De Uitputtingsoorlog (Hebreeuws: מלחמת ההתשה Milhemet haHatashah, Arabisch: حرب الاستنزاف Ḥarb al-Istinzāf, Engels: War of Attrition) is een fase in het Arabisch-Israëlisch conflict. Hij bestond voornamelijk uit een reeks artillerieduels, luchtbombardementen en commando-overvallen tussen juni 1967 en augustus 1970.
Gamal Abdel Nasser, de president van Egypte, begon deze oorlog met de bedoeling de Sinaï, die tijdens de Zesdaagse Oorlog bezet was door Israël, te herwinnen. War of Attrition, 1969-1970 Nasser ging niet in op een Israëlisch aanbod de Sinaï te demilitariseren toen er niet tegelijkertijd een regeling kon worden getroffen ten aanzien van Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever. Hij begreep dat zijn leger voorlopig te zwak was om het in een grootschalig conflict tegen Israël op te nemen. Daarom hoopte hij door artilleriebeschietingen en een reeks kleine aanvallen, in een slijtageslag, zoveel verliezen toe te brengen aan Israëlische zijde dat men uitgeput de Sinaï zou opgeven.
Het conflict kenmerkte zich door een escalatie van steeds intensere geweldgolven, onderbroken door perioden van relatieve kalmte. Een eerste reeks schermutselingen in de zomer en herfst van 1967 bracht grote economische schade toe aan Egypte. Hierna bleef het lange tijd rustig. Nadat Israël in maart 1968, bij een strafexpeditie gericht tegen de PLO, Jordanië binnengevallen was, werd van Arabische zijde steeds sterkere druk op Nasser uitgeoefend de strijd te hervatten. Hij gaf nu aan op het aanbod tot demilitarisering te willen ingaan, maar het Israëlische kabinet wilde na de onverzoenlijke Resolutie van Khartoem alleen nog onderhandelen als de staat Israël erkend zou worden. In september 1968 hervatte Nasser de artilleriebeschietingen. Die werden echter al snel weer beëindigd toen Israëlische commando's in de Nijlvallei een deel van de Egyptische infrastructuur vernietigden. De rustpauze werd door Israël gebruikt door aan het Suezkanaal de Bar-Lev-linie aan te leggen, een stelsel van fortificaties. Na april 1969 waren er onafgebroken vijandelijkheden. Israël voerde steeds heviger luchtbombardementen uit op het Egyptische achterland, mogelijk gemaakt door leveranties van zwaardere Amerikaanse vliegtuigtypen. De supermachten de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie zagen het conflict als een bedreiging van de wereldvrede. De Amerikanen kwamen in de herfst van 1969 met het Rogers-plan dat voorzag in een Israëlische terugtrekking in ruil voor diplomatieke erkenning van de staat Israël. Het werd door beide partijen verworpen. Na een dreigement van Nasser dat hij anders een Amerikaans bondgenoot zou worden, begon de Sovjet-Unie moderne luchtdoelraketten te leveren. De Sovjets gingen ook actief aan de oorlog deelnemen door gevechtsvliegtuigen in Egypte te stationeren. Dit leidde slechts tot een verheviging van de luchtoorlog. Sommige Israëlische politici wilden het conflict voortzetten totdat Egypte een totale nederlaag toegebracht was. Nasser vroeg nu om een wapenstilstand. Onder sterke Amerikaanse druk ging de Israëlische regering na een kabinetscrisis hiermee akkoord. Op 7 augustus 1970 ging de wapenstilstand in zodat de Sinaï in Israëlische handen bleef.
Nassers opzet om Israël uit te putten mislukte geheel. De last van de oorlog bleek voor Egypte het zwaarst, vooral financieel. Het aantal slachtoffers bleef aan beide zijden beperkt. Nadat Nasser stierf aan een hartaanval, respecteerde Anwar Sadat de wapenstilstand voorlopig. De overwinning in de Uitputtingsoorlog gaf Israël een vals gevoel van veiligheid. Nadat Israël weigerde zich terug te trekken in ruil voor erkenning, begon Sadat met de voorbereidingen op de grootschalige Jom-Kippoeroorlog van 1973 waarin het Egyptische leger onder dekking van de raketgordel succesvol het Suezkanaal zou oversteken.
