De klauwkikker (Xenopus laevis) is een kikker uit de familie van de tongloze kikkers (Pipidae).
Van alle Xenopus-soorten is dit de meest voorkomende soort. De klauwkikker wordt veel in aquaria gehouden; er worden medische proeven mee gedaan en de ontwikkeling van de eieren wordt bestudeerd door medici en genetici. De kikker werd vroeger zelfs als primitieve zwangerschapstest gebruikt. Om verschillende redenen is de klauwkikker terechtgekomen in andere werelddelen en wordt soms als een plaag gezien.
De klauwkikker is eenvoudig te herkennen aan het afgeplatte plompe lichaam, de grote zwemvliezen aan de tenen en met name de ogen die boven op de kop gepositioneerd zijn. De kikker wordt ongeveer tien tot twaalf centimeter lang en heeft een grijze tot bruine kleur; albino's komen ook voor.
De klauwkikker leeft van nature in delen van Centraal- en zuidelijk Afrika. De habitat bestaat uit moerassen en andere vochtige omgevingen die af en toe droogvallen. De kikker begraaft zich dan in de modder tot het weer regent. De larven of kikkervisjes filteren voedseldeeltjes uit het water. Ze hebben twee opvallende voelsprieten aan de voorzijde van de kop. De volwassen kikkers leven van kleine dieren en aas maar eten ook kleinere soortgenoten.
Naamgeving thumb| Albino met duidelijk zichtbare zwarte klauwen
De klauwkikker wordt ook wel beschreven onder andere Nederlandstalige namen zoals klauwpad, gewone klauwkikker, of reuzenklauwkikker. Daarnaast wordt ook de naam Afrikaanse klauwkikker wel gebruikt. Dit is een vertaling van de Engelse naam African clawed frog. In de Engelse taal wordt de kikker daarnaast ook wel African clawed toad (Afrikaanse geklauwde pad) en 'African claw-toed frog' (Afrikaanse klauwteenkikker) genoemd.
De Nederlandstalige naam klauwkikker slaat op de kleine nageltjes aan de achterpoten. Ook in andere talen wordt een dergelijke naam gebruikt zoals het Duitse krallenfrosch, het Zweedse klo(-)groda en het Deense sporefrø. In andere talen wordt verwezen naar andere lichaamskenmerken zoals de grote achterpoten, bijvoorbeeld het Afrikaanse plathander of platanna, dat afgeleid is van 'platte handen'. In de Franse taal wordt de naam 'Xénope lisse' gebruikt, wat zoiets betekent als 'gladde klauwkikker'.
De geslachtsnaam Xenopus is een samenstelling van Oudgrieks ξένος (xenos), 'vreemd' en πούς (pous), 'voet' en slaat op de geklauwde achterpoten, aangezien klauwtjes bij andere kikkers weinig voorkomen.
De soortaanduiding laevis komt uit Latijn en betekent 'glad'; dit slaat op de relatief gladde huid in vergelijking met andere klauwkikkers.
Verspreiding en habitat thumb|Verspreidingsgebied binnen Afrika in het groen. Alleen de landen waar de soort van nature voorkomt zijn ingekleurd en niet het exacte verspreidingsgebied.
Het natuurlijke verspreidingsgebied beperkt zich tot delen van zuidelijk Afrika. De kikker komt voor in de landen Angola, Botswana, Centraal-Afrikaanse Republiek, Congo-Brazzaville, Congo-Kinshasa, Gabon, Kameroen, Kenia, Lesotho, Malawi, Mozambique, Namibië, Nigeria, Swaziland, Tanzania, Zambia, Zimbabwe en Zuid-Afrika.
De habitat bestaat bij voorkeur uit heldere tot modderige stilstaande tot langzaam stromende wateren. De waterbodem bestaat vaak uit modder. In snelstromend water komt de klauwkikker niet voor. De kikker is geheel aquatisch en komt in principe nooit uit het water, omdat de huid anders uitdroogt en de lichaamsbouw niet geschikt is om te lopen.
In de zomer drogen in delen van het verspreidingsgebied de poelen op en begraaft de klauwkikker zich in de modder. De huid vormt dan een soort slijmlaag die niet snel uitdroogt. De klauwkikker brengt de droge tijd in een soort sluimertoestand door. Alleen als de bodem gortdroog wordt komt de kikker naar de oppervlakte op zoek naar water en kan dan springend op het land worden aangetroffen. De dieren komen meestal pas tevoorschijn na de eerste regenbuien in de lente waarna ze zich voortplanten.
