thumb|Taalgebied inclusief het Oost-Nederduits. Beide gebieden samen worden soms ook Nedersaksisch genoemd. thumb|Taalgebied exclusief Oost-Nederduits. thumb|Taalgebied van het Nederduits/Nedersaksisch voor 1945

Het Nedersaksisch (Duits: Niedersächsisch of Westniederdeutsch) is een in Nederland en Duitsland officieel erkende regionale taal, die bestaat uit een groep niet-gestandaardiseerde dialecten die op hun beurt tot het Nederduits behoren. Volgens de gangbare definitie behoort hiertoe alleen het West-Nederduits, volgens andere definities tevens het Oost-Nederduits dat wordt gesproken in Memelland, dat sinds 1944 tot Litouwen behoort, en in het noordoosten van Duitsland, dat sinds 1945 het huidige noorden van Polen vormt. De Baltische Duitsers in Estland en Letland spraken oorspronkelijk ook Nederduits. Het West- en Oost-Nederduits zijn nauw verwant. In Rusland, en Noord- en Zuid-Amerika vormen Mennonieten kleine gemeenschappen van Nedersaksischtaligen. Een oostelijke dialectvariant van het Nederduits, het Oost-Pommers wordt onder andere in Brazilië gesproken (Pomerano).

De Nedersaksische dialecten worden voornamelijk gesproken in het noordelijke deel van Duitsland en in het noordelijke en oostelijke deel van Nederland. In Nederland worden Nedersaksische dialecten gesproken in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel, Flevoland, Gelderland en Utrecht. In Gelderland wordt het gesproken in de regio's Veluwe en Achterhoek, in Utrecht ten oosten van de Utrechtse Heuvelrug, in Flevoland op Urk en in Friesland in de Stellingwerven en in het oostelijk deel van Kollumerland, waaronder het Kollumerpompsters in Kollumerpomp.

Nedersaksisch is, naast het Limburgs, een van de twee officiëel erkende streektalen in Nederland. Anders dan het Fries (officiële naam: Westerlauwers Fries), dat is erkend als de tweede officiële rijkstaal en dat de status heeft van regionale bestuurstaal, kent het Nedersaksisch geen normerende, overkoepelende standaardtaal. Net als bij het Limburgs is er sprake van een groot aantal lokale varianten. Het ontbreken van een Nedersaksische eenheidstaal leidt ook tot uiteenlopende spellingswijzen van de verschillende dialecten, ondanks pogingen om tot een overkoepelende eenheidsspelling te komen.

Sinds 1998 erkent Nederland het Nedersaksisch als minderheidstaal, onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. In 2018 trad het Convenant Nedersaksisch in werking, waarbij de regionale overheden in het Nedersaksisch-talige deel van Nederland aangeven zich in te spannen voor het behoud en de bevordering van het Nedersaksisch. Deze doelstelling is echter niet juridisch afdwingbaar. Ook Duitsland erkent sinds 1998 het Nederduits (zowel Nedersaksisch als Oost-Nederduits), onder het Europees handvest voor regionale en minderheidstalen. In de Europese Unie is het Nedersaksisch en Nederduits een officieel erkende streektaal. Activiteiten voor een volledige erkenning van het Nedersaksisch en het behoud hiervan worden onder Nedersaksisch activisme geschaard. Een voorbeeld is de Nedersaksische Beweging. De taalcode (volgens ISO 639-2) van beide streektalen, het Duitse en het Nederlandse Nedersaksisch, is nds. Wikipedia maakt nader onderscheid tussen Nederlands-Nedersaksisch (nds-nl) en Plattdüütsch (Nederduits) (nds).

Voor het aantal sprekers in Nederland zijn geen betrouwbare actuele cijfers voorhanden. Eind 2002 sprak in de betreffende gebieden 28% van de ouders Nedersaksisch, maar bij hun kinderen lag dit aandeel lager. In 2012 is dit aantal gezakt naar respectievelijk 15% (ouders) en 2% (kinderen). In een onderzoek uit 2005 gaf 53% van de respondenten aan thuis nog Nedersaksisch te spreken, al dan in combinatie met het Nederlands. 71% zou het nog kunnen spreken. In Duitsland werd het aantal sprekers in 1984 op 5,5 miljoen geschat. In 2016 waren er 2,2 miljoen sprekers onder de categorie 'zeer goed' en bijna 5 miljoen sprekers onder de categorieën 'zeer goed' en 'goed'. In Nederland wordt het aantal sprekers (2005) thuis op circa 1,6 miljoen geschat en het totale aantal sprekers op 2,15 miljoen. Verschillende studies laten verschillende sprekersaandelen zien waarmee het totaal aantal sprekers aanzienlijk kan verschillen. Zowel in Duitsland als in Nederland was voor de oorlog een Nedersaksische taalvariant bij een meerderheid van de huishoudens als gezinscommunicatiemiddel in gebruik.

