De Partij voor de Dieren (afgekort: PvdD) is een Nederlandse politieke partij met een ecologistische signatuur. De partij werd opgericht op 28 oktober 2002 en heeft als hoofdthema het streven naar een dier- en milieuvriendelijker beleid. In Duitsland bestond al sinds 1993 een vergelijkbare partij, de Tierschutzpartei, maar op 30 november 2006 werd Nederland het eerste land ter wereld waarin een partij met dit hoofdthema in het parlement is vertegenwoordigd. De partij heeft zetels in de Tweede Kamer, Eerste Kamer, Europees Parlement, provincies, gemeenten en waterschappen.
Historie thumb|Film van Malou Warmerdam over de voordelen van plantaardige voeding: De Toekomst is Plantaardig (27 januari 2015) thumb|150px|Marianne Thieme, partijleider tot 2019
2002–2010: Oorsprong en typering De Partij voor de Dieren werd direct na de val van het eerste Kabinet-Balkenende op 28 oktober 2002 opgericht uit onvrede over het dieronvriendelijk geachte kabinetsbeleid. Oprichters waren destijds partijleider Marianne Thieme, Ton Dekker en Lieke Keller, die in februari 2007 directeur van het partijbureau werd. De kritiek richtte zich op meer 'diervriendelijke' politieke partijen als GroenLinks, die al jaren te weinig prioriteit zouden geven aan de bewerkstelliging van meer dierenwelzijn en dierenrechten. Zo zouden ze te weinig (vergaande) diervriendelijke maatregelen hebben genomen tijdens de kabinetten-Kok (Paars I en II), toen de 'diervriendelijke' partijen een Kamermeerderheid hadden.
De in 2002 gangbare kritiek op de Partij voor de Dieren was dat het een 'one-issuepartij' is, die op niets anders dan dierenwelzijn was gericht. In het eerste partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 22 januari 2003 staat dat de PvdD zich op de eerste plaats richt op dierenwelzijn, maar daarnaast ook standpunten heeft die met economie, cultuur, gezondheid en welzijn, verkeer, milieu en onderwijs te maken hadden. De PvdD is van mening dat belangrijke onderwerpen als dierenrechten en dierenwelzijn worden genegeerd door de zittende partijen. Thema's als economie, veiligheid en integratie krijgen nog steeds voorrang boven natuur, milieu en dierenwelzijn.
De partij ziet zichzelf als 'aanjager'. De PvdD wil mensen wakker schudden en ze vervolgens concrete handelingsperspectieven bieden voor een betere wereld. De partij stelt noch links noch rechts te zijn en is van mening dat het dierenrechtenthema de traditionele tegenstellingen tussen links en rechts, religieus en atheïstisch overstijgt. In het Europees Parlement is de PvdD echter aangesloten bij de linkse fractie GUE/NGL. De reden hiervoor is dat deze fractie – in tegenstelling tot andere Europese fracties – partijen geen beperkingen oplegt in hun stemgedrag.
De Partij voor de Dieren noemt zichzelf een getuigenispartij, die niet zozeer naar politieke macht streeft, maar probeert de andere partijen te stimuleren voor dierenrechten op te komen.Partij voor de Dieren - Weblog - Woensdag 4 oktober 2006 Voormalig fractievoorzitter Thieme heeft met het oog hierop ook wel de term 'expressieve politiek' gebruikt (als tegenhanger van de 'instrumentele politiek' die de meer gevestigde partijen zouden voeren),Weblog Marianne Thieme, 25 maart 2009 wat inhoudt dat de PvdD bewustzijn voor diergerelateerde onderwerpen probeert te kweken en niet zozeer via overleg, compromissen enz. tot wetgeving probeert te komen. De Partij voor de Dieren staat dan ook bekend om haar vele Kamervragen en moties, die niet zelden irritatie oproepen bij bewindslieden, collega's en anderen en is zich daarvan bewust.Thieme zet aan het denken. Weblog Jeffrey Kutterink, verslaggever voor de Provinciale Zeeuwse Courant, 7 november 2009
In 2003 deed de Partij voor de Dieren voor het eerst mee aan de verkiezingen. De partij deed in achttien van de negentien kieskringen mee aan de Tweede Kamerverkiezingen van 2003. In de provincie Overijssel kon niet op de Partij voor de Dieren worden gestemd vanwege een organisatorische fout. De politieke partij werd op het allerlaatste moment, drie maanden voor de verkiezingen, opgericht en kreeg 47.665 stemmen, iets minder dan driekwart van het aantal dat benodigd is voor een Kamerzetel.