Achtergronden Begin juni 1967 werd het Egyptische leger verpletterend verslagen in de Zesdaagse Oorlog en was met grote verliezen aan manschappen en materieel het Suezkanaal overgevlucht. President Nasser ging er op het eind van de oorlog nog van uit dat een snelle bilaterale regeling met Israël mogelijk zou zijn die in wezen een terugkeer naar de toestand van voor de oorlog zou inhouden: de Sinaï zou gedemilitariseerd worden en Israëls recht van vrije doorvaart door de Golf van Akaba zou erkend worden. Inderdaad deed de Israëlische regering op 19 juni een hiermee overeenkomend voorstel. Op dat moment echter hadden de internationale verhoudingen zich al zo verscherpt dat Israël en Egypte hun geschillen niet meer eenvoudig onderling konden bijleggen. Tijdens de Junioorlog waren namelijk ook de Westelijke Jordaanoever en de Hoogten van Golan bezet. Hoewel het Israëlische kabinet bij het begin van de oorlog besloten had dat men naar geen enkele gebiedsuitbreiding zou streven, bleken de Israëlische politici, nu die gebieden eenmaal waren veroverd, niet in staat unaniem tot de beslissing te komen om ze allemaal weer op te geven. Een meerderheid wilde heel Jeruzalem behouden wat onaanvaardbaar was voor Jordanië. Een nog groter obstakel voor een vredesregeling was dat de Syrische regering niet eens met Israël wilde praten en een voortzetting eiste van wat het als een "volksbevrijdingsoorlog" van Palestina zag.
Op 22 juni trok Nasser de conclusie dat er vele jaren van militaire spanningen met Israël te verwachten waren. Hij vroeg de Sovjet-Unie om militaire bijstand in deze situatie. De Sovjet-Unie zag dit als een uitgelezen kans haar invloed in het Midden-Oosten uit te breiden en was maar al te graag bereid die militaire hulp te verlenen. Nasser begreep echter dat de Egyptische strijdkrachten in ieder geval voorlopig niet in staat waren om het in een grootschalige oorlog tegen Israël op te nemen. Hij besloot daarom tot de tactiek van de uitputtingsoorlog over te gaan: een opeenvolging van kleinschalige confrontaties. Door de geringe bevolkingsomvang was Israël kwetsbaar voor een geleidelijke opeenstapeling van verliezen die zijn vermogen en wil om oorlog te voeren zou uitputten.
Fasen van de oorlog Volgens de oorspronkelijke Egyptische opzet, die in september 1967 door Nasser publiek werd gemaakt, zou de oorlog in drie fasen moeten verlopen. In de eerste, die van de "weerstand", zou het Egyptische leger zijn aanwezigheid aan het Suezkanaal dermate moeten versterken dat het in staat was weerstand te bieden aan Israëlische druk, zich aan het front te handhaven en Israëlische overschrijdingen van het kanaal te verhinderen. In de tweede fase, die van de "afschrikking", zou een opbouw van de Egyptische vuurkracht een Israëlische aanwezigheid aan het kanaal onmogelijk moeten maken door continue zware artilleriebeschietingen. Dat zou dan gunstige voorwaarden scheppen voor de derde fase, de eigenlijke "uitputtingsoorlog" of "oorlog van het leegbloeden", waarin het Egyptische leger opeenvolgende diepere aanvallen in de Sinaï zou uitvoeren. Israël zou de binnendringers slechts met kostbare tegenaanvallen weer kunnen verdrijven en er hopelijk op den duur helemaal van afzien het verloren gegane terrein te heroveren, de oostelijke kanaaloever in zijn geheel opgevend.
