thumb|Symbolen van de drie grootste abrahamitische godsdiensten; het Kruis van Jezus, de Ster van David en de kalligrafie van Allah De abrahamitische of semitische religies vormen een aantal onderling verwante, monotheïstische godsdiensten, in hoofdzaak het jodendom, het christendom en de islam. Door de vergelijkende godsdienstwetenschap worden deze drie onderscheiden van de twee overige, godsdienstige hoofdtradities: de dharmische, die onder meer het hindoeïsme, jaïnisme, boeddhisme en het sikhisme omvat, en de Oost-Aziatische, met onder andere het taoïsme, confucianisme en het shintoïsme. De drie religieuze hoofdtradities omvatten samen de overgrote meerderheid van gelovigen op aarde.

Abrahamitisch is afgeleid van de eigennaam Abraham, de aarts- of stamvader van joden, christenen en moslims, en enkele kleinere abrahamitische stromingen.

Inbegrepen religies thumb|400px|Abrahamitische versus dharmische en Oost-Aziatische religies Onder de abrahamitische religies vallen drie godsdiensten, onderverdeeld in verschillende stromingen: christendom (2,1 miljard aanhangersBij deze aantallen zijn minderjarigen meegeteld als behorende tot de geloofsrichting van hun ouders) katholicisme Oosters-orthodox protestantisme islam (1,7 miljard aanhangers) soennisme sjiisme bábisme bahá'í druzisme soefisme ibadisme ahmadiyya koranisme jodendom (15 miljoen aanhangers) orthodox liberaal reformatief samatarianisme karaïten

Daarnaast worden ook de volgende kleinere religieuze stromingen tot de abrahamitische gerekend: mandeïsme rastafarisme (elementen vanuit het jodendom/christendom) sethianisme

Syncretisme Messiaanse beweging: een mix tussen jodendom en christendom Rastafarisme: een mix tussen jodendom en christendom Crislam: een mix tussen christendom en islam

Oorsprong Historisch Wetenschappelijk-historisch bezien, vindt de abrahamitische traditie haar oorsprong in de bronstijd van de Levant. Omstreeks de 14e eeuw voor Christus maken, tot dan toe voornamelijk polytheïstische, Semitische stammen (specifiek de Israëlieten) een proces door van verregaande monotheïsering. Uiteindelijk gaan ze de godheid Yahweh, tot dan toe slechts een van de vele goden binnen de bredere Kanaänitische mythologie, als hun stamgod beschouwen. Nog weer later gaat Yahweh als universele, enige God gelden, ten opzichte van wie alle overige goddelijke figuren als afgoden worden gezien. Dit proces vormde de basis van de vroegst gedocumenteerde abrahamitische religie, het jodendom, een ontwikkeling die werd afgerond en gecodificeerd tijdens de Babylonische ballingschap (6e eeuw v.Chr.). Het christendom (1e eeuw) en islam (7e eeuw) zijn, elk op hun eigen manier, afsplitsingen en/of herinterpretaties van dit concept van één, universele God.

Theologisch De drie monotheïstische hoofdstromingen beschikken elk over een eigen theologisch kader, vanwaaruit zij hun oorsprong verklaren, en hun positie ten opzichte van andere godsdiensten bepalen.

Jodendom Joden geloven dat God een verbond met drie personen heeft gesloten, te weten Abraham, zijn zoon Isaak en kleinzoon Jakob/Israël, waarbij de laatste als stamvader van de Israëlieten wordt gezien. In dit verbond belooft God aan zijn uitverkoren volk het Land van Israël, het Beloofde Land.Genesis 17:1-27 Later worden hier, onder de belangrijkste joodse profeet Mozes ten tijde van de uittocht uit Egypte, een reeks wetten aan toegevoegd, waaronder de Tien geboden. Volgens de joodse traditie zijn er in totaal 613 geboden in de Thora opgetekend, waarvan er 611 via Mozes, en twee direct door God zouden zijn geopenbaard, en die de kern vormen van de halacha. In de joodse eschatologie staat de komst van de messias centraal, zoals voorspeld door de profeten Jesaja en Ezechiël, die een periode van vrede en welvarendheid voor joden en andere volkeren zou inluiden, uiteindelijk leidend tot de eindtijd. Volgens de joodse traditie heeft deze messias zich nog niet geopenbaard.

Het jodendom beschouwt het christendom en de islam als dwalend. Aanhangers van deze religies erkennen volgens het jodendom wel de Enige God en maken zich derhalve niet schuldig aan afgodendienst.Maimonides et al.

