De Premio Strega is de meest prestigieuze Italiaanse literatuurprijs. De prijs wordt sinds 1947 jaarlijks uitgereikt aan het beste fictieboek van een Italiaanse auteur dat voor het eerst is uitgegeven tussen 1 mei van het vorige jaar en 28 februari.
Geschiedenis en selectieprocedure
In 1944 organiseerden de schrijfster Maria en haar echtgenoot Goffredo Bellonci voor het eerst een literair salon in hun huis in Rome. Hieraan namen al snel de meest notabele personen uit het Italiaanse culturele leven deel. De groep stond bekend onder de naam Amici della domenica (de Zondagse vrienden), naar de dag waarop ze voor de eerste maal bijeenkwamen: zondag 11 juni 1944, amper een week nadat Rome was bevrijd van de bezetting door de nazi's en daarmee ook van meer dan twintig jaar nazifascisme. In 1947 besloten de Belloncis, samen met Guido Alberti, de eigenaar van het bedrijf dat de likeur Strega produceert, om een literatuurprijs in het leven te roepen voor het beste Italiaanse fictieboek van het vorige jaar. Sinds de dood van Maria Bellonci in 1986 is de organisatie overgenomen door de Fondazione Maria e Goffredo Bellonci.
De jury telt niet minder dan 800 leden: 460 mensen uit de culturele wereld (schrijvers, journalisten, wetenschappers, kunstenaars, film- en theaterregisseurs), en ook alle voorgaande winnaars van deze prijs. Die groep wordt nog steeds Gli amici della domenica genoemd. Naast die 460 juryleden worden nog 340 mensen afgevaardigd uit 35 Istituti italiani di cultura in het buitenland (ook België en Nederland), en verder leden van leeskringen, professionelen uit de boekenwereld enzovoort.
Alle juryleden mogen één titel voordragen; het bestuurscomité reduceert dat aantal dan tot maximum twaalf. Uit die twaalf worden er in de loop van juni vijf finalisten geselecteerd. Maar omdat het reglement vereist dat er minstens één boek bij is van een kleine of middelgrote uitgeverij, zijn er uitzonderlijk zes finalisten, en eenmaal waren er zelfs zeven. De stemming gebeurt online.
De proclamatie vindt begin juli plaats in de tuin van Villa Giulia in Rome, in de regel op de eerste donderdag van juli, en wordt rechtstreeks uitgezonden door de openbare omroep Rai. In 2026, bij de 80ste uitreiking van de prijs, ging de proclamatie door op de Piazza del Campidoglio in Rome.
Naam Het Italiaanse woord strega betekent “heks”, wat een vreemde naam lijkt voor een literaire prijs. De verklaring voert terug naar een legendarisch verleden. Zoals hoger vermeld werd de Premio Strega in 1947 in het leven geroepen door de schrijfster Maria Bellonci en door Guido Alberti. Die laatste was toen eigenaar van de stokerij die al sinds 1860 het lichtgele, kruidige digestief Liquore Strega produceert, en naar die likeur wordt de literaire prijs nog steeds genoemd.
Liquore Strega wordt sinds 1860 geproduceerd in Benevento, de stad in Campania die in de folklore bekendstaat als de stad van de heksen. Nog in de 17de eeuw schreef de lokale arts Pietro Piperno een Latijns essay met de titel “De nuce maga Beneventana” (Over de behekste notelaar van Beneventum) waarin hij heidense riten bij een boom beschrijft. Die riten zouden opklimmen tot de voorchristelijke periode en leefden nog voort tot in de vroege middeleeuwen. De riten stierven uit, maar de herinnering eraan bleef leven in het bijgeloof en in verhalen. Die dikten alles nog wat aan en voegden eraan toe dat heksen van heinde en verre zich verzamelden rond de notelaar van Benevento om er hun heksensabbat te houden. Zo werd Benevento “de stad van de hekserij”. Naar die folklore verwijst de naam van de likeur, en vandaar ook de naam van de literaire prijs.
