Een week is een tijdseenheid van zeven dagen die in de meeste delen van de wereld wordt gebruikt. De zeven dagen hebben een vaste naam en binnen de cyclus een vaste volgorde. Als sociale conventie zonder astronomische grondslag, wordt de week gebruikt om een ritme van werk, rust en verering in te stellen.
Een week wordt vaak aangeduid in de vorm begindatum tot en met einddatum. Aanduiding met een weeknummer en (als dat uit de context niet duidelijk is) een jaartal komt ook voor. Veel elektronische klokken, bijvoorbeeld op telefoons, geven echter niet standaard een weeknummer aan. Vaak worden dan ook naast het weeknummer ook nog de begin- en einddatum vermeld.
Etymologie De Germaanse vormen van het woord 'week' zijn afgeleid van het werkwoord 'wijken' en betekenden oorspronkelijk 'beurt', '(af)wisseling', 'wisseling van de tijd'.Week1, Etymologiebank (bezocht 22 december 2023) Onder invloed van het Latijnse vices (genitief meervoud) ging het duiden op de wisselende periode van zeven dagen, die we kennen als week.Maurits Gysseling, "De herkomst van het woord week" in: Taal en Tongval, 1962, p. 145
Geschiedenis De week is een cultureel gegeven. Anders dan de dag, de maand en het jaar heeft ze geen basis in natuurlijke, astronomische cycli van zon en maan.Henkin 2021, p. 7 Pogingen om het weekritme te relateren aan de vier fasen van de maanmaand zijn weinig overtuigend, omdat de synodische maandcyclus ruim 29,5 dagen duurt, wat dus beter zou aansluiten op bv. vijf weken van zes dagen. Ook de culturele variatie pleit tegen een 'natuurlijk' ritme. De zevendaagse week was onbekend aan culturen in Amerika, Oost-Azië en Oceanië, en waar wel een weekachtig ritme voorkwam, kon het ook tien dagen beslaan (zoals de Griekse decaden), acht dagen (de Etrusken en lange tijd de Romeinen), vijf dagen (op Java)David H. Kelley en Eugene F. Milone, Exploring Ancient Skies. An Encyclopedic Survey of Archaeoastronomy, 2005, p. 96 of nog andere perioden.
De oorsprong van de zevendaagse week valt te traceren naar Mesopotamië. Uit dat gebied stamt de pentecontad-kalender, die het jaar indeelde in zeven blokken van vijftig dagen, elk bestaande uit zeven zevendagenweken aangevuld met een atzeret-dag.Zerubavel 1989, p. 8 Een Assyrische kalender uit de 7e eeuw v.Chr. duidt de 7e, 14e, 19e, 21e en 28e dag van elke maand aan als 'kwade dagen' waarop bepaalde dingen verboden waren. In die intervallen is het zevendaagse ritme al herkenbaar,Hildegard en Julius Lewy, "The Origin of the Week and the Oldest West Asiatic Calendar" in: Hebrew Union College Annual, XVII, 1943, p. 1-152 maar het lijken de Joden te zijn geweest die het tot in de uiterste consequentie hebben doorgedreven en van de quasi-weken echte weken maakten. Tijdens de Babylonische ballingschap vanaf 586 v.Chr. maakten ze elke zevende dag tot de Sjabbat, zonder synchroniseringen op het einde van de maand of het jaar.
De tiendaagse weken van de Oud-Egyptische astrologie hadden deze loskoppeling reeds eerder bereikt, maar er is geen bewijs dat deze indeling ook het dagelijks leven ritmeerde. De Joodse week was daarentegen afgestemd op de wekelijkse bijeenkomst in de synagoge, overigens ook een product van de ballingschap. Het heiligen van de Sjabbat werd opgenomen in het Scheppingsverhaal (Genesis 1) dat kort na de ballingschap tot stand kwam. De loskoppeling van lunaire of andere natuurlijke processen moet worden gezien in samenhang met het bovennatuurlijke godsbegrip dat in die periode werd aangenomen: de God van de Joden was niet langer verbonden met natuurkrachten en het patroon dat ze uitvonden om hem te eren liep voortaan door de geschiedenis zonder acht te slaan op de natuur.Zerubavel 1989, p. 11 De periodiciteit was als het ware mechanisch geworden.