Christendom Christenen geloven dat Jezus de zoon van God is en tevens de messias die voorspeld werd in het Oude Testament, die naar de wereld werd gezonden om de mensheid te bevrijden van de zonde. In de christelijke traditie wordt ieder mens zondig geboren en is het geloof in Jezus en zijn leer, beschreven in het Nieuwe Testament, de enige manier om tot God te kunnen komen.

Christenen beschouwen het joodse geloof als door God gegeven, maar incompleet voor zover Jezus daarin als de messias wordt afgewezen. De islam wordt gezien als een compleet andere godsdienst.

Islam Moslims geloven dat de islam de definitieve openbaring is van de God van Abraham via de profeet Mohammed. Deze zien zij als de laatste profeet, en de voltooier van de abrahamitische religies. Tussen de abrahamitische profeten en Mohammed wordt religieus gezien geen onderscheid gemaakt. Voor moslims is de Koran het letterlijke woord van God, dat door de aartsengel Gabriël gedurende 23 jaar aan Mohammed is geopenbaard. De islam beschouwen joden en christenen als Mensen van het Boek maar als ongelovigen omdat ze niet geloven in het profeetschap van Mohammed.

Godsbegrip en mensbeeld van de abrahamitische religies Godsbegrip De abrahamitische religies kennen een monotheïstische leer, ze (h)erkennen slechts één God, zij het dat deze in de christelijke traditie uit drie eenheden bestaat (God de vader, de zoon en de heilige geest) die gelijktijdig verschillend alsook één zijn. De monotheïstische God is een persoonlijke God, dat wil zeggen dat hij zich met iedere gelovige individueel bezighoudt, maar als instantie die bestaat buiten deze wereld. De drie abrahamitische godsdiensten geloven dat hun God de schepper is van de kosmos, en dat hij ingrijpt in menselijke aangelegenheden. Hij wordt beschouwd als alwetend, almachtig en alomtegenwoordig. God heeft, vanuit menselijk oogpunt, positieve eigenschappen, zij het gesteld in absolute termen als onfeilbare rechtvaardigheid en allesomvattende liefde. Traditioneel wordt de God geïdentificeerd met het mannelijk geslacht, en aangesproken met "de heer" of "vader". De abrahamitische godsdienst verbiedt het maken van afbeeldingen van de God, omdat de gelovige zijn eigen maaksel zou gaan aanbidden, en zo afgodsdienst zou plegen. God is in alle godstradities uiteindelijk onbereikbaar voor het menselijk verstand. Het abrahamitische monotheïsme gelooft wel dat de gelovige door gebed in spiritueel contact kan komen met zijn God. Er zijn rituele gebeden, maar ook individuele gebeden die de gelovige zelf kan formuleren.Ihr werdet sein wie Gott, een radicaal humanistische interpretatie van het Oude Testament en zijn traditie, 1966, door de Duitse filosoof en theoloog Erich Fromm.

Mensbeeld In de abrahamitische religies bestaat de mens uit een fysiek lichaam en een onstoffelijke ziel, er is sprake van een dualistisch, anti-reductionistisch mensbeeld. Volgens veel christelijke theologen bestaat er naast de ziel nog een derde 'orgaan', namelijk de geest (1 Thessalonicenzen 5:23). De geest omvat onder andere het geweten, de intuïtie, en het vermogen God te aanbidden of zich tot hem te verhouden. De ziel is de zetel van de wil, het verstand en de emoties. De mens is verder naar het evenbeeld van God geschapen. Binnen de joodse, christelijke en islamitische traditie heeft de mens maar één leven in de stoffelijke wereld, en het tijdsbeeld is dan ook lineair (teleologisch) in plaats van cyclisch, zoals bij religies waarin reïncarnatie deel uitmaakt van hun geloofsdoctrine. Deze lineariteit vertaalt zich onder meer in het geloof in een einde der tijden (eindtijd). Door de 'gift' van de vrije wil (een premisse die door veel filosofen als contradictio in terminis of paradox wordt beschouwd) is de mens in staat beslissingen te nemen die zijn of haar positie in het hiernamaals zal beïnvloeden. Geloof in God, samen met goede gedragingen en daden, zal resulteren in een beloning, terwijl slecht gedrag zal leiden tot bestraffing. De ideeën aangaande de specifieke aard van deze beloning en bestraffing verschillen per religie. Zo geloven christenen en moslims nadrukkelijk in een hemel (of paradijs) en een hel, terwijl veel joden niet geloven in een hemel, maar de wederopstanding als beloning beschouwen, en de onthouding hiervan als straf.

Vergelijking van de abrahamitische religies