Ayaan Hirsi Ali () (Mogadishu (Somalië), 13 november 1969) is een Nederlands-Amerikaans feministe, publiciste, auteur en voormalig politica van Somalische afkomst. Ze werd geboren als Ayaan Hirsi Magan Isse Guleid Ali Wai’ays Muhammad Ali Umar Osman Mahamud, kortweg Aya(a)n Hirsi Magan, ook Somalisch: Ayaan Xirsi Cali: Ayān Ḥirsī 'Alī.Ayaan Hirsi Ali: Mijn vrijheid. De autobiografie, uitgeverij Augustus Amsterdam Antwerpen, 2006 4e druk, p. 237, brief na p. 336, p. 425 en meer plaatsen
Hirsi Ali groeide op als moslim, werd als volwassene atheïst en bekeerde zich in 2023 tot het christendom. Ze is vooral bekend om haar kritiek op de islam. Hirsi Ali was tussen 2003 en 2006 lid van de Tweede Kamer voor de VVD. Zij emigreerde naar de Verenigde Staten, waar zij een fellow was van het American Enterprise Institute. Zij richtte in 2007 de AHA Foundation op, een internationale organisatie voor vrouwenrechten. Website van de AHA Foundation. Gearchiveerd op 22 mei 2023. Sinds 2013 heeft zij de Amerikaanse nationaliteit en is zij zowel een fellow van de Kennedy Government School aan de Harvard-universiteit als een lid van The Future of Diplomacy Project van het Belfer Center for Science and International Affairs geweest.The Chromy Award Nominations Daarna werd zij Research Fellow aan het Hoover Institute van de Stanford-universiteit.
Levensloop Jeugd Hirsi Ali werd als Ayaan Hirsi Magan geboren in Somalië in een islamitische familie uit de Darodstam. Haar vader, Hirsi Magan Isse, was academisch opgeleid in Italië en de Verenigde Staten en tegenstander van dictator Muhammad Siad Barre. Hij woonde steeds in het buitenland (in Italië, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk). Hij was tegen vrouwenbesnijdenis die in de Darodstam een traditie is. Toen Ayaan vijf jaar oud was, heeft haar grootmoeder haar toch laten besnijden.Danger woman, The Guardian, 17 mei 2005. Gearchiveerd op 26 juli 2008.
Toen Ayaan zes jaar was, vluchtte het gezin naar Saoedi-Arabië. Een jaar later verhuisde het gezin naar Ethiopië en vier jaar daarna naar Kenia. In Kenia, waar ze elf jaar zou blijven, ging Ayaan naar de Engelstalige Nairobi Muslim Girls' Secondary School. Ze kreeg op deze Engels-georiënteerde school korte tijd les van 'mevrouw Aziza', een gastdocente, die er naar Hirsi Ali's zeggen radicaalislamitische denkbeelden op nahield. In 1980 begon de Irak-Iranoorlog. Hirsi Ali zei later in een interview met New York Times Magazine, dat ze in die tijd had willen vechten tegen Irak, omdat zij en andere scholieren zagen wat het Iraakse leger aangericht had.Daughter of the Enlightenment, New York Times Magazine, 3 april 2005 Volgens hetzelfde interview voelde Hirsi Ali ook enige sympathie voor de Moslimbroederschap. In deze tijd droeg ze een hidjab (een lange hoofddoek).
Naar Nederland In 1992 voltrok zich in Somalië een humanitaire ramp. Ongeveer een half miljoen Somaliërs kwamen om van de honger. Diverse groepen bestreden elkaar in een hevige burgeroorlog, en rond de twee miljoen Somaliërs verbleven in vluchtelingenkampen in de buurlanden zoals Kenia.
Hirsi Ali's vader kwam triomfantelijk op bezoek, hij had zojuist voor Hirsi Ali, toen 23 jaar, een huwelijk gearrangeerd met Osman Musse, een verre achterneef uit Canada, die hij kort tevoren in de moskee had ontmoet. Voor de islamitische huwelijksceremonie waren haar aanwezigheid en haar handtekening niet nodig. Naar eigen zeggen was ze zelf niet aanwezig bij deze formele huwelijkssluiting.Ayaan Hirsi Ali: Mijn vrijheid. De autobiografie, 2006 4e druk, pp. 209-214 Er waren familieleden die verklaarden dat ze wel aanwezig was."De heilige Ayaan. Zembla, 11 mei 2006.
