Mijten of Acariformes zijn kleine geleedpotigen met een lichaam dat niet duidelijk in twee, zoals bij spinnen, of drie, zoals bij insecten, geledingen is gedeeld. Samen met de teken vormen ze de onderklasse Acari. Men onderscheidt 546 families met meer dan 45.000 soorten, (2005) Synopsis of the Described Arachnida of the World. Acari Project Status. Department of Entomology, Texas A&M University. Gearchiveerd op 13 augustus 2014. waarvan er circa 2500 in het water leven, en 10.000 parasitair zijn. Men schat dat het grootste deel van de mijtensoorten nog niet wetenschappelijk beschreven is. Ze verschillen in lichaamsvormen en leefwijze soms sterk van elkaar.
De acarologie is de tak van de arachnologie, die zich bezighoudt met de studie van mijten en teken.
Kenmerken Verreweg de meeste mijten zijn micro-organismen, ze zijn, met hun grootte van minder dan 0,1 tot 1,0 mm, met het blote oog niet of nauwelijks zichtbaar. Sommige soorten zijn wat groter, met een afmeting van enkele millimeters. De bekende huisstofmijt meet ongeveer 0,2 mm.
Een mijt heeft, net als de teek en de spin, acht poten. Een uitzondering hierop vormt het larvestadium van de mijt, en tot in hun volgroeide vorm, enkele gespecialiseerde soorten.
Voortplanting De vrouwtjes leggen eieren. De jongen hebben in het eerste larvestadium slechts 6 poten.
Nut en plaag Mijten eten onder andere dode dieren, planten of rottende stoffen. Roofmijten leven vaak van andere mijten en worden wel in de kastuinbouw als plaagbestrijding ingezet. Enkele soorten veroorzaken ziekten bij mens en dier en het besmet zijn met mijten wordt acariose genoemd.
Taxonomie De volgende taxa worden bij de superorde ingedeeld Orde Sarcoptiformes Onderorde Astigmata Familie Acaridae Familie Algophagidae Fain, 1974 Familie Glycyphagidae Familie Hyadesiidae Familie Winterschmidtiidae Onderorde Endeostigmata Superfamilie Alicorhagioidea Superfamilie Alycoidea Superfamilie Nematalycoidea Superfamilie Oehserchestoidea Superfamilie Terpnacaroidea Onderorde Oribatida (Mosmijten) = Cryptostigmata Superfamilie Acaroidea Superfamilie Acaronychoidea Superfamilie Achipterioidea Thor, 1929 Superfamilie Ameroidea Superfamilie Ameronothroidea Willmann, 1931 Superfamilie Analgoidea Superfamilie Atopochthonioidea Superfamilie Brachychthonioidea Thor, 1934 Superfamilie Canestrinioidea Superfamilie Carabodoidea Dubinin, 1954 Superfamilie Cepheoidea Superfamilie Ceratozetoidea Jacot, 1925 Superfamilie Collochmannioidea Superfamilie Crotonioidea Thorell, 1876 = Nothroidea Berlese, 1896 Superfamilie Ctenacaroidea Grandjean, 1954 Superfamilie Cymbaeremaeoidea Superfamilie Damaeoidea Superfamilie Epilochmannioidea Superfamilie Epilohmannioidea Oudemans, 1923 Superfamilie Eremaeoidea Superfamilie Eremaeozetoidea Superfamilie Eremelloidea Balogh, 1961 Superfamilie Eulochmannioidea Superfamilie Euphthiracaroidea Jacot, 1930 Superfamilie Galumnoidea Jacot, 1925 Familie Ceratokalummidae Balogh, 1970 Familie Galumnidae Jacot, 1925 Superfamilie Glycyphagoidea Superfamilie