Een ander aspect van de week zoals we die kennen, namelijk de dagen van de week met de planetaire referenties in hun benamingen, leidt opnieuw naar Mesopotamië en meer bepaald naar Babylon. Daar hadden de Chaldeeuwse astrologen omstreeks 500 v.Chr. de theorie van de zeven zwervers ontwikkeld: zeven hemellichamen die een eigenzinnige baan beschreven ten opzichte van de rest van de sterrenhemel. Ze werden elk geïdentificeerd met een godheid en verondersteld invloed uit te oefenen op Aarde, wat geleid had tot de uitvinding van de horoscoop. De verovering van het Perzische Rijk door Alexander de Grote bracht deze kennis naar de Griekse wereld. Naar alle waarschijnlijkheid was het in het Alexandrië van de 2e eeuw v.Chr. dat hellenistische geleerden de 'planetenweek' ontwierpen, waarbij elke planeet/godheid geassocieerd werd met een vaste dag. Eerst kregen de planeten zelf een vaste volgorde, vermoedelijk naar afnemende omlooptijd: Saturnus/Kronos, Jupiter/Zeus, Mars/Ares, Zon/Helios, Venus/Afrodite, Mercurius/Hermes, Maan/Selene.Zerubavel 1989, p. 14 Vervolgens leidde dit via chronocratorie – een andere hellenistische doctrine – tot de afwijkende weeksequentie (waarbij elke dag beheerst werd door een specifieke planeet/godheid): dag van Saturnus, dag van de Zon, dag van de Maan, dag van Mars, dag van Mercurius, dag van Jupiter, dag van Venus.Ploutarchos schreef een werk om uit te leggen hoe men van de ene sequentie tot de andere kwam, maar dat is verloren gegaan. Zekerheid hierover is er dus niet.
De hellenistische planetenweek verspreidde zich in het Romeinse Rijk en begon rond de tijd van keizer Augustus de achtdaagse nundinum te verdringen.Franz Cumont, Astrology and religion among the Greeks and Romans, 1912, p. 165 In de tweede en derde eeuw n.Chr. raakte het algemeen ingeburgerd om de zeven dagen van de week naar de planeten te noemen (Sol, Luna, Mars, Mercurius, Jupiter, Venus, Saturnus).M. Wallraff, Christus versus Sol. Sonneverehrung und Christentum in der Spätantike (JAC, Ergänzungsband 32), Münster, 2001, p. 90-96
De eerste dag van de week noemden de Romeinen de dies Solis (zondag). In het mithraïsme was dit een heilige dag en ook in het christendom. Keizer Constantijn verklaarde deze dag in 321 tot een rustdag in het hele rijk. Hoewel hij hiermee ongetwijfeld de christenen ter wille was, gold het voorschrift voor iedereen en gebruikte hij de heidense naam dies Solis. Zelf noemden de christenen het de 'dag van de Heer', wat vooral in Romaanse talen sporen heeft nagelaten (dimanche, domango). Hoewel hun religie de staatsgodsdienst werd, was de week te sterk ingeburgerd om nog aan te tornen. De Germanen slaagden er nog in hun eigen godennamen te geven aan bepaalde dagen, maar voor christenen was dat geen optie.
Tegen de derde eeuw was de zevendagenweek doorgedrongen naar China en Ierland. In China was het uiteindelijk een negendaagse variant uit India die dominant werd.David H. Kelley en Eugene F. Milone, Exploring Ancient Skies. An Encyclopedic Survey of Archaeoastronomy, 2005, p. 499 De islam zorgde dan weer voor verspreiding tot diep in Afrika.
Bij de invoering van de gregoriaanse kalender werden tien data overgeslagen, maar liepen de dagen van de week zonder onderbreking door. In landen die deze kalender ingevoerd hadden kwamen de dagen van de week dus nog steeds overeen met die in landen die de juliaanse kalender nog gebruikten.
Begindag In de joodse, christelijke en islamitische kalender gold oorspronkelijk de zondag als de eerste dag. Voornamelijk joden, messiasbelijders, zevendedagsbaptisten en zevendedagsadventisten hebben de daarmee corresponderende zevende dag, de zaterdag, als sjabbat, sabbat, rustdag, overeenkomend met de zevende dag, volgend op de Schepping in zes dagen, volgens het scheppingsverhaal.
In België en Nederland geldt tegenwoordig volgens ISO 8601 en NEN 2772 officieel de maandag als de eerste dag. Ook om praktische redenen staan in agenda's vaak de zaterdag en zondag samen aan het einde van een week. In het woordenboek van de Académie française gold in 1878 de zondag als eerste dag; in de volgende editie, van 1932, was het de laatste.‘Dimanche: premier ou dernier jour de la semaine?’, Academie française
In de luchtvaart geldt de maandag als eerste dag. Staat in een dienstregeling een 4, dan gaat een vliegtuig alleen op donderdag.
