Parsifal is de laatste opera van Richard Wagner, die er het libretto of zoals hij het noemde de Dichtung en de muziek voor schreef. Wagner noemde dit werk een Bühnenweihfestspiel, en bepaalde dat het uitsluitend in het Festspielhaus in Bayreuth mocht uitgevoerd worden. Het verhaal is min of meer gebaseerd op de roman in versvorm Parzival van Wolfram von Eschenbach (ca.1170 – 1220). Critici van Wagner beschuldigden hem van het gebruik van christelijke symbolen voor zijn eigen gewin terwijl Nietzsche hem beschuldigde van ‘op zijn buik te kruipen voor het kruis’.
De schrijfwijze "Parsifal" ontleende Wagner aan de historicus Joseph von Görres die via een foutieve etymologische interpretatie een Perzische achtergrond meende gevonden te hebben. Parsifal was volgens hem letterlijk te vertalen als: "reine gek" of "zuivere dwaas". In de opera "Parsifal" van Wagner noemt Kundry hem bij de aanvang van haar sirenenzang in het tweede bedrijf Falparsi "töriger Reiner".
Ontstaansgeschiedenis miniatuur|left| Richard Wagner, afgebeeld door Cäsar Willich in 1862 Twaalf jaar nadat Wagner de epische roman in versvorm van Wolfram von Eschenbach had gelezen tijdens een kuur in Mariënbad in 1845,Gregor-Dellin, Martin (1983) Richard Wagner: his life, his work, his Century William Collins, , p.141 maakte hij, zoals hij zelf schreef in zijn biografie, een eerste concept van Parsifal tijdens een verblijf in Zürich in een vakantiehuis dat hem ter beschikking was gesteld door Otto Wesendonck via diens vrouw Mathilde Wesendonck. Wagner zei hier zelf over dat hij op Goede Vrijdag, bewogen door de mooie tuin in de lentezon, plots terugdacht aan de beschrijving van de Goede Vrijdag door Wolfram von Eschenbach in zijn Parzifal en daarop een ruwe schets voor de opera maakte. Later bleek dit een dichterlijke vrijheid was want Goede Vrijdag viel in 1857 op 10 april terwijl de Wagners pas op 28 april hun intrek namen in de woning die hen door Wesendonck ter beschikking was gesteld.
Hoewel Wagner in zijn correspondentie met Mathilde Wesendonck nog regelmatig over Parsifal schrijft, zal het tot 1865 duren voor hij het project weer ter hand neemt. Tussen 27 en 30 augustus van dat jaar maakt hij een ontwerp voor Parsifal, op vraag van koning Lodewijk II van Beieren, met een korte beschrijving van het verhaal en een karakterschets van de voornaamste personages die in het stuk voorkomen. Maar daarna blijft het weer stil rond Parsifal. Het is pas in januari 1877 dat Wagner de draad weer opneemt en aan het libretto begint te werken. Het eerste volledige tekstontwerp is afgewerkt op 19 april 1877.
In augustus 1877 begint Wagner aan de compositie van de grote muzikale lijnen voor het eerste bedrijf. In wat hij een Gesamtentwurf noemt, werkt hij met twee notenbalken, een voor de vocale muziek en een voor de instrumentale lijn. In een meer gedetailleerd ontwerp, de Orchesterskizze, wordt de orkestlijn op drie tot vijf notenbalken verder uitgewerkt. Wagner werkte bedrijf per bedrijf af; het eerste bedrijf was klaar op 1 januari 1878, het tweede was afgewerkt op 1 oktober 1878 en het derde werd beëindigd op 26 april 1879. Het maken van de volledige partituur werd aangevat op 23 augustus 1879, maar vanwege zijn verslechterende gezondheidstoestand zocht hij het warme Italië op in gezelschap van de Russische schilder Paul von Joukowsky. Het was daar dat hij in mei 1880 in Ravello de Villa Rufolo bezocht wat hem inspireerde voor het decor van de tovertuin van het kasteel van Klingsor.Zie Synopsis - tweede bedrijf. Joukofsky maakte een aantal schetsen van de tuin voor het decor van het tweede bedrijf. In november 1880 keert Richard terug naar Bayreuth en herneemt zijn werk aan de uiteindelijke partituur. Het eerste bedrijf is klaar op 25 april 1881, gevolgd door het tweede bedrijf op 19 oktober en op 25 december presenteerde hij aan Cosima de laatste georchestreerde pagina als verjaardagsgeschenk, hoewel hij in alle stilte nog aan de opera werkte tot 1 januari 1882.Steven Scott Baker, Neo-Riemannian Transformations And Prolongational Structures In Wagner’s Parsifal, 2003, Florida State University. p.11
