thumb|De Kozakken stonden bekend als onverschrokken, trots en onafhankelijk (Foto uit de Eerste Wereldoorlog van Koebankozakken) De Kozakken (Oekraïens: enkv. козак; Kozak; meerv. козаки; Kozaky, Russisch: enkv. казак; Kazak; meerv. казаки; Kazaki, Pools: Kozak; meerv. Kozacy) zijn een traditionele gemeenschap van mensen die leven in het zuidelijke steppegebied van Oost-Europa en Aziatisch Rusland. Ze staan bekend om hun onafhankelijke levenswijze en militaire vaardigheden, vooral wat betreft hun rijkunsten.
Het volkslied van Oekraïne Sjtsje ne vmerla Oekrajiny, geschreven in 1862, noemt de Oekraïners "een familie van Kozakken" (козацького роду, kozatskoho rodu). Er ontstonden grote groepen, zoals de Zaporozje-Kozakken in Oekraïne (geconcentreerd rond de versterkte Sitsj, voorbij de stroomversnellingen van de Dnjepr) en later – na een gedwongen verplaatsing van Kozakken – de Don-Kozakken in Rusland. De geschiedenis van de Kozakken is symbolisch en belangrijk vanuit het oogpunt van de vorming van de Oekraïense staat. De stad Zaporizjzja en het eiland Khortytsia worden beschouwd als het hart en de hoofdstad van de Kozakken. In 1993 werd het historische Don-Kozakkencentrum Novotsjerkassk in het zuidwesten van Rusland aangewezen als de symbolische hoofdstad van de Kozakken in Rusland.
Etymologie Het woord 'Kozak' komt van het Turkse woord quzzaq wat "avonturier" of "vrij man" betekent. De term werd het eerst gebruikt in documents uit 1395.
"Kozakken" (kozacy) was ook de naam voor een soort lichte infanterie in Polen-Litouwen. Deze benaming is echter niet verbonden met enige etniciteit. Kozakken moeten niet verward worden met Kazachen uit Kazachstan.
Geschiedenis thumb|280px|De Zaporozje-Kozakken schrijven de Turkse sultan een brief. Een schilderij van Ilja Repin (1880-1891) De Kozakken hebben van oorsprong een etnisch gemengde samenstelling, hoewel de Slavische en met name de Oekraïense component wel dominant is. Kozakken bestonden vaak uit lijfeigenen, verarmde edelen, horigen en andere verschoppelingen van de maatschappij die niets meer te verliezen hadden. Ze verlieten het Russische kerngebied en vestigden zich aan de randen van het Russische Rijk, zoals aan de grens met Polen-Litouwen, maar voornamelijk in gebieden die nu deel uitmaken van zuidelijk Oekraïne.
Ze vormden hier hun eigen gemeenschappen rondom hun dorpsgemeenschappen, de Sichen or stanitsa's. De 'gevestigde' Kozakken met een eigen boerenbedrijf leefden hoofdzakelijk van landbouw en veeteelt. Tijdens militaire expedities deinsden ze niet terug voor roof. Paarden vormden een essentieel onderdeel van de kozakkencultuur en hun levensstijl. Het was een echte mannenwereld: in sommige Kozakkenbolwerken werden vrouwen zelfs niet toegelaten.
Tsaardom Rusland Er ontstond een zekere stilzwijgende overeenkomst tussen de tsaar en de Kozakken. Die kwam erop neer dat wie eenmaal de Kozakken had bereikt en zich bij hen had aangesloten, niet meer door schuldeisers of edelen kon worden teruggehaald of uitgeleverd ("Van de Don wordt niemand uitgeleverd".). De tsaar liet de roof tijdens militaire operaties toe, zolang dit maar gebeurde in de niet-Russische gebieden (bedoeld werden de islamitische gebieden in het zuiden en zuidoosten). De tsaar zou zich bovendien niet met interne zaken van de Kozakken bemoeien ("Wij zijn slechts gehoorzaamheid verschuldigd aan de tsaar"). Hiertegenover stond dat de autoriteit van de tsaar erkend werd en dat deze in moeilijke tijden een beroep kon doen op de formidabele militaire macht van de Kozakken. thumb|left|300px|Koeban-Kozakken, eind 19e eeuw. Het uniform en de uitrusting van de Koeban-Kozakken verschilden aanzienlijk van die van de overige Kozakken. De verhouding van de Kozakken tot de tsaar was een haat-liefdeverhouding. Diverse Kozakkenopstanden braken uit en dreven de Russische legers in het nauw.
