miniatuur|Kaart van het legendarische koninkrijk Kumari Kandam, dat vaak met Lemurië wordt vergeleken en volgens Blavatsky als het oude Lanka een deel van Lemurië was. miniatuur|Kaart van Lemurië 'in een latere periode', nadat het zijn grootste omvang had, volgens William Scott-Elliot, 1896 260px|thumb|De theorie van de platentektoniek: de randen van de tektonische platen op Aarde

Lemurië is een fictief of een hypothetisch verloren land of continent, dat zich volgens uiteenlopende verhalen zou hebben bevonden in de Indische Oceaan of in de Grote Oceaan. Het concept van Lemurië dateert uit de 19e eeuw, en komt voort uit pogingen van geleerden uit die tijd om onder andere de grote biogeografische overeenkomsten tussen India en Madagaskar te verklaren.

De zoöloog Philip Lutley Sclater wordt vaak gezien als de eerste die met de hypothese over Lemurië kwam. Hij deed onderzoek naar zoogdieren, waaronder de Lemuren, in de Indische Oceaan en omliggende landen. Wat hem verbaasde was dat hij fossielen van dezelfde dieren vond in India en Madagaskar, maar niet in Afrika en het Midden-Oosten. Dit was voor hem het bewijs dat Madagaskar en India mogelijk ooit deel uitmaakten van een gezamenlijk continent. Deze theorie was voor die tijd niet ongebruikelijk. Ook Étienne Geoffroy Saint-Hilaire kwam al met een hypothese over een verloren continent in de Indische Oceaan, maar gaf dit geen naam.

Later gaf Alfred Wegener echter met de 'theorie van de continentverschuiving' een afdoende verklaring voor de fossielen van dezelfde dieren in India en Madagaskar. De theorie van de continentverschuiving hangt samen met de theorie van platentektoniek.

Het bestaan van Lemurië, evenals dat van andere verloren continenten zoals Mu of andere verzonken legendarische landen, zoals Kumari Kandam, wordt vandaag de dag voor onmogelijk gehouden door hedendaagse kennis van de platentektoniek. Hoewel er verzonken continenten bestaan zoals het Kerguelenplateau, is er geen enkel bewijs voor het bestaan van een dergelijk verzonken continent in de Indische of Grote Oceaan. Lemurië wordt tegenwoordig door wetenschappers afgedaan als een verzinsel.

Citaten uit de 19e eeuw

Theosofie miniatuur|links|Hoofd van een Cycloop, 1e eeuw n. Chr., uit het Colosseum in Rome miniatuur|Ahu Huri A Urenga, de enige moai op Paaseiland met vier handen. Volgens Blavatsky hadden de Lemuriërs ooit vier armen en was Paaseiland een overblijfsel van het verzonken continent Lemurië. Het concept van Lemurië is in de loop der jaren door veel schrijvers gebruikt als inspiratiebron.

Blavatsky Lemurië speelt soms een grote rol in het occultisme. Dit komt voornamelijk door de werken van Helena Blavatsky, die in de jaren 80 van de 19e eeuw beweerde een versie van de Stanza's van Dzyan te hebben gezien die ouder zou zijn dan het mythische Atlantis.

De Geheime Leer In de complexe kosmogonie (wereldwording) en antropogenese (menswording) van De Geheime Leer (1888), die uitgaat van zeven oerrassen (wortelrassen), omschreef Blavatsky Lemurië als het thuisland van het derde oerras, de Lemuriërs. Het was het eerste echt stoffelijke mensenras. Het hermafrodiete ras scheidde zich in geslachten, werd door 'stralende geesten' bezield en was verantwoordelijk voor de 'bestialiteit', de gemeenschap tussen (de nog onbezielde) mens en dier, die later zou leiden tot het ras van de mensapen. De 'goddelijke mensen', die eerst van nature wijs waren en in het bezit van het 'oog van wijsheid', verloren geleidelijk het 'contact tussen het hemelse en aardse'. Het derde oog, op het achterhoofd, werkte toen niet meer, trad terug, 'verschrompelde' en versteende. De pijnappelklier zou er het bewijs van zijn. De 'drie-ogige' Lemuriërs en vroege Atlantiërs zouden het prototype van de 'een-ogige' Cyclopen worden. Hun bouwkunst met enorme stenen staat bekend als 'Cyclopisch'. In het begin zouden de Lemuriërs bovendien vier armen hebben gehad. Ze werden de prototypen van de vierarmige hindoegoden.

