thumb|Hamlet wordt nog altijd opgevoerd, affiche uit 2004 Hamlet, Prins van Denemarken (oorspronkelijk The Tragedy of Hamlet, Prince of Denmark), doorgaans afgekort tot Hamlet, is een toneelstuk, geschreven door William Shakespeare tussen 1600 en 1602. De tragedie is onder meer bekend vanwege de monoloog (soliloquie) To be, or not to be, die wordt uitgesproken door Hamlet, de protagonist (hoofdpersoon) van het stuk. De inhoud is gebaseerd op de Scandinavische legende Hamlet of Amleth, opgetekend in de vroege 13e eeuw.

Hamlet behoort tot het genre van de 'wraaktragedie' (revenge tragedy) die in Engeland door Thomas Kyd werd geïntroduceerd met zijn bloedige toneelstuk The Spanish Tragedy. Ook in Hamlet speelt het wraakmotief een grote rol. Hamlets vader, de koning van Denemarken, wordt vermoord door diens broer Claudius. Deze eist daarna de troon op en wordt zelf koning. Bovendien trouwt Claudius met de weduwe van zijn eigen broer waardoor hij de stiefvader van Hamlet wordt.

Datering en bronnen Het stuk werd in 1589 voorafgegaan door een andere, nu verloren gegane tragedie over Hamlet, meestal aangeduid als de Ur-Hamlet, waarvan verondersteld wordt dat Thomas Kyd de auteur zou zijn. De eerste opvoering van Shakespeares Hamlet vond waarschijnlijk plaats in juli 1602. De eerste druk verscheen in 1603 en later in een uitgebreide versie in 1604. Het was in de 16e en 17e eeuw heel gewoon voor een schrijver om zijn ideeën uit eerdere literaire bronnen te halen, iets wat wij nu zouden beschouwen als schending van auteursrecht. Shakespeare inspireerde zich voor zijn Hamlet mogelijk op een verhaal uit een vroegere bron, vermoedelijk op een 12e-eeuws in het Latijn geschreven geschiedenis van Denemarken die vermeld wordt in het werk van Saxo Grammaticus. Een andere sterke kandidaat is Histoires Tragiques, een prozawerk van de Franse schrijver François de Belleforestde Belleforest haalde zijn mosterd dan weer bij de Italiaan Matteo Bandello, wiens werk hij vertaalde en bewerkte voor zijn versie van histoires tragiques die in de traditie van Giovanni Boccaccio korte verhalen schreef, waarvan er dus waarschijnlijk een door Shakespeare werd geadapteerd voor Hamlet. Aan Belleforests versie voegde hij onder meer de geest van Hamlets vader toe, evenals de komst van het toneelgezelschap naar Elseneur, Ophelia's begrafenis en de personages Osric en Fortinbras.

Samenvatting De geest van Hamlets echte vader spookt 's nachts rond het kasteel. Op een nacht vertelt de geest aan Hamlet dat hij werd vermoord en hoe dit gebeurde. Ook vertelt hij dat Claudius de moordenaar is. Hamlet weet niet wat hij moet doen. Spreekt de geest de waarheid of proberen duistere krachten hem tot slechtheid te verleiden? Moet Hamlet wraak nemen op Claudius? Dit wordt aan het einde van het verhaal duidelijk.

Thema's Het thema van het stuk is wraak, maar andere motieven zijn: De relatie tussen vader en zoon, moeder en zoon, de zoon en zijn vrienden De relatie tussen geliefden (Hamlet en Ophelia, maar ook Gertrude en haar twee echtgenoten) Waanzin (gespeelde waanzin zoals van Hamlet, maar ook 'ware' waanzin, zoals van Ophelia) Macht, oud en jong, handelen versus niet-handelen en existentiële vragen over God en het leven (bijvoorbeeld: 'To be, or not to be'). De interessantste vragen in dit stuk gaan echter over de hoofdpersoon Hamlet. Er zijn zoveel interpretaties van zijn personage mogelijk als er lezers en toeschouwers zijn. Ook na 400 jaar kan bijna iedereen wel iets van zichzelf in Hamlet herkennen.

