Frederick Pietersz. (de) Houtman (Gouda, 1571 – Alkmaar, 21 oktober 1627) was een Nederlander die samen met zijn broer Cornelis deelnam aan de Eerste Schipvaart, de eerste expeditie over zee vanuit Holland naar de Indische Archipel. Op zijn tweede reis naar de Oost werd hij meer dan twee jaar gevangen gehouden in het sultanaat Atjeh. Hij publiceerde het eerste woordenboek Nederlands-Maleis en Nederlands-Malagasi met een aanhangsel waarin voor het eerst in boekvorm de positie was vastgelegd van meer dan driehonderd sterren die alleen vanaf het zuidelijk halfrond te zien zijn. Hij had naar zijn zeggen die positie zelf in kaart gebracht op zijn eerste twee reizen naar Oost-Indië. De Houtman was gouverneur van Amboina, Raad van Indië en gouverneur van de hele Molukken. In 1619, tijdens zijn vierde en laatste tocht naar de Indische Archipel, ontdekte zijn vloot van twee schepen een eilandengroep voor de westkust van Australië die naar hem vernoemd werd en de naam Houtman Abrolhos kreeg.
Familie De Houtman was een zoon van de bierbrouwer en kapitein van de plaatselijke schutterij Pieter Cornelisz. Houtman, die in 1573 lid van de Goudse vroedschap werd. Hij is vernoemd naar zijn grootvader van moeders kant. Zijn moeder heette Agniesje Fredriksdr.Gomes, Rob; Genealogische fragmenten Alkmaar. Gegevens van personen in en uit Alkmaar en van families die daar van betekenis zijn geweest. geneanet.nl De grootvader van vaders kant was een houthandelaar.Dam, M.J. van (1998) Cornelis en Frederick de Houtman van Gouda, pioniers van de vaart op Oost-Indië, p. 68
Frederik werd op 28 april 1590 als Frederick Pietersz van der Goude ingeschreven als poorter van Alkmaar, waar hij in de leer ging bij de houthandelaar Comelis Nanninxs.Dam, M.J. van (1998), p. 86 De gereformeerde Frederik trouwde in hetzelfde jaar met Vrouwtje Cornelisdr Clock; de in 1566 geboren rooms-katholieke en vier jaar oudere dochter van zijn werkgever. Beiden bleven hun eigen geloof trouw.Dam, M.J. van (1998), blz. 69 + 87Vrouwtje Cornelisdr Clock website Nederlandse Genealogische VerenigingBelonje, J.; Frederik Houtman de zeevaarder. In: Alkmaarse Volksalmanak, nr. 21 (1979), p. 29
thumb|260px|Het schip Mauritius. Detail uit een werk van Hendrik Cornelisz. Vroom (datering 1600-1630) (Rijksmuseum Amsterdam). thumb|260px|In Zuidelijk Afrika kwam de vloot van de Eerste Schipvaart de Khoikhoi tegen, die door de bemanning Hottentotten werd genoemd. thumb|260px|Bantam eind 16e, begin 17e eeuw, door Theodoor de Bry; gezien vanuit het noorden
In 1592 begaf Frederik zich met zijn broer Cornelis naar Lissabon om op verzoek van Amsterdamse kooplieden inlichtingen in te winnen over de Carreira da Índia, de vaart naar Oost-Indië. Een jaar later werd zijn broer in Lissabon gevangengenomen op verdenking van spionage en door Hollandse kooplieden vrijgekocht.Dam, M.J. van (1998), blz. 71Sijs van der, Nicoline; Wie komt daar aan op die olifant? Een zestiende-eeuws taalgidsje voor Nederland en Indië, inclusief het verhaal van de avontuurlijke gevangenschap van Frederik de Houtman in Indië, p. 33Laboranter (pseudoniem), Geen titel. In: De Navorscher, 18de jaargang (1868), p. 353-355
Eerste Schipvaart
Zijn broer Cornelis was door de Compagnie van Verre aangesteld als opperkoopman op de eerste Hollandse zeereis naar Oost-Indië die bekend zou worden als de Eerste Schipvaart. Hij had zijn positie als zakelijk leider wellicht te danken aan Reinier Pauw, een van de belangrijkste bewindhebbers van de compagnie, met wie hij via zijn moeder verwant was. Frederik ging mee als vrijwilliger en had om die reden geen vastomlijnde functie. Hij zou zich echter zeer verdienstelijk maken door de positie van de schepen vast te leggen en naar eigen zeggen ook van talrijke sterren die alleen vanaf het zuidelijk halfrond te zien zijn.