Ze maakten kennis, maar er sprong geen vonk over, ze wilde hem niet. Er was geregeld dat ze vanuit Kenia naar Osman Musse in Canada zou reizen, maar ze moest in Duitsland daarvoor haar papieren in orde maken, en verbleef enige tijd in Düsseldorf bij verre familie. Ze wilde echter voor haar familie onvindbaar zijn en was van plan naar het Verenigd Koninkrijk te reizen, omdat zij de Engelse taal beheerste, maar omdat er minder kans op controle van papieren zou zijn als ze naar Nederland ging, koos ze daarvoor. Met de trein bezocht ze een andere Somalische, de vrouw van een kennis die ze uit het vluchtelingenkamp van Dhobley had geholpen en in Nederland asiel had gekregen, in het vluchtelingencentrum in Almelo. Ze werd echter gevonden door de clan waartoe ze behoorde, ondanks verandering van haar naam en geboortedatum. Ze bleef weigeren naar Canada te gaan, waarop de clanleden afdropen, ook omdat ze haar niet tegen haar wil konden meenemen door de aanwezige politie. Ze besloot daarop in Nederland politiek asiel aan te vragen. Door de situatie in hun land van herkomst werden asielzoekers uit Somalië in Nederland ingedeeld in een categorie die viel onder het categoriale beschermingsbeleid, waardoor Hirsi Ali er een verblijfsvergunning zou kunnen krijgen.Ayaan Hirsi Ali: Mijn vrijheid. De autobiografie, 2006 4e druk, pp. 231-234
Aankomst in Nederland In Nederland zei Hirsi Ali, in antwoord op vragen van de Directie Vreemdelingenzaken (de latere Immigratie- en Naturalisatiedienst), dat ze rechtstreeks uit het rampgebied afkomstig was; haar verblijf (van de voorafgaande 12 jaar) in Kenia en in Duitsland (enkele dagen) verzweeg zij. Omdat Hirsi Ali via Duitsland reisde, een veilig land, zou ze anders daarheen teruggestuurd zijn. Ook Kenia werd destijds als een veilig land beschouwd. Om te voorkomen dat haar gegevens gecontroleerd zouden worden, gaf ze een ander geboortejaar op (1967 in plaats van 1969) en veranderde ze haar naam van Ayaan Hirsi Magan in Ayaan Hirsi Ali. Haar verzoek om politiek asiel werd binnen vijf weken gehonoreerd met een A-status, een permanente verblijfsvergunning voor personen die in eigen land te vrezen hebben voor vervolging in de zin van het Verdrag van Genève. In 1995 werd ze genaturaliseerd.
Hirsi Ali verklaarde later dat zij haar identiteit had veranderd uit angst dat zij door haar echtgenoot of wraakzuchtige familieleden kon worden opgespoord. Op basis van latere getuigenverklaringen wordt dat betwijfeld. Zo hebben haar naaste familieleden en anderen die haar gedurende deze periode hebben gekend, verklaard dat dit pertinent niet het geval was.
In 2006 antwoordde Hirsi Ali bevestigend toen haar in het programma NOVA werd gevraagd of zij een economisch vluchtelinge was, iets wat zij reeds in september 2002 in het programma Barend & Van Dorp had verklaard. Zij zei: "Ik ben zelf de grootste gelukszoeker." Zij benadrukte een voorstander te zijn van een selectief immigratiebeleid en het met voorrang toelaten van ambitieuze talentvolle immigranten, zoals Taida Pasić. Tegen Rita Verdonk had zij in verband met de zaak-Taida Pasić volgens eigen zeggen in april 2006 verklaard: "Rita, mag ik je daarover lastigvallen? Ik heb ook gelogen."Vanuit New York de eerste reactie van Hirsi Ali op de uitzending van Zembla, NOVA, 11 mei 2006
Politieke carrière Hirsi Ali woonde vervolgens enige tijd in Lunteren in het asielzoekerscentrum, waarna ze een tweekamerflat in Ede kreeg toegewezen.Ayaan Hirsi Ali: Mijn vrijheid. De autobiografie, p. 261 In Nederland leerde zij eerst Nederlands. Omdat Hirsi Ali vanwege haar vooropleiding geen toegang kreeg tot de universiteit, schreef ze zich in aan de Hogeschool de Horst in Driebergen. Na een jaar kon ze overstappen en ging politicologie studeren aan de Rijksuniversiteit Leiden. Ze werkte van 1995 tot 2001 van tijd tot tijd als tolk/vertaler in Amsterdam, vooral als tolk bij asiel- en verblijfsvergunningzaken bij de vreemdelingenpolitie (later IND). In deze tijd had ze kritiek op de werkwijze van de vreemdelingenpolitie. Zij vond dat vooral laaggeschoolde asielzoekers werden teruggestuurd, terwijl hogeropgeleiden mochten blijven. Daarna werkte Hirsi Ali vanaf begin september 2001 enige tijd als wetenschappelijk medewerkster bij de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid.
