Evenals andere Europese staten heeft ook Italië een adelstand. Er is een Italiaanse oeradel en in de verschillende republieken ontstond een klasse van patriciërs die in Venetië een gesloten adelstand, ingeschreven in een Gouden Boek ging vormen. Hetzelfde gebeurde in de stad Rome. right|100px|Capo di Impero der Ghibellijnen

Oorsprong Van de adel van het Romeinse Rijk was na de ondergang uiteindelijk geen spoor meer te vinden. De Romeinse adel werd tijdens de Grote Volksverhuizing vervangen door de voorname geslachten van de Longobarden en latere veroveraars. Er zijn wel huwelijken gesloten tussen de oude Romeinse adel en de nieuwe barbaarse elite, wat o.a. ook in het vroegere Gallia en Hispania gebeurde, maar geen enkele familie kan haar afstamming met behulp van gedocumenteerde bronnen verder terug volgen dan de 8e eeuw. De oorspronkelijke archieven van de Romeinen, iedere stad van betekenis en zeker Rome zelf had die, zijn bijna volledig verloren gegaan in de loop der tijden. Toch waren er lange tijd families die pretendeerden dat zij nog afstamden van de senatoriale geslachten van Rome. Dat is weliswaar goed mogelijk, maar er zijn geen schriftelijke bewijzen van een dergelijke afstamming.

In de middeleeuwen was de adel verdeeld in Welfen en Ghibellijnen, aanhangers van de pausen en de Duitse keizers. De tekens van loyaliteit aan keizer of paus vinden we terug in de kantelen van hun kastelen en in de wapens waarin lelies aangeven dat men tot een van beide partijen behoort. In de heraldiek plaatsten de Ghibellijnse partijgangers "Schildhoofden van aanhankelijkheid", het capo dell'impero der Ghibellijnen of de capo d'Angio met de lelie van de Welfen, in hun wapens om aan te geven wat hun partij was. Deze wapenschilden en aanduidingen worden ook nu nog gebruikt door oude Italiaanse geslachten.

Adel in de Italiaanse staten De patriciërs van de grote steden en kleine stadstaten worden tot de adel gerekend. Zij voeren de titel "patrizio romano" of "Patrizio Napoletano". Daarnaast is er de briefadel die adeldom ontving van de regerende prinsen, groothertogen en de Duitse en Oostenrijkse keizers. Uiteraard zijn ook door Napoleon I in zijn Koninkrijk Italië onderdanen in de adelstand verheven. In Venetië vormde een gesloten stand van patriciërs een adelstand, zij stonden vermeld in een "Gouden Boek".

Pauselijke adel De door de paus verleende adellijke titels zijn geen Italiaanse titels in engere zin maar zij vallen, net als de Napolitaanse en Toscaanse titels, wel binnen de theoretische werking van artikel 79 van de Grondwet van het Koninkrijk Italië. De aanspraak op adeldom van de aan de pausen verwante familieleden, de "nepoten", heeft altijd bestaan zolang er een Pauselijke Staat was waarover de paus als gekozen koning regeerde. De positie van deze steeds wisselende koninklijke familie werd geregeld in de Bul Urbem Romam van paus Benedictus XIV van 4 januari 1746(cfr. Persichetti-Ugolini, La civica nobiltà Romana, in Riv. Ar., 1957, p.219). De bul is nog steeds van krachtAlmanach de Gotha 2000. Iedere paus is ook nu nog staatsrechtelijk gezien een gekozen koning, zij het zonder werkelijke macht of grondgebied, dat maakt zijn broers en zusters tot prinsen en prinsessenGuy Stair Sainty en Sanchez Ramirez de Arellano op http://www.chivalricorders.org/royalty/fantasy/vigo.htm. Gearchiveerd op 5 mei 2021.. Deze adellijke titels zijn erfelijk en worden ook in andere staten, waaronder Italië, erkend.