Vier schepen vertrokken op 2 april 1595 van Texel met 249 bemanningsleden aan boord. Het hoofddoel was Bantam op de noordwestkust van Java, de grootste handelsplaats in Oost-Indië. De schepen volgden de routebeschrijving die Jan Huygen van Linschoten had opgetekend.
De reis was bar en boos, met fikse ruzies, bedreigingen, moorden op inlanders en bemanningsleden. Alleen al op het kleine eiland Nosy Maritsa op Madagaskar werden - voornamelijk vanwege scheurbuik - zeventig manschappen begraven. Bij schermutselingen met de eilandbewoners werden twee jongens krijgsgevangen gemaakt die daarna jarenlang in dienst bleven van de compagnie. Deze tieners werden Lourens en Madagascar genoemd; ze worden tegenwoordig wel eens beschreven als de eerste Afrikaanse personen die tot Nederlandse slaven werden gemaakt. Bij terugkomst in Holland in augustus 1597 waren nog 89 bemanningsleden in leven, inclusief twee die op Bali waren achtergebleven.Nederlandsche zeereizen, delen 3-4, (1828-1830), blz. 151-152
De reis die bijna 2,5 jaar had geduurd, was nauwelijks lonend. De aanhoudende vraag naar specerijen zorgde er wel voor dat binnen enkele weken bij de overheid talrijke verzoeken binnenkwamen voor nieuwe expedities naar Oost-Indië. Vele zouden volgen.
thumb|260px|Het sultanaat Bantam.
Tweede reis naar de Oost thumb|260px|De baai Saint Augustine op Madagaskar waar de schepen onder de gebroeders De Houtman zowel in 1595 als in 1598 aan land gingen.
thumb|260px|De Maladiven, illustratie uit 1602.
De broers vertrokken op 25 maart 1598 met twee schepen opnieuw naar Oost-Indië. Deze keer in opdracht van de Veersche Compagnie van Balthazar de Moucheron.Dresselhuis ab Utrecht, J. (1841) Nog iets over Frederik de Houtman In: Vaderlandsche letter-oefeningen. G.S. Leeneman van der Kroe en J.W. IJntema, blz. 529-535 Cornelis was kapitein op de Leeuw en Frederik op de Leeuwinne.Mitrasing, Ingrid Saroda (2011) The age of Aceh and the evolution of kingship 1599-1641, blz. 71 Als opperkoopman voer Thomas Coymans mee. Vierde in rang was de koopman Guyon Lefort, en ook de als Engelse spion gekwalificeerde John Davis was van de partij als stuurman en navigator.
De schepen lagen twee weken voor Torbay en passeerden op 8 juli de evenaar. Nadat op 21 november bij de Saldanhabaai veertien Nederlanders waren gedood, zeilden ze op 7 december verder. Ze bezochten een maand later dezelfde baai bij Madagaskar als bij hun eerste reis in 1595, Saint Augustine.Wickeren van, Arnold; De expedities van de voorcompagniën via website colonialvoyage.com. Gearchiveerd op 3 juni 2015. In juni waren de schepen op de Maldiven, voeren langs Kaap Comorin en arriveerden op Sumatra, waar een machtsstrijd gaande was.Maleis sprekende papegaai op diplomatieke missie via nieuws.leidenuniv.nl Uitvoeriger bron: Mitrasing, Ingrid Saroda (2011) Op 3 juli ging Cornelis de Houtman aan land bij Kota Radja.
Op verzoek van sultan Alau'd-din Ri'ayat Shah werd besloten om in ruil voor de levering van een lading peper mee te helpen aan een gewapende aanval vanuit zee op het Maleise sultanaat Johor. De schepen zouden de Maleise vestingwerken beschieten en voor de Atjehers stukken zwaar geschut meenemen; binnen drie maanden zouden de schepen terug moeten zijn.