Opstanden De bekendste opstanden zijn die van Bohdan Chmelnytsky (Chmelnytsky-opstand, 1648), Stenka Razin (1667-1671), die van Ivan Mazepa (1708-1709) tijdens de Grote Noordse Oorlog (1700-1721) en de opstand onder leiding van Jemeljan Poegatsjov (1773-1774) onder Catharina de Grote.
Lijfeigenen vluchtten massaal naar het grensgebied van de kozakken, toen ze uitgebuit werden door de edelen en hun (vaak joodse) rentmeesters van het Pools-Litouwse Gemenebest. Die uitbuiting verspreidde zich in de 16e eeuw snel naar het gebied van het huidige Oekraïne door de toegenomen welvaart door de export van graan. Daarbij kwam dat zij hun Orthodoxe Kerk|orthodoxe geloof trouw bleven, terwijl hun Kerk werd vervolgd door de Rooms-Katholieke Kerk. Deze druk was toegenomen na de Unie van Brest in 1596 en de oprichting van de Oekraïens-Katholieke of Geünieerde kerk. Kozakken wierpen zich op als bewakers van het orthodoxe geloof, toen de adel merendeels overging tot het katholicisme, omdat dat hun een hogere status gaf binnen het Gemenebest. Vooral de afbraak van de religieuze tolerantie, die eerder het kenmerk was van Polen-Litouwen, leidde tot de groei van het protest en de vereniging van alle elementen, die het orthodoxe geloof trouw bleven. Daarnaast streden de Kozakken voor het idee van een eigen onafhankelijke staat.
Wanneer in de buurlanden Kozakken in opstand kwamen tegen het gezag, kregen deze vaak de steun van de tsaar, zoals de protectie van tsaar Alexis tegen Polen in de Unie van Pereslavl (1648), waar een verdrag, of beter protectoraatovereenkomst, gesloten werd tussen de Oekraïense Kozakkenleiders onder leiding van Bohdan Chmelnytsky en de Moskovische staat. Deze zou leiden tot een Pools-Russische oorlog die tot 1667 zou duren, om in dat jaar te resulteren in de vrede van Androesovo. In de aanloop tot deze strijd kreeg de tsaar te maken met grootschalige binnenlandse problemen; met dezelfde Stenka Razin.Perspectieven op Midden- en Oost-Europa, 2011
Napoleontische oorlog Tijdens de Franse invasie van Rusland in juni 1812 speelden de bereden Kozakken, door hun krijgsvaardigheid en bekendheid met het terrein, een belangrijke rol in het verminderen van de slagkracht van de Grande Armée bij hun aftocht uit Moskou.
De invasie bracht de Kozakken en het keizerlijke regime dichter bij elkaar dan ooit. Door de strijd tegen de gezamenlijke vijand werd de bitterheid die de gewone Kozak was gaan voelen ten opzichte van de eigen elite en de staat verzacht. Kozakken hadden in Europa al eerder deelgenomen aan campagnes tegen Napoleon, maar nu was de strijd op eigen gebied. De Don-Kozakken waren het meest betrokken bij de oorlog, door het grootste aantal deelnemers en de route van de invasie. Ook andere Kozakkenlegers droegen in belangrijke mate bij, maar de Don-Kozakken mobiliseerden hun hele bevolking.
Na de invasie werd er gelijk een militia georganiseerd in alle 16 provincies van Europees Rusland. De Don-Kozakken werden niet opgeroepen, omdat er al zoveel van in dienst waren. Toch mobiliseerde ataman Denisov alle mannen tussen 17 en 55 jaar en in september 1812 waren er 22 regimenten gevormd. Er was geen geld van de regering beschikbaar en alle soldaten betaalden hun eigen uitrusting. Er werden vier andere Kozakkenregimenten aan toegevoegd en begin oktober kwamen ze aan op het hoofdkwartier van generaal Koetoezov.