Verspreiding als invasieve uitheemse soort De klauwkikker is aangetroffen als exoot in delen van Azië, Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika. In veel landen waar de kikker van nature niet voorkomt, wordt de soort beschouwd als invasief. Uit waarnemingen is bekend dat de klauwkikker andere amfibieën opeet of beconcurreert. In sommige landen zijn intensieve uitroeiingsprogramma's opgezet om van de klauwkikker af te komen.
Europa In augustus 2022 werd besloten om de klauwkikker vanaf 2024 toe te voegen aan de lijst van invasieve uitheemse soorten die zorgwekkend zijn voor de Europese Unie. Vanaf augustus 2024 geldt dus een verbod op bezit, handel, kweek, transport en import van deze kikker, en dat in alle lidstaten van de Europese Unie. Wetenschappelijk onderzoek met deze soort kan nog, maar enkel onder strikte voorwaarden en met een toelating van de overheid.
thumb|Exemplaar in een dierentuin in Tsjechië
De klauwkikker komt van nature niet voor in noordelijke streken zoals in Europa. Binnen Europa is de kikker aangetroffen in Groot-Brittannië in het noorden tot op Sicilië in het zuiden. In Nederland is de kikker nog nooit in het wild aangetroffen. In België was dat sinds 2022 wel het geval en heeft de overheid pogingen tot uitroeiing ondernomen.
In Frankrijk is de kikker gevonden in de departementen Deux-Sèvres en Maine-et-Loire.
In Groot-Brittannië zijn de dieren uitgezet en hebben zich gehandhaafd, ondanks het relatief koude klimaat. De eerste populaties werden in 1962 ontdekt op het eiland Wight. Later werden twee grote populaties ontdekt in Zuid-Wales, in 1979. Tegenwoordig is de klauwkikker op Wight uitgestorven en zijn de populaties in Zuid-Wales veel kleiner dan voorheen.
In Italië komt de klauwkikker alleen voor op Sicilië. De kikker is in de jaren negentig geïntroduceerd; waarschijnlijk stammen de populaties af van ontsnapte laboratoriumdieren. Uit onderzoek uit 2007 bleek dat de klauwkikker zich heeft verspreid tot een gebied van driehonderd vierkante kilometer. In Portugal werden in 2006 populaties aangetroffen in het stadje Oeiras, ongeveer 20 kilometer ten westen van hoofdstad Lissabon. In 2007 en 2008 werden expedities opgezet om de soort in kaart te brengen. De klauwkikker bleek aanwezig in twee riviertjes; er werden geen hoogontwikkelde larven gevonden.
Noord-Amerika thumb|Exemplaren in Nashville Zoo (Verenigde Staten)
In Mexico komt de klauwkikker alleen voor in het uiterste noordwesten in de staat Baja California. De kikker wordt gevonden van de Tijuanarivier in het zuiden tot noordwaarts tegen de grens van Californië.
In de Verenigde Staten werd de klauwkikker in de jaren 40 ingevoerd als zwangerschapstest; zie ook onder het kopje #Zwangerschapstest. De kikker werd echter ook populair als huisdier en ontsnapte in de natuur. Tegenwoordig zijn alleen stabiele populaties bekend in Arizona en Californië. In verschillende Amerikaanse staten is de klauwkikker bewust uitgezet, maar heeft zich nog niet verspreid. In de jaren tachtig werd in Virginia bijvoorbeeld een vijver ontdaan van alle exemplaren om te voorkomen dat zij zich zouden verspreiden. Ook in Texas zijn weleens exemplaren aangetroffen, maar hier zijn geen zichzelf in stand houdende populaties bekend. In veel andere staten zijn wel vermoedens van de aanwezigheid van de klauwkikker, maar daar zijn geen officiële waarnemingen bekend. Voorbeelden van dergelijke staten zijn Nevada, New Mexico, Utah en Wyoming.
De kikker wordt in de Verenigde Staten in verband gebracht met de achteruitgang van de noordelijke pad (Anaxyrus boreas) binnen het areaal. Ook is waargenomen dat de klauwkikker zeldzame vissen opeet, zoals de grondel Eucyclogobius newberryi en de driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus).
In Arizona komt de klauwkikker voor in het zuiden rond de steden Phoenix en Tucson. In Tucson is al sinds de jaren 60 een populatie bekend bij de golfbaan Arthur Pack Golf Course.