In de Bul regelde de paus met terugwerkende kracht ook het Romeins adelsrecht. Zij die hun adeldom ontleenden aan de conservatoren van de Romeinse Senaat (het stadsbestuur) die zich beroepend op de Constitutie van Paulus III adeldom niet impliciet maar wel expliciet hadden toegekend in diploma's van vóór 1746, verloren deze aanspraakLetterlijk: "Nos in primis decernimus atque statuimus, nemini licuisse, aut licere, nobilis Romani gradum et honores et privilegia sibi arrogare, quem constet a conservatoribus pro tempore Camerae Urbis, Romana tantummodo civitate donatum fuisse;.... et non alios, pro veris nobilibus Romanis, nunc quidem haberi volumus, et reputari ... non attenta qualibet expressionum amplitudine aut clausularum exuberantia quae in eorum receptionis diplomatibus ... adscripta, inserta seu adiecta fuerit; qua quidem ipsis decernimus nullum tribuere gradum maiorem ea civitate.".

Ook in de 20e eeuw werd nog een beroep op de bul gedaan. Zo verkreeg Don Domenico Serlupi Crescenzi Ottoboni in 1980 een naamsverandering"http://www.serlupi.it/. Gearchiveerd op 24 september 2021..

De pauselijke adellijke titels worden her en der in de wereld, maar uiteraard vooral in Italië, aangetroffen. Er is ook een Libanees door de paus in de adelstand verheven geslacht. Na de Tweede Wereldoorlog verminderde het aantal verheffingen door de pausen sterk maar Johannes Paulus II heeft "zeer discreet"Guy Stair Sainty een klein aantal personen in de adelstand verheven.

Het Koninkrijk Italië right|200px|Wapens met wapenmantel en kroon van de Prinsen van San Severino en van Colonna Het koninkrijk erkende in artikel 79 van de Grondwet de oudere adel met de bepaling "De titels van de adel wordt gehandhaafd voor degenen die "daarop recht hebben", De koning mocht adeldom verlenen. Dat gebeurde ook op grote schaal. Er was zowel sprake van een zuiver koninklijk prerogatief, de nobilering "di grazia" en een nobilering onder Ministeriële verantwoordelijkheid, oftewel "di giustizia". In 1869 werd een Hoge Raad van Adel, de "Consulta Araldica del Regno" ingesteld. Deze Raad zou adelkwesties helpen oplossen en heraldische regels stellen. In 1926 werd voor heel Italië een gemeenschappelijk erfopvolgingsrecht vastgelegd.

De Italiaanse regering beoogde het verwijderen van de oude regels van de erfopvolging. Het leidende principe van deze maatregelen was de intrekking van wetten en praktijken die reeds in de oude Italiaanse staten van kracht was, de uitsluiting van vrouwen van de opvolging en het niet langer laten vererven van adellijke titels in de vrouwelijke lijn. Deze bepalingen hadden gedeeltelijke terugwerkende kracht.

In de ogen van de paus en van de door de vroegere koningen en vorsten was dit nieuwe adelsrecht uiteraard niet automatisch van toepassing op de titels die zij hadden toegekend of zouden toekennen, in voorkomende gevallen zou het oorspronkelijke fideï-commis of de bepaling van het decreet waarmee adeldom ooit was verleend gelden.

Het Koninkrijk en het Vaticaan erkenden elkaar niet. Zo ontstond een zwarte adel van edelen die trouw waren aan de paus, naast een hofadel die de Koning in het Quirinaalpaleis bezocht. De Zwarte adel sloot de rijen.

Aan het conflict kwam pas op 11 februari 1929 in een verdrag dat in het Lateraanse paleis werd gesloten tussen de Heilige Stoel en de Italiaanse regering een einde: het Verdrag van Lateranen. Omdat het Vaticaan en de Italiaanse staat nu op gelijke voet kwamen te staan verloor Italië het recht op interventie in adelskwesties die met pauselijk verleende adeldom en privileges van doen haddenGuy Stair Sainty op .

Tijdens het fascistische bewind van Italië bezat de adel geen speciale privileges of voorrechten. De aristocratie bleef wél een grote rol spelen in de politiek, in het uitgaansleven en aan het hof. Daarvoor stonden de rijkdom en de sociale netwerken van de edelen garant. Er werden wel adellijke titels toegekend. Zo was er een "Hertog van Addis Abeba", een titel die in 1936 werd gecreëerd voor Maarschalk Pietro Badoglio.

De verdreven heersers van Toscane, Napels en Parma bleven vasthouden aan hun recht om adeldom toe te kennen. In ieder geval mogen zij dat volgens internationaal recht doen in eigen kring.