De aanslagen van 11 september 2001 maakten diepe indruk op Hirsi Ali. Ze deden haar twijfelen aan haar geloof nadat ze op de Nederlandse televisie islamitische kinderen in Ede de aanslagen had zien toejuichen. Ze controleerde de vijf plaatsen in de Koran en de Hadith die Osama bin Laden in zijn rechtvaardiging van de aanslagen geciteerd had.Ayaan Hirsi Ali: Mijn vrijheid. De autobiografie, 2006 4e druk, pp. 332-332 Mede door het lezen van het Atheïstisch manifest van filosoof Herman Philipse (Universiteit Leiden) besloot ze religie op te geven. In 2002 verliet ze de islam en verklaarde niet in God te geloven. Ze begon haar kritiek op de islam en islamitische cultuur te formuleren, publiceerde vele artikelen over deze onderwerpen en werd een frequente spreker op televisieprogramma's en in publieke debatfora. Ze zette haar ideeën uitgebreid uiteen in het boek De zoontjesfabriek (2002). In deze periode begon ze doodsbedreigingen te ontvangen.
In 2002 stapte ze ook over van de PvdA naar de VVD, waar ze op de kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen kwam. De VVD was, zo bleek later, op de hoogte van het feit dat ze haar vluchtverhaal had verzonnen. Desondanks verklaarde partijprominent Neelie Kroes later dat Hirsi Ali in haar jeugd "vijf burgeroorlogen" had meegemaakt. Ze zei in een reactie niet op de hoogte geweest te zijn van Hirsi Ali's werkelijke verleden.Kroes wist niet van leugens Hirsi Ali, de Volkskrant, 15 mei 2006 (geraadpleegd op 15 mei 2006) Hirsi Ali vertelde in 2002 ook zelf dat zij delen van haar vluchtverhaal had verzonnen. Als reden voor de overstap vermeldde Hirsi Ali dat er binnen de PvdA onvoldoende ruimte was voor kritiek op de negatieve gevolgen van migratie en multiculturalisme. In haar boek De zoontjesfabriek (2002) erkende zij dat ook de kans die zij van de VVD kreeg aangereikt om Tweede Kamerlid te worden – en zo haar ideeën in het parlement te kunnen uitdragen – een rol heeft gespeeld. Vanaf dat moment werd Hirsi Ali met de dood bedreigd, iets wat de daaropvolgende jaren vaker gebeurde. Hirsi Ali ontving permanente politiebescherming en woonde op een schuiladres. Op 22 januari 2003 werd ze met 30.758 voorkeurstemmen gekozen in de Tweede Kamer.
In een interview met het dagblad Trouw van 25 januari 2003 zei ze over de stichter van de islam Mohammed: 'Mohammed is, gemeten naar onze westerse maatstaven, een perverse man. Een tiran.' pag. 1. Zij refereerde hiermee specifiek aan het feit dat Mohammed op oudere leeftijd met Aisha (de negenjarige dochter van een vriend) gemeenschap had gehad. Tevens zei zij, met een beroep op de in Nederland heersende vrijheid van meningsuiting, dat een ander Mohammed fantastisch mag vinden, maar: 'En ik mag vinden: Mohammed is als individu verachtelijk. Mohammed zegt dat een vrouw binnenshuis moet blijven, een sluier moet dragen, bepaald werk niet mag verrichten, niet hetzelfde erfrecht heeft als haar man, gestenigd moet worden als zij overspel pleegt – ik wil laten zien dat er ook een andere werkelijkheid is dan de "waarheid" die, met behulp van Saoedisch geld, over de wereld wordt verspreid.'
Vanwege deze uitspraken, en het feit dat Hirsi Ali volgens velen een afvallige moslim is, reageerden verschillende islamitische organisaties en individuele moslims furieus. Velen deden daarop aangifte wegens discriminatie, maar Hirsi Ali werd uiteindelijk niet vervolgd voor haar uitspraken. Volgens de officier van justitie liggen in haar kritiek "geen conclusies besloten ten aanzien van moslims en wordt de waardigheid van hen als groep niet miskend". In een andere rechtszaak, eveneens aangespannen wegens haar uitspraken over de islam, was de rechtbank wel van oordeel dat ze de "grenzen van het toelaatbare had opgezocht".Uitspraken Hirsi Ali over islam niet onwettig, NRC Handelsblad, 15 maart 2005. Gearchiveerd op 28 mei 2023. Hirsi Ali had het huwelijk van Mohammed met een negenjarig meisje namelijk 'pervers' genoemd en noemde de profeet 'een pedofiel'.