Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van de prostitutie in Rotterdam. 19e eeuw In de 19e eeuw waren er in het Scheepvaartkwartier vele cafés en bars waar zeelui en werklieden kwamen, en animeermeisjes die de klanten aanzetten tot flinke afname van consumpties waarna ze zich met de klant begaven naar een nabijgelegen uurhotelletje voor het afwerkenVerwey-Jonker (2006), pag. 27-29.. In een klein aantal straten werd in de negentiende eeuw gedoogd dat vrouwen zich aan de deur van hun eigen woning prostitueerdenStemvers (1985), pag. 90-96, 101, 118. Op 19 juni 1847 legde de Directeur van Policie in een dagorder vast dat ingeschreven prostituees zich periodiek moesten melden voor medisch onderzoekStemvers (1985), pag. 49.. Verzuimden ze dit dan dreigde plaatsing ‘in de policiewacht’. Prostituees en bordeelhouders werkten hier gewillig aan mee, ze hielden de machtige politie liever te vriend.

In 1889 telde Rotterdam volgens de politie vijf bordelen en 79 overige huizen van ontuchtVolmuller (1966), pag. 36.. De duurdere bordelen bevonden zich eind 19e eeuw aan het Haringvliet.

20e eeuw: Zandstraatbuurt, Katendrecht De Zandstraatbuurt (bijgenaamd ‘de Polder’) in het centrum van de stad was het uitgaanscentrum voor de lagere klassen en zeelieden, en was ook een internationaal vermaard prostitutiecentrumAltink (1983), pag. 211-213. Vele huizen hier, weliswaar vaak deerlijk verkrot, dienden als ‘knipje’ waar de seks werd bedreven in kamertjes verhuurd aan de prostitueesDe Meisies van de Schiedamsedijk (zie literatuur).

Rond 1910 besloot het gemeentebestuur deze buurt af te breken om er een nieuw stadhuis en postkantoor te bouwen. Tippelprostituees trokken nu vooral naar de Schiedamsedijk, waar ze vooral zeelui trokken. Huiszittende prostituees trokken naar Katendrecht, ‘de Kaap’Altink (1983) p.212 verwijst hierbij wellicht naar: Fernande Hazewinkel – Prostitutie in Rotterdam, Rotterdam 1982. De prostitues stonden er voor 1940 op straat voor hun deur en kregen er mannen op bezoek. Na het van kracht worden van het ‘bordeelverbod’ (WvS 250bis) in 1911 ontstonden in Rotterdam ook pseudo-tabakswinkels, door vrouwen gedreven.

Het bombardement van 1940 maakte een eind aan de prostitutie op de Schiedamsedijk. De prostitutie concentreerde zich nu geheel, dus inclusief tippelprostitutie, op Katendrecht. Het stadsbestuur was verheugd dat andere buurten van de stad nu de prostitutie bespaard bleefAltink verwijst hiervoor ook naar: Han Meyer – Operatie Katendrecht, Nijmegen, 1983.. Een caféprostituee bijgenaamd Tijger Annie werd in 1960, zeer dronken ruziënd op een hotelkamer aan de Rochussenstraat (Rotterdam-centrum) met de 19-jarige Willempje G., door hem gewurgdStemvers (1985), pag. 135, 141, 142.

1970-1982: verdrijving seksindustrie Katendrecht Rond 1970 kwamen op Katendrecht seksbioscopen en –theaters en –shops met schettermuziek en flikkerlichtenStemvers (1985), pag. 154-156. Jan van Oostenbrugge kocht een halve straat op en installeerde er prostituees. De buurtbewoners hadden last van deze ontwikkelingen en hielden acties. Rond die tijd verspreidde prostitutie zich ook naar andere Rotterdamse stadsdelen en omdat de gemeente daarover ongerust was verdedigde ze de Katendrechtse exploitanten van seksbedrijven tegenover de buurtbewoners.

In april 1971 klaagde wijkcomité Katendrecht in een open brief aan de gemeenteraad dat het bedrijf van de “toch nimmer uitroeibare prostitutie” in zijn wijk sterk was toegenomen zowel in aantal panden als in aantallen bedrijfsuren per dag, waarbij prostituees, prostitutieklanten en “profiteurs” zich agressief en intimiderend zouden gedragen jegens elkaar en jegens “normale”, “fatsoenlijke, hardwerkende” wijkbewoners, waarbij bewoners overlast zouden ervaren van condooms en vooral ’s nachts van autoverkeer, en waarbij de politie op diverse klachten onbevredigend zou reagerenNRC Handelsblad 23 april 1971.

