miniatuur|passer en winkelhaak, het bekendste logo van de vrijmetselarij De vrijmetselarij of (franc-)maçonnerie is een internationaal verbreid en regionaal gestructureerd genootschap van mensen die streven naar geestelijke en morele ontwikkeling, onderlinge waardering en wederzijdse hulp.De Boer, W. Th. & de Smit, M.P. (red), Ster Woordenboek Nederlands, Utrecht-Antwerpen, Van Dale, 2001 De leden worden vrijmetselaren (vrijmetselaars) (Engels: freemasons) of maçons genoemd. Ze spreken elkaar aan met broeder of zuster. Het is een genootschap met rituelen en is wereldwijd verspreid.Encyclopædia Britannica, 15e editie, 1978
Grootloges De vrijmetselarij bestaat uit van elkaar onafhankelijke landelijke organisaties, die grootloges genoemd worden. De eerste grootloge werd gevormd op 24 juni 1717 in Engeland te Londen, toen vier Engelse loges besloten zich te verenigen onder één overkoepelend bestuur.Vrijmetselarij.nl - Historie Hiermee organiseerde de vrijmetselarij zich in de vorm zoals we die vandaag de dag kennen. Rituelen en regels werden door die eerste grootloge voor het eerst vastgesteld in 1723. Sommigen zien daarom dat jaar als het begin van de vrijmetselarij.
Een grootloge is het landelijk bestuur van de orde, waaronder de in het betreffende land werkende loges vallen. Ieder land waar de vrijmetselarij beoefend wordt, of iedere deelstaat van grote landen zoals de VS, heeft zijn eigen grootloge. Er is geen wereldomvattend bestuur.Website Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden Ieder land of iedere grootmacht is soeverein; er bestaat dus geen grootloge waar de verschillende grootloges, ook wel Grootmachten genoemd, in verenigd zijn. Wel onderhouden veel grootloges onderling vriendschappelijke en broederlijke banden. Grootloges die elkaar erkennen noemen elkaar regulier. Dat is voorwaarde voor onderling bezoek van de leden ervan aan elkaars loges.
Van de vrijmetselarij van voor de oprichting van de eerste grootloge is niet veel bekend, dit wordt mede veroorzaakt door een grote brand in de archieven van de grootloge te Londen, maar er zijn wel loges in Schotland met een eerdere oprichtingsdatum. Van deze loges is niet bekend of ze voor 1717 aan iets deden dat vergelijkbaar is met vrijmetselarij.
In het Nederlandse taalgebied wordt het woord loge als synoniem voor vrijmetselarij gebruikt. De besloten bijeenkomsten van de vrijmetselarij vinden plaats in een werkplaats, ook loge genoemd.
De vrijmetselarij was oorspronkelijk uitsluitend toegankelijk voor mannen, maar sinds de negentiende eeuw bestaan er ook gemengde en exclusief vrouwelijke loges. Er zijn aanwijzingen dat ook al in de late achttiende eeuw vrouwenloges hebben bestaan.
Volgens de United Grand Lodge of England zouden wereldwijd zo'n 5 miljoen mensen lid zijn van loges. Frequently Asked Questions, United Grand Lodge of England Dit getal is echter speculatief. In 1978 schatte de Encyclopædia Britannica het totale aantal leden wereldwijd op zo'n 5,9 miljoen, waarvan 4 miljoen in de Verenigde Staten en 1 miljoen op de Britse Eilanden. In beide gevallen betreft het uitsluitend de zogenaamde reguliere vrijmetselarij.
Definitie De vrijmetselarij definiëren is moeilijk, omdat het een bijzonder meervoudig begrip is. De definitie is afhankelijk van de nadruk die gelegd wordt op één bepaalde interpretatie.
