Gerlacus "Geerling" Daniëls (Schinnen, 8 april 1696 – aldaar, 28 januari 1751), ook wel Geerlingh Daniëls genoemd, was een leider van de bende van Bokkenrijders.

Eerste bende Bokkenrijders (1730–1742) De eerste bende Bokkenrijders is rond 1730 in Wolfhagen ontstaan, waar Geerling Daniëls destijds woonde. De bende is ontstaan doordat mensen in slechte economische omstandigheden verkeerden en door middel van strooptochten zich in leven probeerden te houden. Doordat er, voornamelijk in Zuid-Limburg, veel heerlijkheden met eigen bevoegdheden waren, had elk gebied zijn eigen justitie. Hierdoor was de kans dat men gepakt werd klein, maar waren de gevolgen voor degenen die gepakt werden gruwelijk.

Wolfhagen was destijds ook de plaats waar de bokkenrijders rituelen pleegden, getuige de volgende verklaring van een bendelid:

Rond 1742 stuurde justitie dagvaardingen naar diverse rechtbanken om diverse vermeende Bokkenrijders aan te houden. In totaal werden 175 personen gearresteerd die in de periode september tot en met december 1743 terecht werden gesteld. De eerste bende bokkenrijders werd hiermee bijna volledig uitgeroeid.

Tweede bende Bokkenrijders (1749–1751) Geerling Daniëls wist in 1743 aan justitie te ontkomen en begon rond 1749 enkele oude complicen (bendeleden) te ronselen. Hij slaagde erin om een nieuwe, tweede bende op te richten waarvan hij onderkapitein werd.

Deze bende heeft slechts drie misdrijven begaan. De laatste, in Gulpen op 21 januari 1751, is Geerling Daniëls fataal geworden. Op de vlucht voor justitie stak hij zich tweemaal in de buik. Hij werd gearresteerd en gedetineerd in kasteel Terborg op 22 januari 1751. Op 28 januari 1751 overleed hij aan zijn verwondingen.

Varia Over Daniëls zong Armand het nummer Geerling Daniëls.

Categorie:Zuid-Nederlands crimineel (voor 1830) Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw