Dit artikel gaat over prostitutie in Frankrijk sinds de 16e eeuw. Voor de periode tot 1500, zie Geschiedenis van de prostitutie.
16e eeuw In de 16e eeuw leidden de religieuze hervorming en puritanisme, samen met angst voor zich verspreidende geslachtsziekten, in heel rooms-katholiek en protestants Europa tot fellere bestrijding van prostitutie (zie Geschiedenis van de prostitutie, Zestiende eeuw). In 1560 werd in Frankrijk prostitutie verboden; in en na dat jaar werden in Parijs bordelen gesloten.Bullough, p. 131. Prostitutie werd vervolgd, maar niet altijd vasthoudend en streng.
17e eeuw left|thumb|350px|Transport van prostituees naar het politiebureau, Étienne Jeaurat, olieverf op doek, 1755 Prostitutie werd vervolgd, maar de vervolging was veelal mild: maatregelen werden vaak snel vergeten of helemaal niet toegepast. Prostitutie hoefde zich slechts aan te passen aan veranderende omstandigheden, en zich heimelijker te ontwikkelen. Lodewijk XIV verordonneerde in 1658 vrouwen schuldig aan prostitutie of overspel op te sluiten in de Salpêtrière totdat ze naar het oordeel van priesters of nonnen berouw hadden. In 1684 versoepeldeBullough, p. 135-141. Frankrijk de wetten tegen prostitutie.
18e eeuw In de 18e eeuw bloeiden de bordelen voor de rijken en machtigen, en was er prostitutie voor alle rangen en standen op straten, boulevards, werven, in parken, galerieën, restaurants, theaters, herbergen, enzovoort. Ook in deze eeuw werd prostitutie in theorie wel bestreden, maar in de praktijk was die vervolging meestal mild.
thumb|150px|L' inspection médicale, Toulouse-Lautrec, circa 1894 Onder koning Lodewijk XV hadBassermann, p. 311-313. de politie opdracht elke maand honderden prostituees op te pakken, te laten onderzoeken op geslachtsziekten, en eventueel te verwijzen naar ziekenhuis, of gevangenis, of uit te wijzen. Lodewijk XVI (regerend 1774-’92) stelt hoge straffen voor herbergiers en kamerverhuurders die prostituees gelegenheid geven hun beroep uit te oefenen, en liet razzia’s houden onder straatprostituees en hun klanten.
19e eeuw In 1798 gaf de regering van de Eerste Franse Republiek aan artsen de opdrachtBullough, p. 166-167. de Parijse prostituees te onderzoeken op ziektes die worden geassocieerd met prostitutie, zoals syfilis en gonorroe. Vanaf 1802 registreerde de politie de publieke prostituees en verplichtte hen tot tweewekelijks medisch onderzoek. De prostituees ervaarden deze ‘medische visitatie’ door zonder uitzondering mannelijke artsen als vernederend, en verafschuwden die. Er ontstond een systeem van bordelen met vergunning, aangeduid met ‘maisons de tolérance’Bassermann, p. 327-28. of ‘maisons closes’.Bassermann, p. 363-64.Franse encyclopedie Encarta: loi Marthe Richard. Geraadpleegd op 2 januari 2009. De prostituees moesten in deze bordelen logeren en mochten bijna nooit naar buiten. De beheerder moest altijd een vrouw zijn en het was verboden voor mannen om daar te overnachten, te wonen of zich te bemoeien met het beheer. In de praktijk moesten de bordelen wel huur betalen voor het pand aan de investeerders/eigenaars. De beheerster moest een register bijhouden van alle vrouwen werkzaam in het bordeel en dit overleggen aan de politie (met de speciale afdeling zedenzaken). De vergunning kon op elk moment worden ingetrokken door de lokale overheid en/of politie. Het was dan ook belangrijk voor de beheersters om goede relaties te onderhouden met de lokale machthebbers en er werden vaak smeergelden betaald. Om controle te houden op het geldverkeer moeten de klanten de prostituees betalen met bordeelmuntenBordeelmunten te koop te kopen bij de beheerster. De vrouwen moesten voor alles betalen (eten, kleding, wasserij, zeep, lakens, etc.) waardoor ze meestal veel schulden hadden en financieel gebonden waren aan het huis (eerst moesten alle schulden afbetaald zijn voordat ze het huis konden verlaten). Daarnaast waren er in die tijd maatschappelijk zeer weinig mogelijkheden voor ongetrouwde vrouwen. Om de verspreiding van ziektes tegen te gaan werd zo hygiënisch mogelijk gewerkt met het wassen van de geslachtsdelen van zowel de man als vrouw voor en na de gemeenschap. Condooms gemaakt van schapehuid bestonden al wel, maar ze waren onbetaalbaar duur. 