Deze leer impliceert dat de mens tijdgenoot was van de 'reuzendieren' (dinosauriërs). Dat zou het bestaan van legenden over (vliegende) 'draken' verklaren. Quetzalcoatl, de 'gevederde slang', werd door de indianen van Midden-Amerika vereerd en er is zelfs een pterodactylusDe Geheime Leer, Deel II, p. 169: 'De geschubde, reusachtige sauriërs, de gevleugelde pterodactylus, de megalosaurus en de honderd voet lange iguanodon van de latere periode zijn de transformaties van de vroegste vertegenwoordigers van het dierenrijk, die zijn te vinden in de sedimenten van het primaire tijdperk. Er was een tijd dat al de bovengenoemde 'voordiluviaanse' monsters verschenen als draadvormige infusoriën zonder schaal of pantser, zonder zenuwen, spieren, organen of geslacht, en hun soort voortplantten door knopvorming, zoals ook microscopische dieren doen (..) Waarom in dit geval de mens dan niet? Waarom zou hij in zijn groei niet dezelfde wet hebben gevolgd, namelijk geleidelijke verdichting? Iedere onbevooroordeelde mens zou liever willen geloven dat de oorspronkelijke mensheid in het begin een etherische - of, als men daar de voorkeur aan geeft, een reusachtige draderige, geleiachtige - vorm had, ontwikkeld door goden of natuur-'krachten', die groeide en zich in de loop van miljoenen eeuwen verdichtte en in zijn stoffelijke aard en geneigdheid gigantisch werd, tot hij overging in de kolossale stoffelijke vorm van de mens van het vierde Ras - liever dan te geloven dat hij (letterlijk) werd geschapen uit het stof van de aarde of uit de een of andere antropoïde voorvader.' naar deze god vernoemd: de Quetzalcoatlus.

Voortbrenging thumb|"Leda en de zwaan" door Leonardo da Vinci, met de 'eigeborenen' Castor en Pollux, met het ei links. De mensheid zou zich pas zijn gaan voortplanten op de huidige manier na de 'scheiding in geslachten'. Daarvoor waren de mensen hermafrodiet of androgyn en was er sprake van 'dubbelgeslachtelijke voortbrenging' en 'eigeborenen'.II, p.198: 'Maar dit ras verandert volgens de Toelichtingen opnieuw zijn manier van voortplanten. volgens deze heeft het een vormende kracht geëmaneerd, die de zweetdruppels veranderde in grotere druppels, die groeiden, zich uitzetten, en eivormige lichamen werden - reusachtige eieren. Hierin rijpte de menselijke foetus gedurende verschillende jaren.' Castor en Pollux, die volgens de Griekse mythe uit het ei van Leda werden geboren, zijn 'een toespeling op het 'ei-geboren' derde Ras'.II, p.136-137: 'Hier hebben wij een toespeling op het 'ei-geboren' derde Ras, waarvan de eerste helft sterfelijk, d.w.z. onbewust in zijn persoonlijkheid is en niets in zich heeft dat blijft voortbestaan; en waarvan de laatste helft in haar individualiteit onsterfelijk wordt, doordat haar vijfde beginsel [ manas ] door de bezielende goden tot leven wordt geroepen, waardoor de monade met deze aarde wordt verbonden. Dit is Pollux, terwijl Castor de persoonlijke, sterfelijke mens voorstelt, een dier van niet eens hoge soort, wanneer het is losgemaakt van de goddelijke individualiteit.'

Deze fase werd weer voorafgegaan door 'zweetgeborenen' (het tweede en vroege derde Ras),II, p.198: 'Het vroege derde Ras wordt dus gevormd uit druppels 'zweet', die na veel transformaties tot menselijke lichamen uitgroeien.' die door 'knopvorming' (ongeslachtelijke voortplanting) ter wereld kwamen.

De geschiedenis van de zweetgeborenen komt in de Vishnu Purâna voor, als de mythe, waarin de wijze en kuise yogi Kandu, verleid wordt door de apsaras (nimf) Pramlochâ, die door Indra gestuurd was om Kandu's boetedoening te verstoren. Kandu brengt '907 jaar, zes maanden en drie dagen' met Pramlochâ door, waarna hij haar vervloekt en zij wegvlucht ' terwijl ze het zweet van haar lichaam veegt met de bladeren van de bomen, als ze door de lucht snelt.' Haar kind kwam als zweetdruppels tevoorschijn uit de poriën van haar huid. De 'levende dauwdruppels' werden door de bomen opgevangen en de wind verzamelde ze tot één massa. Soma (de maan) bracht de bol tot rijpheid en het nam in grootte toe, tot er het meisje Mârishâ uit geboren werd. Volgens Blavatsky staat Kandu voor het eerste Ras, is Pramlochâ de hindoese Lilith en Mârishâ 'een symbool van het tweede Ras van de mensheid' (de Hyperboreeërs van het continent Hyperborea).