Winnaars (en de Nederlandse vertalingen ervan)
1947 - Ennio Flaiano, Tempo di uccidere (Een angstdroom in Ethiopië) 1948 - Vincenzo Cardarelli, Villa Tarantola 1949 - Giambattista Angioletti, La memoria 1950 - Cesare Pavese, La bella estate (De mooie zomer) 1951 - Corrado Alvaro, Quasi una vita 1952 - Alberto Moravia, I racconti (Romeinse verhalen) 1953 - Massimo Bontempelli, L'amante fedele 1954 - Mario Soldati, Lettere da Capri (De brieven uit Capri) 1955 - Giovanni Comisso, Un gatto attraversa la strada 1956 - Giorgio Bassani, Cinque storie ferraresi 1957 - Elsa Morante, L'isola di Arturo (Het eiland van Arturo) 1958 - Dino Buzzati, Sessanta racconti 1959 - Giuseppe Tomasi di Lampedusa, Il gattopardo (De tijgerkat) 1960 - Carlo Cassola, La ragazza di Bube 1961 - Raffaele La Capria, Ferito a morte 1962 - Mario Tobino, Il clandestino 1963 - Natalia Ginzburg, Lessico famigliare (Familielexicon) 1964 - Giovanni Arpino, L'ombra delle colline 1965 - Paolo Volponi, La macchina mondiale 1966 - Michele Prisco, Una spirale di nebbia 1967 - Anna Maria Ortese, Poveri e semplici 1968 - Alberto Bevilacqua, L'occhio del gatto 1969 - Lalla Romano, Le parole tra noi leggere 1970 - Guido Piovene, Le stelle fredde 1971 - Raffaello Brignetti, La spiaggia d'oro 1972 - Giuseppe Dessì, Paese d'ombre 1973 - Manlio Cancogni, Allegri, gioventù 1974 - Guglielmo Petroni, La morte del fiume 1975 - Tommaso Landolfi, A caso 1976 - Fausta Cialente, Le quattro ragazze Wieselberger 1977 - Fulvio Tomizza, La miglior vita 1978 - Ferdinando Camon, Un altare per la madre 1979 - Primo Levi, La chiave a stella (De kruissleutel) 1980 - Vittorio Gorresio, La vita ingenua 1981 - Umberto Eco, Il nome della rosa (De naam van de roos) 1982 - Goffredo Parise, Il sillabario n.2 1983 - Mario Pomilio, Il Natale del 1833 1984 - Pietro Citati, Tolstoj (Tolstoj ) 1985 - Carlo Sgorlon, L'armata dei fiumi perduti 1986 - Maria Bellonci, Rinascimento privato 1987 - Stanislao Nievo, Le isole del paradiso 1988 - Gesualdo Bufalino, Le menzogne della notte (De leugens van de nacht) 1989 - Giuseppe Pontiggia, La grande sera 1990 - Sebastiano Vassalli, La chimera (De heksenschim) 1991 - Paolo Volponi, La strada per Roma 1992 - Vincenzo Consolo, Nottetempo, casa per casa 1993 - Domenico Rea, Ninfa plebea (De nimf van Napels) 1994 - Giorgio Montefoschi, La casa del padre 1995 - Maria Teresa Di Lascia, Passaggio in ombra (Overgang in schaduw) 1996 - Alessandro Barbero, Bella vita e guerre altrui di Mr. Pyle, gentiluomo (Het mooie leven en de oorlogen van anderen, of De avonturen van Mr. Pyle, gentleman en spion in Europa) 1997 - Claudio Magris, Microcosmi 1998 - Enzo Siciliano, I bei momenti 1999 - Dacia Maraini, Buio 2000 - Ernesto Ferrero, N. (N.) 2001 - Domenico Starnone, Via Gemito (De straat der klachten) 2002 - Margaret Mazzantini, Non ti muovere (Ga niet weg) 2003 - Melania G. Mazzucco, Vita (Vita) 2004 - Ugo Riccarelli, Il dolore perfetto (Gedroomde tijd) 2005 - Maurizio Maggiani, Il viaggiatore notturno (Reiziger in de nacht) 2006 - Sandro Veronesi, Caos calmo (Kalme chaos). Daarnaast werd bij deze zestigste editie een speciale prijs uitgereikt aan de Italiaanse Grondwet, die werd opgetekend in de beginjaren van deze literatuurprijs. De prijs werd in ontvangst genomen door voormalig president van de Italiaanse Republiek Oscar Luigi Scalfaro. 