In Californië richt de klauwkikker veel schade aan door vissen en amfibieën op te eten en te beconcurreren. In Californië werd de soort voor het eerst in het wild waargenomen in 1968. De kikker wordt als plaag gezien, omdat het dier andere kikkers eet die van nature voorkomen maar zeldzaam zijn. Het is tegenwoordig verboden om de klauwkikker in te voeren of zelfs te bezitten in Californië. Verschillende pogingen om de kikker uit te roeien zijn mislukt, zoals het gebruik van gif, het verlagen van de grondwaterspiegel en het verzamelen en verwijderen van exemplaren uit het wild.
Overige werelddelen In Chili werden exemplaren van de klauwkikker in een meertje gedumpt nabij Aeropuerto Internacional Comodoro Arturo Merino Benítez. Sindsdien heeft de kikker zich verspreid naar andere wateren zoals meren, vijvers en afgedamde rivieren. Het verspreidingsgebied van de klauwkikker in Chili beperkt zich tot de omgeving van het vliegveld en is relatief klein.
In Indonesië zou de klauwkikker voorkomen op Java. Waarschijnlijk berust dit op een misverstand waarbij een wetenschapper het woord geïntroduceerd heeft gebruikt in plaats van het correcte geïmporteerd.
In verschillende landen verspreid over de wereld is de klauwkikker ook wel aangetroffen, maar dit betreft plaatselijk ontsnapte dieren. Hier zijn geen stabiele populaties bekend die zich langere tijd kunnen handhaven. Een voorbeeld is Israël, waar in 1996 een exemplaar werd aangetroffen in Emek Hefer. In Japan werden exemplaren gevonden in 2009 en 2012 op verschillende locaties. Dergelijke vondsten kunnen als incidenteel worden beschouwd en worden hier verder niet besproken.
Uiterlijke kenmerken thumb|320px|Belangrijkste kenmerken. De klauwkikker is een opvallende soort vanwege het platte lichaam en de afwijkende kenmerken ten opzichte van andere groepen van kikkers.
De lichaamskleur is olijfgroen tot grijsbruin met op de rug vale groene vlekken en een lichtere, vaak witte buik. De voor- en achterpoten hebben een sterk verschillende configuratie. De ogen zijn duidelijk zichtbaar op de kop, de achterpoten zijn gespierd en hebben kleine klauwtjes aan de tenen.
Kop De ogen van de klauwkikker zijn boven op de kop gepositioneerd, in tegenstelling tot de meeste kikkers waarbij de ogen meer aan de zijkant gelegen zijn. De ogen zijn ook veel kleiner in vergelijking met de ogen van andere kikkers. De klauwkikker heeft geen oogleden en het oog heeft net als veel andere tongloze kikkers ook geen knipvlies, dit is een soort derde ooglid waarmee het oog gesloten kan worden. De pupil van de kikker is klein en rond.
Klauwkikkers hebben net zoals alle tongloze kikkers niet de beschikking over een tong. Andere kikkers hebben juist een lange, kleverige tong die snel naar buiten schiet en de prooi vangt. In de bek van de klauwkikker zijn vele zintuiglijke cellen aanwezig die voedsel proeven. Deze ontbreken juist bij andere kikkers. De smaakzintuigen spelen een belangrijkere rol bij het zoeken naar voedsel dan de ogen, terwijl de meeste kikkers juist echte zichtjagers zijn.
De mannetjes van de klauwkikker hebben geen kwaakblaas zoals bij de meeste kikkers het geval is. De klauwkikker heeft geen uitwendig trommelvlies, het trommelvlies of tympanum is bij veel andere kikkers juist prominent aanwezig. De klauwkikker is wel in staat om geluiden waar te nemen.
Lichaam De klauwkikker heeft een afgeplat, peer-vormig lichaam. De huid is glad en draagt geen kleine wratjes zoals sommige verwante tongloze kikkers. De lichaamskleur is groenachtig tot bruin of grijs, op de rugzijde is een niet altijd even duidelijke, netachtige tekening te zien. De klauwkikker is net als veel andere kikkers in staat om van kleur te veranderen. Als een exemplaar in een aquarium met zwart gekleurd glas wordt geplaatst kleurt het zeer donker. Als het dier in een aquarium met wit gekleurd glas wordt geplaatst verandert de lichaamskleur naar geelwit en als het glas van een vlekkenmotief wordt voorzien vertoont de kikker een duidelijke lichaamstekening.