'Boek The Humble Little Condom: A History', op 16 oktober 2019 gevonden via Google Books De noodzaak van condoomgebruik was niet bekend bij een breder publiek. Voor het wassen van de geslachtsdelen werden ook desinfectiemiddelen gebruikt.Tijdschrift Marianne, speciale editie van september 2015: Au temps des maisons closes. De luxere bordelen hadden allerlei aanvullende diensten zoals restaurants, bars, sauna´s om de klanten te vermaken. Sommige bekende bordelen werden dan ook sociale ontmoetingsplaatsen waarbij niet alle bezoekers seksuele contacten hadden. thumb|Bordeelmunt In de nieuwe Franse strafwetCode pénal (Franse strafwet) van 1810. Geraadpleegd op 13 december 2008. van 1810, de code pénal, is uitlokken of bevorderen van jeugdprostitutie verboden;Code pénal artikel 334: “Wie een vergrijp pleegt tegen de goede zeden door als gewoonte de losbandigheid [la débauche] of de corruptie [la corruption] van de jeugd onder de 21 jaar (...) uit te lokken, te bevorderen of te faciliteren, zal worden gestraft met (...) Indien de prostitutie [la prostitution] of de corruptie is uitgelokt, bevorderd of gefaciliteerd door hun vader, moeder, opvoeders (...) zal de straf (...).” (Zie Code pénal 1810.) straatprostitutie blijft ook verboden.Bullough, p. 175 en 167.
In 1840 telt Parijs op een miljoen inwoners tweehonderd maisons de tolérance en 43.000 geregistreerde prostituees. Deze eeuw wordt in Frankrijk echter ook, zoals in meer landen, uit moreel oogpunt gestredenSénat – Les politiques publiques et la prostitution. Geraadpleegd op 3 januari 2009. tégen prostitutie en vóór ‘de goede zeden’; dit zal zich voortzetten in de 20e eeuw.
Negentiende-eeuwse bordelen zouden mooi beschreven zijn in de werken van Émile Zola.NRC Handelsblad, 27 juni 2011. Precies welk werk is nog onduidelijk; wellicht o.a. Le ventre de Paris (De buik van Parijs), over honger en overvloed tegen de achtergrond van de inmiddels verdwenen markthallen van het 1ste arrondissement.
1900-1945 Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordtBassermann, p. 341-43. door de autoriteiten van de Derde Franse Republiek de prostitutie in de frontzones streng georganiseerd in bordelen, waaronder mobiele gemotoriseerde veldbordelen, om de verspreiding van geslachtsziektes, maar ook van oorlogsgeheimen, enigszins onder controle te houden. Tegelijkertijd echter wordt de 19e-eeuwse moralistische strijd tegen prostitutie ook in de 20e eeuw voortgezet.
Tijdens de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een aantal luxe bordelen gereserveerd voor Duitse militairen. Het luxueus leven van de Duitsers in deze bordelen in tijden van rantsoenering en beperkingen brachten de bordelen in een zeer kwaad daglicht bij de Fransen.Frans tijdschrift:Marianne september 2015, speciale editie over bordelen: L'Occupation l'âge d'or ... en feldgrau. Er werden door het verzet veel aanslagen gepleegd op de bordelen. Tussen juni en september 1944 verdrijven de Vrije Fransen en de geallieerden de Duitse bezetters uit vrijwel heel Frankrijk, en nemen de Vrije Fransen ook het bestuur over in Vichy-Frankrijk. Vervolgens oordeelt dit nieuwe bewind in de departementen Savoie, Ardèche, Moselle en Oise diverse bordeelhouders schuldig aan collaboratie met de Duitsers, en sluit in december ‘44 de betreffende bordelen. Op 13 december 1945 besluit de meerderheid van de Parijse gemeenteraad, op voorstel van raadslid Marthe Richard, ook de 177 officiële bordelen in de hoofdstad te sluiten. Marthe Richard voert vervolgens een campagneFast Cars Clean Bodies, boek van Kristin Ross, volgens Google uit 1996. Geraadpleegd op 12 januari 2009. om landelijk de ongeveer 1500 bordelen te verbieden, vooral uit oogpunt van: “Morele reinheid! Zuivering ... het kwaad bij de wortel uitrukken!” Rond dezelfde tijd, in 1944, verkregen vrouwen stemrecht in Frankrijk en moest de politiek ook rekening houden met vrouwelijke kiezers.
