Onder Nederlands West-Indië verstond men de Nederlandse koloniën in de Caraïben, soms ook in combinatie met delen van Midden- en Zuid-Amerika. De West-Indische Compagnie (WIC), tegenhanger van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC), rekende zelfs Nederlandse koloniën in West-Afrika tot West-Indië.

Met de Nederlandse grondwetswijziging van 1922 werd bepaald dat het Koninkrijk der Nederlanden bestond uit het grondgebied van Nederland, Nederlands-Indië, Suriname en Curaçao en Onderhorigheden. Met die onderhorigheden werden Aruba, Bonaire en de SSS-eilanden bedoeld. De combinatie van het rijksdeel Suriname en het rijksdeel Curaçao werd in die tijd vaak omschreven als "De West" of (Nederlands) West-Indië.

Nederlands West-Indië onder heerschappij van de WIC Arguin (eiland langs de kust van Mauritanië); Curaçao, inclusief Aruba en Bonaire; Loango-Angolakust (in het huidige Angola); Nederlands-Brazilië (lag in het huidige Brazilië); Nederlands-Guiana, bestaande uit Essequebo en Demerary, Berbice en Suriname (het huidige Guyana en Suriname); Nederlandse Goudkust (lag in het huidige Ghana); Nederlandse Maagdeneilanden (de huidige Amerikaanse en Britse Maagdeneilanden); Nieuw-Nederland (lag in de huidige staat New York); Nieuw Walcheren (lag op het eiland Tobago); Sint Maarten; Sint Eustatius, inclusief Saba; Slavenkust (lag onder andere in Benin, Togo en Nigeria).

Nederlands West-Indië na 1815 Na de Franse tijd bleven het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en later het Koninkrijk der Nederlanden aanvankelijk de baas in: Curaçao en Onderhorigheden (vanaf 1948 de Nederlandse Antillen genoemd); Nederlandse Goudkust (tot 1872); Suriname.

Zie ook Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië

Categorie:Voormalige kolonie van Nederland Categorie:West-Indische Compagnie