Het stadsbestuur beloofde in mei en november 1971 scherper politietoezicht en een tippelverbod bij daglichtRotterdams jaarboekje 1972, bij 21 mei en 18 nov. 1971. In 1972 lijkt de gemeente het aantal bordelen op Katendrecht te hebben bevroren op 105Heemraadssingel (zie lit.), bij 1973.

De voortdurende spanningen leidden in zomer 1973 tot een harde botsing tussen bewoners en seksindustrie, met vechtpartijen, brandstichting, bedreigingen en beschietingen. In februari 1975 besloten B en W om dan toch de prostitutie op Katendrecht in te perken en andere plekken in Rotterdam te zoeken voor prostitutieRotterdams jaarboekje 1976 (zie lit.). Dit zou tot niets leiden (zie volgende paragraaf). Wel sloot de gemeente intussen in september 1977 vele seksclubs op Katendrecht.

Na jaren van geharrewar werden in 1981 de laatste sekspanden op Katendrecht, de bordelen van Baars en Smits, dichtgetimmerdEen andere bron, namelijk ‘Heemraadssingel’(zie literatuur), bij 1973, stelt echter dat B&W (pas) in 1982 besloten om de laatste 12 bordelen op Katendrecht te sluiten.. Feitelijk zijn de laatste prostituees pas begin jaren '90 vertrokken van Katendrecht, gedurende de gehele jaren '80 waren er nog enkele tientallen ramen in gebruik waar circa 60 dames werkzaam waren. Alle panden waren gelegen in de Atjehstraat

1971-’80: eroscentrum? Tussen 1971 en 1980 deed de gemeente pogingen ergens een eroscentrum te stichtenRotterdams jaarboekje 1976 (zie literatuur), zie bij 11, 14, 15, 18 en 20 februari, 18 en 26 juni, 2, 22, 28 en 31 juli en 16 oktober 1975, en foto met onderschrift tegenover pagina 72 betreffende 3 november 1975, op KatendrechtRotterdams jaarboekje 1972 (zie literatuur), zie 20 december 1971, of in CharloisRotterdams jaarboekje 1976 (zie literatuur), zie foto met onderschrift tegenover pagina 24 betreffende 13 februari 1975, of rond de WijnhavenRotterdams jaarboekje 1976 (zie literatuur), zie 26 juni ’75, etc., in het Poortgebouw, of als bordeelboten in de havensNRC Handelsblad 27 februari, 29 februari, 5 en 6 maart, 22 november en 13 december 1980Rotterdams jaarboekje 1981 (zie literatuur)..

De plannen leiden tot niets, mede door verzet van burgersRotterdams jaarboekje 1976 (zie literatuur), foto met onderschrift tegenover pagina 72NRC Handelsblad 5 maart 1980NRC Handelsblad 6 maart 1980, Witte HuisRotterdams jaarboekje 1976 (zie literatuur), 22 en 31 juli 1975, Euromast, schippersinternaat Robbenoord en politiecommissarisNRC Handelsblad 29 februari 1980. Uiteindelijk werd in 1980 een gemeentelijk plan voor bordeelboten in de havens door de Raad van State verboden wegens WvS art. 250bis (‘bordeelverbod’)NRC Handelsblad 22 november en 13 december 1980.

1972-1992: seksclubs, poging tot eroscentrum Vanaf 1972 verplaatsten seksploitanten hun activiteiten, in de vorm van clubs en privé-huizen, naar andere wijken, met name Middelland-Zuid in Rotterdam-WestHeemraadssingel (zie lit.). In 1982 probeerde seksploitant G. van Driel Vis aan de Keileweg een Eroscentrum te bouwen; omliggende bedrijven wisten de rechter hierover in 1983 een verbod te laten uitspreken‘Tippelzone wacht nog op privacy-schotten’, NRC Handelsblad 19 maart 1994. Gevonden 25-3-’09.. Vanaf 1987 bereidde de gemeente zelf een Eroscentrum, ‘vermaakcentrum’, aan de Keileweg voor met 50 prostituees, in afwachting van de in gang gezette afschaffing van WvS 250bis. De Raad van State beoordeelde echter in 1992 dat geplande sekscentrum als te grootschalig. Inmiddels bestond prostitutie in Rotterdam vooral in de vormen van clubs, escort-service en heroïnetippelprostitués .

Sinds 2000: legale sekshuizen In oktober 2000 trad in Rotterdam een vergunningstelsel voor seksbedrijven in werking.Verwey-Jonker (2006), pag. 37, 43-44, 49-51 In 2000 vroegen en kregen 87 bedrijven vergunning. Per oktober 2003 waren dat er nog 73.