De ruiters bleven op afstand het verzwakte leger volgen als hyena's die een gewond dier beloeren, doemden plots op uit het niets en schakelden via kortdurende aanvallen delen van het leger uit, om dan weer uit het gezichtsveld te verdwijnen. Daarbij spaarde men de aanvoer- en communicatielijnen niet. De Kozak beroofde en doodde niet alleen meedogenloos de gewonde of achtergebleven soldaten, maar zorgde voor angst en ontreddering. Deze voortdurende bedreiging kwam neer op psychologische oorlogsvoering. De reguliere Kozakken, eerder verbonden met irreguliere troepen uit de Don en de Koeban, rukten met de geallieerden, via Oost-, Centraal- en West-Europa tot in Parijs op. Onderweg speelden ze een hoofdrol in de Volkerenslag bij Leipzig en in de bevrijding van de door de Fransen bezette delen van Duitsland en Nederland.
thumb|Een typische Kozakken-exercitie te paard In Parijs riepen de Kozakken niet bij iedereen sympathie op, zeker niet onder de verslagen Franse militairen. François Dumonceau van de Lansiers van Berg omschreef ze als volgt: "Met kleren en hoofddeksels van allerlei snit, geen spoor van een uniform, sjofel en smerig, met hun armetierige, broodmagere paardjes met ongekamde haren, de nek uitgestoken en het hoofd naar de grond gericht, alleen een simpele trens als tuig, en gewapend met een ruwe lange paal met in de punt een soort spijker, ogenschijnlijk ordeloos door elkaar krioelend, deden deze Kozakken me denken aan wriemelend ongedierte." De piek van de Kozak, waarmee het slachtoffer werd gespietst, had een dunne, ronde punt, waarmee hij alleen kon steken en geen pees of spier kon doorsnijden, zodat een verwonding niet ernstig was zolang er geen vitaal orgaan werd geraakt. De Kozakkenaanvoerder tegen Napoleon was de legendarische ataman Matvej Platov, die door de tsaar voor zijn militaire verdiensten in de adelstand verheven werd.
De Kozakken hadden door hun rol in de overwinning op Napoleon een enorme reputatie opgebouwd en werden overal voor feesten uitgenodigd. Ze vergezelden tsaar Alexander I naar Engeland in 1814 waar ze met name erg populair waren bij de Londense bevolking. De Kozakken waren compleet gerehabiliteerd in de ogen van de keizerlijke elite van Rusland en er was een nieuwe, mythische verhouding ontstaan tussen de keizerlijke dynastie en de Kozakken. De Kozakken en de tsaar hadden nooit zo dicht bij elkaar gestaan en deze relatie bleef zich ontwikkelen onder Alexanders opvolgers. In 1827 verzon tsaar Nicolaas I de titel 'ataman van alle Kozakkenlegers' voor zijn zoon en opvolger Alexander. Daarna bleef dat een titel voor elke tsarevitsj. Er werd een mythologie ontwikkeld als zou er vanouds een unieke band hebben bestaan tussen de tsaar en de Kozakken.
Eerste Wereldoorlog In de Eerste Wereldoorlog werd 12,5 % van de volwassen, mannelijke Kozakkenbevolking gemobiliseerd ten opzichte van 4,2 % van de niet-Kozakkenbevolking. Ze leverden een buitenproportioneel aantal manschappen. Ze maakten in 1913 2,4 % van de bevolking in het keizerrijk uit en leverden ongeveer 368.000 man. De Don en Koeban leverden daarvan elk 100.000 man.
Russische Burgeroorlog In de Russische Burgeroorlog (1917-1922) steunde de overgrote meerderheid van de Kozakken de Witten, die deelnam aan militaire operaties tegen het Rode Leger, de strijdmachten van het bolsjewistische bewind.
De Don- en Oessoeri-Kozakken weigerden de machtsovername van de bolsjewieken te erkennen. Met propaganda probeerden de bolsjewieken de Kozakken onderling te verdelen: hun leiders werden weggezet als instrumenten van het 'internationale kapitaal'. Door het Verdrag van Brest-Litovsk in maart 1918 kwamen Oekraïne, de Baltische staten, en grote delen van het Don-gebied onder Duitse bezetting. Al hadden de Duitsers er alles aan gedaan om de bolsjewieken in 1917 in het zadel te helpen, waren ze erop gebrand de bolsjewieken uit al de door hen beheerste gebieden te werken. De Don-Kozakken wisten een leger van 40.000 man in het veld te brengen, onder ataman generaal Krasnov. In de zomer en herfst van 1918 werd er zwaar gevochten in de gebieden van de Kozakken. Door uitputting en demoralisatie vroegen groepen Kozakken om een wapenstilstand in ruil voor beloften de manier van leven van de Kozakken te respecteren en hen goed te behandelen. Toen die groepen zich van het front op de Don terugtrokken moest het overige Kozakkenleger zich zuidwaarts terugtrekken. Het Rode Leger trok op naar de hoofdstad van de Don-Kozakken, Novotsjerkassk en kon de thuislanden van de Kozakken innemen.
Genocide