Op 30 november 2003 besloot het congres van de PvdD tot deelname van de partij aan de Europese verkiezingen die in juni 2004 werden gehouden. De 3,21 procent die de partij bij deze verkiezingen haalde, was echter niet genoeg voor een zetel. Eind 2005 had de partij 2408 leden. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 was de partij niet vertegenwoordigd. Naar eigen zeggen was dat om zich te concentreren op een landelijke doorbraak tijdens de verkiezingen van 2007.
Bij de vervroegde Tweede Kamerverkiezingen van 2006 verwierf de Partij voor de Dieren haar eerste twee zetels in het Parlement. Marianne Thieme kreeg 150.307 voorkeurstemmen, en Esther Ouwehand kreeg er 4.370. De partij had veel lijstduwers op de kandidatenlijst. Dit waren onder anderen Paul Cliteur, Martin Gaus, Maarten 't Hart, Kees van Kooten, Rudy Kousbroek, Georgina Verbaan en Jan Wolkers.
Bij de Provinciale Statenverkiezingen 2007 haalde de Partij voor de Dieren negen zetels in acht provincies en voldoende zetels in de Provinciale Staten om één zetel in de Eerste Kamer te behalen. Niko Koffeman is de eerste senator namens de Partij voor de Dieren.
Kwestie rond Pierson Op 10 maart 2007 maakte NRC Handelsblad bekend dat de belangrijkste financier van de Partij voor de Dieren, Nicolaas Pierson, zijn geld verdient met de verkoop van geïmpregneerde klamboes waarvan de chemicaliën zijn getest op dieren. Ook zou zijn bedrijf samenwerken met het chemieconcern Bayer dat erom bekendstaat dierproeven te doen. Als reactie zei oud-partijvoorzitter Thieme dat Pierson het geld op persoonlijke titel doneerde en dat een bijdrage van zijn bedrijf niet geaccepteerd zou zijn. Ook noemde ze de proeven "een noodzakelijk kwaad."
Zevendedagsadventisten Zowel Marianne Thieme als Eerste Kamerlid Niko Koffeman behoren tot het kerkgenootschap van de zevendedagsadventisten. Hierdoor ontstond in april 2007 kort opschudding. Thieme gaf toen een interview aan De Telegraaf, waarin zij verklaarde dat Adam en Eva vegetariërs waren en pas na de zondeval vlees waren gaan eten. Dat ze door deze uitspraak pleitte voor vegetarisme, maar meer nog voor haar geloof in de schepping, viel niet bij iedereen in goede aarde. Thieme zou volgens oud-lijstduwer Maarten 't Hart eerder al een passage uit het verkiezingsprogramma voor de Europese Verkiezingen geschrapt willen hebben waarin de evolutietheorie als verklaring van het ontstaan van soorten werd gegeven. Naar aanleiding hiervan noemde 't Hart Thieme en Koffeman "bij uitstek ongeschikt om een partij te leiden."
Thieme vond dat de kritiek geen hout sneed. Haar keuze voor de Adventkerk in 2006 hield volgens haar geen verband met het partijprogramma uit 2004. Verder was de uitspraak over Adam en Eva volgens haar een antwoord op de vraag van De Telegraaf, hoe het beschermen van dieren te rijmen viel met de dierenoffers die in de Bijbel worden genoemd. Dat de passage over de evolutietheorie uit het Europese verkiezingsprogramma geschrapt was, zou volgens Thieme mede in overleg gebeurd zijn met de atheïsten die 80% van het bestuur van de Partij van de Dieren uit zouden maken.
Nota Dierenwelzijn Op 27 januari 2008 was Thieme te gast in het tv-programma Buitenhof waarin ze – ter aftrap voor het Kamerdebat – in debat ging met CDA-Kamerlid Henk Jan Ormel.Debat tussen twee dierenvrienden: Marianne Thieme en Henk Jan Ormel, Buitenhof, 27 januari 2008 Een dag later, op 28 januari, werd er voor het eerst in de Tweede Kamer gedebatteerd over dierenwelzijn. Thieme drong aan op een actievere houding van minister Gerda Verburg (CDA) van Landbouw en haar ambtenaren, maar hoewel er negen uur voor het debat was vrijgemaakt, werd na zo'n tien uur kanttekeningen maken en vragen stellen het debat geschorst.
