De maagdelijke geboorte van Jezus Christus is de christelijke opvatting dat Jezus bij Maria is verwekt zonder geslachtsgemeenschap met een man. In de Rooms-Katholieke Kerk en oosters-orthodoxe kerken heeft de maagdelijkheid van Maria ook betrekking op haar leven na de bevalling. De maagdelijke geboorte van Jezus wordt met Kerstmis gevierd. Men verwart de maagdelijke geboorte vaak met de Onbevlekte Ontvangenis van Maria.

Maagdelijke geboorte en parthogenese Bij sommige diersoorten komt maagdelijke voortplanting (parthenogenese) voor, maar niet bij de mens.J. Simpson: De maagdelijke geboorte, Kok, Utrecht 2017, p. 597, stelt ten onrechte dat als een maagdelijke geboorte biologisch mogelijk is, dat niets af doet aan het wonder. Het tegendeel lijkt eerder waar: volgens bijbelse opvatting is het wonder een direct ingrijpen van God in de bestaande orde. Dus iets wat eigenlijk onmogelijk is. Als iets wetenschappelijk te verklaren is, er eenvoudigweg geen sprake meer van een wonder. Binnen het christendom ziet men de maagdelijke geboorte als een wonder dat niet biologisch kan worden verklaard en dus niet gelijkgesteld kan worden aan maagdelijke voortplanting.

Bijbel De gedachte van de maagdelijke geboorte komt voor in de Bijbel. In Lucas 1:35 staat dat Jezus geboren zal worden doordat de Heilige Geest over Maria zal komen en de kracht van de Allerhoogste Maria zal overschaduwen.Het 'overschaduwen' verwijst naar Exodus 40 waar de wolk die de tabernakel overschaduwde staat voor de aanwezigheid van God onder zijn volk. Lucas lijkt hiermee de weg tot allerlei biologische speculaties over de verwekking de pas af te snijden, zie hiervoor G.C. van Niftrik: Kleine Dogmatiek, G.F. Callenbach, Nijkerk 19473, pp. 107 In Matteüs 1:20 staat dat het kind dat Maria draagt verwekt is door de heilige Geest. Volgens de evangelist is dit de vervulling van een profetie van Jesaja (Jes. 7:14) over een maagd die zwanger zou worden (Mt. 1:22-23). Hij gebruikt voor Jesaja de Griekse vertaling, waarin het woord parthenos (maagd) ondubbelzinniger is dan in het Hebreeuws.p. 76Verg. evenwel R. Zuurmond: Niet te geloven, Skandalon, Vught 2010, p. 71. Zuurmond geeft aan dat er plaatsen zijn in de klassieke Griekse literatuur waaruit blijkt dat parthenos niet altijd de betekenis van "maagd" heeft en verwijst in een voetnoot naar de Greek-English Lexicon van Liddell & Scott, ed. 1968 etc., p. 1339. Een aantal theologen wijst ook andere bijbelplaatsen aan die zouden verwijzen naar de maagdelijke geboorte, onder meer Joh. 1:13 en Gal. 4:4, maar hier is toch meer sprake van inlegkunde dan van exegese. Daarbij doet zich bij Joh. 1:13 het probleem voor dat er - blijkens de manuscripten - verschillende varianten van het vers in omloop waren en om die reden eigenlijk al niet als bewijs kan dienen.William Barclay: The Plain Man Looks at the Apostles' Creed, Collins Fount Paperbacks 1979, pp. 77-78: "One Old Latin manuscript, Codex Veronensis, reads ... 'who was born not of blood ...' If the verb is in the singular, then the reference could be, and maybe, a reference to the Virgin Birth. But is must be remembered ... that it is this same Codes Veronensis which omits Luke 1.34 and substitutes for it Luke 1.38, and which in Luke 2.5 calles Mary Joseph's wife instead of betrothed." Galaten 4:4 stelt alleen maar dat Jezus is geboren uit een vrouw en zwijgt op de wijze waarop de conceptie plaats zou hebben gehad.A.M. Brouwer: Verzoening, Neerbosch' Boekhandel en Uitgeverij, Neerbosch 1947, p. 167, voetnoot 2p. 77E. Brunner: I Believe in the Living God, (uit het Duits vert. door J. Holden,) Westminster Press, Philadelphia 1961, p. 55De aanname dat, omdat Gal. 4:4 zwijgt over de maagdelijke geboorte, aan te voeren als bewijs dat hij geen weet heeft gehad van de maagdelijke geboorte, kan echter niet als bewijs worden aangevoerd, F.W.A. Korff: Christologie II, C.F. Callenbach N.V., Nijkerk 1941, p. 302 De vrijzinnige theoloog Gerhard Sevenster, die qua theologische standpunten de orthodoxie sterk nadert, spreekt in De Christologie van het Nieuwe Testament (1948) over "het volstrekte zwijgen over de maagdelijke geboorte in de overige boeken van het Nieuwe Testament."G. Sevenster: De Christologie van het Nieuwe Testament, Holland Uitgeversmaatschappij, A'dam, p. 136; verg. ook p. 141William Barclay: The Plain Man Looks at the Apostles' Creed, Collins Fount Paperbacks 19798p. 71Pogingen van Korff om op basis van het argumentum e silentio te redeneren komen weinig overtuigend over. Er worden nu allerlei schriftteksten aangehaald die misschien iets over de maagdelijke geboorte zeggen, maar kunnen in het meest gunstige geval hoogstens als indirect bewijs dienen, maar het zal toch eigenlijk niemand echt overtuigen, F.W.A. Korff: Christologie II, C.F. Callenbach N.V., Nijkerk 1941, pp. 302-303Het is echter niet uit te sluiten dat de Nieuwtestamentische schrijvers - buiten Mt. en Lc. -, ondanks hun stilzwijgen over de maagdelijke geboorte in hun boeken, niet op de hoogte waren van de verhalen over de wonderbaarlijke geboorte van Jezus. Op basis van dit stilzwijgen - Argumentum e silentio - theologie bedrijven is echter volstrekt onwetenschappelijk en zal - terecht - door niemand serieus worden genomen. De ontvangenisverhalen in Matteüs en Lucas onderscheiden zich van hellenistische en oud-Egyptische verhalen over de relaties tussen goden en mensen waaruit dan godszonen werden geboren. Het erotische element, dat sterk aanwezig is in de hellenistische verhalen ontbreekt volledig in ontvangenisverhalen. De heilige Geest moet in de verhalen niet worden opgevat als verwekkende partner of vader, maar als werkende kracht van Jezus' ontvangenis.