Het lukte de Hollanders echter niet van de gewone man peper te kopen. Er werd hen verteld dat daarvoor toestemming nodig was van de sultan. Deze had naar eigen zeggen de verkooponderhandelingen overgelaten aan de sjahbandar, de havenmeester, die op 10 september 1599 plotseling met de mededeling kwam dat de kostprijs bijna verdubbeld was. De volgende dag werd hij nog meer verhoogd.Sijs, Nicoline van der (2000), blz. 132 Desondanks bleven de Hollanders proberen zaken te doen.
Op 11 september 1599, de dag voor hun geplande vertrek naar Johor, werden eten en drinken aan boord gebracht waaraan een verdovend middel was toegediend. Ook talrijke soldaten kwamen aan boord. Cornelis en 28 anderen werden gedood, maar de overgebleven bemanning wist de inlanders van boord te verdrijven en weg te varen. Tientallen bemanningsleden die zich op dat moment aan land bevonden, waaronder Frederik de Houtman en Hans de Decker, werden gevangengenomen. Een deel werd gedood.Tiele, Pieter Anton, Frederick de Houtman te Atjeh: Cort verhael vant' gene wedervaren is (1880)Mitrasing, Ingrid Saroda (2011), blz. 64, 78-80 De Leeuw en de Leeuwinne keerden onder Guyon Lefort terug naar Nederland.
thumb|260px|Boten voor de kust van Atjeh. (collectie Wereldmuseum Amsterdam)
De Houtman schrijft in zijn 'Cort Verhael', een verslag over de gebeurtenissen in Atjeh, dat de sultan hem verteld had dat hij alleen opdracht had gegeven om iedereen aan boord gevangen te nemen. De verantwoording voor de vele doden legde de sultan bij een van de vier havenmeesters.Sijs, Nicoline van der (2000), blz. 143 Op 19 september 1599, een islamitische feestdag, beloofde de sultan Frederik de Houtman een belangrijke positie als hij zou overgaan tot de Islam. Daarnaast bood hij hem een vrouw, slaven en goederen aan, plus de belofte hem vrij te laten als er nieuwe schepen kwamen. De Houtman antwoordde dat hij het Christelijke geloof trouw wilde blijven en al gehuwd was.Sijs, Nicoline van der (2000), blz. 144 Een aantal van zijn medegevangenen ging wel over tot de Islam.
De Houtman kreeg op 31 juli 1600 het bericht dat er uit Holland vier schepen waren aangekomen. Die stonden onder het bevel van Jacob Willekens. Daarop werden enkele Hollanders uit de groep van De Houtman naar het binnenland gebracht. Desondanks wisten twee van hen een briefje naar een van de boten te smokkelen. De schepen vertrokken daarop, zonder dat iemand aan land was geweest. De smokkel van het briefje werd ontdekt en de verantwoordelijken werden gestraft.Sijs, Nicoline van der (2000), blz. 149-159
Twee Hollandse schepen kwamen op 25 november met admiraal Paulus van Caerden voor de kust aan.Mitrasing, Ingrid Saroda (2011), blz. 83 De Houtman en een aantal kompanen vluchtten in een prauw naar de boten en lieten de sultan weten ontsnapt te zijn. Die gaf schriftelijke toestemming om weg te blijven, maar trok die vlak daarna in en verlangde dat De Houtman terugkwam. De Houtman bood Van Caerden aan de volgende dag terug te gaan als hem dat zou uitkomen. Deze stemde toe omdat hij met de sultan handel wilde drijven en door hem gastvrij ontvangen wilde worden.Sijs, Nicoline van der (2000), blz. 155 Tegelijkertijd beloofde hij er alles aan te doen De Houtman op een andere manier vrij te krijgen.
Het lukte Van Caerden niet De Houtman vrij te kopen en nam een schip met zestig inlanders in beslag om een gevangenenruil af te dwingen, maar de sultan ging er niet op in.Sijs, Nicoline van der (2000). blz. 153-159 De inlanders werden daarop vrijgelaten en de Hollandse schepen voeren weg, met tien Hollanders die hadden weten te vluchten. Vervolgens plunderde Van Caerden enkele boten met bestemming Atjeh.Mitrasing, Ingrid Saroda (2011), blz. 85 De Houtman kreeg van de sultan als straf voor zijn ontsnapping een strop om zijn hals en weinig te eten.