kenmerken van het verschijnsel of object dat wordt gemeld of geregistreerd. Typische categorieën omvatten: schotelvormig, zonder zichtbare of hoorbare voortstuwing (dag en nacht); snel bewegende lichten of lichten met het schijnbare vermogen om snel van richting te veranderen en dan opeens te stoppen, onmogelijk voor conventionele vliegtuigen; zwarte driehoek, grote driehoekige toestellen, (of) met een driehoekig lichtpatroon; sigaarvormige objecten met verlichte ramen (meteoorvuurballen worden soms zo gerapporteerd); andere: chevrons (gehoekte strepen zoals op de mouw van een onderofficier), gelijkzijdige driehoeken, bollen, koepels, diamanten, zwarte vormeloze massa's, eivormen en cilinders.
Hyneksysteem Dr. Josef Allen Hynek was reeds in 1948 verbonden met Project Sign en bleef ook adviseur toen het eerst overging in Project Grudge en - in de vroege jaren vijftig - in Project Blue Book. Daar bleef hij ook aan verbonden als wetenschappelijk medewerker. Aanvankelijk startte hij als scepticus en slaagde er ook in om de meeste van de zogenaamde ufo-waarnemingen op een wetenschappelijke manier te verklaren. Stilaan werd hij er echter van overtuigd dat een klein deel van die waarnemingen niet als natuurlijk fenomeen, hoax of illusie kon worden weggeredeneerd. Later, in 1973, zou hij ook het Center for UFO Studies (CUFOS) in Chicago oprichten.
Hynek ontwikkelde een veelgebruikt systeem van beschrijving, waarbij hij zes categorieën onderscheidde. Eerst worden waarnemingen verdeeld in waarnemingen van nabij (close encounters) en waarnemingen op afstand, waarbij 150 m de twee soorten observaties arbitrair van elkaar scheidt. Vervolgens wordt elke categorie verder opgedeeld volgens bijzondere kenmerken. De drie categorieën 'waarnemingen op afstand' zijn: Nachtelijke lichten (NL of Nocturnal Lights): anomalieën waargenomen aan de nachtelijke hemel Daglicht-schotels (DD of Daylight Discs): Elk afwijkend object, meestal maar niet noodzakelijkerwijs schotelvormig, van op afstand gezien aan de hemel overdag. Radar / Visueel gevallen (RV). Objecten tegelijk gezien door ogen en op de radar.
De grootste bewijskracht krijgen de RV-waarnemingen, als gevolg van de bevestiging door radar. NL-gevallen krijgen de laagste score van significantie. In de praktijk worden veel meer NL-gevallen gerapporteerd dan die uit de RV-categorie.
Hynek definieert eveneens drie "close encounter" (CE) subcategorieën:Hynek, Allen J. Da Capo Press. 1972, 1998. The UFO Experience: A Scientific Inquiry, .
CE1: vreemde voorwerpen in de omgeving gezien, maar zonder fysieke interactie met de omgeving. CE2: een CE1 geval dat fysiek bewijs achterlaat (bijvoorbeeld bodemafdrukken, schade aan de vegetatie) of elektromagnetische interferentie veroorzaakt. CE3: CE1 of CE2 gevallen waarin "bewoners" of entiteiten worden gezien. (Vandaar de titel van Steven Spielbergs film Close Encounters of the Third Kind.)
Net als de RV-gevallen worden CE-gevallen hoger gewaardeerd in bewijskracht, omdat ze meetbare fysische effecten achterlaten, en omdat voorwerpen van dichtbij gezien minder waarschijnlijk het gevolg van een misvatting zijn. Net als de RV-gevallen gaat het om relatief zeldzame verschijnselen.
Hyneks CE-classificatiesysteem is inmiddels uitgebreid met verschijnselen als vermeende ontvoeringen door buitenaardse wezens en veeverminking.