Aanduiding De term 'Nedersaksisch' werd tot in de jaren negentig van de 20e eeuw alleen gehanteerd door historisch taalkundigen en - vooral in de jaren vijftig - door een groep streektaalschrijvers en -activisten.Zo had het in Groningen opgerichte literair tijdschrift 't Swieniegeltje (1954-1959) een tijdlang de ondertitel 'Nedersaksisch tiedschrift'. Sprekers van de Nedersaksische variëteiten refereerden aan hun dialect met de naam van de plaats of streek: bijvoorbeeld het Achterhoeks, Twents, Drents, Veluws, Elspeets, of met de aanduiding Plat (ook Platduuts). Onder invloed van diverse streektaalbewegingen heeft de politiek het begrip 'Nedersaksisch' overgenomen, en het Nedersaksisch uiteindelijk als streektaal erkend. In Duitsland wordt het Nedersaksisch vaak als Niederdeutsch aangeduid (Nederduits) of als Plattdüütsch/Plattdeutsch. Cornelis Kiliaan noemde in zijn woordenboek uit 1599 de noordoostelijke vormen 'Saksisch' of 'Saxonisch.' Vanwege de verwarrende termen Saksisch, Nedersaksisch, Nederduits, Plat en Platduits heeft William Foerste in 1949 de term 'Saxonisch' voorgesteld.Een woordatlas van Saxonia (1949) Foerste, W. In: Driemaandelijkse Bladen 1949. P. 85 Hoewel enkele keren gebruikt sloeg deze term niet aan. De Nedersaksische Beweging noemde de taal onder andere de modersproake of moderspraoke, de moedertaal. De voorloper van het hedendaagse Nedersaksisch, het Middelnederduits werd in die tijd door de sprekers aangeduid als 'Sassesch' of 'De Sassesche Sprâke.'Lasch, Agathe (1914). Mittelniederdeutsche Grammatik. Halle/Saale: Niemeyer. p. 5. Het gebruik van de term 'Saksisch' verdween omstreeks 1600 aan het eind van de Middelnederduitse periode.

Het Nedersaksisch omvat een complex van streektalen, van één uniforme cultuurtaal is geen sprake. Dit komt mede doordat uniformering van spelling en woordenschat, door de sprekers als wezensvreemd voor de grote variëteit aan dialecten wordt afgewezen. De afhankelijkheid van de Nederlandse dan wel Duitse spellingswijze, en de talloze leenwoorden uit respectievelijk het Duits en het Nederlands bemoeilijken bovendien steeds meer grensoverschrijdende herkenning en acceptatie. Waar vroeger herkenning en verstaanbaarheid over de staatsgrenzen heen groot was, werd deze door het onderwijs grotendeels vervangen door de kennis en het dominerende gebruik van de nationale standaardtalen. In Nederland ervaart men de varianten van het Nedersaksisch als Nederlandse dialecten, in Duitsland als Duitse (Nederduitse) dialecten. Toch zijn er verscheidene pogingen ondernomen om tot een overkoepelende spelling te komen. De meest recente poging is de Nysassiske Skryvwyse, die bedacht is door leden van de Duitse en Nederlandse Nedersaksische Wikipedia-gemeenschap, om de Duits/Nederlandse verschillen in de spelling van het Nedersaksisch te overbruggen. In Duitsland wordt de Sass'sche Schrievwies door velen als meest geschikt beschouwd.

In het grote verspreidingsgebied van het Nedersaksisch - oudtijds van Blaricum tot Nimmersatt - ontstonden er veel dialectvarianten, die kunnen worden ingedeeld in drie hoofdgroepen:

het Noord-Nedersaksisch: Gronings Oost-Fries Platt Hümmlinger Platt en Emsländisch Oldenburgs Jeverlands Noord-Oldenburgs Zuid-Oldenburgs Bremen-Verdens Noordhannovers Hamburger Platt Holsteins Sleeswijks het Westfaals: Achterhoeks, Drents, Sallands, Zuid- en Midden-Drents, Stellingwerfs, Twents, Urkers, Veluws, Westerwolds, Bentumers, Zuidwest-Eemslands, Oostwestfaals, Zuidwestfaals, Münsterlands, West-Münsterlands het Oostfaals het Oost-Nederduits De westelijke varianten (met name in Nederland, Oost-Friesland en Bentheim) zijn sinds de 17e eeuw sterk beïnvloed door de Nederlandse school- en kerktaal, de oostelijke varianten vooral door het Hoogduits.