De partij nam in 2009 opnieuw deel aan de Europese Parlementsverkiezingen. Naast lijsttrekker Natasja Oerlemans bestond de lijst met name uit leden van de Provinciale Staten, lijstduwers waren de Eerste en Tweede Kamerleden van de partij. De partij haalde net geen zetel.
Esther Ouwehand en concept-kieslijst 2010 In april 2010 bleek dat Esther Ouwehand, die naast Marianne Thieme ook voor de Partij voor de Dieren in de Tweede Kamer zit, niet voorkwam op de concept-kieslijst voor de Kamerverkiezingen van 9 juni dat jaar. Er werden naar aanleiding hiervan her en der verwijten geuit over vermeend ondemocratisch gedrag in de partijtop. De werkgroep Zeeland, en later ook Noord-Holland, van de partij kondigde aan geen campagne te zullen voeren zolang Ouwehand van de kieslijst zou worden geweerd. Thieme toonde zich kalm onder de ophef, maar zij noch Ouwehand gaf inhoudelijk commentaar. Na een partijcongres op 25 april 2010 kwam Ouwehand alsnog op nummer 2 van de kieslijst. Over de oorzaak van de aanvankelijke schrapping werden geen mededelingen gedaan.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 behield de partij haar twee zetels.
2011–2022: Verdere groei Vleestaks Op 3 oktober 2011, een dag voor dierendag, stelde Thieme voor een heffing in te voeren voor het kopen van vlees, zoals in Denemarken belasting bestaat op vet voedsel. Volgens haar vindt twee derde van de Nederlanders vlees een luxeproduct. Bovendien zou door verschillende organisaties zijn beweerd dat het eten van dierlijke producten, met als belangrijkste factor vlees, voor 18% verantwoordelijk is voor klimaatverandering. Daarnaast is voor de productie van vlees en andere dierlijke producten naar verhouding veel meer land en water nodig dan voor plantaardige producten. Toen in 2007 Milieudefensie voorstelde een heffing te innen op niet-duurzaam geproduceerd vlees, werkte Thieme dit plan uit tot deze vleestaks die de btw op vlees moet verhogen van 6 naar 19%. Uit onderzoek van EenVandaag van mei 2018, bleek 40% van de ondervraagde jongeren tussen de 16 en 34 jaar voorstander te zijn van de vleestaks.
De Universiteit van Oxford berekende in 2018 dat een vleestaks van 20% op rood en bewerkt vlees wereldwijd zo'n 172 miljard dollar zou opleveren en daarmee 70% van de extra uitgaven voor volksgezondheid dekken die de consumptie van deze vleesproducten de samenleving kost. Om de kosten volledig te dekken, zou de belasting verdubbeld moeten worden. Ook zou de belasting de uitstoot van broeikasgassen met meer dan 100 miljoen ton verminderen, voornamelijk door de lagere consumptie van rundvlees. Daarnaast zou het een gunstig effect hebben op het terugdringen van obesitas.
Groeiend Verzet Op 8 december 2011 startte de campagne Groeiend Verzet tegen Nieuwe Natuurwet. Binnen vijf dagen werden 19.000 bomen verkocht die geplant werden als protest tegen plannen voor een nieuwe Natuurwet van kabinet-Rutte I.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werden wederom twee zetels behaald. Ditmaal was er sprake van een groei van 45% van het aantal op de Partij voor de Dieren uitgebrachte stemmen in vergelijking met 2010. Ze behaalde nu 1,9% van de stemmen, net te weinig voor een derde zetel.
Bij de Europese Parlementsverkiezingen 2014 behaalde de Partij voor de Dieren 4,2% van de stemmen, ruim voldoende voor een zetel. Voor deze verkiezingen maakte de partij ook weer gebruik van lijstduwers op de kandidatenlijst, zoals Paul Cliteur, Babette van Veen, Jan Siebelink, Ewald Engelen, Redmond O'Hanlon en Guido Weijers.
Bij de Provinciale Staten- en waterschapsverkiezingen van 18 maart 2015 haalde de Partij voor de Dieren vijftien zetels in acht waterschappen en achttien zetels in tien verschillende Provinciale Staten waardoor tijdens de Eerste Kamerverkiezingen van 2015 het aantal zetels van één naar twee verdubbelde. Christine Teunissen werd verkozen als jongste vertegenwoordiger van de Eerste Kamer.