Personages thumb|Claudius en Hamlet, 1844thumb|Hamlet en Gertrude, 1911 Hamlet is de prins van Denemarken en student aan de universiteit van Wittenberg. Aan het begin van het stuk is Hamlets vader pas gestorven en zijn moeder is hertrouwd met de nieuwe koning, zijn oom Claudius. Hamlet is bitter, cynisch en vol haat jegens zijn oom en vervuld van afkeer voor zijn moeder die met Claudius getrouwd is. Als de geest van zijn vader aan hem verschijnt en hem vertelt te zijn vermoord door Claudius, raakt Hamlet geobsedeerd door de gedachte om zijn oom te doden. Hij aarzelt echter en blijft redenen verzinnen om niet tot actie over te gaan, waarop hij zichzelf veracht vanwege zijn afwachtende houding. Hamlet is verliefd op Ophelia. Hij wendt gestoordheid voor om er achter te komen of Claudius inderdaad de oude Hamlet heeft vermoord. Hamlet wordt in het laatste bedrijf vermoord in een zwaardgevecht met Laertes. Hamlet wordt geraakt door de vergiftigde punt van het zwaard van Laertes. Gertrud(e), koningin, de moeder van de jonge prins, is getrouwd met de oude Hamlet. Twee maanden na zijn dood huwt zij Claudius. Zij sterft in het laatste bedrijf, vergiftigd door wijn die voor prins Hamlet bedoeld was. Claudius is de nieuwe koning van Denemarken, die de oude Hamlet heeft gedood. Claudius is de broer van de oude Hamlet en de oom van Hamlet. Hij is getrouwd met Gertrude. Hij sterft in het laatste bedrijf, vermoord door Hamlet. Polonius is een raadsman van Claudius. Hij is de vader van Ophelia en Laertes. Bij het afluisteren van een gesprek tussen Gertrude en Hamlet wordt hij door Hamlet neergestoken. Ophelia is de dochter van Polonius en de zuster van Laertes. Zij is verliefd op Hamlet. Zij verdrinkt nadat ze vanuit een boom in een beek is gevallen, maar sommigen (zoals de koster) vermoeden dat ze zelfmoord heeft gepleegd, gek van verdriet wegens het vertrek van Hamlet en het verlies van haar vader. Hamlet de oude is de vader van Hamlet en koning van Denemarken. Hij wordt vergiftigd door Claudius, waardoor Claudius de nieuwe koning wordt. De oude Hamlet was getrouwd met Gertrude. Fortinbras is de jonge prins van Noorwegen. Zijn vader heette ook Fortinbras en werd vermoord door de oude Hamlet. De Geest is de oude Hamlet, die nog enkele keren terugkeert naar zijn oude paleis alvorens in de eeuwigheid te verdwijnen. Guildenstern (ook: Gyldensterne) is een studievriend van Hamlet. Hem wordt, net zoals Rosencrantz, door Claudius opgedragen Hamlet te volgen. Horatio is een goede vriend van Hamlet. Hij studeerde met hem aan de universiteit van Wittenberg. Hij is de enige die het einde van het verhaal kan vertellen omdat hij als enige de hoofdrolspelers heeft overleefd. Laertes is de zoon van Polonius en de broer van Ophelia. Hij studeert het grootste deel van het verhaal in Frankrijk. Hij komt terug naar Denemarken om de dood van Polonius te wreken. Hij sterft bij zijn moordpartij op Hamlet. Rosencrantz is een studievriend van Hamlet. Hem wordt, net zoals Guildenstern, door Claudius opgedragen Hamlet te volgen. Bernardo is een van de wachters van het Deense kasteel Elseneur, samen met Francisco en Marcellus.