Locatie Blavatsky beschreef Lemurië als een hoefijzervormig continent, van de Grote Oceaan westwaarts naar de Atlantische Oceaan, 'waarvan het ene eind, het oostelijke, dat veel noordelijker dan Noord-Cornwallis lag, Groenland omvatte, en het andere de Beringstraat als een stuk binnenland omsloot en in zijn natuurlijke loop zuidwaarts omboog en zich tot aan de Britse eilanden uitstrekte, die in die tijd precies onder de onderste boog van de halve cirkel moeten hebben gelegen.'II, p.368

Lanka

Paaseiland Paaseiland zou een overblijfsel zijn van het grote verzonken continent Lemurië. 'Het Paaseiland (..) behoort tot de vroegste beschaving van het derde Ras.' Het Atlantische 'continent verhief zich tegelijkertijd met het verzinken van de equatoriale gedeelten van Lemurië. Eeuwen later verschenen enkele van de Lemurische overblijfselen opnieuw aan het oppervlak van de oceanen.' De Atlantiërs namen deze eilanden op bij hun landen en continenten. 'Sommige Atlantiërs hebben op deze manier ook bezit genomen van Paaseiland; zij waren ontsnapt aan de ramp die hun eigen land overkwam en vestigden zich op dat overblijfsel van Lemurië, maar alleen om daar om te komen toen het in één dag door vulkanisch vuur en lava werd vernietigd.'II, p.369

Goddelijke dynastieën De voorouders van de oudste volken van de wereld werden 'bestuurd door GODDELIJKE DYNASTIEËN, d.i. koningen en heersers die van de sterfelijke mens alleen zijn lichamelijke uiterlijk hadden zoals dat toen was; zij waren echter wezens uit sferen die hoger en hemelser zijn dan onze sfeer pas over lange manvantara's zal zijn.'II, p.371 Met de komst van de goddelijke dynastieën begonnen de eerste beschavingen. Terwijl een deel van de mensheid een nomadisch en patriarchaal leven leidde en wilden ternauwernood hadden geleerd een vuur aan te leggen, bouwden hun broeders steden, onder leiding van hun goddelijke heersers en 'geholpen door de goddelijke intelligentie die hen bezielde' en ontwikkelden kunsten en wetenschappen. De Lemuriërs bouwden 'in hun zesde onderras hun eerste steden uit steen en lava.' Ze bouwden een grote stad met een primitieve structuur geheel van lava, 'ongeveer dertig mijl ten westen van de plaats waar zich nu het smalle stuk onvruchtbare grond van het Paaseiland uitstrekt.' De stad 'werd door een reeks vulkanische uitbarstingen volledig verwoest. De oudste overblijfselen van cyclopische gebouwen waren alle het werk van de Lemuriërs van de laatste onderrassen.' De eerste grote steden verschenen in wat nu Madagaskar heet.II, p.358-360

Shambhala De 'hiërarchie van uitverkorenen' of 'zonen van de vuurnevel' van Lemurië, 'het mooie kind van het Witte Eiland (het oorspronkelijke Sveta-dwipa)', vonden een schuilplaats op 'het heilige eiland (nu het 'legendarische' Shamballah in de Gobi-woestijn)'.De Geheime Leer, Deel II, p.360-361

Tijdsperiode Blavatsky plaatste deze beschaving van Lemurië in een Secundair (Trias, Jura en Krijt), die volgens haar van grofweg 45.760.000 tot 8.960.000 jaar geleden (gedurende 36.800.000 jaar) bloeide.Blavatsky H.P., (1888), De Geheime Leer, deel II, Theosophical University Press, Nederlandse vertaling, 1988, p. 808 Het werd tijdens het Devoon, Carboon en Perm van het Primair voorafgegaan door het continent Hyperborea en gevolgd door het Tertiair, de 'Atlantische periode'.

Ondergang Door 'het afnemen van de omwentelingssnelheid van de aarde deelde het reusachtige continent van Lemurië zich op in kleinere delen.