A Hard Day's Night is een Britse film uit 1964 van Richard Lester met in de hoofdrollen de Britse popgroep The Beatles bestaande uit John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr.

De film is deels documentaire, deels mockumentary. Vanwege de originele plot en het inventieve camerawerk, dat voor zijn tijd erg modern en opwindend was, werd A Hard Day's Night de eerste rockfilm die ook goede kritieken kreeg van filmcritici. Tegenwoordig is de film een cultfilm voor Beatle-fans en een maatstaf voor alle pop- en rockfilms die nadien gemaakt werden. De film was een gigantische hit in de bioscopen en bracht in de VS al zo'n 6,1 miljoen dollar op in het eerste jaar.

Verhaal

Achtervolgd door een horde van schreeuwende fans komen The Beatles bij het treinstation van Liverpool. Ze snellen het perron op en stappen in de trein naar Londen, waar ze een tv-show moeten doen. In de trein zitten ook hun manager Norm en "Shake", de roadmanager. Tot ergernis van Paul is ook zijn grootvader aanwezig, "een heel schone man". De groep wordt voortdurend gestoord en George raakt hiervan zo geïrriteerd dat hij voorstelt om in het bagagegedeelte te gaan zitten om zo wat rust te krijgen.

Eenmaal in Londen gaan The Beatles naar een hotel waar ze zich opgesloten voelen. Ze ontsnappen en gaan een avondje stappen waarbij Pauls grootvader nog voor commotie in een casino zorgt. Het volgende evenement is een optreden in een theater, maar ook daar slaat de verveling toe. Aangezien de voorbereidingen tijd vergen moeten de vier Beatles zichzelf vermaken. Ringo probeert de tijd te verdrijven met een goed boek, maar krijgt gelijk de aandacht van de opa van Paul. De oude man is een echte onruststoker, hij overtuigt Ringo dat hij naar buiten moet om het echte leven te waarderen in plaats van te zitten lezen.

Ringo ontsnapt aan het theater en begint aan een soloavontuur. Zijn "verdwijning" zorgt voor onrust en al snel is iedereen naar Ringo op zoek. Maar Pauls grootvader brengt Ringo in de problemen en ze worden beiden door de politie opgepakt, waarna Ringo weer teruggebracht wordt naar het theater waar het optreden nu van start kan gaan.

Rolverdeling

| John Lennon || John |- | Paul McCartney || Paul |- | George Harrison || George |- | Ringo Starr || Ringo |- | Wilfrid Brambell || Opa van Paul, John McCartney |- | Norman Rossington || Norm, the Manager |- | John Junkin || "Shake", the roadmanager |- | Victor Spinetti || tv-regisseur |- | Anna Quayle || Millie |- | Kenneth Haigh || Simon Marshall |- | Terry Brooks || Urchin |- | Pattie Boyd || Jean |- | Prudence Bury || Rita |- | Susan Whitman || Susan |- | Lionel Blair || tv-choreograaf |- | Richard Vernon || man in de trein |- | John Bluthal || autodief |- | Derek Nimmo || Leslie Jackson

Voorgeschiedenis Een amateur in de filmwereld In 1963 werd Brian Epstein, de manager van The Beatles door de Amerikaanse filmstudio United Artists benaderd voor een contract voor het maken van een aantal films rondom de groep. Epstein zag de deal als een goede manier om The Beatles te promoten en hun muziek te verkopen. United Artists was geïnteresseerd in het geld dat zou binnenkomen via de verkoop van de muziekalbums. The Beatles stonden in de Verenigde Staten onder contract bij Capitol Records, maar die overeenkomst sloot muziek van albums uit. De studio wist dat de verkoop van het album altijd geld zou opleveren, zelfs als de film zou floppen, dus zag men de filmdeal met The Beatles als een overeenkomst waarbij men niet kon verliezen. Aan de andere kant was de deal die United Artists met Epstein sloot weinig gunstig voor The Beatles. Epstein was geen goede onderhandelaar en in veel financiële zaken een amateur. Weliswaar waren The Beatles in die tijd nog niet op hun hoogtepunt qua populariteit (zeker niet in de VS), maar ook binnen die context was het een teleurstellend contract.