De Excel-functie WEEKDAG vertaalt een datum naar een dagnummer. De zondag is dan nummer 1.
Dagen van de week In de meeste talen hebben de dagen van de week een naam; in sommige talen echter worden de dagen genummerd. Het laatste kan tot verwarring leiden, doordat niet in alle betrokken talen de telling met dezelfde dag van de week begint. Zo is bijvoorbeeld de dinsdag in het Russisch вторник (letterlijk: tweede dag) en in het Portugees terça-feira (letterlijk: derde dag).
In Romaanse talen en Germaanse talen zijn de zeven dagen van de week in het algemeen genoemd naar goden en hemellichamen.
Dagen van de week met afwijkende namenGenoemd naar (Romaans)zonGodmaanMarsMercuriusJupiterVenusSaturnussabbatGenoemd naar (Germaans)zonmaanTiwaz / ThingsusWodanDonarFreiaSaturnus, Scandinavische god Loki/Lodur Nederlandszondag maandag dinsdag woensdag donderdag vrijdag zaterdagArabischal-ʔaḥadde eerste (dag)al-ithnaynde tweede (dag)al-thoelaathaaʔde derde (dag)al-arbiʕaaʔde vierde (dag)al-khamisde vijfde (dag)al-joemoeʕade dag van de samenkomstal-sabt(dag van) de sabbat Hebreeuwsjom risjoneerste dagjom sjenitweede dagjom sjĕlisjiderde dagjom rĕvi'ivierde dagjom chamisjivijfde dagjom sjisjizesde dagsjabbatrustdagFransdimanchelundimardimercredijeudivendredisamediSpaans domingo lunes martes miércoles jueves viernes sábadoPortugeesdomingosegunda-feiratweede dagterça-feiraderde dagquarta-feiravierde dagquinta-feiravijfde dagsexta-feirazesde dagsábadoRussischвоскресенье (voskresen'je) verrijzenisпонедельник (ponedel'nik)dag na zondagвторник (vtornik)tweede dagсреда (sreda)midden (van de week)четверг (tsjetverg)vierde dagпятница (pjatnitsa)vijfde dagсуббота (subbota)Friessneinmoandeitiisdeiwoansdeitongersdeifreedsaterdei, sneon, sinnejûn (zon-avond)DuitsSonntagMontagDienstagMittwochmidweekDonnerstagFreitagSamstag(sabbatdag)of SonnabendIJslandssunnudagurmánudagurþriðjudagur derde dagmiðvikudagur midweekfimmtudagur vijfde dagföstudagur vastendaglaugardagur baddagFinssunnuntaimaanantaitiistaikeskiviikkomidweektorstaiperjantailauantai baddag (uit Oud-Germaans)Armeenskiraki vgl. Grieks: Kyriaki, dag des Herenyerkushabt’itweede dagyerek’shabt’iderde dagch’vorek’shabt’ivierde daghingshabt’ivijfde dagrbat’voorbereiding van sabbatshabat’sabbat
Bijbel Het Oude Testament van de Bijbel laat een week van zeven dagen zien. Het beschrijft dat de wereld werd geschapen in zes dagen, en dat op de zevende dag God uitrustte. De weekcyclus wordt wel beschouwd als een scheppingsordinantie, en dus een cyclus die al bij de schepping begonnen is. Ervan uitgaande dat de schepping letterlijk in zes dagen heeft plaatsgevonden (jongeaardecreationisme) en dat de weekcyclus altijd is bijgehouden was de schepping in termen van de huidige namen van de dagen van de week van zondag tot en met vrijdag, met zaterdag de dag waarop God rustte. Dienovereenkomstig is traditioneel de zondag de eerste dag van de week, zowel voor degenen die de zaterdag als heilige dag zien (de joden en sommige christenen, deze dag wordt dan sabbat genoemd), als voor degenen voor wie de zondag of vrijdag de heilige dag is.
Weekpatroon Dagen en tijden van school en werk, openingstijden en dienstregelingen hebben vaak een min of meer vast weekpatroon, en ook vaak die van afzonderlijke vrijetijdsbestedingen zoals religieuze activiteiten en sport, en karweitjes zoals boodschappen doen.
Culturen zonder weken van zeven dagen De Maya's hanteerden 20 weken van 13 dagen. Hun Tzolkinjaar duurde dan ook maar 260 dagen en was een astrologisch jaar. Het gregoriaans jaar (Haab) van 365 dagen was voor de Maya minder belangrijk maar werd evenwel gebruikt voor de landbouw. Ze hadden ook nog een jaar van 360 dagen (Mayakalender, Tun kalender). De week in Bali varieerde van een tot tien dagen.