Synopsis Eerste bedrijf miniatuur|links|Kundry (1906) door Rogelio de Egusquiza. Museo Nacional del Prado, Madrid. Het verhaal begint bij het slot Montsalvat ergens in de Spaanse Pyreneeën, de burcht waar de graalridders zich ophouden. Gurnemanz, een van de oudere graalridders wekt twee jonge schildwachten die ingedommeld waren tijdens de wacht. Twee andere graalridders vervoegen het gezelschap en vertellen Gurnemanz dat koning Amfortas een slechte nacht heeft doorgemaakt en ze gaan naar het nabijgelegen meer om het bad van de koning voor te bereiden. Op dat moment stort Kundry zich op de scène met een geneeskrachtige balsem die ze in Arabië is gaan zoeken. Amfortas wordt opgevoerd en beschrijft de ondraaglijke pijn die hij lijdt, maar ook de voorspelling van zijn verlossing. De koning wordt naar zijn bad gebracht en de jonge knapen beginnen Kundry te sarren, waarop Gurnemanz haar verdediging op zich neemt.
Hij vertelt dan het verhaal van Amfortas, die verleid door een wondermooie vrouw, de heilige speer uit zijn handen laat glippen, die wordt gegrepen door de tovenaar Klingsor die met de speer Amfortas een wonde in de zijde toebrengt. Hij vertelt de knapen ook hoe Titurel, de vader van Amfortas, de burcht bouwde en de broederschap oprichtte. Klingsor wou ook toetreden tot de broederschap maar werd geweigerd omdat hij wellustig was. Klingsor castreert zichzelf om kuis te worden maar wordt opnieuw geweigerd door Titurel die hem weerzinwekkend vindt. Klingsor zweert wraak te zullen nemen en vroeg of laat de speer en de graal te bemachtigen en de graalridders in het verderf te storten. De lange monoloog van Gurnemanz eindigt met de profetie die in de burcht op de muur verscheen dat Amfortas en de graalgemeenschap zullen gered worden door een ‘reine dwaas’.
Dan ontstaat er tumult aan het meer waar de koning zijn bad nam en schildknapen en ridders brengen een jongeman voor Gurnemanz die bij het meer een zwaan heeft doodgeschoten met zijn boog. Parsifal, de jongeman in kwestie, wordt door Gurnemanz duchtig de les gelezen over het doden van de zwaan, waarop Parsifal, die zich bewust wordt van zijn zinloze daad, zijn boog in stukken breekt. Daarna probeert Gurnemanz Parsifal te ondervragen naar zijn afkomst, maar Parsifal kan op geen enkele vraag antwoord geven, alleen de naam van zijn moeder Herzeleide kan hij geven. Daarop vat Kundry de herkomst van Parsifal samen en in het verdere gesprek zegt Kundry dat Herzeleide gestorven is waarop Parsifal haar aanvalt maar door Gurnemanz tot de orde geroepen wordt.
Gurnemanz begint te vermoeden dat Parsifal de reine dwaas zou kunnen zijn die in de profetie voorspeld werd en besluit om hem mee te nemen naar de Graalburcht waar Amfortas de graal aan de verzamelde ridders zal tonen. Alle ridders en knapen zijn verzameld in de grote zaal van het kasteel. Titurel maant zijn zoon aan om de graal te tonen, maar Amfortas weigert en barst uit in een jammerklacht over zijn lijden. Uiteindelijk zegent hij toch de verzamelde ridders met de graal. Op het einde van de plechtigheid stuurt Gurnemanz Parsifal weg omdat hij meent dat die niets begrepen heeft van wat hij zag. Tijdens die laatste scène wordt de profetie door hemelse stemmen herhaald.