Een teleurstellende overeenkomst United Artists was niet van plan meer dan 500.000 dollar uit te geven aan de film, hetgeen betekende dat de vier groepsleden een mager salaris zouden krijgen. Om deze pil te vergulden besloten de onderhandelaars om The Beatles een percentage van de winst te geven. Maar ook niet meer dan 25%. Aangezien men weinig van de film verwachtte, was dat een risico dat men makkelijk kon nemen. De onderhandelaars van de studio kregen echter door dat Epstein niets wist van de filmwereld. Dus probeerde men een lager percentage te onderhandelen. Epstein kreeg te horen dat men bereid was om The Beatles 25.000 dollar te betalen en dat Epstein maar het aandeel in de winst moest voorstellen. Epstein wilde zich niet laten kennen en zei dapper dat hij niet lager kon gaan dan 7,5% van de winst. Hij klonk stoer maar had in werkelijkheid geen idee van percentages. De studiobazen van United Artists konden hun geluk niet op, ze waren bang geweest voor harde onderhandelingen en misschien wel een hoger percentage dan 25% en nu kwam Epstein met de lachwekkende 7,5 procent. Ze sloten meteen een deal voor drie films. Niet lang daarna schoot de populariteit van The Beatles door het dak (ook in de VS) en maakte Richard Lester van A Hard Day's Night een van de meest succesvolle films aller tijden. The Beatles liepen hierdoor niet alleen miljoenen aan inkomsten mis. Ze zaten ook vast aan een financieel teleurstellend filmcontract dat als een molensteen om hun nek zou gaan hangen.

Carte blanche Nu de deal was gesloten wilde United Artists de film zo goedkoop mogelijk maken. De in Engeland wonende Amerikaanse regisseur Richard Lester werd aangetrokken. Lester was bekend van zijn regie van The Goon Show, een voorloper van Monty Python's Flying Circus waarvan de humor The Beatles erg aantrok. Lester kreeg van de studio te horen dat hij carte blanche had, zolang hij de film binnen enkele weken zou maken, binnen het gestelde budget. De studiobazen hoefden geen scenario te zien. Het enige wat ze wilden was een film, wat liedjes en het geluid van de rinkelende kassa. Dus ging Lester op zoek naar een scenarist, die hij samen zou brengen met The Beatles. Er stond hem iets vaags voor ogen van een film over een dag in het leven van de beroemde groep uit Liverpool. Een film die Beatlemania zou gaan heten.

Scenario

Liverpudliaanse dialogen Als scenarist werd Alun Owen aangetrokken. Deze had een televisiescenario geschreven, No Trams to Lime Street (1959), dat speelde in Liverpool en waarin typische humor uit de stad verwerkt was en het accent van Liverpool werd gebruikt.Owen was geboren in Menai Bridge, maar was vanaf zijn achtste levensjaar in Liverpool opgegroeid. Owen bereidde zich voor door een aantal dagen met de groep op te trekken. Hij zou later typische uitdrukkingen van de vier gebruiken in het scenario. Het leven van The Beatles (de groepsnaam wordt in de film overigens nergens genoemd) vormde de inspiratie van Owen. Hij zag dat John, Paul, George en Ringo van hotelkamer naar hotelkamer werden gereden, met als enige onderbreking een optreden in een zaal vol gillende fans of de opnames in de studio. Kortom, ze waren gevangenen van hun eigen roem.

De werktitel van zijn scenario was The Beatles 1. Owen schreef een scenario waarbij hij The Beatles neerzette in vier stereotypen: John Lennon was de "sarcastische betweter", Paul de "charmante leukerd", George de "stille en bescheiden benjamin" en Ringo "de domme goeierd". Iedereen was het over eens dat het een briljant scenario was, maar onbruikbaar. Richard Lester begreep meteen dat hij nooit de vier Beatles zo kon regisseren dat ze zich precies aan het scenario hielden; het zou ook te toneelmatig zijn. Het scenario zou met name dienen als vehikel voor de Liverpoolse dialogen van de vier groepsleden.

Opzet van het scenario Owen volgde The Beatles tijdens hun tournee door Frankrijk. Het verblijf in de hotelkamers, de gillende fans, de autoritten, de optredens en de studio-opnamen van de groep, het waren allemaal elementen die terugkeerden in het scenario. Het idee was dat The Beatles naar Londen zouden reizen voor de opname van een televisieshow.

