miniatuur|Verzamelde gegevenskaart met het percentage vrouwen/meisjes van 15-49 jaar (tenzij anders aangegeven) dat genitale besnijdenis of verminking heeft ondergaan. Bron: UNICEF (2016), aangevuld met gegevens uit andere landen buiten deze leeftijdsgroep. Voor grijzen landen geen gegevens. Vrouwelijke genitale verminking (ook vrouwenbesnijdenis, meisjesbesnijdenis, VGV, in het Engels female genital mutilation (FGM) of female genital cutting (FGC) genoemd) is een verzamelterm voor verschillende culturele tradities waarbij delen van de vulva weggesneden, bewerkt of dichtgemaakt worden.
Genitale verminking bij minderjarigen is een aantasting van de lichamelijke integriteit en daarmee een schending van de rechten van de mens. Het is verboden door verschillende internationale en regionale mensenrechtenverdragen en binnen nationale wetgeving.
Redenen miniatuur|Een meisjesbesnijdenis in 1940 bij de Mbakwa-Manja in Oubangui-Chari, Afrika Bij traditionele culturen waar meisjesbesnijdenis voorkomt is de besnijdenis omgeven met rituelen. In bepaalde Afrikaanse culturen wordt de clitoris als een mannelijk restant gezien en de mannelijke voorhuid als een vrouwelijk restant waarbij deze androgyne kenmerken afgesneden en verworpen worden bij een rite de passage van meisje naar vrouw en van jongen naar man. De besnijdenis is een exclusieve vrouwenactiviteit waarbij de meisjes door volwassen vrouwen ingewijd worden.Female Circumcision: Multicultural Perspectives, Rogaia Mustafa Abusharaf, 2006
Vrouwenbesnijdenis zou ook de vruchtbaarheid bevorderen, daarnaast zou worden voorkomen dat de vrouw plezier beleeft aan seksualiteit en geslachtsgemeenschap.
Sommige moslims zien vrouwenbesnijdenis als onderdeel van de islam. In het sjafisme, een van de vier soennitische rechtsscholen, is het zelfs verplicht.
Prevalentie Het besnijden van meisjes gebeurt in bepaalde delen van Afrika (Egypte, de Soedan en de zuidelijke Sahel inclusief Somalië), het Midden-Oosten (delen van Jemen en Oman) en Azië (Maleisië, Indonesië). De ingreep wordt vaak uitgevoerd als de vrouw jong is: zo worden de meisjes geopereerd van direct na de geboorte tot aan de puberteit.
De ingrepen gebeuren volgens de meeste medische rapporten op zeer grote schaal, in een aantal landen bij de meerderheid van de meisjes; in Somalië bijvoorbeeld bij 80 à 90%. Dit gaat dikwijls gepaard met levenslange gezondheidscomplicaties.
Vrouwelijke genitale verminking wordt toegepast in bepaalde islamitische, maar ook in christelijke en animistische bevolkingsgroepen in Oost-Afrika. In onder andere Soedan en Jemen is het een wijdverspreid gebruik dat meisjes besneden worden. In de Hoorn van Afrika worden behalve de clitoris ook de schaamlippen geheel verwijderd. In delen van Somalië en Soedan wordt bij de besnijdenis infibulatie toegepast waarbij de vulva dichtgenaaid wordt op een kleine opening voor de menstruatie na.
Volgens de Duits-Koerdische organisatie Wadi komt vrouwelijke genitale verminking ook in islamitische landen in Azië voor: zo zou de overgrote meerderheid (80−100%) van de vrouwen in Iraaks Koerdistan,Female Genital Mutilation in Iraqi-Kurdistan – An Empirical Study by Wadi. mogelijk meer dan 80% van de vrouwen in Oman en 94% van de vrouwen in Maleisië op enigerlei wijze zijn besneden. Naar verluidt is de Zuidoost-Aziatische variant weliswaar minder ingrijpend dan in Afrika, maar volgens vrouwenorganisaties komen ook daar zwaardere vormen voor.Vrouwenbesnijdenis komt wereldwijd veel vaker voor, de Volkskrant, 6 februari 2014.
UNICEF noemt in 2013 de 29 landen waar de praktijk meer algemeen verspreid is: Benin, Burkina Faso, Centraal-Afrikaanse Republiek, Djibouti, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Gambia, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Irak, Ivoorkust, Jemen, Kameroen, Kenia, Liberia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Oeganda, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Tanzania, Togo, en Tsjaad. De praktijk komt echter ook in andere Afrikaanse landen voor, in Azië onder meer in Indonesië en Iran, en intussen ook in westerse landen, waarschijnlijk als gevolg van migratie.