Klassieke theologie

De maagdelijke geboorte van Jezus was tegen het einde van de 2e eeuw bestanddeel van de 'proto-orthodoxe' geloofsleer.Zie bijvoorbeeld de samenvatting van het apostolische geloof van de kerk in Irenaeus, Adversus Haereses 1.10.1.Voor een overzicht van kerkelijke schrijvers in de 2e eeuw die de maagdelijke geboorte onderschreven, zie William Barclay: The Plain Man Looks at the Apostles' Creed, Collins Fount Paperbacks 1979, pp. 72-73. Het valt niet te ontkennen dat de maagdelijke geboorte reeds sinds de tweede eeuw een belangrijk leerstuk is. Hieruit kan men echter geen conclusies trekken t.a.v. van het kerygma, de geloofsprediking der apostelen. Wat wij van de oer-prediking weten kunnen we terug vinden in de Handelingen van de Apostelen en de Epistels; daarin wordt over de maagdelijke geboorte gezwegen. Misschien heeft het leerstuk deel uit gemaakt van de mondelinge leer, maar daar is ons niet van overgeleverd. Kortom, de maagdelijke geboorte kan niet worden bewezen, dan wel verworpen worden op basis van het N.T. buiten Mt. en Lc.F.W.A. Korff: Christologie II, C.F. Callenbach N.V., Nijkerk 1941, p. 292A. von Harnack: Das Apostolische Glaubensbekenntnis I, Haack, Berlijn 1904, S. 245 Maar bijvoorbeeld de EbionietenF.W.A. Korff: Christologie II, C.F. Callenbach N.V., Nijkerk 1941, p. 293A. von Harnack: Das Apostolische Glaubensbekenntnis I, Haack, Berlijn 1904, S. 321f. en sommige AdoptianistenMaar bijv. niet de voornaamste der adoptionisten, Paulus van Samosata, deze onderschreef zonder meer de maagdelijke geboorte. verwierpen deze voorstelling. In 2e-eeuwse antichristelijke polemiek, bijvoorbeeld van Celsus, beweerde men dat Jezus eigenlijk een bastaardkind zou zijn geweest en dat christenen dat zouden hebben willen verbloemen.