Tweede bedrijf thumb|De Tovertuin (1913) door Georg Daubner. Musée d'Art moderne et contemporain, Straatsburg. We bevinden ons in het toverslot van Klingsor die een bezwering uitspreekt om Kundry op te roepen. In het gesprek dat volgt tussen Kundry en Klingsor, vertelt Klingsor het verhaal van de verleiding van Amfortas door Kundry. Kundry krijgt de opdracht om Parsifal te verleiden, Klingsors gevaarlijkste vijand, omdat hij beschermd wordt door het schild van de onwetendheid, der Torheit Schild in de originele tekst. Kundry weigert aanvankelijk maar ze wordt door Klingsor gedwongen. Ze is in zijn macht omdat hij de enige man is die ze nooit kon verleiden, hij had namelijk zichzelf ontmand! Dan roept Klingsor zijn wachters op, allemaal voormalige graalridders die in Klingsors macht gekomen zijn nadat ze verleid werden door Kundry of de bloemenmeisjes.
Als Parsifal zijn vijanden verslagen heeft bereikt hij de slottuin waar hij wordt opgewacht door de bloemenmeisjes, bloemen die door Klingsor zijn omgetoverd in beeldschone, jonge verleidelijke vrouwen. De bloemenmeisjes proberen Parsifal te verleiden, maar als ze beginnen kibbelen over wie dan wel de mooiste is, wil hij weggaan. Kundry in de gedaante van een bovenaards mooie vrouw roept Parsifal bij zijn naam waarop de bloemenmeisjes verdwijnen en Parsifal als betoverd blijft staan. Kundry probeert het vertrouwen van Parsifal te winnen door hem het verhaal van de dood van zijn vader en het verdriet van zijn moeder te vertellen. Ze verklaart hem ook waarom Herzeleide zich met haar zoontje in het bos terugtrok om hem ver van alle wapengeweld op te voeden en ze vervolgt haar verhaal met het grote verdriet dat Parsifal zijn moeder heeft aangedaan door van haar weg te gaan, verdriet waaraan ze stierf.
Parsifal vervloekt zijn domheid en verwijt zich dat hij op een dergelijke manier zijn moeder vergeten is en Kundry brengt hem de laatste groet van zijn moeder over: een innige kus. Op dat moment wijkt de dwaasheid of de onschuld en beseft Parsifal dat hij ook de klacht van Amfortas niet heeft begrepen en meer nog, dat het eigenlijk de heiland was die hem vroeg zijn heilig bloed te verlossen uit de zondige handen van Amfortas. Als Kundry een poging doet om het tij nog te keren beseft Parsifal dat zij het was die Amfortas verleidde en stoot haar weg. Kundry vertelt dan aan Parsifal over haar vloek om eeuwig rond te zwerven omdat ze om de lijdende Christus gelachen had. Parsifal biedt haar verlossing van die vloek aan als ze hem naar de graalburcht brengt, maar Kundry vervloekt hem en voorspelt dat hij nooit de weg zal vinden, waarop ze woedend wegloopt en Klingsor ter hulp roept.
Klingsor verschijnt nu op de burchtmuur met de heilige speer waarmee hij Parsifal tracht te treffen, maar de speer blijft boven Parsifals hoofd zweven. Parsifal neemt de speer en maakt er een kruisteken mee waardoor Klingsor en zijn burcht door de aarde verzwolgen worden.
Derde bedrijf thumb|left|De Graalburcht (1899) door Hans Thoma. Het eerste tafereel speelt bij een hut aan een bron in het Graalsgebied waar Gurnemanz, heel erg verouderd, iemand hoort steunen in het struikgewas. Hij ontdekt Kundry die zo goed als dood tussen de struiken bij de bron lag. Op dat moment komt een geharnaste ridder met een speer naderbij. Die wordt door Gurnemanz terechtgewezen omdat hij op Goede Vrijdag geen wapens hoort te dragen. Als de ridder zijn helm afneemt en de speer in de grond plant, herkent Gurnemanz Parsifal en de heilige speer en Parsifal herkent op zijn beurt Gurnemanz. Parsifal vertelt dan van zijn omzwervingen in zijn zoektocht naar de graalburcht en Gurnemanz brengt Parsifal op de hoogte van het verval van het riddergenootschap sinds Amfortas, na het eerste bezoek van Parsifal, weigert de graaldienst te vervullen om zo zijn einde te bespoedigen.
Parsifal is wanhopig over zijn falen, maar Gurnemanz weet hem te troosten en zegt dat hij diezelfde dag nog het ambt van Amfortas moet overnemen. Hij wordt aan de heilige bron gebracht en Kundry wast zijn voeten, zalft ze en droogt ze met haar lange haren. Ondertussen wast Gurnemanz zijn hoofd en zalft Parsifal tot koning. Zijn eerste taak als koning is het dopen van Kundry om haar van haar vloek te verlossen.