Statistieken miniatuur|Rapportage UNICEF 2014 Omdat betrokkenen de praktijk veelal niet publiek maken is het niet gemakkelijk betrouwbare cijfers te verzamelen. De eerste statistieken werden opgesteld in de jaren 1990 onder impuls van het Amerikaans USAID-agentschap. UNICEF raamde in 2013 het aantal besneden vrouwen en meisjes op 125 miljoen in 29 landen.
Geschiedenis De oorsprong van vrouwelijke genitale verminking is niet met zekerheid te achterhalen. De traditie stamt mogelijk uit Soedan ten tijde van het Faraonische Egypte. Maar het is ook mogelijk dat die traditie later samenviel met overgangsrites elders in Sub-Sahara Afrika. Volgens Gerry Mackie zou de traditie zijn oorsprong vinden in de slavernij in de historische stad Meroë in Soedan.
De Griekse geograaf Strabo en de eveneens Griekse filosoof Philo (beiden 1e eeuw) vermelden de praktijk zoals die voorkwam in het Oude Egypte.
Vrouwenbesnijdenis in de islam In de Koran komt het begrip besnijdenis niet voor. Vrouwenbesnijdenis wordt wel genoemd in enkele uitspraken die aan de profeet Mohammed worden toegeschreven. De Hadith die besnijdenis bij mannen voorschrijft, zegt dat besnijdenis een eer zou zijn voor vrouwen. De authenticiteit van deze Hadith wordt echter betwist. Binnen de islam bestaan overigens diverse interpretaties omtrent de wenselijkheid van vrouwenbesnijdenis. Van de vier soennitische rechtsscholen is vrouwenbesnijdenis verplicht in het sjafisme en 'eerbaar' in het hanafisme en malikisme. In het hanbalisme is er verdeeldheid over de vraag of het verplicht of slechts 'eerbaar' is.
Het laatste decennium namen steeds meer religieuze leiders er afstand van. Tekenend is de positie van de islamitische theoloog Yusuf al-Qaradawi: eerst raadde hij het in een fatwa aan, maar vijf jaar later kwam hij daar expliciet op terug.
Op 22 november 2006 veroordeelden talrijke islamitische leiders uit de wereld op een conferentie in Caïro vrouwenbesnijdenis. Onder hen waren de hoogste twee Egyptische moslimgeestelijken, de sjeik al-Azhar, die gezien wordt als de belangrijkste leider in de soennitische wereld, en de grootmoefti van Jeruzalem, wiens fatwa's groot gewicht in de schaal leggen. De sjeik al-Azhar, Mohammed Sayyed Tantawi, zei op de conferentie dat in de islam besnijdenis alléén voor mannen is. De grootmoefti, Ali Gomaa, wees erop dat Mohammed zijn dochters niet liet besnijden. Er is echter geen bewijs voor die uitspraak. Moslims uit Europa, die van mening zijn dat vrouwenbesnijdenis de islam een slechte naam bezorgt, voerden druk uit om de uitspraak in een fatwa te vervatten.
Methodes De besnijdenis wordt doorgaans uitgevoerd door een traditionele besnijdster (exciseuse) bij het meisje thuis, met of zonder anesthesie, en vaak met niet-gesteriliseerd, soms traditioneel materiaal. In andere gevallen wordt de ingreep uitgevoerd door medisch geschoold personeel, vaak met als argument dat het proces dan veiliger verloopt, en complicaties vermeden worden. De Wereldgezondheidsorganisatie verwerpt echter die verantwoording.
Types Bij vrouwelijke genitale verminking kunnen de clitorishoed, glans clitoridis, de binnenste schaamlippen en de buitenste schaamlippen worden verkleind of verwijderd. Bij de meest vergaande vorm wordt de vagina van het meisje dichtgenaaid en een kleine opening gemaakt voor urine en menstruatiebloed.
Het gebruik van de term 'besnijdenis' is verwarrend vanwege de uiteenlopende aard van de ingreep in de bedoelde landen (die niet uitsluitend islamitisch zijn). Voor meisjes varieert het echter van een gedeeltelijke tot gehele verwijdering van volledige organen (clitoris en/of vulva), al dan niet gepaard met dichtnaaien.