1946 tot heden “Wet Marthe Richard” Op 13 april 1946 neemt het parlement onder de Voorlopige Franse Regering de zogenoemde “wet Marthe Richard”Journal officiel de la république française, 14 april 1946. aan, die in essentie het vandaag nog steeds geldende Franse prostitutiebeleid formuleert. Deze wet bepaalt: (artikel 1) Alle – tot dan legale – bordelen worden verboden: Toutes les maisons de tolérance sont interdites (...). (art. 2- 334) Wie (1) bewust de prostitutie van een ander, of het werven [le racolage] voor prostitutie assisteert, of (4) een ander, zelfs een daarmee instemmende volwassene, werft [embauche], verleidt of onderhoudt met het oog op de prostitutie, of (5) bemiddelt tussen prostituees/-és en prostitutieklanten, zal worden beschouwd als proxénète‘proxénète’, uit het Grieks: προξεν-έω [proxeneoo] = ‘iemand helpen, beschermen; iemand aan iets helpen, iets verschaffen, bezorgen’. en gestraft worden. (art. 2- 335) Gestraft wordt wie een prostitutie-etablissement heeft of doet functioneren, of wie toestaat dat in een etablissement onder zijn beheer prostitutie bedreven wordt. (art. 3) Gestraft wordt wie met gebaren, woorden, opschriften of welk middel dan ook publiekelijk bezig is of probeert te zijn met werven... ceux qui, par gestes, paroles, écrits ou par tous autres moyens procéderaient publiquement, ou tenteraient publiquement de procéder au racolage de personnes de l’un ou de l’autre sexe en vue de les provoquer à la débauche. [racolage] van personen met de bedoeling hen te verleiden tot losbandigheid. (art. 5) De registers van prostituees zullen worden vernietigd al naarmate er een nationaal gezondheids- en sociaal register tot stand worde gebracht. De gedragsregels en verplichte medische controles voor prostituees worden afgeschaft.
Sindsdien zijn deze bepalingen, afgezien van herformuleringen, inhoudelijk nauwelijks gewijzigd. Vandaag (2012) verbiedt strafwet-artikel 225-5 het proxénétisme: iemand werven of ontvoeren voor prostitutie, etc., of de prostitutie van een ander helpen, assisteren of beschermen;Code pénal artikelen 225-5 t/m 225-12 (geldig op 2 december 2012), Légifrance. artikel 225-6 verbiedt, als “over één kam geschoren met proxénétisme”: bemiddelen tussen prostituee/-é en klant, etc; artikel 225-10 verbiedt het hebben of beheren van een prostitutie-etablissement. thumb|250px|Prostituees werkend in bestelbusjes, Lyon, 2006
Algehele morele afwijzing van prostitutie In 1960 ratificeert de Vijfde Franse Republiek de “Conventie voor de onderdrukking van de handel in personen en de uitbuiting van de prostitutie van anderen”VN-Resolutie 317 (IV) uit 1949. Deze is niet rechtstreeks te linken. Klik achtereenvolgens: www.un.org → Welcome → documents → General Assembly, Resolutions; etc. Geraadpleegd op 3 januari 2009. (NB: De Franse tekst toont interessante verschillen: zie Cadre juridique, geraadpleegd op 3 januari 2009.) van de VN uit 1949. Deze stelt dat “de prostitutie en het ermee gepaard gaande kwaad van de handel in personen (...) onverenigbaar zijn met de waardigheid en waarde van de menselijke persoon” en roept op “maatregelen te nemen of aan te moedigen ter voorkoming van prostitutie en voor de herscholing en herintreding in het arbeidsproces van de slachtoffers van de prostitutie”.
Verbod op racolage Het verbod op racolageracolage, van het werkwoord racoler, is niet te vertalen. Oorspronkelijke betekenis: ‘opnieuw je armen om iemands nek gooien, opnieuw omhelzen’ (col = nek). Via ‘werven, rekruteren’ van bijvoorbeeld soldaten, leden, klanten, kiezers, werd het ook de term voor het ‘aanklampen’ van mensen door een prostituee, en voor het ‘tippelen’ van een prostituee. (Bron: een groot aantal woordenboeken.) uit 1946 (zie boven) wordt in 1958 herschreven.