Het is echter niet goed mogelijk aan de hand van dit schema het verloop van de oorlog te beschrijven. De Egyptische opzet zou namelijk geheel mislukken: in feite waren het de Israëlische strijdkrachten die zich eerst aan het kanaal zouden consolideren en er daarna een uitgebreid verdedigingsstelsel zouden opbouwen, uiteindelijk resulterend in grootschalige operaties op het Afrikaanse grondgebied van Egypte.
Eerste schermutselingen Tijdens de Zesdaagse Oorlog was Port Fouad, hoewel aan de oostelijke zijde van het Suezkanaal gelegen, niet door Israël bezet omdat de stad lastig bereikbaar was. Zij ligt aan het noordelijkste uiteinde van de kanaaldijk en wordt aan de oostzijde afgeschermd door ontoegankelijke zoutmoerassen. Eind juni werd duidelijk dat de Egyptenaren de stad aan het versterken waren en steeds verder naar het zuiden opdrongen. Op 1 juli poogde een Israëlische compagnie pantserinfanterie met M3 Half-Tracks de dijk te zuiveren en van het zuiden uit Port Fouad te nemen. De stad op vijftien kilometer naderend lukte het een eerste blokkerende Egyptische positie te breken van een commando-eenheid die snel een hinderlaag gelegd had. Een dag later moest de aanvalspoging echter worden opgegeven omdat hevig artillerievuur van de overzijde van het kanaal een verdere opmars onmogelijk maakte. Port Fouad zou onbezet blijven.Asher (2009), p. 26 miniatuur|links|upright|In navolging van Maarten Tromp voert de bemanning van een Israëlische torpedoboot op 12 juli een bezem op de mast als teken dat de "zee is schoongeveegd" In de volgende dagen bleef deze sector onrustig, waarbij ook de zeemachten van de strijdende partijen ingezet werden. Op 11 juli werden twee Egyptische torpedoboten, op patrouille voor de kust van Roemani, onderschept door het vlaggenschip van de Israëlische marine, de torpedobootjager INS Eilat die begeleid werd door de torpedoboten Aya en Daya. De Egyptische vaartuigen werden door kanonvuur op korte afstand tot ontploffing gebracht waarbij de Eilat licht beschadigd raakte.
Dezelfde dag kwamen Egypte en Israël overeen dat de Verenigde Naties waarnemingsposten aan beide zijden van het kanaal mochten inrichten. Om te zien of Egypte zou accepteren dat de wapenstilstandslijn precies in het midden van het kanaal lag, probeerde de Israëlische marine op 14 juli sloepen langs die lijn te laten patrouilleren. De bootjes kwamen al snel onder machinegeweervuur te liggen waarna de situatie escaleerde door de inzet aan beide zijden van van artillerie, tanks en straaljagers. De gevechten duurden tot en met 16 juli.Maoz (2006) p. 115 Negen Israëliërs sneuvelden; vier Egyptische MiG-17s en drie MiG-21s werden neergeschoten. Hierna zagen beide partijen ervan af nog marinevaartuigen in het kanaal zelf te laten opereren.
Op 1 september stelde de Arabische Liga in Khartoem de resolutie van Khartoem op met de "drie nee's": neen tegen een erkenning van Israël, neen tegen onderhandelingen met Israël en neen tegen vrede met Israël.
Als uitwerking hiervan kondigde Nasser in Caïro aan dat hij een uitputtingsoorlog zou gaan voeren. Die maand begon Egyptische artillerie van het Green Island af, een oud Brits zeefort voor de zuidelijke uitgang van het Suezkanaal, de Israëlische posities te bestoken. Hierop ontvlamden zware artillerieduels langs heel het kanaal. Het gevolg was dat duizenden Egyptische burgers de kanaalzone ontvluchtten. Uiteindelijk zouden er driekwart miljoen hun toevlucht zoeken in de rest van Egypte. miniatuur|Brandende olieraffinaderij langs het Suezkanaal