René Pieyns stelt in zijn Encyclopedie van de blauwe vrijmetselarij dat er zes verschillende invalshoeken zijn om tot een definitie te komen.Pieyns, René, Encyclopedie van de Blauwe vrijmetselarij, Fonds Marcel Hofmans ..., 2004 Deze zijn: een doelmatige definitie – een broederschap: De vrijmetselarij is een middel om oprechte vriendschap en genootschap te stichten tussen personen die anders in voortdurende verwijdering zouden gebleven zijn. Welwillende en oprechte individuen vormen een collectiviteit of broederketen waar vertrouwen en vriendschap heerst. Binnen deze broederketen zijn alle schakels gelijk. De broederketen werkt als een eenheid, die veel krachtiger en efficiënter functioneert dan wanneer elk individu alleen zou optreden. een methodieke definitie – een initiatieke gemeenschap: De vrijmetselarij hanteert als werkmethode de initiatie, dit wil zeggen de stelselmatige, graduele en gestructureerde inwijding van haar leden tot volwaardige vrijmetselaars. In deze zin vormen de vrijmetselaren een filosofische elite van ingewijden in filosofische opvattingen die niet toegankelijk zijn voor profanen. een organisatorische of structurele definitie – een hiërarchische orde: De vrijmetselarij kan slechts bestaan als specifieke organieke structuur, wat typerend is voor de vrijmetselarij. Dit vertaalt zich in een uitwendige en zichtbare hiërarchie op collectief (bestuurlijk) niveau en een inwendige (onzichtbare) hiërarchie op individueel en initiatiek niveau. een inhoudelijke definitie – een ethische gemeenschap: Van iedere vrijmetselaar wordt verwacht dat hij of zij door zijn of haar 'metselactiviteit' een beter mens wordt. Het geheel van riten dat hiervoor wordt gebruikt is doorspekt met een specifieke symboliek, eigen aan de vrijmetselarij. Dit is het praktische middel om deze inhoudelijke ethische boodschap over te brengen. een praktische definitie – een levenshouding: Hier wordt het accent gelegd op de fundamentele grondhouding waarvan elke vrijmetselaar moet getuigen. Het geloof in de maakbaarheid, het permanente kunnen verbeteren van de mens, enerzijds op individueel vlak, anderzijds op collectief vlak. De symboliek die daarbij gehanteerd wordt is die van de tempelbouw van koning Salomo die staat voor de tempel van de maatschappij. Deze grondhouding is de basis van de zingeving in het leven van elke vrijmetselaar. een romantische definitie – het geloof in utopieën: Het geloof in een – volmaakt en momenteel nog niet bereikt – utopisch einddoel gelegen in de toekomst dient als oriëntatiepunt van de arbeid. Het geloof in een universele broederschap van alle mensen, ongeacht verschillen in geloof, cultuur, taal en etniciteit, wordt gezien als motiverende factor voor het handelen. Er wordt gestreefd naar geïnstitutionaliseerd kosmopolitisme. Het wezen van de vrijmetselarij als 'société de pensée' of als draagster van de beschaving zou van haar een soort laboratorium maken waar experimenten met betrekking tot het sociale en culturele leven worden uitgevoerd of waar nieuwe ideeën kunnen worden uitgewerkt.
Afhankelijk van de geraadpleegde literatuur of auteur wordt bij de definitie van vrijmetselarij de nadruk gelegd op een of meerdere van deze conceptuele kapstokken en minimalistisch gedaan over andere kapstokken. Maar om zich een volledig beeld te vormen van de vrijmetselarij dient men alle voornoemde conceptuele kapstokken met elkaar te combineren tot één geheel. Aldus kan men de vrijmetselarij definiëren als:
een georganiseerd verband van individuen dat er naar streeft door middel van een specifiek symbolisch begrippenkader; volgens het procedé van systematische inwijding van haar leden; methodisch; elke individuele vrijmetselaar, elke individuele mens naar eigen inzicht te verbeteren met als einddoel het scheppen van een betere mens als onderdeel van een betere samenleving in het hier en het nu.
Geschiedenis miniatuur|Loge La Vertu (Leiden, 1757)
De voorgeschiedenis van de vrijmetselarij is speculatief. Bekend is de band met de oorspronkelijk Engelse en Schotse steenhouwersgilden die met afspraken en gebaren hun beroep afschermden. Later hebben mensen van buiten het beroep die gebruiken overgenomen en aangevuld met bijdragen uit het christendom, het jodendom en het soefisme. Slechts vanaf het begin van de 18e eeuw, en in elk geval vanaf 1717 kan enige objectiviteit in de geschiedenis van de vrijmetselarij worden geschetst.