Het Stellingwerfs wordt soms als Friso-Saksisch gezien en onder het Noord-Nedersaksisch ingedeeld. Een andere indeling is het Gelders-Overijssels los van het Westfaals. Dit Gelders-Overijssels bevat het Drents, Sallands, Urkers, Oost-Veluws en West-Veluws. Eventueel ook het Stellingwerfs. Deze term is niet hetzelfde als de term Gelders-Overijssels die, ondanks dezelfde naam, het Sallands en het niet Twents-Graafschapse deel van het Achterhoeks beslaat.

In de Liemers wordt een Nederfrankisch dialect gesproken met Nedersaksische invloeden; in de Gelderse Vallei wordt een Hollands-Nedersaksisch overgangsdialect gesproken, dat officieel tot het Nedersaksisch gerekend wordt. Zie ook hoofdstuk 'Varianten van het Nedersaksisch'.

In de middeleeuwen was het Nedersaksisch (Middelnederduits) een zeer prominente taal, die onder meer diende als officiële voertaal van de Hanze. De variant van Lübeck gold tot in de 16e eeuw als min of meer de standaard, mede omdat hier de belangrijkste boekdrukkers waren gevestigd. Het Oost-Nederlands werd op dezelfde manier beïnvloed door Deventer.

De invloed van het Nederduits op de Scandinavische talen was zelfs zo groot, dat deze talen sommige grammaticale eigenschappen verloren en daarnaast een groot deel van hun nieuwe woordenschat aan het Nedersaksisch c.q. het Nederduits ontleenden. Later werd Nedersaksisch/Nederduits, als 'lingua franca' en als schrijftaal, door het Hoogduits verdrongen.

Varianten van het Nedersaksisch thumb|300px|Verspreiding van het Nedersaksisch over de wereld thumb|300px|Indeling van het Nedersaksisch in Europa Over de indeling van het Nedersaksisch bestaat geen eenstemmigheid. Bovendien lopen veel dialectgebieden over de grens door. Zo vormt het Gronings (met name het Oldambtsters) met het Oostfries één dialectgebied, het Twents en het Achterhoeks sluiten aan bij het Westfaals. Dit geldt ook voor provinciegrenzen. Zo wordt het Veenkoloniaals gesproken in de Groninger Veenkoloniën, maar ook in het noordelijke en oostelijke deel van de Drentse Veenkoloniën met daarbij onder andere de Drentse Monden. Dit wordt verklaard door de migratie van veenarbeiders vanuit Groningen. Van Barger-Compascuum en Zwartemeer tot en met Veenoord spreekt men varianten van het Zuid-Drents, veelal met invloeden vanuit Emsland. Interessant is ook het verschil tussen plaatsen waar men verwantschap zou verwachten door de naam; Weerdinge (Drents) en Nieuw-Weerdinge (Veenkoloniaals) of Schoonebeek (protestant-christelijk en Drents) en Nieuw-Schoonebeek (rooms-katholiek en Drents met veel Emslandse invloeden). Die invloeden zijn een gevolg van de immigratie van rooms-katholieke Emslanders in de 19de eeuw.

Nederland

Dialectkaart van Jo Daan De onderstaande indeling is gebaseerd op de dialectkaart van Jo Daan.Nederlandse dialecten in Nederland, Vlaanderen en Frans-Vlaanderen

Toelichting De indeling van Jo Daan wordt het meest gehanteerd door de Nedersaksische streektaalorganisaties. De indeling die door de meeste mensen gebruikt wordt, verschilt hier wel wat van. Zo wordt het Westerkwartiers tot het Gronings gerekend, het Twents-Graafschaps tot het Twents en de Gelders-Overijsselse dialecten worden als aparte dialecten beschouwd. Het Noord-, Midden- en Zuid-Drents worden vaak gezien als dialecten van het Drents.

Indeling thumb|Het Nedersaksische taalgebied in Nederland thumb|Indeling van het Nedersaksisch taalgebied in Nederland en aangrenzende gebieden in Duitsland Westerkwartiers Kollumerpompsters Kollumerlands Middaglands Midden-Westerkwartiers Zuid-Westerkwartiers Gronings Hogelandsters Stadsgronings Westerwolds Veenkoloniaals Oldambtsters Stellingwerfs Midden-Drents Zuid-Drents Zuidoost Zand-Drents Zuidoost Veen-Drents Zuidwest Noord-Drents Zuidwest Zuid-Drents Twents Twents-Graafschaps