Als rode draad fungeerde de opa van Paul, een vals oud mannetje dat voortdurend zit te stoken tussen de groepsleden en geld wil verdienen aan foto's met handtekeningen van de vier Beatles. Voor deze rol werd Wilfrid Brambell gekozen. Brambell was vijftig, maar kon eruitzien als vijfenzeventig. Hij was in Engeland beroemd geworden als de voddenman Steptoe in de Britse televisieserie Steptoe and Son.In Nederland was reeds voor die tijd een Nederlandse verfilming van de verhalen te zien onder de titel Stiefbeen en zoon. Een van de terugkerende grappen uit de show was dat de zoon tegen Steptoe (Brambell) zei, "you dirty old man" (wat ben je toch een vieze oude man). In de film zegt iedereen tegen de grootvader (Brambell), "what a clean man" (wat een schone, nette man). In de film heeft de grootvader Ierse wortels. Hij zegt dat hij een soldaat van de republiek is, een referentie naar de IRA. Veel Ieren emigreerden van Ierland naar Liverpool.

De vier Beatles hebben allemaal een eigen scène in de film. John ontmoet een vrouw, Minnie, die denkt dat ze hem herkent maar niet op zijn naam kan komen. George raakt verzeild in het kantoor van een marketingmanager en is bijna verantwoordelijk voor het omgooien van diens ideeën over jeugdmarketing, terwijl Ringo op avontuur gaat langs de Theems. De scène die Paul zou krijgen werd uit de film geknipt. Hij moest een Shakespeare-spelende actrice (Isla Blair) bekritiseren vanwege haar theatrale stijl. De scène bleek echter te traag en haalde de vaart uit de film.

Owen was ook verantwoordelijk voor de creatie van Norm en Shake. Norm was de manager van The Beatles die een haat-liefdeverhouding heeft met de rebelse John Lennon. Shake was de roadmanager en zijn personage was gebaseerd op de echte roadmanagers van The Beatles, Neil Aspinall en Mal Evans. Behalve het Liverpoolse accent gebruikte Owen ook uitdrukkingen en woorden uit Liverpool. Een van die woorden was 'grotty' afgeleid van 'grotesque'. The Beatles kenden dit woord niet en verdachten Owen er van het zelf te hebben bedacht.

Titel Tijdens de opnamen van de film bleef de werktitel The Beatles 1 en soms Beatlemania. Vanuit de VS drong United Artists aan op een filmtitel zodat men de PR-machine kon starten. Uiteindelijk kwam de verlossing van Ringo. De drummer van The Beatles had de gewoonte om de Engelse taal te verhaspelen en uitdrukkingen te creëren die niet bestonden. Deze malapropismen van Ringo werden "Ringo-isms" genoemd; een bekend voorbeeld is "Eight days a week". Een ander Ringo-ism was: "a hard day's night". Ringo gebruikte deze uitdrukking toen hij thuis kwam na een hele dag hard werken, hij begon met te zeggen, "it's been a hard day.." zag toen dat het donker was, en voegde eraan toe.."night!". John Lennon, met zijn oor voor de Britse taal, gebruikte de uitdrukking in zijn boekje In His Own Write (1964). Volgens Lennon was het Richard Lester die aan Lennon voorstelde om de uitdrukking van Ringo te gebruiken, toen ze na een dag op de filmset terug naar huis reden.Playboy magazine-interview in 1980. Volgens Paul McCartney waren The Beatles zelf met de titel gekomen.Paul McCartney, in een interview voor The Beatles Anthology (1994). Tijdens een kleine brainstorm om met een filmtitel te komen, herinnerden ze zich de uitdrukking van Ringo. Producent Walter Shenson beweert dat hij de titel doorkreeg van John Lennon en Richard Lester en zonder commentaar doorgaf aan United Artists.Walter Shenson, in de documentaire over het maken van de film. Daar werd met enig ongeloof gereageerd. Toen echter bleek dat de secretaresses en jongere medewerkers enthousiast reageerden, werd A Hard Day's Night de titel.

Productie

Opnamen