Gustavioidea Oudemans, 1900 = Liacaroidea Sellnick, 1928 Superfamilie Hemisarcoptoidea Superfamilie Hermannielloidea Grandjean, 1934 Superfamilie Hermannioidea Sellnick, 1928 Superfamilie Heterochthonioidea Superfamilie Histiostomatoidea Superfamilie Hydrozetoidea Superfamilie Hypochthonioidea Superfamilie Hypoderatoidea Superfamilie Licneremaeoidea Grandjean, 1931 Superfamilie Lohmannioidea Berlese, 1916 Superfamilie Microzetoidea Grandjean, 1936 Superfamilie Nehypochthonioidea Superfamilie Neoliodoidea Superfamilie Niphocepheoidea Travé, 1959 Superfamilie Oppioidea Grandjean, 1951 Superfamilie Oribatelloidea Jacot, 1925 Superfamilie Oripodoidea Jacot, 1925 = Oribatuloidea Thor, 1929 Superfamilie Otocepheoidea Balogh, 1961 Superfamilie Palaeacaroidea Superfamilie Parhypochthonioidea Grandjean, 1932 Superfamilie Passalozetoidea Balogh, 1961 Superfamilie Pelopoidea Ewing, 1917 Superfamilie Perlohmannioidea Superfamilie Phenopelopoidea Petrunkevitch, 1955 Superfamilie Phthiracaroidea Perty, 1841 Superfamilie Plateremaeoidea Trägårdh, 1931 Superfamilie Polypterozetoidea Superfamilie Protoplophoroidea Ewing, 1917 Superfamilie Pterolichoidea Superfamilie Sarcoptoidea Superfamilie Schizoglyphoidea Superfamilie Tectocepheoidea Grandjean, 1954 Onderorde Psoroptidia Superfamilie Listrophoroidea Orde Trombidiformes Onderorde Actinedida Superfamilie Cheyletoidea Leach, 1815 Onderorde Prostigmata Superfamilie Adamystoidea Superfamilie Anystoidea Superfamilie Arrenuroidea Thor, 1900 Superfamilie Bdelloidea Superfamilie Caeculoidea Superfamilie Calyptostomatoidea Superfamilie Cheyletoidea Superfamilie Chyzerioidea Superfamilie Dolichocyboidea Superfamilie Eriophyoidea Superfamilie Erythraeoidea Superfamilie Eupodoidea Superfamilie Eylaoidea Leach, 1815 Superfamilie Halacaroidea Cunliffe, 1954 Superfamilie Heterocheyloidea Superfamilie Hydrachnoidea Leach, 1815 Superfamilie Hydrovolzioidea Thor, 1905 Superfamilie Hydryphantoidea Piersig, 1896 Superfamilie Hygrobatoidea Koch, 1842 Superfamilie Labidostomatoidea Superfamilie Lebertioidea Thor, 1900 Superfamilie Myobioidea Superfamilie Paratydeoidea Superfamilie Pomerantzioidea Superfamilie Pterygosomatoidea Superfamilie Pyemotoidea Superfamilie Pygmephoroidea Superfamilie Raphignathoidea Superfamilie Scutacaroidea Superfamilie Stygothrombidioidea Mullen & Grandjean, 1980 Superfamilie Tanaupodoidea Superfamilie Tarsocheyloidea Superfamilie Tarsonemoidea Superfamilie Tetranychoidea Superfamilie Trochometridioidea Superfamilie Trombiculoidea Superfamilie Trombidioidea Superfamilie Tydeoidea Onderorde Sphaerolichida Superfamilie Lordalycoidea Superfamilie Sphaerolichoidea
Ziekte
Enkele mijten die ziektes kunnen veroorzaken zijn: de schurftmijt die in de huid leeft en jeuk veroorzaakt de huisstofmijt waar veel mensen allergisch voor zijn de oormijt bij honden en katten de haarfollikelmijt Brevipalpus phoenicis die tropische gewassen (onder andere passiebloemen) aantast spint die onder andere sperziebonen aantast.
Zie ook Blinde hoornmijt, Varroamijt