Eind 2005 waren er nog 64 seksbedrijven vergund, waar in totaal ongeveer 350 prostituees werkten: 15 seksclubs met circa 130 vrouwen; 22 massage- en privé-huizen met circa 100 vrouwen; escortbedrijven met circa 25 prostituees; kamerverhuurders en sauna's en seks-/filmshops en SM-studio's en overige bedrijven met in totaal circa 100 prostituees. Daarnaast waren er 30 à 60 zelfstandig vanuit eigen huis werkende, niet vergunningplichtige, prostituees. Verwey-Jonker (2006), pag. 52-53

In het Scheepvaartkwartier waren vele animeerbars, die wegens de hiërarchische verhoudingen deels konden gelden als prostitutiebedrijfVerwey-Jonker (2006), pag. 72-74. Daarnaast zouden wellicht vele prostituees in overige illegale seksbedrijven werkenVerwey-Jonker (2006), pag. 60-72.

Begin 2003 wilde het stadsbestuur opnieuwTrouw 15 mrt. 2004 volgens website nozw.nl. Gevonden 25-3-’09. een gemeentelijk eroscentrum bouwen, vermoedelijkZie Rotterdams Dagblad, 3 april 2003. een straat of gebouw voor raamprostitutie, voor de 50 niet-verslaafde prostituees van tippelzone Keileweg (zie volgende paragraaf). Maart 2004 schrapte het stadsbestuur dat plan weer.

In 2007 stelde de gemeenteraad dat de 's-Gravendijkwal tussen Middelland en Oude Westen vele seksinrichtingen herbergde.NRC Handelsblad 11 dec. 2009

Tippelprostitutie Tot 1910 speelde tippelprostitutie zich vermoedelijk af in de Zandstraatbuurt. Toen die buurt werd afgebroken trokken de tippelprostituees vooral naar de Schiedamsedijk. Na het bombardement van 1940 trok de tippelprostitutie, net als de bordeelprostitutie, naar Katendrecht.

Heroïne-tippelprostitutie Sinds de jaren 1970 werd straatprostitutie in veel steden in Europa gekenmerkt door drugsverslaafde prostitueesOverzicht straatprostitutie, geschreven door gemeente Amsterdam, 2004-2008. Gevonden 24 oktober 2009.. In de jaren 70 en 80 ontstonden in Rotterdam-West diverse sekspanden (zie boven), en gelijktijdig ontstond daar ook heroïne-tippelprostitutie. Al in 1980 klaagden bewonersorganisaties in de wijk Middelland over overlast daarvan, bijvoorbeeld van rondjes rijdende prostitutieklanten. In de jaren ’80 nam heroïne-tippelprostitutie in Nederland en in Rotterdam toeVerwey-Jonker (2006).

Tippelzone De Jonghweg 1984-’94 In 1984 deed de Rotterdamse kantonrechter de uitspraak, verslaafde tippelprostituees voortaan niet of slechts licht te zullen bestraffen als Rotterdam niet zou overgaan tot het instellen van een gedoogzone. In juni ’84 wees dan de politie of het gemeentebestuur de G.J. de Jonghweg, aan de rand van de wijk Middelland-zuid, aan als onofficiële gedoogzone en in januari ’85 als officiële gedoogzone straatprostitutie. Op deze tippelzone was vanaf zeker moment ook het huiskamerproject ‘Keetje Tippel’ gevestigd in een bouwkeet.

In maart 1985 protesteerden bewoners van Middelland tegen de toegenomen prostitutieoverlast in hun wijkRotterdams Jaarboekje 1986 (zie lit.), p. 45. Eind 1985 was de klachtHet Vrije Volk 12 dec. 1985 volgens website heemraadssingel.nl. Gevonden 25-3-’09. van bewoners en politie dat ook in de omgeving van tippelzone De Jonghweg getippeld zou worden. Ook de jaren daarna lijken omliggende wijken overlast te hebben gehad van de tippelzone. In 1989 tippelden op de zone volgens de gemeente 60 prostituees, volgens de politie echter 150. In 1993 tippelden volgens de projectleider van Keetje Tippel en volgens anderen in het hoogseizoen 150 prostituees op de zoneNRC Handelsblad 16 maart 1994 Gevonden 25-3-’09.. Wegens overlast besloot de gemeenteraad in november ’93 de zone te verplaatsen naar de Keileweg op een verlaten industrieterrein, twee kilometer westelijker.

Tippelzone Keileweg 1994-2005