Valléesysteem Jacques ValleeVallee, Jacques. "Physical Analysis in Ten Cases of Unexplained Aerial Objects with Material Samples." 1998. Journal of Scientific Exploration. Vol. 12, No. 3., p. 359-375. heeft een ufo-classificatiesysteem bedacht waaraan door veel onderzoekers de voorkeur wordt gegeven. Het is aanzienlijk beschrijvender dan dat van Hynek, vooral op gebied van rapportering van het gedrag van ufo's.
Type - I (a, b, c, d) - Observatie van een ongewoon voorwerp, bol-of schotelvormig, of van een andere vorm, op of dicht bij de grond waargenomen (boomhoogte of lager). Kan mogelijk in verband gebracht worden met sporen van warmte, licht of als effect van iets anders. a - op of nabij de grond. b - bij of boven een water c - inzittenden lijken interesse te tonen door gebaren of lichtgevende signalen. d- object lijkt een aards voertuig te volgen of te bespieden.
Type - II (a, b, c) - Observatie van een ongewoon object met een verticale cilindrische vorm in de lucht dat mogelijk in verband kan worden gebracht met een diffuse wolk. Dit verschijnsel heeft verschillende namen gekregen zoals "wolk-sigaar" of "wolk-bol."
a - een zich schokkerig door de lucht bewegend object b - een stilstaand object dat andere objecten lijkt te doen ontstaan (soms aangeduid als "satelliet-objecten") c - object is omgeven door secundaire objecten
Type - III (a, b, c, d, e) - Observatie van een ongewoon voorwerp in de vorm van een bol, een schijf of een ellips, dat stationair in de lucht blijft.
a - 'Hangend' tussen twee perioden van beweging met "vallende blad" afdaling, op en neer, of slingerbeweging b - Onderbreking van vlucht naar zweven en dan verder bewegen c - verandert al zwevend van uiterlijk bv. verandering van helderheid, het doen ontstaan van en nieuw object, enz. d - "dog fights" (luchtgevechten) of zwermen tussen verschillende andere objecten e - Na een vlucht abrupt van koers veranderen om dan langzaam boven een bepaald gebied of cirkel te vliegen.
Type IV (a, b, c, d) - Observatie van een ongewoon object in voortdurende vlucht.
a - voortdurende vlucht b - richting beïnvloed door de aanwezigheid van conventionele vliegtuigen c - vlucht in formatie d - golvend of zigzagtraject
Type V (a, b, c) - Observatie van een ongewoon voorwerp dat niet duidelijk waar te nemen valt, alsof het niet vast van structuur is.
a - lichtgevende "fuzzy" voorwerpen met een grote diameter b - sterachtige objecten ('puntbronnen'), roerloos voor langere perioden c - sterachtige objecten die snel langs de hemel schieten, eventueel een vreemd traject volgend.
Hypothesen De volgende hypothesen gaan uit van het objectieve bestaan van het fenomeen, eerder dan de oorzaak te zoeken in de geest van de waarnemer.
Geavanceerd vliegtuig Dit is de theorie dat alle of sommige ufowaarnemingen in feite neerkomen op geavanceerde, geheime of experimentele vliegtuigen van aardse oorsprong. Zo waren er tijdens de jaren tachtig meldingen van "zwarte driehoek ufo's". Sommige ervan zouden geheime F-117 Nighthawk toestellen zijn geweest waarmee het publiek in november 1988 kennismaakte. Maar dit is nooit bewezen geweest en deze verklaring strookte niet met de gedragingen van de mysterieuze voorwerpen. De Belgische Luchtmacht heeft toegegeven zelf geen verklaring te hebben gevonden. Ook van nazi-Duitsland is bekend dat er experimenten plaatsvonden met ronde straalvliegtuigen die gebruikmaakten van het Coandă-effect. De theorie stelt dat, naast bekende wetenschappers als Wernher von Braun en zijn Duitse rakettechnologie-team, ook verder onbekend gebleven Duitse wetenschappers na de oorlog in de Verenigde Staten hun werk voortzetten. Deze nog altijd geheimgehouden geleerden en hun ontdekkingen zouden de oorzaak zijn van de golf van ufo's die enkele jaren later werden waargenomen (zie ook Operatie Paperclip, Peenemünde en nazi-ufo).
Buitenaards leven ETH