Aan het einde van de 15e en het begin van de 16e eeuw ontstaat in Engeland en Schotland een aantal verenigingen die regelmatig samenkomen om te vergaderen. Vooral in Schotland was dit populair omdat de Schotse reformatie elke vorm van gezelligheid en verenigingsleven uit de godsdienstbeleving verbannen had. Deze vergaderingen hebben enerzijds een sociaal en gezellig karakter. Anderzijds hebben deze vergaderingen een inhoudelijk of filosofisch karakter. Men komt samen rond een bepaald inhoudelijk thema. Burgers en notabelen met veel tijd en geld wensen zich te profileren en te ontplooien.
Deze samenkomsten worden tevens gekoppeld aan vormelijke elementen. De vrijmetselarij gebruikt vormen die semantisch verwijzen naar de architecten en steenhouwerssymboliek, zoals die in de middeleeuwen was gegroeid. Dit noemt men speculatieve vrijmetselarij. Tezelfdertijd overigens waren gelijkwaardige verenigingen actief rond andere symbolische thema's, bijvoorbeeld tabak. Deze bestaan vandaag de dag niet meer, of zijn veel minder bekend.
Dat deze speculatieve vrijmetselarij in continuïteit staat met de middeleeuwse bouwgilden is nooit aangetoond. Voorstanders van deze stelling beroepen zich op het bestaan van Schotse documenten, die dit afdoende zouden aantonen. Tegenstanders hebben kritische opmerkingen over de bewijswaarde en doorwerking van deze spaarzame documenten. Speculaties aangemoedigd door pseudohistorici zijn echter troef. Aldus kan men in het beste geval slechts voor Schotland vermoeden dat de speculatieve vrijmetselarij werkelijk afstamt van de operatieve vrijmetselarij. Het gildewezen was op het Europese continent veel eerder verdwenen en stond zelfs in de achttiende eeuw in een kwalijke ouderwetse geur.
Op 24 juni 1717 besloten vier speculatieve vrijmetselaarsloges, die alle in Londen hun werkterrein hadden, zich te verenigen in een overkoepelende organisatie, de Grand Lodge of London. Hierbij speelde de Franse hugenoot John Theophilus Desaguliers een belangrijke rol. Enkele jaren later werden de regels dan ook geüniformiseerd en gecodificeerd. De vrijmetselarij won aan succes, en groeide gestadig.
De Brit James Anderson stelt in 1723 de grondregels vast in zijn boek The Constitutions of Freemasonry. Deze grondregels zijn gebaseerd op de zogenaamde Oude Plichten (Old Charges) en zijn compilatie van oude constituties en regels van operatieve loges. De constitutie was aldus een versmelting van de Gotische constitutie uit 1390, de Cooke-manuscript uit 1410, de Nigo Jones-constitutie uit 1607 en de Wood-constitutie uit 1610. Deze zijn razendsnel de bijbel van de vrijmetselarij geworden. Nu kan de verspreiding van de vrijmetselarij over Engeland (1717), Ierland (1725), Schotland (1736), de Britse kolonies en het Europese continent beginnen. Deze laatste begint in Frankrijk (1726) en de Nederlanden.
In Frankrijk ontstaat de vrijmetselarij onder invloed van Charles Radclyffe te Parijs. De Franse obediëntie, de Grand Orient de France, werd onafhankelijk van de Engelse grootloge onder het grootmeesterschap van hertog d'Antin.
Ook in Nederland schiet de vrijmetselarij wortel, en wel vanaf 1730. Ze verspreidt zich eerst in het westen van het land. Daar werd te 's-Gravenhage Loge L'Union Royale op 19 november 1734 als eerste Nederlandse werkplaats onder de naam 'Loge du Grand-Maître des Provinces Unies et du ressort de la Généralité' opgericht. De eerste bijeenkomst had plaats in de herberg 'Lion d'Or' te Den Haag onder voorzitterschap van Vincent la Chapelle.Geschiedenis Met de komst van de loge L'Union Provinciale in 1772 bereikte de vrijmetselarij ook Noord-Nederland.L'Union Provinciale, geraadpleegd op 4 augustus 2008
In de eerste helft van de 18e eeuw veroordeelde de Katholieke Kerk de vrijmetselarij. Zij verbood aan de katholieken om lid te worden van de vrijmetselarij, op straffe van excommunicatie.Vrijmetselarij en de kerken Dit was het begin van een onafgebroken twist tussen de vrijmetselarij en de Rooms-Katholieke Kerk, die lang voortduurde. Het verbod om lid te worden is in 1963 opgeheven.