Hamlets karakter thumb|Edmund Kean als prins Hamlet, 1814 Hamlet is een zeer complexe figuur vol contradicties. Aan de ene kant bewondert hij passionele mannen zoals Fortinbras die geweld niet schuwen, maar zelf is hij eerder filosofisch en contemplatief van aard. Zijn stemmingen wisselen tussen besluiteloosheid en bereidheid tot het begaan van impulsieve gewelddaden. Een steeds terugkerend punt in de discussie over Hamlets karakter gaat over de vraag: is Hamlet nu wel of geen held? De meeste helden uit klassieke tragedies worden aan het begin van het verhaal voor een probleem gesteld dat van levensbelang is. Zij reageren hierop door een keuze te maken in de hoop het probleem op te lossen. Uit hun eerste keuze volgt logisch een tweede keuze en een derde en zo ontrolt zich het verhaal. Hamlet reageert niet zo rechtlijnig. Vanaf het eerste ogenblik dat hij van de geest verneemt dat zijn vader is vermoord en dat het zijn taak is om wraak te nemen, aarzelt hij. Het probleem van Hamlet is niet: 'wat moet ik doen om deze laffe moord te wreken?', zoals van een klassieke tragische held verwacht wordt. Shakespeare doorbreekt dit verwachtingspatroon en voert een 'held' op die in de knoop zit met zichzelf, iemand wiens twijfel hem zodanig verlamt dat hij geen actie onderneemt. Met een boutade zou je kunnen stellen dat Hamlet een held is die het woord 'actie' niet kent. Toch vallen er nogal wat doden in het verhaal en allemaal direct of indirect door toedoen van Hamlet, waardoor de schijn gewekt wordt dat aan de traditionele code van de echte held wordt voldaan. Het verschil ligt hem echter hierin dat deze held door de daden die hij stelt zichzelf gaat haten en zelf ten onder gaat.

thumb|To be, or not to be (uit een 'bad quarto', met afwijkende tekst)

Inhoud Eerste bedrijf Scène 1: Op kasteel Elseneur in Denemarken is Horatio door de wachters gevraagd te komen kijken naar een geest die de vorige nachten is verschenen. Zij zien het als een slecht teken en denken dat de geest waarschuwt voor een aanval van Fortinbras, de prins van Noorwegen. Horatio weigert hen te geloven totdat de geest weer verschijnt. Hij herkent in hem de oude koning van Denemarken, die kort geleden is gestorven. De geest zwijgt. Even later verschijnt hij opnieuw en het lijkt of hij iets wil zeggen, maar dan kondigt de haan de ochtend aan en moet hij verdwijnen. Horatio besluit prins Hamlet op de hoogte te stellen.

thumb|Claudius trouwt Gertrude, 1911 Scène 2: In zijn kasteel richt Claudius zich tot zijn adviseurs. Hij spreekt over zijn troonsbestijging, de dood van zijn broer, Hamlets vader, en zijn huwelijk met Gertrude, Hamlets moeder en weduwe van de oude koning. Claudius kondigt aan dat hij de koning van Noorwegen heeft geschreven om hem te vragen de ambities van zijn neef Fortinbras te beteugelen. Fortinbras eist het land terug dat zijn vader aan Hamlets vader verloren heeft.

Verder geeft Claudius Laertes, de zoon van zijn adviseur Polonius, toestemming om naar Parijs terug te gaan. Claudius vraagt Hamlet naar de reden van zijn sombere buien. Hamlet verwijt hem dat hij doet alsof hij verdriet heeft. Claudius dringt erop aan dat Hamlet niet langer treurt en niet naar de Universiteit van Wittenberg terugkeert maar in Denemarken blijft. De koningin, Hamlets moeder, ondersteunt dit pleidooi.

Na het vertrek van de koning en zijn hofhouding is Hamlet alleen. Hij spreekt over zijn onmacht en walging over het feit dat zijn moeder een maand na de dood van zijn vader alweer hertrouwd is. Horatio, Marcellus en Bernardo komen binnen om Hamlet over de geest te vertellen. Hamlet besluit om die nacht met hen de wacht te houden en tot de geest te spreken.

Scène 3: Laertes neemt afscheid. Hij vaart af naar Frankrijk om daar te gaan studeren. Hij waarschuwt zijn zus Ophelia voor Hamlets liefdesbetuigingen. Zelfs als Hamlet oprecht is, blijft hij een prins en kan hij niet trouwen met wie hij wil. Polonius komt binnen en overlaadt Laertes met levenslessen en beveelt Ophelia Hamlet te mijden.

thumb|Hamlet, Horatio en Marcellus zien de geest Scène 4: Hamlet, Horatio en Marcellus wachten op de geest. In de verte klinkt het feestgedruis van Claudius en het hof (en Hamlet spreekt over de slechte reputatie van de dronken Denen). De geest verschijnt en Hamlet gebiedt hem te spreken. Hij geeft een teken dat Hamlet hem moet volgen; dit doet hij, tegen het advies van zijn metgezellen in. Hij twijfelt echter zeer of het goed is wat hij doet.