WHO-classificatie De Wereldgezondheidsorganisatie onderscheidt vier types van ingrepen:
Type 1: clitoridectomie, het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de clitorishoed en glans clitoridis, of in zeldzame gevallen enkel de clitorishoed. Type 2: excisie, het geheel of gedeeltelijk wegsnijden van de clitoris en de labia minora (zogenaamde labiumreductie) met of zonder excisie van de labia majora. Type 3: infibulatie, dit is het vernauwen van de vaginale opening, door het knippen, verplaatsen en hechten van de labia minora, of labia majora, met of zonder clitoridectomie. Deze vorm van besnijdenis wordt soms ook de 'faraonische besnijdenis' genoemd.Bogaert, Linda, Koran-notities, Islamitische Kwesties, Besnijdenis, 2005 Type 4: andere ingrepen in de vrouwelijke genitaliën om niet-medische redenen, zoals prikken, piercing, insnijden (incisie), schrapen en schroeien van de genitale streek. Tot 2008 viel hier ook labioverlenging onder.health and beauty: vaginal practices: Indonesia (Yogyakarta), Mozambique (Tete), South Africa (KwaZulu-Natal), and Thailand (Chonburi)
Islamitische classificatie In islamitische context wordt een onderscheid gemaakt tussen een besnijdenis volgens de soenna en infibulatie.Clitoridectomie bij de Masai, een poging tot interpretatie, scriptie Irene D. Ubbink. De WHO gebruikt deze omschrijving niet.
Wetgeving
Tegenwoordig wordt voor meisjesbesnijdenis vaak de afkorting VGV, die staat voor vrouwelijke genitale verminking, gebruikt, omdat vrouwenbesnijdenis in alle westerse landen strafbaar is als misdrijf en in de meeste westerse landen ook actief wordt vervolgd. Vrees voor besnijdenis onder dwang bij dochters van islamitische ouders is in sommige landen (waaronder Canada) ook een voldoende grond voor toekenning van politiek asiel.
Internationale verdragen Hoewel de oudste mensenrechtenverdragen niet uitdrukkelijk spreken over deze vormen van verminking, wordt meer en meer aangenomen dat VGV een inbreuk is op de fundamentele rechten van meisjes en vrouwen, zoals vervat in historische mensenrechten, en zeker op grond van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948.
Recentere en meer expliciete rechtsgronden zijn onder meer het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, dat begin 2018 door alle landen ter wereld is geratificeerd, met uitzondering van Iran, Niue, Soedan, Somalië, Tonga en de Heilige Stoel (Vaticaanstad). Andere toepasselijke mensenrechtenverdragen, geratificeerd door meer dan 150 van de bijna 200 VN-lidstaten zijn het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (sectie gezondheidsrechten), het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en het Verdrag inzake de rechten van het kind. Verdere verduidelijkingen en oproepen zijn te vinden in een reeks resoluties van de Verenigde Naties en rapporten van de VN-Commissie voor vrouwenrechten (United Nations Commission on the Status of Women), een afdeling van de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties.
Nederland Huidige wetgeving miniatuur|start=1:28|thumbtime=4:47|Leden van de actiegroep No Game bezoeken scholen in Nederland om te praten over meisjesbesnijdenis. Genitale verminking van vrouwelijke personen jonger dan 18 jaar is strafbaar in Nederland, ook wanneer het in het buitenland gepleegd wordt door Nederlanders, vreemdelingen die later Nederlander worden of vreemdelingen met een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, als een vorm van (zware) mishandeling (eventueel met voorbedachten rade) onder Artikelen 300 tot en met 303 per Artikel 7.d en Artikel 71.3 van het Wetboek van Strafrecht.https://www.pharos.nl/infosheets/meisjesbesnijdenis-nederlandse-ketenaanpak/ De maximumstraf in Nederland hierop is 12 jaar gevangenisstraf (of 15 jaar als het slachtoffer overlijdt). Daar kan een strafverzwaring met een derde bovenop komen indien de dader(s) familie of de levensgezel van het slachtoffer is/zijn (Artikel 304.1) of als het slachtoffer minderjarig is (Artikel 304.2). In tegenstelling tot andere misdrijven begint de verjaringstermijn op vrouwelijke genitale verminking pas als het slachtoffer 18 jaar is geworden (Artikel 71.3).