Johannes Paulus II heeft, zeer discreet, enige Italianen in de adelstand verheven.

De Republiek Italië Ook al werd Italië in 1947 een republiek, het land bleef rechtsvragen houden waar het de adel betreft. De Grondwet van 1947 bepaalde dat de Republiek geen adel kende maar dat aanspraken op namen en titels bleven bestaanSentenza della Corte Costituzionale n. 101 del 1967.

De Grondwet van 1948 noemt adeldom "niet relevant" en noemt adeldom "geen persoonlijk recht in de zin van de wet en meer in het algemeen zonder belang". In de definitieve wet werd een organisatorische wet aangekondigd waarin ook de afschaffing van de heraldiek zou worden geregeld. De Raad van Adel werd opgeheven.

De predicaten, zij zijn deel van de naam, zijn in Italië "cognomizzazione" en zij worden door de staat erkend. De gerechtshoven beschermen de identiteit van de drager van het predicaat, niet de adeldom.

Zo kan het zijn dat men ook nu nog overal in Italië adellijke titels kan vinden. Met name wijngoederen zijn vaak eigendom van een grafelijke, burggrafelijke of prinselijke familie.

Omdat het "gewone" burgerlijk recht het recht van een Italiaans kind op de naam van de vader en moeder regelt zijn de oude regels waarin geadopteerde kinderen geen adeldom en titel erven niet langer van toepassing. Ook bastaardij geldt niet als een beperking.

De verdreven heersers van Toscane, Napels en Parma bleven ook in de 20e en 21e eeuw vasthouden aan hun recht om adeldom toe te kennen. In iedere geval mogen zij dat volgens internationaal recht doen in eigen kring.

In voorkomende gevallen zoeken de Italiaanse edelen die Romeinse titels bezitten "toestemming" van de pretendent van de Italiaanse kroon, de titulair koning van Italië, of van de in 1866 verdreven heersers. De Italiaanse overheid verzet zich niet tegen de pretenties van de Italiaanse edelen, hun adeldom is immers "niet relevant". Omdat er op het gebied van adeldom geen regels zijn die door de staat worden afgedwongen, zijn Italiaanse titels soms gebruikt door oplichters en fantasten. De Italiaanse adel heeft zich in verenigingen zoals de "Corpo della Nobiltà Italiana"verenigd en er worden - niet bindende- uitspraken gedaan door de besturen van deze verenigingen. De verenigingen geven ook tijdschriften uit en tegenwoordig beheren zij websites. Een adviesraad, de "Consulta araldica" zet het werk van de oude Raad van Adel voort. Deze raad heeft geen officiële status, maar zijn uitspraken hebben wél gezag. Wie zich van de raad niets wil aantrekken kan dat straffeloos doen.

In Italië zijn meerdere oude ridderorden actief. Deze verlenen geen adeldom maar er zijn wel titels als "excellentie" aan verbonden. Het recht op het predicaat "Don" ligt gedeeltelijk in het gewoonterecht, gedeeltelijk in oude rechtsregels en in pauselijke bullen en fideï-commissariaten vastgelegd.

In Italië wordt de titel Don gebruikt door de leden van de voormalige feodale adel van Rome en door de Markiezen met de baldakijn. Italiaanse prinsen en hertogen worden met "Don" aangesproken en zij plaatsen deze titel of het predicaat na hun academische titel en voor hun voornaamVgl. Domenico Serlupi Crescenzi Ottoboni, in het Italiaans voluit "S.E. il Marchese Dr don Domenico Serlupi Crescenzi Ottoboni patrizio romano e nobile di Corneto".

De adellijke en feodale rang van de beide echtelieden speelde een rol bij het gebruiken van de titel Don en kardinalen in de familie droegen bij aan het prestige omdat deze geestelijken in het protocol "prinsen van de kerk" en zelfs "kroonprinsen" in de monarchie van het Vaticaan zijn.

De afschaffing van de Kerkelijke Staat, het Koninkrijk der Beide Siciliën, het Groothertogdom Toscane, de hertogdommen Parma en Modena, en het opnemen van de Oostenrijkse gebieden zoals Milaan in Noord-Italië in een verenigd Italiaans Koninkrijk heeft geleid tot het instellen van een nieuwe Nationale adel, met een poging (niet geheel succesvol) tot harmonisatie van de regelgeving.