Arius, die wordt beschouwd als de grootste ketter uit het vroege christendom geloofde in de maagdelijke geboorteOrthodoxWiki: Arianism. Gearchiveerd op 17 april 2023., hetgeen deze doctrine als toetssteen voor de rechtzinnigheid op z'n minst verzwakt. Hetzelfde geldt voor Paulus van Samosata, hij accepteerde ook de maagdelijke geboorte.Emil Brunner: The Mediator, Lutterworth Press, Londen 19496, pp. 322-323: "It is, of course, true that this idea [the docrine of the Virgin Birth] plays no part in the Christological conflicts of the Early Church. Even great heretics like Paul of Samosata accepted the Virgin Birth - in itself this is a sign how little this doctrine is apt to protect the precious treasure form being squandered."F.W.A. Korff: Christologie II, C.F. Callenbach N.V., Nijkerk, p. 294 wijst erop dat ook de Socianen in de maagdelijke geboorte geloofden.Genoemde Paulus van Samosata is ook de kerkelijke schrijver die de term 'wezenseen' introduceerde. De Kerk verwierp deze term aanvankelijk, om ze vervolgens later te accepteren als toetssteen van de rechtzinnigheid. Wederom een bewijs dat woorden en termen niet kunnen worden gebruikt als sjibboleth der orthodoxie, zie Homo-ousios. Gearchiveerd op 5 december 2022.

Op de concilies van Nicea (325) en Constantinopel (381) krijgt de maagdelijke geboorte haar definitieve plaats in de Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel. De maagdelijke geboorte is geloofsbestanddeel van de meeste christelijke kerken gebleven.

De Rooms-Katholieke Kerk en oosters-orthodoxe kerken onderschrijven de blijvende maagdelijkheid van Maria (dus ook na de geboorte van Jezus). Zij baseren dit enerzijds op de traditie (met name de zienswijze van kerkvaders uit de eerste eeuwen zoals Origenes) en anderzijds op enkele apocriefen. De blijvende maagdelijkheid van Maria wordt door de protestante kerken niet onderschreven omdat dit niet expliciet in de Bijbel staat. Een klassieke controverse tussen protestanten en katholieken is of de "broers" van Jezus uit het evangelie broers, stiefbroers of neven waren.

Conceptio per aurum

Vanaf de vierde eeuw was er in het vroege christendom een notie aanwezig dat de conceptie van Jezus bij Maria had plaatsgevonden via het rechteroor. De conceptio per aurem. De eerste die deze notie expliciet beschreef was Efrem de Syriër, (306-373). Hij meende te kunnen vaststellen dat deze wijze een afdoende antwoord was op de vraag hoe de maagdelijkheid van Maria intact bleef tijdens de conceptie. Proclus, de patriarch van Constinopel schreef rond 430 vijf preken over de maagdelijke conceptie van Maria waarin deze opvatting verwoord werd. Dit materiaal ging een jaar later deel uitmaken van de handelingen van het concilie van Efese van 431. Op het zesde concilie van Toledo in 638 werd de doctrine bevestigd. Johannes Damascenus (676-749) nam het op in het derde deel van zijn belangrijkste werk "Fontein van kennis". De kerkvaders waren bekend met de Griekse mythologie waarin de oppergod Zeus nogal wat vrouwen zwanger maakt die dan semi-goddelijke personen baren zoals Herculus. De kerkvaders waren vastbesloten een notie te verspreiden waarin ieder element dat God in biologische zin betrokken was bij de conceptie werd ontkracht. Het oor van Maria werd gezien als het luisterend instrument voor haar instemming met de mededeling dat Jezus geboren zal worden doordat de Heilige Geest over Maria zal komen. Zij luisterde en gehoorzaamde en vanuit dat luisteren en de gehoorzaamheid werd het Woord tot vlees gemaakt.

Ook gedurende de gehele periode van de middeleeuwen was deze notie in Europa aanwezig, zowel bij ketters geachte groeperingen als de bogomielen en de katharen Het theologisch verschil ten aanzien van dit aspect was, dat bij de bogomielen en katharen Maria een engel was , maar ook in de reguliere kerken. Dick van NIekerk (2020)