2007 - Niccolò Ammaniti, Come Dio comanda (Zo God het wil) 2008 - Paolo Giordano, La solitudine dei numeri primi (De eenzaamheid van de priemgetallen) 2009 - Tiziano Scarpa, Stabat Mater 2010 - Antonio Pennacchi, Canale Mussolini (Het Mussolinikanaal) 2011 - Edoardo Nesi, Storia della mia gente (Velours uit Prato: de geschiedenis van een Italiaanse textielfamilie) ) 2012 - Alessandro Piperno, Inseparabili. Il fuoco amico dei ricordi (De onafscheidelijken) 2013 - Walter Siti, Resistere non serve a niente 2014 - Francesco Piccolo, Il desiderio di essere come tutti (Het verlangen te zijn als alle anderen) 2015 - Nicola Lagioia, La ferocia (De wreedheid) 2016 - Edoardo Albinati, La scuola cattolica (De katholieke school) 2017 - Paolo Cognetti, Le otto montagne (De acht bergen) 2018 - Helena Janeczek, La ragazza con la Leica (Het meisje met de Leica) 2019 - Antonio Scurati, M. Il figlio del secolo (M.: de zoon van de eeuw) 2020 - Sandro Veronesi, ll colibrì (De kolibrie) 2021 - Emanuele Trevi, Due vite 2022 - Mario Desiati, Spatriati 2023 - Ada d'Adamo, Come d'aria (Als van lucht) 2024 - Donatella Di Pietrantonio, L'età fragile (De kwetsbare tijd) 2025 - Andrea Bajani, L'anniversario (Het jubileum) 2026 - Michele Mari, I convitati di pietra
Nevenprijzen Behalve hoofdprijs worden er sinds een aantal jaren ook "nevenprijzen" uitgereikt:
De 12 geselecteerde boeken van de “longlist” worden sinds 2014 ook beoordeeld door een afzonderlijke jeugdjury, bestaande uit duizend 16- tot 18-jarigen van Italiaanse scholen in binnen- en buitenland. Tussen 2014 en 2026 bekroonde de Premio Strega Giovani vijfmaal hetzelfde boek als de jury van de hoofdprijs. Sinds 2016 wordt ook een Premio Strega Ragazze e Ragazzi uitgereikt, een jeugdboekenprijs voor verhalend werk in het Italiaans, al dan niet vertaald vanuit een andere taal. In 2021 won de Nederlandse Annet Schaap deze prijs in de categorie 11+ voor haar debuut Lucilla (vertaling van Lampje). In 2022 won de Vlaming Peter Van den Ende, eveneens in de categorie 11+, een prijs voor Il Viaggio (vertaling van Zwerveling). Recent werden nog meer prijzen in het leven geroepen: de Premio Strega Poesia, de Premio Strega Saggistica (d.w.z. voor non-fictie) en de Premio Strega Europa, voor boeken die in het Italiaans werden vertaald nadat ze in eigen land (en eigen taal) groot succes kenden. In 2022 ging die prijs naar de Belgische Amélie Nothomb voor Primo sangue (vertaling van Premier Sang).
Externe link
https://www.premiostrega.it/
Premio Strega